De Atlantiër

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de Atlantiër (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De Atlantiër) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 27 februari 1956 en liep tot 18 mei van dat jaar. Thema: Hoe ontmasker je tijdreizigers voordat ze jou ontmaskeren?[1]

Het verhaal

Wanneer bediende Joost de ochtendpap opdient, zit heer Bommel terneergeslagen bij zijn poststukken. Belastingaanslagen, een kantongerechtdagvaarding en ander onheil. Tobberig gaat de kasteelheer klagen bij het portret van zijn goede vader. Die placht te zeggen dat een Bommel de toekomst heeft en dat houdt heer Bommel staande in deze moeilijke tijden. Hij gebruikt bezoekend journalist Argus van de Rommelbode als uitlaatklep. Laatstgenoemde wil wel wat meer weten van het “Heer zijn”. Dat lijkt hem iets uit het verleden. Maar heer Bommel ziet het meer als iets voor de toekomst. Het gesprek wordt gestoord door ambtenaar eerste klasse Dorknoper, die meer wil weten over een ontbrekende bouwvergunning van het nieuwgebouwde schuurtje. Onder toeziend oog van de journalist, jaagt heer Bommel de plichtsgetrouwe ambtenaar van zijn domein af. Journalist Argus heeft nu stof genoeg voor een fijn stukje. Het gaat over een kasteelheer die uitziet naar de toekomst, omdat hij in de huidige tijd te gronde dreigt te gaan.

Enige dagen na het verschijnen van het artikel ziet Tom Poes lichtflitsen uit het nieuwgebouwde schuurtje komen. Er dient zich een zekere Lemuriël Baboen aan, afkomstig van de kaste van de Zoekers van Groot-Atlantis. Hij zegt die ochtend en tevens 10.000 jaar geleden van Atlantis ontsnapt te zijn per tijdcilinder.[2] Journalist Argus is ook op de lichtverschijnselen afgekomen en probeert er een stukje uit te slepen. Hij krijgt te horen dat er nu twaalf kisten goud uit Atlantis in het nieuwe schuurtje staan. Die zijn nodig om een nieuwe tijdcilinder te kunnen samenstellen, de oude tijdmachine is jammerlijk ontbonden. De plichtsgetrouwe journalist vindt het zijn plicht deze waarheid te onthullen. Zijn artikel vindt vele lezers waaronder professor Prlwytzkofsky, burgemeester Dickerdack en Super en Hieper.

Heer Ollie vindt het verhaal van de Atlantiër interessant. Baboen belooft hem zelfs dat hij mee mag reizen naar de toekomst, want het is gewoon maar het overspringen van de ene tijdstraal naar de andere. De volgende dag wordt heer Lemuriël Baboen uitgenodigd om een lezing te verzorgen voor de Kleine Club. Maar eerst gaat hij met heer Bommel als financier[3] inkopen doen. Een dure sportauto en allerlei andere zaken.[4] Die middag op de Kleine Club gaat heer Baboen fel te keer tegen de huidige tijd. Scholen en rekenen moeten het in het bijzonder ontgelden. Na zijn lezing gaat hij in vol vertrouwen mee terug met heer Olivier naar kasteel Bommelstein.

Tijdens de lezing echter hebben Super en Hieper hun slag geslagen en de twaalf kisten ontvreemd uit het nieuwgebouwde schuurtje bij het kasteel. Tom Poes, die een beetje toezicht hield, werd ruw in een zak geknoopt. Zo wordt hij aangetroffen door heer Bommel en heer Baboen. De burgemeester en de politie komen aangesneld vanwege de twaalf kisten met het verdwenen goud. Maar de tijdreiziger leidt commissaris Bulle Bas met een eigen sporentechniek[5] naar de dieven, die zich schuilhouden in een achterbuurt van de stad Rommeldam. Het vervelende is echter dat er stenen in de twaalf kisten zitten.[6] Bulle Bas arresteert het duo en belooft ze net zo lang te verhoren, totdat ze onthullen waar het goud is gebleven. Burgemeester Dickerdack passeert de volgende morgen zijn ambtenaar eerste klasse Dorknoper en besluit Bulle Bas met een goudtransport van 300 goudstaven naar kasteel Bommelstein te sturen, om het gestolen goud aan te vullen vanuit de gemeentekas. Heer Bommel rijdt in een vol bankbiljetten geladen Oude Schicht op kop. Het geld is nodig om de onkosten van het tijdreizen te betalen.

Professor Prlwytzkofsky en Tom Poes vertrouwen het niet. De hoogleraar ondervraagt de Atlantiër scherp, maar die geeft niet veel om formules. Als het moet dan is a=mt², waarin m staat voor matatl. Aan het eind slaan de twee elkaar op hun kop, waarbij de hoed van de professor over zijn ogen en oren verdwijnt. Tom Poes probeert de professor te kalmeren en dat lukt. Want in de wetenschap mag men zijn gevoel niet laten spreken en het tijdexperiment moet nu maar plaatsvinden. Bovendien is in de wetenschap alles mogelijk.

Journalist Argus slaat de werkzaamheden op slot Bommelstein belangstellend gade. Er wordt daar aan de grootste uitvinding aller tijden gewerkt. Onder toeziend oog van de politie bouwt heer Baboen aan zijn tijdmachine. Heer Bommel is maar wat graag bereid de journalist bij te praten. Dit temeer omdat zijn eerdere gesprek met Argus tot de komst van de tijdreiziger heeft geleid. Heer Bommel deelt terloops mede dat hij een tijdreis van drie jaar gaat maken, om te laten zien dat het principe klopt en het apparaat werkt. Heer Baboen mengt zich nu in het gesprek. Terugreizen naar het verleden kan alleen als men een leegte achterlaat. Zelf heeft hij dat niet gedaan, zodat hij nu slechts vooruit kan reizen. Want als je geen leegte achterlaat, verdicht het verleden zich. Terwijl de journalist ijverig schrijft krijgt de Atlantier een plotselinge woedeaanval. Hij jaagt de journalist als een ongelovige lawaai-journalist het terrein af. Hij zou slecht zijn voor de matatl waarop de machine werkt.

Heer Bommel mag nu de tijdreisproef van drie jaren doen. Hij en Tom Poes zien in de kelder een vreemd apparaat, een Atlantische latrotl. Maar Tom Poes mag niet mee. Hij is slecht voor de matatl, omdat hij niet in het experiment gelooft. Heer Bommel gaat alleen op reis in de tijd, met de dwingende instructie om zichzelf te ontlopen in de toekomst. Want dan wordt hij geneutraliseerd en dus uitgeblust. Heer Bommel komt drie jaar later Lemuriël Laboen tegen, die hem waarschuwt dat het duistere tijden zijn. Agenten X12 en Z3 zijn naar hen op zoek, want tijdreizen is inmiddels strafbaar gesteld. Bovendien hoort heer Bommel zichzelf tegen Tom Poes praten, waardoor hij beseft snel terug te moeten gaan om zichzelf te ontlopen. Hij onthoudt dat hij al zijn geld in goud moet gaan omzetten, om zo 10.000 jaar verder te kunnen reizen. Ook Lemuriël zegt dat hij terug moet, want hij is de Olivier van het verleden. Tom Poes heeft al die tijd in een boom bij het kasteel gezeten en ziet twee toneelspelers het kasteel verlaten, die klagen over een toekomstpakje.

Terug uit de boom komt Tom Poes zijn vriend en heer Baboen tegen. Heer Bommel is opgetogen over zijn tijdreis van drie jaar en terug. De grote tijdreis van 10.000 jaar zal weldra beginnen. Intussen is commissaris Bulle Bas uitgeput na de verhoren van Super en Hieper. Het gestolen goud blijft zoek en de burgemeester zit met een onofficiële lening van 300 goudstaven aan heer Baboen, die naar de toekomst wil vertrekken. Maar eerst komt professor Prlwytzkofsky poolshoogte nemen op het kasteel. Hij mag van Lemuriël Baboen de tijdreismachine aanschouwen. Even later komen commissaris Bulle Bas en de burgemeester het kasteel binnenwandelen. De burgemeester wil eigenlijk de 300 goudstaven terug, maar die zijn opgebruikt in de tijdreis van heer Bommel. Na betaling van tien goudstaven mogen de burgemeester en de commissaris twee uur heen en weer in de tijd reizen, en de burgemeester gaat enthousiast op dit voorstel in. Intussen belt heer Bommel zijn bank om al zijn geld in goud om te zetten. Burgemeester Dickerdack en Bulle Bas melden zich op het kasteel voor hun tijdreis. Lemuriël sjouwt snel de kist met tien goudstaven naar zijn sportwagen in de garage van het kasteel.

Tom Poes gaat intussen in de kelder op onderzoek uit. Hij ontdekt een bandrecorder met de stem van heer Ollie. Hij ontdekt ook een geprojecteerde sterrenhemel. Bovendien ziet hij de Atlantier met het goud slepen en hij luistert hem af als hij met zichzelf spreekt over zijn verdwijntruc. Tom Poes saboteert de benzineleiding van de sportwagen en bevrijdt de onder de vloer opgesloten professor Prlwytzkofsky. Die zit vol wraakgevoelens jegens de Atlantier. Ook Super en Hieper zijn niet meer te houden. Na een vonnis van 1 week met aftrek van voorarrest[7] wegens diefstal van twaalf kisten, stormen ze de rechtbank uit.

Burgemeester Dickerdack en commissaris Bulle Bas merken tijdens hun tijdreis dat er iets niet klopt. Heer Bommel staat als een soort portier twee uur te wachten, en ziet na verloop van die tijd twee woedende figuren uit de latrotl stormen. Dan hebben professor Prlwytzkofsky en Super en Hieper bediende Joost al ruw bejegend inzake de verblijfplaats van de Atlantiër. Gelukkig kan Tom Poes de achtervolgers op het juiste spoor zetten. Heer Bommel ziet een beklagenswaardige Joost vastgebonden op een stoel. De bediende klaagt dat men ons huis binnendringt en hem met een vuurwapen bedreigt om heer Baboen te kunnen spreken. Het zijn inderdaad duistere tijden. Hij vraagt vriendelijk of zijn werkgever zijn touwen wil losmaken. De Atlantiër tracht inmiddels te ontsnappen met het weinige goud dat hij reeds verzameld heeft. Maar door het lek in de benzineleiding weten Tom Poes en commissaris Bulle Bas hem snel op te sporen, temeer daar hij de sportauto ook nog eens tegen een boom aan rijdt. Tom Poes komt zijn vriend opgewonden vertellen dat de schurk is gearresteerd. Het goud, het geld en de wagen zijn onbeschadigd[8] teruggevonden. Heer Bommel vindt de ontwikkelingen heel duister voor een heer van de toekomst. Vlak daarna laat hij de auto met goud van de bank terugkeren en het goud weer omwisselen tegen geld. Tom Poes is erg enthousiast dat de Atlantiër net op tijd is ontmaskerd. Maar heer Bommel vindt nog steeds dat geld geen rol speelt. Je kunt het inwisselen tegen goud en daarmee een latrotl bouwen.

Journalist Argus komt ook nog even langs. Zijn verhaal over het geheim van de Atlantiër begint met het gesprekje met de kasteelheer over het heer zijn, waarin heer Bommel vertelde te vroeg te zijn geboren en graag in de toekomst te willen leven. Lemuriel Baboen blijft overigens als arrestant vol houden van Atlantis te komen. Hij geeft wel toe heer Bommel met trucjes een tijdreis te hebben laten inbeelden, om zo genoeg goud te krijgen voor de reis van 10.000 jaar. Maar op die reis had heer Bommel toch niet mee gemogen, want die had te weinig matatl. Tom Poes vindt het allemaal leugens, het ging toch om het geld.

Na een aantal dagen besluit heer Bommel op advies van Tom Poes toch maar een slotdiner te geven. De commissaris, de burgemeester en de professor zijn van de partij. Maar de gastgever laat zich niet zien. Tom Poes vindt hem in de kelder bij de tijdmachine. Heer Bommel weet dat het allemaal bedrog is en dat hij zijn gasten in de steek laat. Hij is nu geen heer van de toekomst, maar een heer van het heden. Maar het had allemaal echt kunnen zijn, als hij meer matatl had gehad.

Voetnoot

  1. Marten Toonder zegt hierover in het voorwoord van band 14 van De Volledige Werken: “Er zijn geleerden van naam, die zich met tijdreizen bezig houden. Volgens professor Stephen Hawking is het onmogelijk. Maar dat is geen reden volgens hem om er niet in te geloven. Wetenschappelijk staan tijdreizen dus op dezelfde hoogte als het verzonken werelddeel Atlantis.”
  2. Hij gebruikt het hele verhaal door “berber” als een misprijzende toevoeging en “matatl” als prijzend. Tom Poes noemt hij meteen al een “jonge witte berber”
  3. Zijn Atlantische lucra’s zijn natuurlijk waardeloos.
  4. In De Volledige Werken verwerpt Marten Toonder stripstrook 2765, waar die inkopen ruim worden getoond.
  5. Tom Poes vindt later een druppelflesje kleurloze vloeistof in een van de kisten.
  6. Op stripstrook 2775 is te zien dat Super en Hieper niet geloven dat er ooit goud in heeft gezeten. Het plaatje zegt de lezers genoeg.
  7. Het voorarrest was drie weken.
  8. Dat van de wagen is lichtelijk overdreven door Tom Poes, die is toch wel een beetje beschadigd volgens stripstrook 2814.

Hoorspel

Voorganger:
De muzenis
Bommelsaga
27 februari 1956 - 18 mei 1956
Opvolger:
De giegelgak