De Bommelkuur

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de Bommelkuur (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De Bommelkuur) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 27 juli 1953 en liep tot 29 augustus van dat jaar.[1]

Het verhaal

Heer Bommel ligt ziek in zijn hemelbed. Zijn arts, de ontboden specialist dr. Zeeger Balsem stelt als diagnose Aperagia Polinaris met als therapie volstrekte rust, frisse berglucht, koude baden en viermaal daags een pilletje. Ze vertrekken met de Oude Schicht naar De Zwarte Bergen. Daar worden ze in een bergkloof beschoten door de Grumps en de Knarren, die een eeuwenlange onderlinge vete om de andere dag nog steeds uitvechten. De Oude Schicht wordt doorzeefd met kogels, maar de inzittenden weten zich te verschuilen achter een rotsblok.

Na enige tijd belanden de drie in een eigen hoekje van de grot van de Grumps. Joost roept zelfs hun hulp in, wanneer heer Bommel zijn pillen niet wil innemen. De bergbewoners besluiten hun gast op dokters advies een koud bad in hun bergbeek te geven. Heer Bommel zoekt zijn toevlucht bij het andere bergvolk, de Knarren. Die zijn maar wat blij dat heer Bommel is mishandeld door hun overburen. Ze beschouwen hem daarom als hun gast en zo wordt hun aloude vete met de Grumps nieuw leven ingeblazen. Maar ook dit bergvolk besluit, na het aanhoren van de eveneens gevangengenomen bediende Joost, heer Bommel in de koude bergbeek te werpen.

Heer Ollie is nu als een soort van trofee onderdeel van de bergoorlog tussen de twee volkeren. Hij belandt keer op keer in de koude bergbeek die tussen de strijdende partijen stroomt. Op de ene oever loeren de Grimps op hem en op de andere de Knarren. Uiteindelijk ontdekt Tom Poes bij toeval goud in de bergbeek. Na het hierop oplaaien van de gevechten, weet Tom Poes de beide bergvolken te bewegen om de strijd tijdelijk te staken. Hij stelt voor het goud in de grensbeek te besteden aan een goed doel. De strijdende partijen denken na over een kuuroord voor de Bommel-heer. Maar heer Bommel zelf denkt er anders over. Hij is geheel genezen. Hij staat weliswaar in zijn blootje, omdat Tom Poes zijn ruitjesjas heeft gebruikt om ermee te zwaaien. Maar hij werpt een grote kei in de grensbeek, om aan te geven dat hij geheel genezen is en zijn oude berenkracht heeft hervonden. Hij vindt een openbare telefoon en bestelt cement, ijzeren balken en architecten. Ollie B.Bommel staat garant ("Geld speelt geen rol"). Er wordt in de haast een feestmaal bereid, voordat de oude vete weer oplaait. Heer Bommel zegt toch vooral te moeten drinken op zijn eigen ijzeren heren-gestel.

Er verrijst een sanatorium, waar de Grumps en Knarren voortaan eendrachtig de bezoekers in het ijskoude water werpen. Het reisgezelschap keert te voet huiswaarts, het geliefde voertuig achterlatend. Onderweg komen ze burgemeester Dickerdack en de markies de Canteclaer tegen, die onderweg zijn naar het kuuroord.

Terug in het kasteel leest Heer Bommel uit het dagblad voor over het ontdekte nieuwe sanatorium voor de betere kringen in de Zwarte Bergen.

Voetnoot

  1. De auteur was zelf gekluisterd aan zijn ziekbed, Marten Toonder, 4 oktober 1990, Greystones. Volgens de website van Toonder Compagnie bv is de tekst van de hand van broer Jan Gerhard Toonder. In het voorwoord van de Volledige Werken wordt Ben van ’t Klooster als tekenaar genoemd. Marten Toonder corrigeerde slechts vanaf zijn ziekbed.
Voorganger:
Het kunsthars-hart
Bommelsaga
27 juli 1953 - 29 augustus 1953
Opvolger:
De klokker