De Bommellegende

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de Bommellegende (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De Bommellegende) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 5 juli 1960 liep tot 3 oktober van dat jaar.

Het is het vierde verhaal in de reeks Tom Poes-tekststrips waarin tijdreizen centraal staat.

Het verhaal

Heer Ollie is weleens traag van begrip, maar in dit verhaal kan hij zelfs zijn aandacht niet houden bij een lezing op de Kleine Club, die nota bene handelt over de Bommellegende. Hij probeert met Tom Poes de presentator van de lezing te achterhalen. De Oude Schicht staat al klaar en wordt gepakt om op reis te gaan. Bediende Joost helpt bij het opladen van de koffers en Tom Poes zit al klaar achter het stuur, maar dan komt de gezochte spreker dr. G. Guichelheil zelf langs om te vertellen over een oud papier, waarop een noodkreet staat, die blijkens het handschrift geschreven moet zijn door heer Ollie zelf. Er is mogelijk een aanwijzing te vinden is in een afgesloten druipsteengrot in de omgeving van slot Bommelstein. In die grot komt een stalagmiet voor, die op een figuur in nood lijkt. Die stalagmiet moet tot leven worden gewekt want anders zal het geslacht Bommel uitsterven onder droevige omstandigheden. Het hele verhaal berust op een oud papier, dat de historicus gevonden heeft. “ Zaterdag 3 uur. Als de kalk die mij bedekt, over vijf minuten niet is weggehakt, zal het geslacht Bommel ellendig aan zijn einde komen.” Heer Bommel vindt het papier onzin, maar Tom Poes komt tot de verbazingwekkende ontdekking dat het handschrift wel degelijk van de kasteelheer zelf is. Maar volgens historicus Guichelheil kan zulks niet, omdat het papier nu eenmaal enkele eeuwen oud is. Maar hij is bereid het papier achter te laten op het kasteel.

De twee vrienden trekken er nu alsnog met de Oude Schicht op uit en in de buurt van een mogelijke druipsteengrot ontdekt Tom Poes een beekje dat zomaar in de grond verdwijnt. Professor Sickbock is juist in die buurt aan het experimenteren. Met het historische papier wekken ze zijn aandacht. De professor kan inmiddels de ouderdom van lichamen meten door middel van het verval van de radioactieve deeltjes.[1] De twee vrienden proberen de ingang van de grot te vinden maar gaan na stevig hakken onverrichte zaken terug naar huis. Tom Poes vindt tijdens het hakken al dat zijn vriend traag en oud begint te worden. Onderweg komen ze een huisjesslak tegen, die de automobiel [2] met grote snelheid passeert en om een bocht uit het gezicht verdwijnt. Na een snelheidsbekeuring door Bulle Bas komen ze aan op kasteel Bommelstein. Maar ook daar is het niet pluis want supersnelle muizen en mollen voeren Tom Poes naar het laboratorium van dokter Sickbock. Heer Bommel overdenkt intussen de Bommellegende. Hij begint te hopen dat Bommelstein dan toch nog ècht een voorvaderlijk kasteel is.

Professor Sickbock laat Tom Poes zien dat hij de tijd kan manipuleren. Met de binnenlopende heer Ollie als proefpersoon demonstreert hij wat hij al eerder met de slakken en muizen heeft gedaan. Hij wordt versneld. Hij wordt vervolgens weer tot zijn normale snelheid teruggebracht, vlak voor de politiemotor van commissaris Bulle Bas. De professor is zeer blij met het geslaagde experiment. Wellicht kan hij heer Ollie dan ook met de mogelijke voorvader kennis laten maken, die het papier geschreven heeft, door hem terug in de tijd te sturen. Want als hij iemand kan versnellen en vertragen kan hij zo iemand ook terug in de tijd zenden. Heer Bommel kan zijn gedachtegang nog niet volgen en mag pas terugkomen bij de professor als hij het begrijpt. Want dan kan de hoogleraar met hem praten.

De volgende morgen komt Tom Poes heer Bommel uit zijn tuinzitje halen om verder te gaan met hakken bij de ontdekte grot. In de open gehakte druipsteengrot vinden Tom Poes en heer Ollie vervolgens een stalagmiet met het postuur van laatstgenoemde. Heer Bommel pakt zijn papier en bestudeert de tekst maar Tom Poes wil de stalagmiet snel tot leven wekken. En hij is van mening dat professor Sickbock de sleutel daartoe in handen heeft. Samen spoeden ze zich naar de hoogleraar.

Heer Ollie besluit deel te nemen aan het tijdreisexperiment van Sickbock en die zet hem, ondanks opflikkerende protesten van Tom Poes, terug in de tijd. Alleen is dat wegens haperende apparatuur, niet slechts 300 jaar, maar bijna 10.000 jaar. In deze prehistorische tijd loopt heer Ollie natuurlijk groot gevaar. Tom Poes handelt eerder dan dat Sickbock lief is en zet de machines zo dat hij zijn vriend weer heelhuids terug in de huidige tijd krijgt. Tijdens de discussie met de ontstemde hoogleraar krijgt Tom Poes te horen dat het zaterdag half twee is. Hij begrijpt dat hij nu nog slechts 90 minuten heeft om zijn vriend uit de stalagmiet te hakken en holt het laboratorium uit. Professor Sickbock merkt intussen mismoedig op dat heer Bommel nog niet synchroon loopt met zijn omgeving. Hij zal derhalve geen teken kunnen achterlaten. Maar heer Bommel heeft zo zijn eigen gedachten. Hij begrijpt dat hij in de grot waar hij is terechtgekomen langzaam zal verkalken. Als laatste redmiddel haalt hij het papier uit zijn zak, waar zijn hulpkreet reeds op geschreven staat en laat het weg wapperen. Tom Poes weet ook wat hem te doen staat en gaat snel aan de stalagmiet hakken. Zo redt hij zijn vriend één seconde voor tijd.

Tom Poes hakt heer Bommel helemaal tevoorschijn uit de stalagmiet. Hij legt uit dat de kasteelheer het papier met de Bommellegende eeuwen geleden in de grot heeft achtergelaten. Heer Bommel denkt dat het 5 minuten geleden was, maar kan zich de historicus niet meer herinneren. Maar als hij de geschiedkundige langs ziet lopen, weet hij het opeens weer wel. Vervolgens ontstaat er een verwarrende discussie tussen drie personen over de herkomst van het papier met de noodkreet. Men weet niet of het vijf minuten dan wel vierhonderd jaar oud is. Joost maakt aan de verhalen een eind door aan te kondigen de slotmaaltijd op te gaan dienen. Deze keer mag ook de binnenlopende prof. Sickbock aanzitten. Laatstgenoemde is blij zijn proefpersoon levend aan te treffen. Maar historicus Guichelheil wil graag weten waar zijn oude papier van de Bommellegende is gebleven. Heer Bommel zelf weet niet meer hoe het papier in zijn zak kwam en of hij het zelf had geschreven. Tom Poes vraagt zich af of het verhaal niet al eerder is gebeurd en dat er de eerste keer meer tijd was.

Voetnoot

  1. De radiometrische datering.
  2. In dit tijdreisexperiment moeten onderwerp en lijdend voorwerp uit de context volgen. Taalkundig is deze zin van Marten Toonder niet eenduidig.

Hoorspel

Voorganger:
De Hachelbouten
Bommelsaga
5 juli 1960 - 3 oktober 1960
Opvolger:
De toornviolen