De Bommelschat

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de Bommelschat (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De Bommelschat) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder.[1] Het verhaal verscheen voor het eerst op 28 juli 1943 en liep tot 21 september van dat jaar. Het centrale thema van het verhaal is identiteitsfraude.

Het verhaal

Teruggekeerd van de Noordpool wil Tom Poes nu ook zelf weleens een poosje vakantie houden. Thuisgekomen vindt hij een brief met daarin een kaart van Heer Bommel: “Kom zo gauw mogelijk naar me toe. Ik ben in gevaar. Verberg ingesloten kaart”. Tom Poes treft een sterk verwaarloosd slot Bommelstein aan, maar daar is geen kasteelheer. Op de dichtgespijkerde deur hangt een briefje: Vagebondensteeg 13 Rommeldam. In de bus naar de stad waarschuwt de toevallig meerijdende commissaris Bulle Bas hem voor deze achterbuurtsteeg. Op dat adres wordt hij ontvangen door Heer Ollie die plat praat en zegt zijn geld kwijt te zijn.

Hij wil daarom de schatkaart terug hebben die Tom Poes zegt van hem in bewaring te hebben gekregen. In het huis wordt Tom Poes gevangengenomen door boef Pietje Kolibrie, die ook wil weten waar de schatkaart is. Na bedreiging geeft Tom Poes een verkeerde vindplaats op waarna Pietje wegscheurt. Tom Poes probeert schreeuwend vanuit een raam de politie te alarmeren, maar heer Bommel slaat Tom Poes neer en werpt hem in een zak. Hij verlaat ook het pand en springt met zak achter op een bus naar Bloemetjesdam, op weg naar een blokhut buiten de stad. Aldaar verliest Tom Poes zijn laatste stukje vertrouwen in de identiteit van heer Bommel. Hij vlucht uit de blokhut en weet met de aloude truc van de zwiepende tak zijn achtervolger van zich af te schudden. Hij springt omlaag en belandt toevallig naast Pietje Kolibrie in zijn snelle automobiel, die vervolgens Total loss tegen een rotswand tot stilstand komt. De automobilist achtervolgt zijn toevallige lifter, die beentje wordt gelicht door een heer in ruitjesjas. Hierdoor wordt Tom Poes uiteindelijk opgesloten bij de echte Heer Bommel. Maar die vertelt hem dat zijn neef Elias O.Bommel, van de verlopen tak, achter zijn schatten aan zit. Zijn overovergrootvader heeft de schatkaart laten overerven op de oudste zoon, dus is deze kaart nu rechtens van Ollie B.Bommel.

Pietje Kolibrie stapt binnen en wil nu weten waar de schatkaart echt is verstopt. De gebonden Tom Poes weet echter Pietje uit te schakelen en heer Bommel en hemzelf los te maken. Maar ze lopen op tegen neef Elias met getrokken revolver en ze worden door hem aan elkaar vastgebonden aan een bankje op het dak van de blokhut. Pietje Kolibrie verschijnt nu ook weer op het toneel en knoopt heer Bommel op aan een boomtak. Hij wil weten waar de schatkaart is en Tom Poes verteld nu dat de kaart achter een schilderij zit om de hoek van zijn kamerdeur. De twee vrienden worden weer op het dak vastgebonden. Onder zwakke protesten van neef Elias worden er twee petroleumvaten naar de blokhut gerold en aangestoken. Terwijl op het dak heer Bommel en Tom Poes wanhopig proberen los te komen, heeft beneden in de hut Pietje Kolibrie moeite om een oude auto te starten, waarmee ze weg willen rijden. De auto start pas als de twee vrienden met het bankje waarop ze waren vastgebonden, naar beneden in de auto vallen. Die start daarop, waarna de twee vrienden de auto naar het politiebureau van Rommeldam laten sturen. Neef Elias zit klem met een bankje in zijn rug en Pietje Kolibrie hangt half bewusteloos uit de auto.

Brigadier Snuf maakt de twee vrienden los en brengt Pietje en Elias[2] naar commissaris Bulle Bas. Die stuurt hen naar de rechtbank in de hoofdstad en nodigt de twee vrienden uit voor een slotmaaltijd bij hem thuis. En dat werd erg gezellig, want Bulle Bas had een erg beste kok.

Voetnoot

  1. Volgens Marten Toonder zijn de tekst en tekeningen gedeeltelijk door medewerkers vervaardigd, omdat hijzelf was getroffen door longontsteking, 25 maart 1997 Greystones
  2. “Ik beken dat we die kerels om zeep wilde brengen. Maar wat zou dat? Ollie is z’n hele leven een niksnut geweest, die alleen maar geld kon uitgeven. D’r was niks an verlore!”
Voorganger:
Het geheim van het noorderlicht
Bommelsaga
28 juli 1943 - 21 september 1943
Opvolger:
De schat op de zeebodem