De Grote Onthaler

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en De Grote Onthaler (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De Grote Onthaler) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 6 januari 1977 en liep tot 21 mei van dat jaar. Met 115 stroken is het de langste van alle Bommelstrips. Thema: Themapark: De Zwarte Bergen.

Het verhaal

Heer Bommel en Tom Poes rijden op een schrale winterdag met de Oude Schicht door het Ugelmoer wanneer ze zonder benzine raken. Terwijl Tom Poes geld mee krijgt om lopend brandstof te gaan halen, schuilt heer Ollie in het verlaten stationsgebouw van Ugelterp,[1] waar vroeger de Oriënt-Express reed. Tot zijn verbazing woont Wammes Waggel in het oude gebouwtje. Hij heeft de functie van stationschef en er blijken ineens ook weer treinen het station aan te doen. Wammes haalt heer Ollie over om mee te gaan als zijn eerste klant en een kaartje te kopen bij een vreemde conducteur met een masker op een stoomtrein. De conducteur hoopt dat zijn reis onderhoudend voor de Grote Onthaler zal zijn. Heer Bommel wil weten waar de trein naartoe gaat, maar die rijdt slechts in het rond op een baan zonder einde. Maar er is een tussenstation Limbus, waar men kan uitstappen en een reisdoel kiezen. Dit alles ter lering van de Grote Onthaler ofwel de Verheven Vergaster ofwel De Grote Herbergier ofwel de Genadige Gastheer. Heer Bommel wil geen gastheer, hij volgt altijd zijn eigen levenspad, ook al is dat eenzaam en onbegrepen. Met die gegevens schrijft de conducteur tevreden een kaartje uit.

Bij het krieken van de ochtend komt Tom Poes met een gevuld benzineblik terug bij de Oude Schicht. Hij is te zeer in gedachten om een hefboomlorrie op het spoor waar te nemen. Hij loopt naar het stationsgebouw om zijn vriend te zoeken, waar een briefje naast het loket hem nadere inlichtingen geeft : "Bomel is met trijn gegaan of je wil nakoomen met de sgigt wames wagl sjef". Commissaris Bulle Bas en ambtenaar Dorknoper zijn van overheidswege ook al op onderzoek naar de vreemde illegale spoorbaan. Met hun lorrie hebben ze het stationsgebouw bereikt. Tom Poes spreekt hen aan over de trein. Landbouwer Zwerp blijkt al geklaagd te hebben over wederrechtelijke rails over zijn land. Maar de trein bestaat niet, de rails is verwijderd van overheidswege maar het slopen van het stationsgebouw was te kostbaar. Dorknoper meldt reeds een kadastraal niet bestaande tunnel in de Zwarte Bergen te hebben opgespoord. Wanneer de commissaris Wammes Waggel gaat ondervragen nemen Tom Poes en Dorknoper de lorrie mee de Zwarte Bergen in [2]. Heer Bommel is intussen uitgestapt op het station van Limbus, gelegen onder de Zwarte Bergen. De conducteur blijkt nu zijn reisleider te zijn, die hem achter een deur zijn eenzame weg zonder verplichtingen wijst.

Tom Poes en Dorknoper bewegen hun lorrie met steeds grotere snelheid op de rails voort. Bij het binnengaan van de Zwarte Bergen waarschuwt Tom Poes de achteruit rijdende ambtenaar. Die is echter al kaartlezend te verbaasd dat de rails doorlopen en reageert te laat[3]. Op een omspringende wissel wordt de lorrie in de tunnel op een zijspoor gedirigeerd. Tom Poes is dan al van de lorrie af gesprongen en sluipt vervolgens achter de lorrie aan. Hij ziet Dorknoper met een soort conducteur praten, die vraagt wat hij wil. Dorknoper wil zich op de hoogte stellen en wil dus weten waar het tracé heen gaat en waar de heer Bommel is gebleven. De conducteur schrijft hem hierop een kaartje uit en drukt op een knopje. De reisbestemming is in orde.

Intussen loopt heer Bommel diep terneergeslagen op zijn eenzame weg. Hij heeft zich nog nooit zo alleen gevoeld. Op dat moment duikt ambtenaar eerste klasse Dorknoper op, opgeheven door een hoogwerker, waarop hij heer Bommel duidelijk kan waarnemen en vragen stellen. Uit de verte kan Tom Poes zijn twee stadgenoten vaag zien. Hij bemerkt dat Dorknoper omhoog wordt geheven en dat zijn vriend loopt, doch stil lijkt te staan. De weg moet dus wel bewegen en hij besluit machines te gaan zoeken. Via een ladder daalt hij af in een soort controlekamer. Op goed geluk trekt hij aan een staaf. Bovengronds stopt de eenzame weg van zijn vriend met zijn beweging. De voorthollende heer verdwijnt nu hardlopend uit het gezichtsveld van zijn stadgenoot. Tot dan toe was heer Bommel met moeite gelijk gebleven met Dorknoper en hij dreigde zelfs even in de afgrond achter hem te verdwijnen. Terwijl Tom Poes nadenkt hoe nu verder te handelen, wordt hij door een kolossale bewaker omhoog geslingerd. Hij belandt nu zelf op de voortdraaiende weg van zijn vriend, want de bewaker heeft ondergronds de weg weer in beweging gezet. Ambtenaar Dorknoper adviseert heer Bommel om op het muurtje naast de weg te klimmen, nu de weg weer beweegt. Tot zijn verbazing passeert nu ook de omhoog geworpen Tom Poes op de weg beneden hem. Tom Poes en heer Bommel komen samen na elkaar uit in het station van Limbus. Daar staat de conducteur breed te glimlachen, hoewel hij niets begrijpt van de ontstane situatie. De Hoge Herbergier heeft het lot blijkbaar een andere draai gegeven. Waarschijnlijk omdat vandaag de speciale attractie op het programma staat. En dat is de Strijd tegen de Acht Monsters. Heer Bommel is echter blij dat hij herenigd is met Tom Poes. Bovendien biedt de Kostelijke Onthaler hem voedsel en rust aan. Heer Bommel laat de smaakvolle maaltijd, die omhoog rijst uit de ondergrond, zich goed smaken. Tom Poes eet wel mee maar is zeer wantrouwend. Hij wil naar buiten om te ontsnappen met de hefboomlorrie, maar zijn vriend is diep tevreden in slaap gevallen.

Commissaris Bulle Bas is intussen bezig Wammes Waggel te verhoren. Laatstgenoemde is maar wat trots op zijn trein en de opgepoetste rails. Hij heeft zelfs een lamp om de trein te laten stoppen, maar omdat Bulle Bas niet mee wil met een ambtelijk opgeheven trein, rijdt het voertuig door. Tom Poes heeft ontdekt dat hij opgesloten is in de eetzaal, maar weet met het vaatwerk naar beneden te ontsnappen. Daar wordt hij samen met de vaat nat gespoeld. Hij is getuige van een twistgesprek tussen Dorknoper en de conducteur. De ambtenaar eist vergunningen en bescheiden, maar omdat de Verheven Gastheer ‘taptoe’ heeft geblazen, is het nu tijd om te slapen. De conducteur trekt tot ontzetting van de ambtenaar zijn plastic gezichtsmasker af en hij vertrekt. Hij laat met behulp van gas Dorknoper en Tom Poes bedwelmd achter in het tussenstation Limbus.

Commissaris Bulle Bas is verbijsterd door de waargenomen trein en rijdt 's nachts van Ugelterp naar Rommeldam. De andere ochtend brengt hij burgemeester Dickerdack op de hoogte. Trein door het Ugelmoer, een klagende landbouwer Zwerp, Dorknoper vermist en zo verder. De burgemeester onderbreekt hem verblekend. "Een trein door het Ugelmoer?" De commissaris vertelt verder over een stationschef, Bommel die aldaar met de trein reist, een haarfijn onderzoek en krachtig optreden. De burgemeester stelt dat er beter niet over gepraat kan worden. Er zitten hogere machten achter. Het is een liefhebberijtje van een heel hooggeplaatst iemand. De burgemeester heeft toestemming gegeven. Maar de commissaris wijkt niet. Dorknoper en Bommel zijn verdwenen en zijn die hogere machten wel onschadelijk?

De andere ochtend is Tom Poes als eerste wakker en hij wekt ambtenaar Dorknoper. Zelf gaat hij terug naar heer Bommel en gebruikt samen met hem de uit de diepte oprijzende ochtendpap. Zijn vriend is nu heel tevreden over de bediening en de onthaler en wil hem wel ontmoeten. Tom Poes maakt tegenwerpingen over machines en lichtstralende wolken en bovendien kunnen ze niet weg. Ambtenaar Dorknoper komt in een vinnig gesprek met de conducteur tot de kern van zijn bestaan als ambtenaar. Het bestaan van wettelijke voorschriften brengt hem tot zijn taakopvatting als ambtenaar eerste klasse: "Vrijheid in gebondenheid". Verheugd schrijft de conducteur nu ook voor hem een kaartje uit en wijst hem een deur waarachter het doel te vinden is. Heer Bommel wendt zich vervolgens tot de conducteur en vraagt wanneer hij kan vertrekken met de eerstkomende trein. Die staat in de dienstregeling op twintig over 9, maar de treinenloop is inmiddels verstoord door een dienstdoend ambtenaar. Heer Bommel stelt voor de ambtenarij op haar plaats te wijzen. "Ik ben niet zonder invloed als heer van stand, moet u weten." Uiterst tevreden wijst de conducteur de kasteelheer op de deur waar de ambtenaar zonet is verdwenen.[4] Dit geeft Tom Poes de gelegenheid het kaartjesboek van de conducteur aan een kort onderzoek te onderwerpen. Hij vermoedt een codeboek met een zendertje. Tegen zijn aard in[5]. probeert hij de conducteur met een lege emmer te overmeesteren, maar die heeft hem door en spuit hem plat met een gasbusje onder de woorden: "Ik zie je wel, kattenkwaad, hè?"

Inmiddels gaat Heer Bommel verhaal halen bij ambtenaar Dorknoper, die altijd zijn ontplooiing remt tijdens zijn ontspanning. De ambtenaar heeft net een verdacht fust ontdekt. Maar omdat heer Bommel er langs wil en het fust naar beneden wil kieperen ontstaat er een handgemeen met het fust tussen beide heren in. Uiteindelijk scheurt het fust en worden de twee vechtende met elkaar verbonden door de kleverige lijmvloeistof, die naar buiten stroomt[6]. Heer Bommel met de aan hem verkleefde ambtenaar komen terug aan op het station Limbus. Daar slaat de woedende heer de conducteur buiten westen. Tom Poes is weer bij kennis en wijst zijn belijmde vriend naar de waterkranen. Zelf pakt hij de koptelefoons met gezichtsmasker van de conducteur af en zet hem op zijn eigen hoofd. Dat levert een griezelig plaatje op[7]. De schoongewassen Bommel en Dorknoper verschijnen weer ten tonele. Tom Poes geeft uitleg en ambtenaar Dorknoper suggereert tevens het bestaan van verborgen camera’s. "Wij overwegen de aanschaffing reeds geruime tijd ten departemente." Tom Poes verdwijnt om de lorrie op te gaan halen. Dorknoper filosofeert verder over camera’s en vastleggingen, maar heer Bommel heeft genoeg last gehad van de kleeflijm. Dorknoper vermoedt inmiddels een groot complot op het spoor te zijn, waarvan het doel kan zijn de omverwerping van de overheid. Heer Bommel heeft echter horen giechelen en lieden die omverwerpen lachen niet. Hij hoopt dat Bulle Bas gauw met versterkingen komt zoeken. Heer Bommel bevalt het gadeslaan niet door verborgen camera’s. Dorknoper ziet dat als een bewijs voor een revolutie. "Gadeslaan is de taak van de overheid."

Tom Poes is intussen op zijn zoektocht in een neerdalend netwerk gevangen. Als handige poes weet hij zich echter op een uitstekende scherpe rotspunt aan het omhoog hijsen te onttrekken en ontsnapt. Heer Bommel weet ambtenaar eerste klasse Dorknoper over te halen om hun weg via de rails te vervolgen. Dorknoper werpt eerst nog tegen: "het betreden van de spoorbaan door het publiek is verboden." Heer Bommel heeft wel moeite met het beloeren door camera’s, maar ambtenaar Dorknoper ziet dat als de tijdgeest, waarin hij maar moet wennen [8]. Bovendien voelt hij ervoor de gemeentelorrie op te halen en rapport op te gaan maken. De overuren stijgen boven de CAO uit. Bij het vinden van de lege lorrie vraagt de kasteelheer zich vertwijfeld af waar zijn jonge vriend is. Tom Poes is juist in een onderaardse ruimte met toestellen aangekomen. Daar is hij er getuige van dat de conducteur, Grollius, de mantel wordt uitgeveegd. De Grote Onthaler is ontevreden. Grollius is zijn gezicht verloren en de strijd met de Acht Monsters, die het leven op aarde kenmerken, heeft niet plaatsgevonden. Hij wordt gedegradeerd tot hoeder met de naam ‘Grol’. Op dat moment komt er een nieuwe order van boven. Een van de gasten is verdwenen uit een kapot vangnet en de twee andere zijn ontsnapt per zwengelwagen. Dit is een inbreuk op de gastvrijheid van de Grote Gastheer. Grol krijgt de opdracht Tom Poes te achterhalen, nadat hij zijn muts heeft opgezet. En er zal ook een extra trein worden ingelegd.

Intussen is commissaris Bulle Bas tegen de zin van burgemeester Dickerdack met het volledige politiekorps naar het station Ugelterp getrokken om Dorknoper en heer Ollie te zoeken. Hij eist op hoge toon volledige medewerking van Wammes Waggel. Die vindt het allemaal maar wat enigjes. Onder leiding van brigadier Snuf wordt een trein door een grote groep agenten met een fijn stofkammetje uitgekamd. Alleen conducteur Norrius wordt gevonden. Bulle Bas besluit met het voltallige politiekorps met de trein mee te rijden. Intussen hebben ambtenaar Dorknoper en heer Bommel de gemeentelorrie uit de tunnel weten te zwengelen. Ambtenaar Dorknoper beklaagt zich nog over een gebrek aan ondersteuning door de politie, maar ziet dan een trein op hen afkomen. De trein duwt de lorrie met grote snelheid weer terug de bergen in en omdat het ongeluk gesignaleerd wordt, belandt de lorrie via een versprongen wissel weer terug tegen het stootblok. De twee zwengelaars storten gebroken ter aarde, waar ze worden onderzocht door Tom Poes, die alles heeft zien gebeuren. Ambtenaar Dorknoper vertrekt als eerste lopend terug de tunnel in op zoek naar de trein. Na zijn klachten komt heer Bommel volgens hoeder Grol nu in aanmerking voor de strijd tegen de Acht Monsters. Alle misstanden komen uit het binnenste voort en met de bestrijding ervan doet hij de Verheven Vergaster een groot genoegen. Tom Poes wijst nog met een "Hm" op de Rommeldamse politiemacht op het perron. Hij volgt zijn vriend echter met hoeder Grol, die nog een pil uitreikt om het monster onschadelijk te maken.

De trein is inmiddels gestopt op het ondergrondse station Limbus. Bulle Bas ondervraagt de conducteur, die zegt van de Oriënt Expres te zijn. De Grote Onthaler gaat echter over het vertrek van de trein. De ruzie tussen de twee loopt hoog op, maar gelukkig komt ambtenaar Dorknoper binnenwandelen. Die is ook blij de commissaris aan het werk te zien. Brigadier Snuf doet zijn commissaris inmiddels verslag. De trein is doorzocht en leeg bevonden. Zelfs geen machinist. Op het moment dat ook agent Flappers de trein heeft verlaten, vertrekt de trein met een snerpende fluit van het station. De conducteur legt uit dat agenten de Oriënt Expres niet kunnen tegenhouden, die onderdeel uitmaakt van het Plan. De Grote Onthaler heeft ingegrepen. Ambtenaar eerste klasse Dorknoper suggereert aan de verbijsterde brigadier Snuf een draadloze besturing. En dat duidt op een opstandige beweging. "Machtovernemers houden van bestuur zonder draad." De commissaris weet wat hem te doen staat. Het terrein doorzoeken en vooral achter de deuren. De conducteur schrijft weer tevreden een kaartje uit.

Heer Bommel was intussen in een woestijnachtig landschap aangekomen, vergezeld door hoeder Grol en Tom Poes. Heer Bommel begint te beseffen dat acht monster en maar één pil een probleem is. Tom Poes stelt voor weg te gaan, maar dan meldt het eerste monster zich. Heer Bommel weet in zijn woede twee tentakels uit te schakelen, maar Tom Poes weet beneden het eigenlijke monster te bereiken. Een octopus met acht tentakels, die hij de pil in de bek werpt. Hiermee is het monster verslagen en vliegt heer Bommel uit zijn greep schokkerig omhoog en belandt bovenop commissaris Bulle Bas, die in een doolhof zijn manschappen is kwijtgeraakt. Heer Bommel raakt Bulle Bas weer kwijt maar stuit in de doolhof op Dorknoper. Terwijl de ambtenaar in het duister tast weet heer Bommel waar hij is. In zijn jeugd heeft hij ooit enige tijd in de speeltuin doorgebracht met zijn goede vader. Aldaar had hij zich verveeld in een doolhof, maar deze is groter. Commissaris Bulle Bas geeft intussen de manschappen opdracht te blijven staan. Hij zal als enige lopend zijn manschappen verzamelen. Heer Bommel is tot het besef geraakt dat hij naar boven moet, omhoog in de toren. Ook Tom Poes laat zich omhoog bewegen, hangend aan de rijzende maaltijd. Commissaris Bulle Bas lukt het intussen zijn manschappen en ambtenaar Dorknoper weer te verzamelen. Nadat ze uit de lucht waren voorzien van kaakjes, zitten ze knabbelend uit te rusten van de inspanningen. Uit de toren klinkt klaroengeschal. Tom Poes weet dat dit geluid slapen betekent en probeert nog met instructies de politiemacht daarbeneden schreeuwend uit de doolhof te leiden. Maar de politiemacht, Dorknoper en ook Tom Poes in de toren worden bedwelmd door het slaapgas.

Alleen heer Bommel begaf zich nog naar omhoog in de toren. Hij geraakt op het dakterras waar een gevulde heer roomsoesjes zit te eten. Hij wordt door een hoeder welkom geheten. Heer Bommel stelt zich voor als Olivier B. Bommel. De restauratie is goed, de treinenloop laat te wensen over evenals het personeel. Volgens de Grote Onthaler zijn ze dom en duur, deze Gorromieten. Heer Bommel zegt dat hij iets niet begrijpt, waarop de Grote Onthaler antwoordt dat dit juist het aardige van het Plan is. Hij laat de kasteelheer zijn beeldschermen zien, waarop hij lui onderuit gezakt kan zien wat er beneden gebeurt. Je kunt van boven naar beneden kijken en niet andersom. Desgevraagd antwoordt de Grote Onthaler dat hij als enige de betekenis van het Plan weet, omdat hij zelf het Plan heeft gemaakt. Hij is sjiek [9] Ali en Abel ben Ali Jas, de Onthaler. Omdat hij zoveel olie bezit, bezit hij almacht, omdat het leven beneden van olie afhankelijk is. Almacht is heel vervelend, tenzij men er iets aardigs van weet te maken. "Maar eet u toch iets." Ali heeft zowel almacht als een groot verstand. Hij weet wijs te kunnen worden door ervaring op te doen, maar dat is vermoeiend. Daarom ligt hij onderuit gezakt te kijken hoe anderen ervaring opdoen, want dat is leerzaam. DAT IS HET PLAN. En alles kan, wanneer men olie heeft. Zelf draait hij alleen maar aan de knoppen. Maar morgen komt er een menigte, die wordt losgelaten in een zomp. Zo staat het in het Plan. "Wat zegt u ervan?" Heer Bommel houdt echter volkomen verbijsterd zijn mond.

Wammes Waggel wordt 's avonds uit zijn slaap gewekt door Journalist Argus. Die is langsgekomen, nadat de burgemeester op televisie had verklaard dat er in Ugelterp niets aan de hand was. Wammes Waggel vindt de televisie enigjes maar het gesprek wordt beëindigd door een grote groep Rommeldammers. Als eerste meldt Joost zich voor een kaartje, dat echter alleen in de trein te koop is. De journalist druipt af. Er zit iets achter. Een misdaadsyndicaat of politieke belangen. Hij besluit eerst met de hoofdredactie te gaan praten.

Bij het afgaan van de eerste wekker ziet de machinist van de trein een grote menigte op het perron staan. Ook boven bekijkt de Grote Onthaler met naast hem heer Bommel wat er gaat gebeuren. Hij verdwijnt vervolgens in een draagkoets. Als hij verdwenen is wil heer Bommel Tom Poes opzoeken om een list te verzinnen. Hij vindt het vanaf het dakterras allemaal maar op televisie lijken. Hij daalt de torentrap af en weet met de zakdoek voor de neus zijn bedwelmde vriend omhoog te brengen. Tegen Tom Poes spreekt hij van een gek op het dak, een razende. De wegsnellende Tom Poes weet even later een omhoogkomende conducteur te verpletteren met een groot kussen. Tom Poes wil nu weer naar beneden, met het masker van de conducteur. Heer Bommel wil juist naar boven omdat alles daar gebeurt. Tom Poes besluit dat dit een goede taakverdeling is. Ook heer Bommel beseft dat hij de rol boven van de Grote Onthaler moet overnemen. Zijn eerste actie is het geven van de order dat de trein altijd moet doorrijden en niet meer mag stoppen. Tom Poes denkt beneden nu dat dit fout zal gaan. Hij spioneert verder en luistert het gesprek af tussen mopperende machinisten. Heer Bommel heeft boven op het dakterras met verve de rol van de Grote Onthaler overgenomen. Schermpjes kijken en smakelijk eten. Hij wordt echter door conducteur Belius met een gasspuit verdoofd en slaapt in. Hij ontwaakt tegenover de Grote Onthaler, die hem terechtwijst over zijn op band opgenomen mompelende gedachten. Heer Bommel staat op het punt in de onderwereld te worden gestort, maar eerst moet de vaat worden afgeruimd en moeten ze samen het beeldscherm gaan bekijken. Want op station Limbus komt de trein met Rommeldammers aan. De conducteur verwijst de Rommeldammers door want het is de Dag van het Moeras. Ook bediende Joost wordt te verstaan gegeven dat een heer in ruitjesjas niet zoek kan raken, omdat alles verloopt volgens het Plan. Tom Poes beluistert intussen in de machinekamer een order om de muurtjes weg te halen en het moeras omhoog te brengen.

Buiten ontwaakt ambtenaar Dorknoper en de complete politiemacht van Rommeldam. De muurtjes zijn aan het verdwijnen, maar nu doemt een menigte op in de verte. Volgens brigadier Snuf is er een trein aangekomen. Van commissaris Bulle Bas moet de menigte terug naar het perron. Op het dakterras geeft de Grote Onthaler geamuseerd uitleg aan heer Bommel. De politie wil de orde bewaren maar rekent niet op ingrijpen van boven. Het moeras begint omhoog te komen. Bediende Joost constateerde al natte voeten. Maar hij krijgt van de passerende ambtenaar Dorknoper het bericht dat zijn werkgever nog op deze plaats is gesignaleerd, die toen een doolhof was in plaats van een moeras. De conducteur legt intussen uit aan de menigte dat er vluchtheuveltjes zijn voor de eenlingen die zich van de massa willen afzonderen. De Grote Onthaler vindt het van bovenaf bezien erg leerzaam. Lieden op vluchtheuvels mogen morgen hun eigen deur kiezen. Heer Bommel spoort hij voor de zoveelste keer aan iets te eten. Zelf gaat hij ondersteund door Goromieten van het torendak naar de brug, waar het uitzicht beter is. Heer Bommel beseft dat zijn kans gekomen is. Aan Tom Poes vertelt hij dat hij gaat drukken.

Onder het nuttigen van een versnapering, een gevulde oelewoeler, beukt heer Bommel met beide handen op het knoppenpaneel. Beneden hoort Tom Poes de instructie van boven en weet aan de twee op elkaar botsende bewakers te ontglippen. Hij drukt alle knoppen beneden in, omdat dat de meeste rommel zal maken. Boven op de brug staat De Grote Onthaler naar beneden te kijken. Van beneden naar boven kon niet, zolang de aan de onderkant verlichte wolken aanwezig waren. Maar plotseling dooft het kunstlicht en steekt er een sterke wind op die de nevels wegvoert. Hij kan zien dat de ijverige politiemacht druk bezig is de menigte naar het perron te voeren. Bediende Joost vindt daarom ook geen luisterend oor bij de commissaris. Maar Joost is opgevallen dat de modder minder wordt en het zicht opklaart. Ten slotte kan iedereen BENEDEN De Grote Onthaler BOVEN waarnemen. De Verheven Vergaster beseft dat dit zijn einde is; men heeft hem gezien. Hij geeft opdracht opperhoeder Gabius bericht te sturen. Er is beneden geen Plan meer maar slechts chaos. Voor hem rest slechts plan Z. Heer Bommel ziet, genietend van een broosflap met room, een luchtschip passeren. De zeppelin koerst af op de Grote Onthaler. Heer Bommel loopt streng sprekend op hem af. Hij begrijpt dat slechts de vlucht rest, nu men beneden hem gezien heeft. Zijn gastheer geeft er echter een andere draai aan: "Vluchten, nee de diepere zin is er af. Wanneer men de achtergronden van de Hoge Herbergier kent, is hij niet langer almachtig. En dan is deze hele schepping niet langer leerzaam en onderhoudend". Heer Bommel vraagt nog wat hij nu verder gaat doen. Dat is lastig want hij moet iets nieuws verzinnen tegen de verveling. Het leven voor iemand die alles heeft is heel moeilijk. Hij wenst heer Bommel geluk en vraagt hem nog wat te eten.

Beneden leidt Bulle Bas streng zijn stadsgenoten de trein in, want er is een luchtschip dat hij niet in de hand heeft. Tom Poes ziet dat de opperhoeder Gabius zijn Gorromieten door een lange gang naar een onbekende bestemming voert. Op het station heeft brigadier Snuf de draadloze besturing uit de trein gegooid. Agenten Flappers en Van Hupschoten spelen graag voor machinist, zodat de commissaris opdracht kan geven te vertrekken van station Limbus. Heer Bommel en Tom Poes zijn allebei net te laat om mee te rijden. Bij aankomst op station Ugelterp is Wammes Waggel eerst erg enthousiast over de volle trein. Nadat de passagiers op onordentelijke wijze het station hebben verlaten, deelt ambtenaar Dorknoper al schrijvend mede dat de lijn van overheidswege wordt opgeheven en verwijderd. Als laatste melden heer Bommel en Tom Poes zich bij de stationschef van Ugelterp. Tom Poes heeft zeer slim aan de hefboomlorrie gedacht[10]. Wammes Waggel klaagt nu over zijn misgelopen en beloofde taarten. Heer Bommel neemt zijn klachten over en beschimpt de Grote Onthaler. Die werpt als afscheid taarten aan een parachute, die tot genoegen van Wammes heer Ollie treffen. Wammes is dik tevreden met de slagroomversnaperingen en Tom Poes eet verlekkerd de meegeleverde koekjes. Nadat ze afscheid hebben genomen van de stationschef, treffen ze bediende Joost aan bij de Oude Schicht. De bediende neemt achterop plaats in de bagageruimte, Tom Poes vult de benzine bij en heer Ollie kan gas geven. Spoedig passeerde de Oude Schicht het huis van de burgemeester. Daar is de zeppelin in de tuin geland. De Grote Onthaler spreekt de burgemeester bestraffend toe. Het vergeten stukje natuur werd onveilig gemaakt door een aantal gestoorden. De burgemeester belooft nog zijn ambtenaren beter in de hand te houden, maar het luchtschip vertrekt. Intussen melden commissaris Bulle Bas en ambtenaar eerste klasse Dorknoper zich in dezelfde tuin. De commissaris herkent het luchtschip en Dorknoper vermoedt dat er rechten aan vreemdelingen zijn weggegeven zonder instemming van de gemeenteraad. Hierop nodigt de burgemeester de beide heren binnenshuis uit voor een besloten uitleg. Achter in de Oude Schicht merkt Joost op dat er zwaar weer op komst is. Ze zijn gelukkig net op tijd voor de bui terug in het kasteel Bommelstein, waar hij op zijn gemak een eenvoudige doch voedzame maaltijd zal maken.

Ingevoegde aflevering 8840a

[11] Door het slechte weer dat Joost al zag aankomen, wordt de zeppelin vanuit het zuidoosten weer teruggevoerd naar de Zwarte Bergen. Door het raam van zijn luchtschip ziet Ben Ali Jas de bliksem in de toren slaan, waar hij de laatste tijd gehuisvest was. Hij had deze brandende toren niet voorzien in zijn Plan. Gelukkig heeft hij al zijn waardepapieren uit de toren meegenomen, want deze brand zou ook zijn oliepapieren hebben getroffen.

Slotmaaltijd aflevering 8841

Binnen kasteel Bommelstein constateert Joost dat ze net voor de bui binnen zijn. De voorgestelde kookkunsten van Joost zijn deze keer aan zijn werkgever niet besteed. De geboden gastvrijheid ligt hem nog zwaar op de maag. Tom Poes eet echter smakelijk van opgewarmde kliekjes. De kasteelheer houdt het op bruispoeder. Heer Bommel zag het luchtschip verdwijnen in de richting van het Midden-Oosten. En volgens zijn goede vader komen daar het slechte weer en de wijsheid vandaan, maar hij vergat de olie.

Voetnoot

  1. Circa 70 km ten oosten van Rommeldam. Niet te verwarren met het plaatsje in het Donkere Bomen Bos met dezelfde naam, 5km ten zuiden van Rommeldam.
  2. Tom Poes had zich aangeboden als noodzakelijke tweede zwengelaar bij ambtenaar Dorknoper. Het bijbehorende plaatje is weer een prachtige illustratie van de meerwaarde van de combinatie van tekst en tekening.
  3. Wegens de hoge kosten van een tunnel gingen de rails op zijn kaart om de berg heen.
  4. Hij hoeft niet eens een kaartje uit te schrijven!
  5. Tom Poes draait het spreekwoord om: "Wie niet slim is moet sterk zijn".
  6. Door de nevels heen is een hoog lachje hoorbaar.
  7. strip 8772
  8. Dorknoper doet deze uitspraak eind 1976!
  9. Marten Toonder schrijft sjiek en niet het vaak geciteerde sjeik
  10. Tom Poes zit uitgeput op de grond, het lengteverschil met zijn vriend is dan ook wel erg groot.
  11. Bij herpublicatie in de Volledige Werken voegde in 1997 Marten Toonder persoonlijk twintig jaar later nog een extra voorlaatste aflevering toe.

Hoorspel

Voorganger:
De grijze kunsten
Bommelsaga
6 januari 1977 - 21 mei 1977
Opvolger:
De gekikkerde vorst