De Hopsa's

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de Hopsa's (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De Hopsa's) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 22 augustus 1974 en liep tot 20 november van dat jaar.[1][2] Thema: De slag om het paradijs.

Het verhaal

Heer Ollie en Tom Poes zijn op vakantie naar het oosten in De Zwarte Bergen beland. Heer Bommel wilde naar het zonnige zuiden en nu worden ze geteisterd door regen en bovendien raakt de Oude Schicht te water,[3] waardoor de meegebrachte picknickwaren oneetbaar zijn geworden. Wanneer heer Ollie de mand van zich afwerpt raakt hij de zwerver Zadkiel, die de etenswaren maar al te graag tot zich neemt en de twee vrienden, via zijn toegangskuil, een dal in wijst waar altijd de zon schijnt en waar de Hopsa's[4] wonen , wier levensmotto is 'eten, drinken en vrolijk zijn'. Dit wordt veroorzaakt door het lokale rivierwater, dat een bijzondere samenstelling heeft.

Het bevalt heer Ollie hier zo goed dat hij zijn geluk wil delen met zijn vrienden van de Kleine Club, maar wanneer hij burgemeester Dickerdack opbelt[5] blijkt die net bezoek te hebben van secretaris-generaal Steenbreek van de Oliehandelsmaatschappij en die raakt geïnteresseerd in het gebied. De genietende heer is onaangenaam verrast door de komst van dezelfde Steenbreek, maar die verlaat het dal na het nemen van een monster dat hij door professor Prlwytzkofsky gaat laten onderzoeken. Enige dagen later komt Steenbreek terug met zijn baas AWS, president van de Oliehandelmaatschappij, en beveiliger Gor. Nadat beveiliger Gor abusievelijk heer Bommel heeft neergeslagen, schakelt Tom Poes vanuit een boom Gor uit met een dode maar zware tak. Heer Bommel slaat Steenbreek en AWS buiten westen.[6] Het drietal wordt gebonden met klimplanten en zo omhoog de kuil uit gewerkt. Zwerver Zadkiel helpt onder protest mee. "Door het zwoegen van de armen gaan de rijken omhoog." Tom Poes heeft er inmiddels een hard hoofd in gekregen. Hij denkt onder zijn bekende "Hm" dat dit land niet kan blijven bestaan, vooral nu zijn vriend er de buitenwereld bij heeft gehaald.

Terug in Rommeldam eist heer Steenbreek een ontginningsvergunning voor het gebied van burgemeester Dickerdack. Bij weigering zou de olielevering aan de stad ernstig gevaar lopen.[7] De volgende morgen rijden commissaris Bulle Bas en ambtenaar Dorknoper naar het gebied in een politiejeep. Dorknoper uit onderweg zijn kadastrale bezwaren. Bulle Bas waarschuwt zoals gebruikelijk de kasteelheer, maar de stemming slaat om na het drinken van het water. Heer Bommel en Bulle Bas gaan naast elkaar onder een kastanje liggen. Tom Poes en de ambtenaar gaan op zoek naar de bron, hetgeen van belang is voor de kadastrale indeling. Het gebied staat nog niet op de kaart. In de bron treffen ze zwemmende Hopsa's aan, die zeggen daar te moeten zwemmen. Tegen de avond nemen de twee ambtenaren verkwikt afscheid.

De volgende ochtend filosofeert heer Bommel over de komst van zijn buurvrouw. Tom Poes maakt hem opmerkzaam op de afwezigheid van de Hopsa's. Die zijn bij de bron die met een plastic slang wordt leeggezogen in een tankwagen, welke hoog boven op de rotsen blijkt te staan. Ondanks protesten van de Hopsa's springt heer Bommel in de bron en maakt persoonlijk een eind aan het opzuigen. De technici Hoos en Zogslijper van de oliemaatschappij besluiten na de waargenomen sabotage door een dikke in ruitjesjas, weg te rijden. Tom Poes raadt zijn gekwetste vriend aan wat water te drinken om vrolijk te worden. Het water is echter gewoon water geworden. Alle Hopsa's worden opgetrommeld om in de bron te gaan baden. Heer Bommel besluit om de Oude Schicht[8] op te gaan halen en naar de stad te rijden.

Op het gemeentehuis klaagt Steenbreek bij de burgemeester dat het Hopsa-water gewoon water is geworden. Hij verdenkt OBB. Heer Bommel ontkent knoeien. Hij is er slechts ingesprongen om de slang eruit te trekken.[9] AWS ondervraagt zijn secretaris Steenbreek scherp. Hij krijgt te horen dat het water goed was toen Steenbreek er bij zijn eerste bezoek van dronk. Hij geeft opdracht de ordedienst in te schakelen

Heer Ollie komt in een café de opgetogen commissaris Bulle Bas en ambtenaar eerste klasse Dorknoper tegen, maar raakt ongelukkigerwijs ook in contact met Super en Hieper die hem het geheim van de vallei ontfutselen middels een teveel aan alcohol. Ze gaan busreizen organiseren. De aan de tap zittende journalist Argus wordt door Hiep Hieper ingeschakeld om wat reclame in de krant te maken. Tom Poes komt zijn dronken vriend tegen terwijl hij met professor Prlwytzkofsky staat te praten. Hij deponeert hem in de Oude Schicht en stuurt zelf de auto naar het kasteel Bommelstein. De volgende ochtend is Tom Poes nog steeds op het kasteel en hoort heer Bommel uit de ochtendkrant voorlezen over Superreizen naar de Hopsa-vallei.

Zonnedagen in de herfst. Gratis eten, drinken en vrolijk zijn. Joost wil er graag meer van weten, maar heer Bommel en Tom Poes springen in de Oude Schicht om poolshoogte te nemen. De toegevende houding van heer Bommel slaat om als hij in de vallei de toeristen van Super Travels aanschouwt: afval en vernielingen in de natuur. De meute loopt over de protesterende kasteelheer heen. Hiep Hieper geeft de geplaagde Bommel een muntstuk als tipgeld. Heer Bommel voelt zich beledigd. Hij heeft een fooi gekregen! Tom Poes vindt dat hij het muntstuk eerlijk heeft verdiend als tipgever. Terug in Rommeldam komt heer Bommel in het café te weten dat Super nu ook wil gaan jagen op de Hopsa's met windbuksen. De protesterende kasteelheer wordt hardhandig naar buiten getrapt. Hoewel commissaris Bulle Bas hem deze keer goed gezind is, kan de politie niets doen; de vallei valt buiten haar jurisdictie. In zijn wanhoop wendt heer Bommel zich tot heer Steenbreek. Die bericht dat het gebied inmiddels valt onder de Olieordedienst. Super Travels is niet langer welkom.

Tom Poes en professor Prlwytzkofsky wisselen kennis uit over de vallei en het water. De door de professor gevonden 'dierlijke afscheiding' in het water wordt door Tom Poes geduid als zwemmende Hopsa's. De geleerde gaat zijn rapport aan de opdrachtgever opmaken. Tom Poes rijdt met heer Bommel terug naar de vallei. Hij veroorlooft zich een "Hm" op de mededeling dat zijn vriend heeft aangedrongen op de inschakeling van de Olieordedienst. Er ontstaat een discussie tussen de twee vrienden. Heer Bommel zijn goede vader zei altijd: "Orde moet er zijn."[10] In de vallei is eerst alles weer als vanouds. Dan meldt heer Steenbreek zich met de Olieordedienst onder leiding van hopman Knoeper en wachtmeester Oplaweit. Tom Poes tracht heer Steenbreek op de hoogte brengen van het nut van de hopsa's, maar wordt weggejaagd. Tegelijkertijd belast de professor zijn assistent Alexander Pieps met het posten van zijn rapport aan zijn opdrachtgever.

Commissaris Bulle Bas heeft toch een zwak plekje in zijn hart voor de vallei opgebouwd. Hij rijdt met zijn politiejeep achter een bus van Super Travels aan. Jachtgeweren en papieren zou hij kunnen gaan controleren. Hij pikt vlak voor de vallei Tom Poes op en samen zien ze de uiteengeslagen toeristen door de Olieordedienst. Bulle Bas houdt het op ordeverstoring. Super en Hieper rijden weg met hun autobus met achterlating van de toeristen. Politie en ordedienst werden hun te veel. Intussen vragen Bulle Bas en Tom Poes zich af wat de juridische status van de Olieordedienst is. In de vallei wordt heer Bommel opgepakt door wachtmeester Oplaweit. Hij ontsnapt en verbergt zich tussen de rotsen. De hopsa's worden in zakken gevangen en afgevoerd. Bulle Bas dwingt intussen secretaris Steenbreek zijn hoofdkwartier te bellen, omdat de gemeente Rommeldam immers geen zeggenschap heeft.

In het hoofdkwartier wil AWS tegelijkertijd onmiddellijk knoeier[11] Steenbreek aan de telefoon. AWS heeft het rapport van de professor tot zich genomen. Hij draagt telefonisch op aan Steenbreek om alle verantwoordelijkheid op zich te nemen. AWS weet van niets. AWS vreest buitenlandse mogelijkheden die de oliekraan dicht kunnen draaien.

Heer Bommel ziet de ordedienst vertrekken. Hij denkt dat alles voorbij is, maar weet onderweg nog wel de Hopsa's uit hun zakken te bevrijden.[12] Heer Bommel vertrekt uit de vallei via de kuil en komt oog in oog met de secretaris en de hopman, die juist overleg pleegden over het nemen van gijzelaars om hun positie te versterken. Echter, de orders van AWS waren heel duidelijk: "Weg wezen!". Heer Bommel is bang van het tweetal en laat zijn pijp vallen op vaten buskruit in de toegangskuil, die de ordedienst daar had achtergelaten. Heer Steenbreek beseft dat hij verslagen is door de orders van AWS en het ragfijne spel van OBB, die terloops de toegang tot de vallei opblaast.

Bulle Bas en Tom Poes kijken van een afstand toe en zien twee pantserwagens zuidwaarts rijden te midden van ontploffingen. Ze denken dat de ordedienst de toegang heeft opgeblazen. De geslagen figuur van heer Bommel komt tevoorschijn. Hij brabbelt woorden in plaats van te praten.

Op het kasteel moppert Joost over zijn van vakantie terugkerende werkgever. Deze vakantiereis werd hem ontzegd. Hij is van plan zijn mening duidelijk te ventileren maar bedenkt zich als hij de toestand van de geslagen heer ziet. Hij moet door commissaris Bulle Bas de auto worden uitgeholpen en via de bordestrapjes het kasteel worden binnengeleid. Na een warm bad, een schone jas en een aspirientje, kan heer Bommel plaatsnemen aan tafel met zijn arm in een draagdoek. Op het afsluitend maal met Tom Poes en de commissaris komt heer Bommel tot de slotsom dat het land van eten, drinken en vrolijk zijn beschermd moest worden. Daarom heeft hij de toegang vernietigd hoewel het niet eens op de kaart stond. De commissaris vindt het knap werk. Maar Tom Poes is er nog niet gerust op en zegt: "Hm". "Er zijn nog steeds lieden die weten waar het ligt."

De Oliehandelmaatschappij had echter geen belang meer en zwerver Zwadkiel vond het genoeg om naar de afgesloten plaats te kijken in de regen. "Ik kan daar niet meer komen. Maar het is goed af en toe eens te kijken naar een plek, waar het altijd zomer is."

Voetnoot

  1. Van 24 juli tot 22 augustus verscheen er geen strip.
  2. http://www.delpher.nl/kranten 73 strips in de Amigoe di Curacao http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010461190:mpeg21:a0076
  3. Heer Bommel zette bergafwaarts de auto in zijn vrij
  4. Vrolijke dwergjes met ongeveer de helft van het formaat van Tom Poes.
  5. Er is een telefooncel buiten de kuil. Een half uur lopen en ongeveer 90km ten oosten van Rommeldam.
  6. Dit is een van de weinige fysieke overwinningen zonder hulpmiddelen van de kasteelheer. Hij verslaat als 'Beer' een 'hond' en een kikker. Tom Poes pakt met een list de gorilla aan.
  7. Het oliewapen wordt ook hier ingezet. We schrijven 1974, een jaar na de oliecrisis van 1973.
  8. De auto was keurig hersteld na een telefoontje van heer Bommel.
  9. Burgemeester Dickerdack vindt het een vies idee. Hij heeft water gedronken uit een bron waarin Bommel heeft gebaad.
  10. Ordnung muss sein.
  11. AWS: "Waar betaal ik hem eigenlijk voor?"
  12. In het plan van secretaris Steenbreek gingen ze naar de dierentuin.

Hoorspel

Voorganger:
De doorluchtigheid
Bommelsaga
22 augustus 1974 - 20 november 1974
Opvolger:
Het spook van Bommelstein