De Kon Gruwer

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en Kon Gruwer (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De Kon Gruwer of Het Kon Gruwer[1]) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 9 augustus 1971 liep tot 2 november van dat jaar.[2] Het thema is: Papa Bommel.

Het verhaal

Heer Bommel wordt op een zomernacht wakker gebeld door ene Kon Gruwer van het Krochthol, die op sterven zegt te liggen en naar meneer Schoffel vraagt. Er zijn aan de andere kant van de lijn zorgen over de kleintjes: “Wie moet ze leren praten?” De kasteelheer is geraakt door het telefoongesprek. Maar noch het telefoonboek, noch de huisarts, noch de telefooncentrale bieden soelaas. De bezorgde bediende Joost krijgt te horen dat het om een zaak van leven of dood gaat. De andere ochtend houdt de langs wandelende Tom Poes het op een droom. Ook hij heeft nog nooit van Krochthol gehoord. De kaarten komen anders te liggen door informatie van de eveneens passerende ambtenaar eerste klasse Dorknoper. Hij kent het als een verlaten gemeentelijke mijn aan de voet van de bergen.[3] In de bibliotheek van het kasteel zoekt Tom Poes Krochthol op de kaart van de Zwarte Bergen op. De Oude Schicht wordt geladen met proviand en de tocht van circa 60 kilometer naar het oosten kan beginnen.

De verlaten mijngang is makkelijk te vinden. Tijdens het verkennen vindt Tom Poes een mijnlampje, dat hij aan kan steken. Terwijl heer Bommel moppert over personeelsgebrek en volle hospitalen, belanden ze samen per ongeluk op een achtergelaten mijnkarretje, dat met grote snelheid naar beneden rijdt en tegen een stootblok tot stilstand komt. Na van de schrik bekomen te zijn zien ze ook een telefoontoestel aan de muur hangen. Tot ergernis van heer Bommel meent Tom Poes dat het verhaal van zijn vriend over een verkeerd verbonden telefoongesprek nu pas geloofwaardig wordt. Na geroep in de verlaten mijn door heer Bommel, meldt zich een mol met een mijnlamp die vraagt wie er komt donderjagen? Hij woont niet in de mijn maar een van zijn gangen komt er toevallig in uit. Hij blijkt Joris Schoffel te zijn. Hij is bovendien boos dat ‘dat kongruwer‘ heeft gebeld. Joris had er nooit tegen moeten gaan praten. Kindertjes zouden zich kunnen bevinden aan het eind van een andere gang, waarbij hij een onaangenaam sissend geluid maakt. Tom Poes vindt hem een heel onplezierig iemand en vraagt zich af waarom hij sprak over ‘het’? De twee vrienden lopen de aangewezen mijngang in, die steeds smaller wordt. Alleen Tom Poes kan door het laatste gedeelte de grote achterliggende grot in kruipen. Zijn vriend kan alleen zijn hoofd erdoor steken en hard roepen om “Kon Gruwer”. Wederom komt Joris Schoffel nu in de grot aansloffen. Die deelt mee dat het kongruwer er niet meer is. Het bezoek is te laat. Maar kleintjes liggen er wel. Een vijftal flinke pakken waarvan Tom Poes er met moeite één op zijn rug neemt. Tom Poes zegt daarbij: “Hm. Misschien zijn het eieren.” Heer Bommel biedt nu aan voor te gaan met de mijnlamp. Dat ontlokt een tweede “Hm”. Heer Bommel spreekt over een grote verantwoordelijkheid, wat een derde “Hm” bij zijn omhoog sjouwende vriend ontlokt.

Op het kasteel is dankzij Joost dokter Baboen al aanwezig. Die meent dat het geconstateerde leven nauwelijks valt onder de artsenijkunde. Hij zal de volgende dag een fenomenoloog langs sturen. Heer Bommel slaapt die nacht met het pakje uit de mijn aan zijn voeteneinde. Vlak na middernacht constateert hij lawaai en ziet het pakje openbreken. “Helemaal kapot. Hoe vreselijk voor een heer in mijn positie. Het ding is bezig uit te komen, en ik sta overal alleen voor. Een bevalling heb ik nog nooit meegemaakt. Geen wieg, geen luiers, geen rammelaar…Wat moet ik doen?”

In het pakje, beschenen door het maanlicht, zijn twee oogjes zichtbaar, die hem aanstaren.[4] Het “Grote gruwel” van de kasteelheer wordt door de oogjes beantwoordt. Heer Bommel beticht de kongruwer van na-apen. Hij wordt boos waardoor de kongruwer tot een plat pakje vloeistof verwordt en onder een kast verdwijnt. Bediende Joost komt poolshoogte nemen en verdwijnt weer met het idee van een passerende boze droom. De kongruwer komt onder de kast vandaan en vraagt of hij een gruwel is? Heer Bommel vindt het niet gewoon, waarop het wezentje zegt graag gewoon te willen zijn. De kasteelheer belooft hem dat de volgende dag te zullen gaan onderwijzen.

De volgende ochtend maakt de kongruwer heer Bommel al vroeg wakker. Tijdens de ochtendpap is heer Bommel in staat de vormloze kongruwer met 2 oogjes om te vormen tot een klein kloontje van hem zelf. Met ruitjesjas en het relatief grote hoofd dat bij een jonge leeftijd hoort. Als Joost binnenkomt, stelt heer Bommel het ventje voor als “Kon Gru…. Kon, Konstantijn.” Heer Bommel legt uit dan Konstantijn [5] de afgelopen nacht uit zijn ei is gekropen. Joost is vol verwondering dat Konstantijn nu al praat. Volgens Heer Bommel is opvoeding belangrijker dan erfelijkheid of familiebanden. “Men zou kunnen zeggen dat ik zijn vader ben. Zijn geestelijke vader, als je begrijpt wat ik bedoel.”

Joost vindt het geen zuivere koffie en is blij dat de dokter eraan komt. Dat blijkt echter professor Prlwytzkofsky te zijn. Bij het bekijken door een vergrootglas wordt het oog van Konstantijn ook echt groter. De hoogleraar gaat vervolgens het wezentje doorlichten met een mobiel Röntgenapparaat, dat door kortsluiting in rook opgaat. Vlak daarvoor had de hoogleraar nog opgemerkt: “Der Runzl-fenomeen! Dit kan ja niet werkelijk existeren!” Het wezentje werd van schrik weer een weke bal, maar een opbeurend woord van de kasteelheer brengt de vorm in Konstantijn weer terug. De professor noteerde achtereenvolgens: morfografisch amorf, niet kristallijn, kan deswege niet existeren. Buitenordentelijk accommodatievermogen. Hij wil Konstantijn meenemen naar zijn laboratorium maar de kasteelheer wil daar niets van weten. Zijn geklaag over broertjes en zusjes brengt de professor op het idee met de bevoegde instanties contact op te gaan nemen. Hij breekt in midden in een overleg tussen burgemeester Dickerdack en ambtenaar eerste klasse Dorknoper. Laatstgenoemde kan hem helpen aan de naam van de grot met eieren: “Krochthol”, een oude mijn en ook nog gemeente-eigendom.

Heer Bommel gaat verder met de opvoeding van Konstantijn. Hij komt Doddeltje[6] tegen, die het ventje voor een neefje houdt, omdat hij sprekend op haar buurman lijkt. Heer Bommel vindt het eigenlijk meer een zoontje. Hij was er bij toen het schaap uit zijn ei kwam en hij overweegt het aan te nemen als erfgenaam. Hij is bezig een heer van hem te maken. Anne Marie Doddel wenst nu te weten wie de moeder dan wel is. Heer Bommel vindt de vraag grappig, omdat Tom Poes dat ook al vroeg. Het was een zekere Kon Gruwer. “Maar dat kan ook de vader zijn geweest, als u begrijpt wat ik bedoel! Het lijkt me beter het verleden maar te laten rusten!” De buurvrouw vindt dat ook beter. Haar buurman vertelt nog dat het ventje Konstantijn O. Bommel heet. Doddeltje vertrekt, maar Tom Poes komt. Laatstgenoemde is ook heel verbaasd over de pratende mini-Bommel. Heer Bommel praat hem bij over de laatste ontwikkelingen en noemt Konstantijn leergierig met telepratische [7] gaven. Het is alleen jammer dat hij geen eten lust. Hij snuift inderdaad slechts de geur van uiensoep op, die daarbij de smaak verliest. Dit tot wanhoop van bediende Joost. Tom Poes constateert dat Konstantijn zich voedt met smaak en geur. Heer Bommel meent dat hij die eigenschap niet van hem heeft. Tom Poes weet dat hij anders is! Joost vindt verongelijkt dat het kereltje streken heeft maar Tom Poes vindt dat hij het verkeerd ziet. Dat kereltje ziet er gewoon uit, maar is het niet. Ook de bloemen in de kasteeltuin lijden onder het geur opsnuiven door Konstantijn. De burgemeester komt aanlopen om het ‘morfdier’ te bekijken maar ziet slechts een aardig zoontje van heer Bommel. Van een grot wil de kasteelheer niets weten, waarop de magistraat het dan maar houdt op een duister puntje in het verleden van heer Bommel. Tom Poes heeft meegeluisterd en vindt het jokken door zijn vriend niet mooi.

Konstantijn vertelt aan Tom Poes dat hij zijn best doet gewoon te zijn. Tom Poes zegt: “Hm. Je moet zo gauw mogelijk proberen jezelf te vinden.” Konstantijn trekt daarop in zijn eentje verder. Het is prettiger bij papa Bommel. Als hij doet wat zijn papa zegt, vindt iedereen hem aardig. Maar hij denkt toch dat hij eigenlijk anders is. Dwerg Kwetal ziet het ventje passeren en weet het meteen. Jij bent een vormtrekker, je stuwing is getoerd, zodat je op reus Bommel lijkt, maar je denkraam is gemispeld! Kwetal waarschuwt Tom Poes: “Een leeg iets, dat nog ingevuld moet worden. Dat hoort hier niet!” Hij bindt enigszins in als Tom Poes hem vertelt dat Heer Bommel er zich mee bezighoudt.

Intussen snuift Konstantijn de dampen en geuren op van het stadslaboratorium. De professor wrijft zich in de handen en neemt met een injectiespuit een monster uit het lichaam. Tijdens de prik verliest Konstantijn tijdelijk de controle over zijn Bommel-lichaam. Het resultaat maakt de professor juichend. Het amorfe lichaam begint kristallen te vormen. Een nieuwe levensfase komt eraan. Tom Poes geeft de professor desgevraagd zijn originele naam: “Kon Gruwer”. De hoogleraar begrijpt de naam, die komt van congrueren. Men probeert zich aan te passen aan de omgeving. De autoriteiten moeten nu toestaan het Krochthol open te laten leggen. Konstantijn trekt aan Tom Poes en samen lopen ze naar kasteel Bommelstein.

Op het kasteel is Heer Bommel blij dat Konstantijn terug is. Dat Tom Poes hem Kon Gruwer noemt en de waarschuwingen van Kwetal en de professor wil bespreken wordt afgehouden. Zij hebben niets met Konstantijn te maken. Tom Poes ziet moeilijkheden. Hij moet terug naar zijn grot!

De andere ochtend zitten Heer Ollie en Konstantijn boven op een toren van het kasteel. Ambtenaar Dorknoper komt naar boven geklauterd en vraagt naar de gegevens van Kon Gruwer. Zijn geboorteplaats, geboortedatum, geloof, opleiding, schoenmaat en denkrichting. Hij vindt het kereltje alleraardigst en is tegen overbrenging naar een laboratorium. “Kinderen kunnen toch niet aan wetenschappelijke proeven worden blootgesteld?” Konstantijn verdwijnt richting trap, Dorknoper loopt hem achterna en glijdt uit over een snelgevormde bal. Hij komt meters lager gekwetst op de grond aan, voor de voeten van Joost. Laatstgenoemde praat Tom Poes bij. Er is iets vreemds aan dat ventje. Dat weet hij vanaf het begin.

Dorknoper beklaagt zich nu toch bij een weifelende burgemeester. Joost beklaagt zich bij zijn werkgever. Die geeft Joost opdracht te gaan voetballen en ravotten met Konstantijn. De burgemeester stuurt commissaris Bulle Bas langs het kasteel om hem nader rapport uit te brengen. Die ziet Joost en Konstantijn voetballen. Maar omdat Joost Konstantijn in het doel heeft opgesteld en omdat hij de bal meters te hoog trapt, ziet Bulle Bas de armen van Konstantijn ook meters de lucht in gaan. Bulle Bas weet genoeg. Het zoontje heeft lange vingers en vertelt dat aan heer Bommel.

Heer Bommel gaat vervolgens nadenken in de natuur. Hij vraagt zich net als zijn jonge vriend af onder zijn stopwoordje “Hm”, of hij het ventje bij zich moet houden? Kwetal waarschuwt hem in dezelfde bewoordingen. Konstantijn klimt gelijktijdig langs de regenpijp het kasteel uit. Hij heeft honger en als hij wil weten hoe hij zelf is moet hij groot en sterk worden. De lucht van de industrieën in Rommeldam lokt hem aan. Kwetal geeft de kasteelheer nog meer informatie over vormtrekkers. Er zijn rondgaande en opvliegende. “Soms vertrekt er één achter het blauw. Heer Bommel weet nu dat hij overal alleen voor staat.

Bij zijn kasteel ziet hij een groot monster. Het is Konstantijn, die zichzelf wil zijn. Hij wil een eind aan de oude muren maken. Bij het zien van Heer Bommel klimt hij toch maar via de regenpijp weer omhoog. De kasteelheer ziet een monster in het bedje van Konstantijn, die zegt niet gewoon te zijn en voortaan zichzelf te willen zijn. De andere ochtend laat Joost commissaris Bulle Bas de vernieling aan een muur van het kasteel zien. Konstantijntje vertoont zich naast Heer Bommel. Maar hij is erg gegroeid en nu 3x zo groot als zijn beschermer. Joost overweegt zijn ontslag. Bulle Bas krijgt te horen dat Konstantijn is gegroeid. Heer Bommel probeert Konstantijn zijn figuur te laten aanpassen, maar het wordt alleen maar schokkender om aan te zien. Doctorandus Zielknijper komt langslopen en geniet van het in de uiterlijke vorm van Konstantijn zich afspelend conflict. “Een typisch geval van vaderbindingen.” Hij wordt door Konstantijn ruw weggeworpen. Heer Bommel wordt het allemaal te veel. Gelukkig komt zijn jonge vriend langs, die bereid is hem terug te brengen naar zijn eigen omgeving. Hij krijgt de zegen van vader Bommel, die alleen maar het beste voor het ventje wil. Tom Poes belooft Konstantijn dat hij zijn broertjes en zusjes zal zien in het Krochthol.

Burgemeester Dickerdack wordt klem gepraat door professor Prlwytzkofsky en doctorandus Zielknijper. De professor krijgt eindelijk toestemming het Krochthol open te breken. Terwijl Tom Poes en Konstantijn al bij de mijn aankomen, rijdt Heer Bommel ze schuldbewust achterna in de Oude Schicht. Tegen de protesterende Joost verklaart hij dat hij het ventje gaat terughalen. In de mijn komt hij Joris Schoffel weer tegen die hem bij praat. Zijn zoontje, het kongruwer, is door zijn maat al terug gebracht naar de grot waar hij hoort. Heer Bommel wil hem terug halen, maar Joris zegt dat alles te laat is. Het kongruwer kan geen eieren meer leggen en heeft zijn vorm nog niet gevonden. Joris is al de gruwers zat. Hij heeft ze leren praten maar de lol was er gauw af. Ze jagen de wormen weg en trekken toeristen aan. Heer Bommel zit vervolgens een poosje te somberen tot de telefoon gaat. Het is tot zijn vreugde Konstantijn. Die voelt zich niet goed en papa Bommel belooft hem te komen helpen. Met een houweel en een lampje gaat hij de mijngang in, die eigenlijk te klein voor hem is. Konstantijn vertelt dat de anderen eieren hebben gelegd en dat ze zijn weggegaan. Konstantijn klaagt dat ze slechts blabla konden zeggen. Praten was er niet bij.

Tom Poes ziet buiten de mijngang dat professor Prlwytzkofsky en Alexander Pieps met een vat springstof naar binnen gaan. Ook ziet hij de Oude Schicht en maakt zich zorgen. De twee geleerden blazen de grot op, terwijl ze zelf zich hebben teruggetrokken in een gestutte mijngang. Na de ontploffing krijgt Alexander Pieps de schuld van zijn baas, want de grot is ingestort en is nog steeds onbereikbaar voor de twee geleerden. Heer Bommel werd verrast door de knal en komt klem te zitten tussen de uitgang van zijn mijngang en de grot. Hij wordt omhoog gevoerd door Konstantijn, die er inmiddels uitziet als een vliegende inktvis. Hij redt zijn opvoeder door hem mee te nemen naar de top van de berg. Hij vertelt zijn stiefvader dat hij geen Bommel is maar een kongruwer. Toen hij in de grot terugkwam waren de anderen bezig op te vliegen. Konstantijn was nog bezig vormvast te worden en kon niet mee. Eieren leggen kon hij ook al niet. Heer Bommel zucht maar zijn stiefzoon blijkt toch tevreden. Hij kon zijn stiefvader toch niet in de steek laten? Hij heeft veel geleerd want de andere kongruwers konden slechts blabla zeggen. Maar zelf heeft hij leren praten en gaat nu zijn familie achterna. Misschien komen ze daardoor allemaal nog goed terecht!

Tom Poes ziet buiten de mijn de professor en zijn assistent naar buiten komen. Tegelijkertijd ziet hij heer Bommel boven op de berg. De professor ziet een ballon wegvliegen en de kasteelheer tegelijkertijd opgewekt naar beneden afdalen. Heer Bommel laat professor Prlwytzkofsky in de waan dat hij een tochtje met een ballon heeft gemaakt en klaagt over dwazen die de grot hebben opgeblazen. Alexander Pieps wordt door de professor onderbroken. “Ach , het is ja alles zier mies!”

Heer Bommel nodigt de twee geleerden uit naar zijn kasteel om van de kookkunsten van Joost te genieten. Onderweg in de Oude Schicht verwijt Tom Poes zijn vriend dat hij heeft gejokt over een ballon en een ingestorte berg. Heer Bommel vindt dat hij een list heeft gebruikt. Hij moet als heer de jeugd tegen de wetenschap beschermen. De nieuwe generatie kongruwertjes kunnen nu rustig uitkomen onder toezicht van Konstantijn. En die zal ze vormen naar het beeld van een heer. Hij gaat door met zijn conclusie: “Wij hebben allebei gelijk gehad. Jij omdat het ventje zijn eigen vorm moest vinden en ik door mijn goede voorbeeld.”

Joris Schoffel hield het intussen voor gezien bij de mijn Krochthol. “Overlast, gedonderjaag, kongruwers, aanloop en geklets. Telefoon, leuterkoek. En het eindigt in een puinhoop.”

Op Bommelstein krijgt Joost te horen dat Konstantijn zijn vleugels heeft uitgeslagen. Hij heeft zijn eigen vorm gevonden. Voor de twee geleerden en de twee vrienden is er overgebleven zuurkool met klapstukken en braadworst. De professor probeert nogmaals uit te leggen dat de amorfe levensvorm slechts bestaan kon door zijn ‘kongruensvermogen’. Dat was wetenschappelijk onmogelijk en daarom stond hij op de grens van een ontdekking. Heer Bommel volgt hem niet. Kinderen zijn wetenschappelijk altijd onmogelijk te verklaren. Hun vorming is de taak voor een heer. Tom Poes zegt desgevraagd: “Hm”.

Achtergrond

In zijn voorwoord bij band 29 van de Volledige Werken maakt Toonder melding van het oorspronkelijke plan om dit verhaal om te vormen tot het boekenweekgeschenk van 1982. Later werd gekozen voor Heer Bommel en de andere wereld.

Voetnoot

  1. In de krantenstrip is geen sprake van een lidwoord, dit wordt geïntroduceerd in de pocketuitgave van De Bezige Bij. Op de kaft wordt het lidwoord De gebruikt, in het verhaal Het! De Volledige Werken drukken af : Heer Bommel en het kongruwer.
  2. http://www.delpher.nl/kranten http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010470331:mpeg21:a0096 46 strips in de Amigoe di Curacao
  3. In Rommeldam worden met ‘de bergen’ De Zwarte Bergen bedoeld.
  4. Het gebrek aan plaatjes is bij deze verhaalweergave een zeer grote handicap. Zie voor een soortgelijke levensontwikkeling ook: De kwade inblazingen.
  5. In de naam is duidelijk een verwijzing te vinden naar de behoefte van de kasteelheer aan iets blijvends.
  6. De buurvrouw komt eieren lenen.
  7. Een mix van telepathisch en praten.

Hoorspel

Voorganger:
De pijpleider
Bommelsaga
9 augustus 1971 - 2 november 1971
Opvolger:
De ombrenger