De Partij van de Blijheid

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de Partij van de Blijheid (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De Partij van de Blijheid) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 16 maart 1951 en liep tot 29 mei van dat jaar. Thema: Een Rommeldamse partij met een lid, de oprichter.[1][2]

Het verhaal

Het is al wekenlang slecht weer. Heer Bommel wordt binnenshuis geplaagd door griepachtige verschijnselen en in die toestand treft zijn vriend Tom Poes hem aan, terwijl hij de krant leest bij de haard. Uitgelokt door zijn vriend besluit de kasteelheer de Partij van de Blijheid op te richten. In de stad Rommeldam beklaagt burgemeester Dickerdack zich bij de klerk eerste klasse Dorknoper dat zijn wethouders en zelfs de hele gemeenteraad ziek te bed liggen. De ambtenaar eerste klasse beaamt dat ook zijn eigen ambtenarencorps ziek is. Wammes Waggel is de enige die reageert op een personeelsadvertentie en wordt vervolgens door de burgemeester aangesteld als hulpklerk. Hij helpt actief ambtenaar Dorknoper met het verplaatsen van de formulieren en wordt door zijn ijver dezelfde dag gepromoveerd tot klerk derde klasse. Heer Bommel en Tom Poes lopen dan ook een uiterst vrolijke Wammes Waggel tegen het lijf.

Het trio gaat schuilen in een cafeetje op de hoek van het Raadhuisplein, waar ze het duo Super en Hieper ontmoeten. Bul Super geeft heer Bommel een Super-Havanna, die jammerlijk ontploft. Heer Bommel vindt het een misselijke streek en holt met Tom Poes naar de uitgang, maar Wammes Waggel blijft achter en wordt uitgehoord. Alleen de burgemeester en ambtenaar Dorknoper zitten nog boven de ambtenaar derde klasse. Bul Super ziet superzaken.

Super en Hieper geven de burgemeester een verraderlijke tik op het hoofd. De bewindsman beseft nu dat zijn grens bereikt is en stelt Dorknoper als zijn vervanger aan. En Wammes vervangt de ambtenaar eerste klasse. De burgemeester kan nu eindelijk werk maken van zijn tocht naar het zuiden. Nadat Hiep Hieper Dorknoper letterlijk beentje heeft gelicht, voeren Super en Hieper hem af in een aardappelzak. Wammes Waggel zegt tegen zichzelf: “Ik ben nu mijn chef”, en is nu inderdaad waarnemend burgemeester. In die positie treffen Heer Bommel en Tom Poes hem aan op het stadhuis. Wammes Waggel vindt het allemaal enig, maar heer Bommel niet. Hij gaat verhaal halen bij commissaris Bulle Bas. Laatstgenoemde belt het huisadres van de burgemeester en die bevestigt dat alles volgens de regels is verlopen.[3] Heer Bommel is erg teleurgesteld, maar Tom Poes ziet juist nu kansen. Met Wammes als burgemeester is het een goede tijd om De Partij van de Blijheid op te gaan richten.

Het duo besluit naar het stadhuis te gaan, waar Super en Hieper al eerder naartoe gingen. Het zakenduo verbergt zich in een kast als heer Bommel en Tom Poes binnenkomen. Wammes Waggel vindt het leuk dat ze verstoppertje willen spelen, maar heer Bommel is niet in de stemming voor grapjes. Heer Bommel meldt slechts dat hij komt als oprichter van de Partij van de Blijheid. Tot zijn verbazing komen Super en Hieper al applaudisserend uit de kast. Ze omarmen het idee van de kasteelheer en vragen aan de waarnemend burgemeester heer Bommel ereburger van de stad te maken. Ondanks alle protesten van Tom Poes tekent Wammes Waggel de teksten van Hiep Hieper. Heer Bommel wordt zo ereburger en Bul Super de organisator van de Partij van de Blijheid. Onder leiding van Bul Super wordt er, na aanbetaling door de goedgelovige heer, een Internationaal Pretcentrum gesticht.[4] De burgers van Rommeldam dienen bij te dragen door middel van tolheffing en blijheidsofferpenninkjes. Dit vermaakscentrum blijkt een dekmantel te zijn voor de duistere praktijken van de boeven. Door iedere Rommeldammer verplicht naar de opening te laten komen, willen ze hun slag slaan in de stad. Tom Poes spreekt wederom Bulle Bas aan over ‘Rommeldams Superjool’, maar de politiechef vindt dat Tom Poes aan het stoken is.

Maar als Tom Poes ter plekke naar het Pretcentrum van Rommeldam gaat kijken komt hij toch wel onder de indruk. Bul Super spreekt van Hieper-marmer en Super-ivoor. Ook is een Super-achtbaan met 16 kronkels en een val van 30 meter. Ook heer Bommel, die in zijn Oude Schicht komt aanrijden is dol enthousiast. Bul Super laat ook een griezeltent zien, luchtschommels en een Super-draaimolen. Maar als heer Bommel per ongeluk met zijn pijp een gat in een marmeren zuil slaat, is de argwaan bij Tom Poes weer gewekt. Hij ontdekt bordkarton, bladgoud, kippengaas en lattenwerk. Maar echt marmer is het niet. Bovendien luistert hij een gesprek van Bul Super met Hiep Hieper af. Wammes Waggel zal een veel te hoge rekening gaan ondertekenen. Maar commissaris Bulle Bas wil wederom niet naar Tom Poes luisteren. Hij noemt het zelfs opruiing van een ambtenaar in functie. Hij dreigt de naam en het adres van Tom Poes op te gaan schrijven.

In de stad komt er steeds meer verzet tegen de nieuwe accijnzen en belastingen. Maar Bul Super maakt met een geluidswagen reclame voor de opening van het Pretcentrum over één uur. Tom Poes verdeelt intussen de bevolking met zijn protesten. Ze vinden of dat hij gelijk heeft of dat hij een anarchist is. Heer Bommel trekt intussen een nette zwarte jas aan met streepjesbroek en doet een strikje over zijn overhemd. Hij is namelijk uitverkoren om het Pretcentrum te openen. Tom Poes is inmiddels met zijn aanhangers naar het raadhuis gegaan om te protesteren. Hij mag de burgemeesterskamer in als woordvoerder en protesteert tegen de oplichterij en de nieuwe belastingen. Maar na hem aanhoord te hebben oordeelt Bul Super dat hij de pret niet kan laten drukken en geeft hem een klap op het hoofd, onder de verbaasde blik van de waarnemend burgemeester. Bulle Bas komt vervolgens saluerend zijn Pretorders ophalen. Het is of pret maken of op de bon. Wammes Waggel gaat zijn droevige stadsgenoten vrolijk voor richting het Pretcentrum. De politie zorgt ervoor dat de rijen gesloten blijven.

Heer Bommel probeert met een feestredevoering het Pretcentrum te openen, maar wordt door het boze publiek overstemd. De politie zet vervolgens marsmuziek op, waarna Wammes Waggel opdracht geeft om nu pret te gaan maken. Super en Hieper doen intussen zwarte maskers voor hun ogen en beginnen hun rooftocht. Tom Poes ziet het gebeuren, maar moet eerst de telefoon beantwoorden. Het is burgemeester Dickerdack, die het niet kan laten op zijn vakantieadres de kranten te lezen. Tom Poes legt uit dat het een verschrikkelijke toestand is. Buiten ziet hij dat Super en Hieper twee kisten uit de Stadsspaarbank in een verhuiswagen laden. Terwijl Hiep Hieper achter het stuur plaatsneemt, gaat Bul Super nog even langs bij de Boerenleenbank. Deze keer slaat Tom Poes Hiep Hieper neer en rijdt met de auto weg. Bul Super weet echter achter in de vrachtwagen te springen, met medeneming van zijn maat en een nieuwe geldkoffer. Vervolgens probeert hij het tussenschot met een dolk te slopen. Tom Poes stopt met gierende remmen vlak bij commissaris Bulle Bas en heer Bommel, die net zijn ruitjesjas weer aan had getrokken.

De geplaagde Bulle Bas hoort dat Tom Poes en Super en Hieper elkaar van diefstal beschuldigen. Hij besluit Tom Poes te arresteren. Op dat moment krijgt hij vanuit een helikopter te horen dat hij een rund is. Burgemeester Dickerdack verschijnt weer ten tonele en geeft orders Super en Hieper te arresteren. Er ontstaat een heuse achtervolging in een rijdende achtbaan. Op de grond neemt burgemeester Dickerdack ferm afstand van het Pretcentrum en heer Bommel zijn Partij van de Blijheid. De Rommeldammers keren zich dan ook en masse tegen de opgedrongen blijheid. Ze willen naar huis, rustig leven en niet te veel belasting betalen. Als wraak slaat de mensenmassa alles kort en klein. Heer Bommel slaat de vernielingen ontzet gade. Burgemeester Dickerdack laat via de luidsprekers weten dat alles de schuld is van Wammes Waggel en Bul Super.

Bul Super geeft Hiep Hieper opdracht de wapens te trekken en te gaan schieten. Tom Poes weet al schommelend met een luchtschommel het duo tegen de grond te werken, en zo Bulle Bas te redden, die reeds op de korrel was genomen. Bulle Bas laat de twee arrestanten afvoeren en burgemeester Dickerdack gaat op het stadhuis als eerste beleidsdaad Wammes Waggel op wachtgeld plaatsen. Vervolgens zullen zijn besluiten worden opgeschort en moet ambtenaar Dorknoper worden opgespoord. Daarna kunnen de gemeenteraad en de wethouders bijeen worden geroepen. Tot slot zal hij oververmoeid weer enige tijd naar het zuiden afreizen. Maar hij bedankt Tom Poes.

Tom Poes besluit mistroostig heer Bommel te gaan zoeken, wiens levenswerk is verwoest. Laatstgenoemde zit uitgeblust bij een hobbelpaard, waar Wammes Waggel reuze pret maakt. Heer Bommel ziet inderdaad in dat alles weer bij het saaie oude is teruggekomen. Hij concludeert dat de wereld niet rijp is voor de Blijheid. Hij loopt te ver voor op deze samenleving. Maar Wammes Waggel zegt nog nooit zo'n pret te hebben gehad, zelfs als hij door zijn hobbelpaard zakt. Hij speelde eerst burgemeestertje en kreeg een kermis voor hem alleen. Als dank trakteert hij de twee vrienden op een ijsje. Heer Bommel begrijpt nu onbegrepen dat alles toch wel iets heel bijzonders is geweest.

Voetnoot

  1. Het zal wederom niet de laatste keer zijn dat de kasteelheer zich met politiek inlaat.
  2. In dit verhaal debuteert ambtenaar eerste klasse Dorknoper.
  3. De burgemeester vertelt dat hij op het punt staat naar het zuiden te gaan.
  4. Een grote Kermis van bordkarton in Griekse stijl.
Voorganger:
Eh... dinges
Bommelsaga
16 maart 1951 - 29 mei 1951
Opvolger:
Mom Bakkesz