De Schoonschijners

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de Schoonschijners (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De Schoonschijners) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 6 juni 1952 en liep tot 16 augustus van dat jaar. Thema: Het land Schoonschijn: Het land waar (bijna) alles namaak is.

Het verhaal

Heer Bommel had vakantie nodig. In de eerste plaats omdat het zomer was en ten tweede omdat hij tot rust wilde komen. In Zwartsloot aan zee[1] heeft Tom Poes een keurig pension gehuurd, maar het weer wil niet meewerken. Dagen achtereen regen en de strandstoel van de twee vrienden verdwijnt zelfs in zee. Heer Bommel besluit bij een reisbureau een nieuwe vakantiebestemming te vinden. Maar dat valt niet mee want de reisbureauhouder ontraadt elke gesuggereerde bestemming. Heer Bommel en Tom Poes kiezen hun weerellende indachtig eensgezind voor het affiche ‘Zonneschijn in Schoonschijn’. Volgens de reisondernemer is dat de slechtst denkbare bestemming, want in dat land zijn ellende en verdriet afgeschaft. Verder is er vrijheid, vreugde en vertier. Maar Schoonschijn behoudt een negatief reisadvies. Na lang aandringen schetst de reisbureauhouder met tegenzin de weg door De Zwarte Bergen naar het zuiden.

De reis naar het land Schoonschijn verloopt vlot en na enkele zonovergoten dagen bereiken ze met de Oude Schicht de grens. Twee vriendelijke douanebeambten halen de limousine tot de laatste schroef uit elkaar in hun zoektocht naar schokkende boeken en tijdschriften. Hun jassen nemen eerst de kleur van de carrosserie van de Oude Schicht aan en even later het ruitjespatroon van heer Bommel. Maar ze helpen niet met de montage, zodat Tom Poes en heer Bommel er alleen voor staan. De kasteelheer neemt vertoornd afscheid van de verblekende ambtenaren.

Onderweg komen ze in botsing met een luxe-auto, die na de aanrijding een fiets met een carrosserie van bordkarton blijkt te zijn. De chauffeur legt uit dat het op de schijn aan komt. De automobiel van heer Bommel ziet eruit alsof hij van de Vriendendienst is. De twee vrienden besluiten een maaltijd te gaan gebruiken in een prachtig hotel. Maar ook daar is alles nep en het nationale gerecht odeblokje, een geurige soep, is niets anders dan veel heet water met een verfblokje. Heer Bommel vertrekt met Tom Poes nadat hij de rekening van 125 florijnen heeft betaald; onder protest, want bij de ingang stond immers dat alles gratis was.

Onderweg worden ze geblokkeerd door een menigte mensen, die wel het patroon van de ruitjesjas van heer Bommel aannemen, maar hem toch gaan mishandelen. Tom Poes vraagt hulp van een politieagent, die schietend de menigte verspreid, maar de twee vrienden vervolgens arresteert wegens het veroorzaken van ongeregeldheden. Heer Bommel wordt met Tom Poes onmiddellijk voorgeleid bij de rechter van dienst. Die ergert zich dat heer Bommel zijn jas niet aan de zijne aanpast, iets wat de politieman wel doet. Heer Bommel wordt nu opgesloten totdat zijn jas de kleur van de toga van de rechter aanneemt. Tom Poes houdt hem gezelschap en ze worden in hun cel bezocht door een Schoonschijnopvoeder. Die legt uit dat men vriendelijk moet zijn tegen zijn naaste en zijn jas moet laten verkleuren. Men dient te doen wat anderen doen en wat de meerderheid zegt. Want de meerderheid heeft altijd gelijk. Heer Bommel ontsteekt nu in toorn omdat de meerderheid hem uit zijn auto heeft gehaald en vervolgens gemolesteerd. Hij werpt de opvoeder door de kartonnen wand. Tom Poes en heer Bommel kunnen zo hun cel verlaten en lopen naar buiten, ondanks smeekbeden van de cipier. Laatstgenoemde is nu genoodzaakt de klok te luiden om de ambtenaren van de Vriendendienst op te roepen.

Een grote groep ambtenaren met knuppels zet de achtervolging in en de twee vrienden worden uiteindelijk neergeknuppeld en afgevoerd in een ziekenwagen. De dienstdoende arts constateert niets bij Tom Poes maar heer Bommel lijdt aan een ingebeelde persoonlijkheid. Het slachtoffer kan niet verkleuren. Heer Bommel stelt woedend dat hij lichtechte jassen koopt. De arts verkleurt nu zelf richting heer Bommel en wordt door bezorgde verplegers afgevoerd. Deze ziekte is besmettelijk en dus gevaarlijk. Een nieuwe arts stort zich op patiënt Bommel. Hij moet kiezen tussen een echte bloem en een nep bloem, een schilderij en een foto. Plastic en leer. In de ontspanningszaal moet hij weer leren lachen. Tom Poes probeert hem los te praten, maar heer Bommel laat zich meenemen naar de ontspanningszaal, in de mening dat dat toch wel goed voor hem is. Maar de grappen van de grappenmaker kan heer Bommel als enige niet waarderen en dat brengt hem weer in moeilijkheden. Hij gaat verhaal halen bij de komediant op het toneel, omdat die hem een schoonmoeder toebedeelt. Vervolgens gooit een toneelknecht een slagroomtaart in zijn gezicht. Het optreden wordt een van de beste van de laatste jaren en eindigt als Tom Poes een emmer deponeert over het hoofd van de komiek. Hij trekt heer Bommel met zich mee om te vluchten. De humorist zet met een ordebewaker de achtervolging in. Natuurlijk is het een buitenlander, die ruitjesjas. Heer Bommel en Tom Poes ontsnappen maar worden buiten al snel geconfronteerd met een aanplakbiljet met hun foto’s waarop om hun aanhouding en voorgeleiding wordt verzocht. Heer Bommel weet echter zijn karakteristieke ruitjesjas te ruilen met een keurig verschietend zwart model en stapt opgewekt verder. Maar als de koopman direct daarop wordt gearresteerd krijgt hij spijt en geeft zich aan bij de politiebeambten. Maar die nemen de ruitjesjasman mee en vragen heer Bommel door te lopen.

Heer Bommel moppert nog wat na, maar Tom Poes is best tevreden. Heer Bommel past zich keurig aan in zijn nieuwe jas en zelf draagt hij geen jas en daarom bestaat hij niet eens in het land Schoonschijn. Maar omdat heer Bommel het een snertland vindt, besluiten ze de Oude Schicht te gaan zoeken. Het voertuig staat in een grote tent, waar een functionaris een lezing over het buitenlandse tuig geeft. Minstens 20 jaar oud en nog niet versleten. Dat geeft geen pas. Heer Bommel en Tom Poes springen in de Oude Schicht en rijden ermee de tent uit. Vervolgens gaan ze een reisbureau binnen, omdat daarmee in Zwartsloot aan zee nu eenmaal hun ellende is begonnen. Ze vragen aan de reisbureauhouder na een lange discussie om de weg naar buiten Schoonschijn. Rommeldam bijvoorbeeld. Onder druk krijgen ze de weg uitgetekend, maar als ze het pand hebben verlaten, belt de reisbureauhouder met de Vriendendienst. Twee reizigers willen Schoonschijn verlaten. Dat moeten buitenlandse spionnen zijn die het Schoonschijngeheim willen verraden. Onderweg naar de grens ziet Tom Poes een auto van de Vriendendienst met een klein kanon dichterbij komen. De achtervolgers blazen een brug op en schieten met het kanon. Maar omdat heer Bommel remt en Tom Poes het daar niet mee eens is, loopt het wonderwel goed af. Tom Poes drukt de voet van heer Bommel keihard van het rempedaal op het gaspedaal. De Oude Schicht schiet mede door de ontploffende granaat[2] achter de automobiel met een boog over de kapotte brug een tunnel in en ontsnapt.

Tom Poes en heer Bommel worden versuft wakker in een schuur van Wammes Waggel. Heer Bommel denkt dat hij in een soort Schoonschijnhemel is. Wammes komt aanrijden met een kruiwagen vol onderdelen van de Oude Schicht. Wammes Waggel legt de twee vrienden uit hoe ze bij hem kwamen. Boven op de berg staat een hoofd [3] en daaruit kwamen ze rollen via de neusgaten. Wammes Waggel noemt zijn schuur zijn hospitaal. Heer Bommel vraagt hem nu tegen een forse vergoeding de onderdelen van de Oude Schicht naar een garage te brengen. Per taxi bereiken ze slot Bommelstein, waar bediende Joost onmiddellijke een ruitjesjas van boven haalt. Heer Bommel geeft Joost een kort verslag van hun avonturen in het land Schoonschijn. In een half uur heeft Joost de maaltijd opgediend. Joost blijft voedsel aandragen en heeft nagedacht over het reisverslag. Alles namaak, de kunst, de vriendelijkheid, de rechtspraak. De meerderheid heeft altijd gelijk en dan gaat een heer de gevangenis in. Dat alles heeft Joost in de buurt ook al meegemaakt. Maar dat van die verkleurende jassen is wel erg bedenkelijk. Waar zou het heen moeten? waagt hij zich af te vragen.

Voetnoot

  1. Circa 70 km ten noorden van de stad Rommeldam
  2. De granaat en de springstof van de Vriendendienst zijn wel echt.
  3. Stripstrook 1670 lijkt geïnspireerd op Mount Rushmore
Voorganger:
Het wroeg-wezen
Bommelsaga
6 juni 1952 - 16 augustus 1952
Opvolger:
De gebroeders Weeromstuit