De a-prillers

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de a-prillers (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De a-prillers) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 2 juni 1954 en liep tot 3 augustus 1954. Thema: Een overmaat aan ontspanning levert spanning.

Het verhaal

Tom Poes maakt zich zorgen over de komende vakantietijd. Het wordt dan overal druk omdat iedereen dan ergens anders heen wil. Hij wordt gefopt door een bungelende beurs aan een emmer water. Wammes Waggel bakt lachend Tom Poes deze poets. Hij wordt bijgestaan door zijn nieuwe vriendje Rik Prillerikker. Die is afkomstig uit het vakantiecentrum op het eiland in de Rommel, dat door de gemeente Rommeldam aan een of andere groep is verhuurd.

Op het vervolg van zijn wandeling ziet Tom Poes zijn vriend heer Ollie op een zuil zitten, werkend aan een redevoering ter gelegenheid van de onthulling van een fontein in de stad. Bovendien is er nu kans dat hij tot ereburger wordt uitgeroepen van de stad Rommeldam. Maar Rik blaast de zuil op waarop Heer Bommel zijn toespraak aan het voorbereiden is. Hij beklaagt zich tegenover Tom Poes over deze laatste grap, die afkomstig is van die misselijkmakende vakantiekolonie op het eiland in de rivier. Hij legt Tom Poes uit dat hij een kwart van de fontein heeft betaald. Tom Poes vindt wandelend op de weg een rond speldje met ¼ erop. Heer Bommel vindt dat wel toepasselijk en steekt het speldje op zijn ruitjesjas. Opeens mist hij de geschreven tekst van zijn lezing. Tom Poes biedt spontaan aan te gaan zoeken bij de opgeblazen pilaar.

Terwijl heer Bommel somberend tegen een boom leunt, brengt Rik gedienstig de tekst van de toespraak. Vervolgens loopt hij opgemonterd naar het marktplein, waar hij wordt opgewacht door enkele notabelen. Burgemeester Dickerdack, commissaris Bulle Bas, de markies de Canteclaer en ambtenaar eerste klasse Dorknoper. Gesterkt door de uitgeschreven tekst van de lezing in zijn zak, begint de kasteelheer opgewekt aan zijn toespraak. Rik Prillerikker verstoort ook deze openbare toespraak van heer Bommel met grappen en grollen. Laatstgenoemde moet nu terugvallen op de geschreven tekst, die echter spreekt van onnutte beuzelarij. Terwijl de toehoorders verontwaardigd reageren, geeft Tom Poes de echte uitgeschreven tekst aan heer Bommel . Hij vertelt meteen dat de voorgelezen tekst afkomstig is van Rik Prillerikker. In een woedend gebaar onthult heer Bommel pardoes nu de fontein, die echter gesaboteerd blijkt, zodat het fonteinwater heer Bommel en de notabelen natspuit. Rik wordt door een woedende heer Bommel en Tom Poes achterna gezeten, maar hij schudt ze af met zakjes niespoeder.

De volgende dag leest Tom Poes aan zijn vriend de krant voor bij de haard van slot Bommelstein. Heer O.B.B. te R. wordt als slecht voorbeeld voor de jeugd opgevoerd. Heer Bommel geeft echter in alles Rik Prillerikker de schuld, die op dat moment binnenkomt, terwijl hij met een wandelstok bediende Joost onderuit haalt. [1] Hij merkt het speldje op en gaat door met de infantiele plagerijen. Hij weet immers dat heer Bommel lid is van de club van Prillers, omdat hij het speldje draagt met ¼ erop. Tom Poes legt zijn vriend ongevraagd het verband tussen ¼ en één april uit.

Gezeten in een fauteuil bij de open haard legt Rik het doel van zijn beweging uit. Het is onvoldoende dat het slechts eenmaal per jaar 1 april is. Het dient elke dag 1 april te zijn. Heer Bommel is het volledig met hem oneens, temeer daar hij zo zijn ereburgerschap is misgelopen en zijn woede ontploft in een aangereikte klapsigaar. Buiten komt Tom Poes Wammes Waggel tegen in gezelschap van Kik en Hik Prillerikker. Allemaal A-prillers. Hij ziet vervolgens dat de A-prillers een woedende heer Ollie met zich meetronen naar hun vakantiecentrum op het eiland in de rivier de Rommel.

Heer Bommel is meegenomen naar het vakantiecentrum ter ontgroening. Naast Kik en Hik zijn daar nog veel meer plaagkikkers en Wammes Waggel. Rik legt aan Tom Poes uit dat iemand die goed gefopt wordt zijn ware aard toont. Heer Bommel lijkt een ernstig lid, maar volgens Rik Prillerikker zijn droogkomieken het leukst. Met Wammes als instructeur[2] krijgt Heer Ollie de opdracht het besloten feestje van de Markies de Canteclaer te verstoren. [3] Dat lukt met een modderpakket. De markies noemt de burgemeester een prul. De burgemeester geeft Bulle Bas de schuld, die op zijn beurt brigadier Snuf de mantel uitveegt.

Heer Bommel wil uit de beweging stappen, maar Rik chanteert hem met zijn naam op de ledenlijst van de A-prilbeweging. Brigadier Snuf met 1/4-speldje op zijn kraag komt een geprepareerde fopstoel halen op het kasteel om Bulle Bas te laten vliegen. Dat gebeurt tijdens zijn lezing voor de bond van politieambtenaren. De volgende dag doet de krant verslag van deze bijeenkomst. De burgemeester is woedend op Bulle Bas. Kasteel Bommelstein is het feestend hoofdkwartier van de beweging aan het worden, tot verdriet van Heer Bommel. Joost ziet zich genoodzaakt zijn ontslag aan te bieden.

Het onderdompelen van de markies in een sloot brengt de laatste ertoe de Minister zonder Portefeuille, Totelaar, naar Rommeldam te sturen om orde op zaken te stellen. Ook dit bezoek aan burgemeester Dickerdack wordt gesaboteerd.

Terwijl Rik de burgemeester rekruteert, laat Tom Poes de sluis dicht draaien door de sluiswachter, zodat het eiland onder water loopt. De A-prilbeweging stapt in een gereedliggende plezierboot en vaart het verhaal uit. Als afscheid krijgen Heer Ollie en Tom Poes de ledenlijst toegeschoten als propje. Heer Bommel belegt op het kasteel een vergadering voor de Rommeldamse leden van de aprilbeweging. Hij verbrandt in het openbaar de ledenlijst. Heer Bommel wordt tot ereburger van de stad Rommeldam benoemd wegens het verwijderen van een ongewenste groep pretmakers. De kasteelheer nodigt Tom Poes uit voor een etentje bij hem thuis. Joost brengt een fraaie taart binnen van een bewonderaar die richting Heer Bommel uit elkaar spat. Het kaartje vermeldt "Wames Wagl". Tom Poes vat daarop het avontuur samen: "Wammes is nu eenmaal zo. Die zal altijd lid blijven, want hij is lid van nature."

Voetnoot

  1. Rik Prillerikker is in alles de tegenpool van De Zwarte Zwadderneel.
  2. Wammes Waggel is lid van nature volgens Rik Prillerikker.
  3. De markies wordt net als Bommel als ereburger voorgedragen wegens betaling van 1/4 van de fontein. Volgens de burgemeester maakt het voor de stad niet uit wie er ereburger wordt.
Voorganger:
Het vereeuwen
Bommelsaga
2 juni 1954 - 3 augustus 1954
Opvolger:
De waarzegger