De aamnaak

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de aamnaak (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De aamnaak) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 5 augustus 1981 met een aankondiging, waarna de volgende strips vanaf 7 september tot 5 januari 1982 verschenen.[1][2] Thema: (valse) voorspellingen.

Verhaalaankondiging

Na[3] het vorige avontuur moest heer Bommel op last van de dokter enige tijd rust houden.[4] Zo komt hij op zolder een verzameling almanakken tegen. In zijn jeugd lag zijn toekomst nog open en toen geloofde hij nog in die toekomstvoorspellingen. Hij besluit de geschriften in zijn voorgeschreven rusttijd nader te gaan analyseren.

Het verhaal

Het[5] is herfst geworden. In de storm en de regen zit heer Bommel tevreden thuis. Als bediende Joost hem een verwarmende drank brengt, vraagt hij zich hardop af wat de toekomst zal gaan brengen. Joost vindt de toestand van vandaag al erg genoeg. Op dat moment hoort de kasteelheer een verwarde kreet buiten. Heer Bommel hoort een tweede keer toch wel duidelijk: ‘Aamnaak’, de lokroep van een almanakverkoper. Nog onlangs heeft hij deze boekwerken op zolder teruggevonden. Joost weet dat zijn tante[6] ze placht te kopen. Maar ze zei er wel bij dat het niets voor haar neef was. Heer Bommel wil nu toch weten wat er in staat, al is het onzin. Men heeft een vrije wil en men bepaalt zijn eigen lot als heer zijnde. Maar het is leerzaam om de gedrukte verzinsels te lezen. Joost wordt op zijn fiets naar buiten gestuurd om er één te kopen. Slippend in een plas belandt de bediende op zijn rug in de modder. In die positie wordt hij aangesproken door een almanakverkoper. Joost krijgt als eenvoudig persoon de almanak van het Gouden Meervoud aangeboden, geschreven door de alwijze Al Repus.[7] Joost is erg getroffen door het aardse slijk en hij tekent in op de Eeuwige Almanak van het Gouden Meervoud voor 1000 florijnen per jaar. De almanakverkoper voegt toe: “ te betalen één week voor 1 december en één maand cadeau voor degene die voor Kerstmis het nieuwe jaar hebben betaald. En niet tevreden geld terug!” Joost zet zijn eigen handtekening, omdat hij nog genoeg geld heeft opgeslagen in een oude kous. Terwijl Joost nog namijmert over de gebeurtenissen vindt hij lezend over “ val brengt aards slijk “ een gouden dukaat in de modder.

Na de terugkomst van Joost op het kasteel Bommelstein wisselt de stemming van heer Bommel met de minuut. Eerst is de almanak een onzin blaadje, maar de gouden dukaat doet zijn stemming omslaan. Hij wil de almanak en de munt in beslag nemen maar Joost weigert pertinent. De almanak is persoonlijk, iedereen krijgt zijn eigen almanak volgens de verkoper. Heer Bommel vindt nu alles weer toeval en gaat een stukje wandelen. Hoewel de regen is gestopt heeft hij een opvouwbare paraplu bij de hand. Ook heer Bommel tekent in bij de almanakverkoper op zijn eigen persoonlijke almanak, Zuivere Eenvoud.[8] Al lezend wordt heer Bommel door een langsrijdende auto nat gespetterd en omdat ook de regen weer is begonnen steekt hij de paraplu op. Dwerg Kwetal komt nu tevoorschijn en spreekt zijn bewondering uit voor het schutsel tegen lekwolken.[9] Hij vindt Bommel weer een reusachtige breinbaas. De kasteelheer spreekt nu zijn zorgen uit tegen de bevriende dwerg. De almanak waarop hij zich heeft geabonneerd is bedrog van handige lieden. Kwetal begrijpt dat het tekentjes zijn op zwart en wit, die vertellen wat komen gaat. Heer Bommel legt uit dat hij de kranten niet meer kan lezen vanwege alle ellende en de ontspanning van de almanak wordt ontsierd door verzinsels. Samen lopen ze een stukje op waarbij ze klagen over de nattigheid, hoewel Pee Pastinakel de regen goed vindt voor het struweel. Heer Bommel herinnert zich een tekst uit zijn almanak. De eenvoudige geeft wat hij heeft en maakt vrienden. Hij geeft zijn paraplu aan Kwetal, die opgetogen weghuppelt met de almanak in zijn linkerhand en het regenscherm in de rechterhand. Hij overlegt met Pee Pastinakel over de klacht betreffende de almanak. Pee[10] oordeelt dat er geen ‘sprit’ in zit en Kwetal meldt dat de almanak wordt gemaakt door een lieger. Als dank gaat hij sprit geven met alruin. Niet aan de drukker maar aan het drukapparaat.

Heer Bommel komt thuis zonder paraplu en almanak. Hij besluit door de achterdeur binnen te treden, maar wordt door een emmer donkere drab besmeurd. Het blijkt dat bediende Joost het aardse slijk aan het onderzoeken is. Na zich gereinigd te hebben gaat heer Bommel met de Oude Schicht richting stad, om de uitgever van de almanak aan te pakken. Onderweg stapt Tom Poes in, die te horen krijgt dat voorspellingen uit almanakken nooit uit komen. Tom Poes vindt het vreemd dat ze hun adres in de Stofsteeg op hun blaadje hebben gezet. Heer Bommel vindt ze dom en brutaal. Op het gedrukte adres vinden ze de almanakverkoper terug. Tom Poes fluistert iets over een pruik en als heer Bommel die pruik optilt, blijkt Hiep Hieper onder de pruik te zitten. Op de drempel meldt zich nu swami Al Repus. Laatstgenoemde wijst heer Bommel ernstig terecht. Zoekend naar de Zuivere Eenvoud en tegelijkertijd in een kasteel wonen, dat geeft geen pas. Door het abonnement wordt het lot nu echter wel maandelijks bij hem thuis bezorgd. De twee vrienden druipen af, omdat heer Bommel zijn toorn is kwijtgeraakt. Intussen geeft Bul Super zonder vermomming informatie aan zijn compagnon Hiep Hieper. Honderd abonnees is jaarlijks een ton. Ze hoeven alleen Hampel Hakstroo te betalen voor zijn stukjes die Hiep Hieper drukt voor 50% van de winst. Hij geeft opdracht een nummer van de Zuivere Eenvoud te bestellen voor ‘De Bolle’. Niet telefonisch, want dat kan worden afgetapt. Hampel Hakstroo is niet op zijn zolderkamer, zodat Hiep Hieper moet wachten. Binnen slaagt Kwetal erin zijn alruinwortel in de typemachine van de schrijver te monteren. “Kwetalruin. Dat geeft sprit. Alles wat hij nu zwart op wit perst zal zijn loop hebben.” Met behulp van zijn regenscherm zweeft de dwerg op een windvlaag weer naar beneden.

Heer Bommel heeft intussen zijn verhaal over de almanak gedaan bij commissaris Bulle Bas. Die verklaart lusteloos wel het adres te willen hebben, maar weinig te kunnen doen na het plaatsen van een handtekening door een abonnementhouder. Brigadier Snuf zegt desgevraagd door zijn chef dat er al meer sukkels hebben geklaagd. Daar is niet veel aan te doen want getekend is getekend. Aan de andere kant hanteert de uitgever harde incassopraktijken. Deurwaarders en rechtszaken bij niet betalen. Commissaris Bulle Bas heeft geen medelijden met het dokken door Bommel. Maar wel met arme sloebers. Snuf moet maar wat navraag gaan doen. Maar een bewijs van oplichting bij toekomstvoorspellingen zal moeilijk te leveren zijn.

Bediende Joost gaat na zijn boodschappen bij kruidenier Grootgrut, naar de naastgelegen goudsmid om zijn gouden dukaat te laten taxeren. Maar daar krijgt hij te horen dat het een vergulde reclamemunt betreft. Terug bij het kasteel ondervraagt brigadier Snuf hem over zijn almanak abonnement. Ook heer Bommel uit zijn klachten tegen de brigadier. De koffie bij zijn buurvrouw Anne Marie Doddel biedt ook geen troost. Het vrouwtje heeft een abonnement genomen dat ze eigenlijk niet kan betalen. Heer Bommel belooft haar nu persoonlijk dat ze niet voor die onzin hoeft te betalen, want hij is al bij de politie geweest. Maar commissaris Bulle Bas heeft ook zijn moeilijkheden. Met een flinke stapel klachten over de almanak wendde hij zich tot rechter Rans. Die oordeelt echter dat het schrijven en in omloop brengen van onzin aan eenieder vrij staat. Ook het lezen is niet strafbaar. Het abonneren op levenslange oplichting is eveneens toegestaan. Bulle Bas krijgt het advies een waarschuwing te publiceren. Via de hoofdredacteur Fanth van de Rommeldamse Courant, komt de opdracht bij journalist Argus. Die publiceert de waarschuwing met een eigenaardige toevoeging. “Alles wat in deze almanak zwart op wit geperst is, zal zijn loop hebben.” Met een ferme schop onder zijn achterste wordt de journalist vervolgens letterlijk en figuurlijk op staande voet ontslagen.

Bul Super is uiterst tevreden over de gepubliceerde waarschuwing. Hij telt al 113 contracten voor 113.000 jaarlijkse florijnen. Klop de Bonk wordt ingeschakeld als incassomedewerker, omdat Hiep Hieper het te druk heeft met de verkoop. Hakstroo kan nu ook de oplage drukken, omdat hij na zijn ontslag tijd genoeg over heeft. En de compagnons delen eerlijk. Super de helft en Hieper de andere helft, die hij moet delen met Klop en Hampel. De incassomedewerker incasseert 1000 florijnen op Bommelstein bij bediende Joost. Heer Bommel raadpleegt stilletjes per telefoon meester Woordkramer. Die spreekt over krachtig aanpakken, Kort Geding, Rechtszaak, Hoger Beroep. Na een paar jaar de Raad van State, gevolgd door wetswijziging. Het geheel kost al gauw enkele tonnen, zodat een voorschot op zijn plaats is. Hierna betaalt Heer Bommel ook zuchtend met een briefje van duizend florijnen.

Enkele weken later brengt Joost de post aan zijn werkgever. Een almanak, waarvan hijzelf ook een exemplaar heeft ontvangen, en een bankbrief. Daarin staat dat door de oplopende rentevoet het kapitaal van de kasteelheer zorgwekkend is vermeerderd. De bank wacht op instructies. Om zijn zorgen over de rentevoet de baas te worden, wandelt heer Bommel naar zijn buurvrouw. Die heeft ook een brief van de bank gehad inzake de aflossing van haar huis. Maar dat geld heeft ze besteed aan een almanak, die ze volgens haar buurman niet hoefde te betalen. De tobberige heer ziet zijn jonge vriend vrolijk op een boomstam zitten. Tom Poes geeft desgevraagd advies het geld te besteden aan iets nuttigs, waar iedereen iets aan heeft. Joost spelt in zijn kamer intussen de nieuwe almanak uit. “Duimelot en Likkepot maken eens zoveel. Dubbel en strubbel. Hoe langs, hoe meer. Pas op voor zeer. Klein maar fijn moet het zijn.” Joost vindt het onzin en kijkt bedroefd naar een briefje van 25 florijnen, dat hem nog rest. Tot zijn verbazing verdubbelt het bankbiljet bij zijn liefkozende streling van zijn laatste bezit. Zittend aan tafel leert hij zichzelf de truc met de duim en de wijsvinger, waardoor een mooi stapeltje bankbiljetten ontstaat. De thuisgekomen heer Bommel leest in zijn almanak dat de eenvoudige geeft wat hij heeft. Hij biedt Joost daarop een briefje van 1000 florijnen aan. Die geeft er echter zelfvoldaan terstond twee van terug. Hij neemt een vrije middag om een motorfiets te gaan kopen. De lunch kan zijn werkgever zelf wel klaar maken. Met dubbele geldzorgen besluit heer Bommel zijn buurvrouw te bezoeken. Hij legt haar zijn honger uit, maar zijn verblijf wordt geen succes. Door zijn zenuwen overmand sloopt hij een groot deel van het meubilair. Doddeltje barst in tranen uit omdat haar servies nu ook incompleet is. Het geld dat haar wordt aangeboden, weigert ze pertinent. Ze moet het geld niet omdat ze wel weet wat weduwe Hooinaalt ervan zal zeggen. Ze zegt dat ze Bommel nooit meer wil zien. Nooit meer en barst in tranen uit.

Thuis op Bommelstein geeft de uitgebluste heer Bommel de beleggingsadviseur van de Rommeldamse Bank opdracht zijn geld in het ‘Nut van het Algemeen’ te steken. Tom Poes krijgt van Joost uitleg over zijn nieuwe motorfiets, een ‘Bromota’. De almanak klopt deze maand en zijn Duimelot maakt het mogelijk zijn briefjes van 25 te verdubbelen. Volgens de bank waren de biljetten echt. Tom Poes geeft Joost hetzelfde beleggingsadvies. Investeer in het Nut van het Algemeen. Joost rijdt daarop terug naar de stad en meldt zich bij meester Woordkramer, de advocaat van zijn werkgever. Die stelt voor in het onroerend goed te gaan en richt de NV Tot Nut van het Algemeen op. Heer Bommel sjokt nogmaals naar zijn buurvouw. Hij hoort echter een gesprek van haar met de weduwe Hooinaalt. Doddeltje heeft een erfenis ontvangen van een onbekende neef, zonder verdere familie. En dat stond precies zo in haar nieuwe almanak. Heer Bommel voelt zich na het gebroken servies en een erfenis bij de middagpost volkomen overbodig. Hij spreekt Tom Poes aan over zijn zorgen en die is met hem eens. De almanak deugt niet omdat de voorspellingen uitkomen. Thuis op het kasteel biedt Joost zijn ontslag aan om in zaken te gaan. Hij raadt zijn werkgever Hotel De Gebraden Haan aan, omdat hij daar de bardame kent.[11] Terwijl de motor knallend weg rijdt, neemt heer Bommel de telefoon op. De bank had aandelen gekocht van een nieuwe onderneming, Tot Nut van het Algemeen. Tom Poes merkt op dat het toevallig is, maar krijgt verder geen kans iets te zeggen. Want de bankman vreest een hoos. Tom Poes zegt: “hm”. Heer Bommel heeft niet echt geld weggeven en ziet er niet gelukkig uit. Heer Bommel besluit nu tijdelijk naar een hotel te verhuizen.[12]

In de stad neemt Tom Poes afscheid bij het hotel. Hij raakt in gesprek met journalist Argus, die erg geïnteresseerd is in de gebeurtenissen uit de almanak die uit zijn gekomen. Aan het eind van het gesprek loopt hij weg door het poortje van de Teutsteeg met de opmerking:” Ik dacht al, wat doet dat ding raar.” In de Sofsteeg raakt Tom Poes een van de volgende dagen in gesprek met brigadier Snuf. Die verwondert zich over het plotseling uitblijven van klachten over de almanak. Tom Poes legt hem uit dat de almanak dingen laat uitkomen. Snuf vindt zulks tegen de orde der dingen. Bul Super luistert het gesprek af en besluit Hiep Hieper weer de straat op te sturen om meer abonnementen te gaan verkopen. Laatstgenoemde raakt in gesprek met Tom Poes, die te horen krijgt dat een zekere Hakstroo de schrijver van de almanak is, onder supervisie van swami Al Repus. Even verderop komt Tom Poes oud bediende Joost en meester Woordkramer tegen. De jurist heeft de hele boel opgekocht. Een gedeelte van het stadsdeel lag al plat en de rest wordt ook omgegooid, na uitzetting van de krakers. De nieuwe onderneming gaat er huisjes bouwen, klein maar fijn. Op de Kleine Club is de nieuwbouw het gesprek van de dag. Bulle Bas suggereert dat de almanak er iets mee te maken heeft. De clubvoorzitter kan zijn duidelijke waarschuwing in de krant nogmaals kan verkondigen. Bulle Bas vindt het nog steeds meer een aanbeveling dan een waarschuwing. De getergde krantenmagnaat krijgt op straat een gratis abonnement op de almanak aangeboden, in ruil voor wat reclame in zijn pers. Hij zoekt oplagevergroting en ontvangt De Meervoudige. Op zijn kantoorkamer windt de krantenmagnaat zich deerlijk op over de opgeschreven onzin. “Trompetten en gebral geven diepe val”. Met een ferme vuistslag belandt hij door de vloer op de redactie van de avondeditie. Tom Poes ziet komende uit de Sofsteeg de ziekenauto. Commissaris Bulle Bas legt hem de gebeurtenissen uit. De diepe val stond in de almanak, maar de politiechef gaat er nu een eind aan maken. Tom Poes werpt tegen dat voorspellingen niet strafbaar zijn, zelfs als ze uitkomen. De commissaris gaat slechts de almanakvensters arresteren wegens het ontbreken van een ventvergunning.

In Hotel De Gebraden Haan is heer Bommel blij dat Tom Poes hem komt opzoeken. Hij mist het eten van Joost. Tom Poes meldt dat Joost nu in zaken is gegaan. Maar verder wordt hij niets wijzer van de uitgebluste kasteelheer. De komende dagen wordt de Sofsteeg verder gesloopt. Tom Poes wil van Bul Super weten waar Hakstroo woont, terwijl de swami door de politie wordt opgebracht voor verhoor. Bul Super vindt het uitsloverij zijn almanakventer op te pakken. Intussen zorgt de almanak er ook voor dat kasteel Bommelstein wordt gekraakt. Een verdreven krakersfamilie uit de Sofsteeg leest: “De dakloze vindt een onderdak. Vol gerief en gemak. Zelfs een kasteel. Maar pas op voor te veel. In korte tijd, dreigt nijd en strijd.” Tom Poes en journalist Argus zien het gebeuren. Tom Poes vraagt terloops of hij Hakstroo kent. Hierop maakt de journalist zich snel uit de voeten. Als Tom Poes het nieuws gaat melden aan zijn vriend legt die net de telefoon neer. Alle nieuwe nutaandelen worden opgekocht.[13] Tom Poes wordt niet veel wijzer en wil nu per se Hakstroo vinden, omdat dat de bron van de almanak is. Op straat ziet hij een hoogoplopende ruzie tussen Super en Argus. Hij besluit de journalist verder te volgen. Via de regenpijp weet hij de zolderkamer te bereiken waar Argus aan het werk is. Hij betrapt Hakstroo op heterdaad, juist op het moment dat Argus zich afvroeg waarom de teksten zo vlot uit zijn machine kwamen. Tom Poes deelt mee dat de almanak uitkomt en vraagt of Argus wel eens iets voor zichzelf heeft gewenst? Argus lacht hem uit. Hij wilde sterreporter worden en zit nu op een aftands zolderkamertje. Na een korte worsteling weet Tom Poes de alruin uit de machine te verwijderen. Aan hospita mevrouw Geurtjes vertelt hij dat hij de schrijfmachine heeft gerepareerd en verlaat het pand door de voordeur.

Bij het Dickerdackpark komt Tom Poes Heer Bommel tegen. Tom Poes laat trots het stukje alruin zien, maar heer Bommel heeft bankzaken aan het hoofd. Naast de problemen met Doddeltje en Joost. Hij pakt de alruinwortel af en werpt hem weg, waarbij Tom Poes misgrijpt. Op de bank werden de twee vrienden ontvangen door aandeloloog Puleer. De directie wordt onderworpen aan een politieonderzoek, waardoor de grootaandeelhouder van de NV Tot Nut van het Algemeen nu aan het roer van de onderneming komt te staan. Al het vlottende geld van de kasteelheer zit inmiddels in de NV. De NV tot Nut van het Algemeen had intussen kantoorruimte op goede stand gehuurd. Meester Woordkramer is juist de nieuwe aankopen buiten de stad aan het bespreken met directeur Joost in ruitjesjas, als Inspecteur Grip zich onaangekondigd in het gesprek mengt. Beide directieleden worden meegenomen omdat al de bankbiljetten van Joost hetzelfde serienummer hebben. Vlak daarna meldt Heer Bommel zich met Tom Poes aan zijn zijde. De achtergebleven secretaresse overhandigt de kaarten met grondaankopen en bouwplannen. Het blijkt dat buiten de stad ook de huisjes van Doddeltje en Tom Poes zijn aangekocht. Aannemer Blokker meldt zich met de krant in de hand. Fraude bij het Nut, voor welke firma hij reeds bouwt, en een gekraakt kasteel Bommelstein. Heer Bommel stuurt zijn vriend weg omdat hij een list heeft bedacht.

Op het politiebureau verklaart commissaris Bulle Bas het geld van Joost ongeldig. De biljetten met hetzelfde nummer zullen allemaal worden vernietigd. Er komt geen strafzaak maar de directieleden worden gevolgd. Buiten verwijt meester Woordkramer Joost domheid met de serienummers. Op de Kleine Club moet de Markies de Canteclaer lachen om het krantenstukje over het gekraakte Bommelstein. Nu kan het pand spoedig worden gesloopt. Hoofdredacteur Fanth realiseert zich dat het uitstekend stukje is geschreven door freelancer Argus, die hij eerder ontslagen had. Hij gaat Argus opzoeken op zijn zolderkamer en biedt hem een baan aan als sterreporter. Tom Poes wijst een terneergeslagen Joost door naar het kantoor van Het Nut, waar heer Bommel de scepter zwaait. Heer Bommel neemt Joost weer in dienst, nu hij tevens de eigenaar van de ontwikkelingsmaatschappij is. Joost reageert opgetogen en herinnert heer Bommel eraan dat de nieuwe almanak niet is verschenen. Tom Poes had hem gevraagd dit mee te delen. Onderweg naar huis wordt Tom Poes opgepikt door Joost met de Oude Schicht. Hij heeft zijn oude positie terug met een redelijke salarisverhoging. Hij heeft opdracht de nieuwe almanak te gaan halen op Bommelstein. Aldaar is de krakersfamilie verontwaardigd over het uitblijven van de almanak en het ontbreken van centrale verwarming. Joost gaat onverrichter zaken terug naar de stad terwijl Tom Poes weduwe Hooinaalt aanspreekt. Die staat te gluren bij het huis van Doddeltje. Ze vertelt dat de erfenis een vergissing was.[14] Haar huis is door de bank verkocht aan een bouwonderneming, die het zal afbreken. Tom Poes belt heer Bommel op, die zijn secretaresse een passende brief laat dicteren aan mevrouw A. Doddel. Intussen staat in de Stofsteeg nog één pand, het gebouw van de almanakuitgevers. Buiten staat ambtenaar eerste klasse Dorknoper met een onteigeningsbevel. De onderneming wordt bovendien beschuldigd van wanprestatie wegens het uitblijven van de almanak. De zaak is in handen van justitie, maar de rechter moet nog uitspraak doen. Bul Super holt naar boven om één jaar abonnementsgeld in zijn binnenzak te steken, voordat Justitie beslag komt leggen. Incassomedewerker Klop de Bonk pakt de geldbundel echter af onder protest van Hiep Hieper, die zo zijn aandeel verloren ziet gaan. Na het verdwijnen van Klop koelt Super zijn woede op Hiep Hieper.

Op het kantoor van de Bouwonderneming Tot Nut van het Algemeen, is Joost tevreden bezig met de uitgaande post. Hij ontvangt welwillend mejuffrouw Doddel. Die wil graag de directeur spreken. Het gaat om een schrijven waarin ze haar woning terug in eigendom krijgt aangeboden. Tevens zal haar meubilair door nieuw worden vervangen, nu het door een woesteling in elkaar is geslagen. Joost legt uit dat secretaresse Truus de brief heeft geschreven. Maar zij werkt hier al niet meer. Maar de brief is afkomstig van de directie die in het Hotel de Gebraden Haan woont. Mevrouw Doddel besluit echter om met de bus eerst haar huisje te gaan bekijken, dat opeens weer haar eigendom is geworden. Ze vraagt Tom Poes om uitleg, die verdiept is in het ochtendblad. Sterreporter Argus legt daarin uit dat de bouwonderneming Nut geen directie meer heeft, maar één grootaandeelhouder. In de stad Rommeldam komen er nu huisjes, voor iedereen die er in wil wonen. Want ze zijn tot het nut van het algemeen. Als Doddeltje het bericht heeft gelezen, slaakt ze een verraste uitroep[15] en neemt de bus terug naar de stad.

Op de Kleine Club vraagt burgemeester Dickerdack aan O. Fanth Mzn of hij de Rommeldamse Courant heeft gelezen. Als eigenaar leest de clubvoorzitter die krant altijd. Het blijkt dat de burgemeester buitengewoon ingenomen is met de bouwplannen van clublid Bommel. Hij zou erelid gemaakt moeten worden. De krantenmagnaat lacht de goede bedoelingen weg. De grond is nu het tienvoudige waard dus dat gebaar van de gratis huisjes is goedkoop gemaakt. In Hotel de Gebraden Haan krijgt Ollie van Doddeltje te horen dat hij toch wel erg knap is. Tijdens de binnengebrachte thee komt ook Tom Poes binnenlopen. De krakers zijn vanuit Bommelstein vertrokken naar de prefab nieuwbouw. Heer Bommel besluit nu ter plekke een voedzame maaltijd te laten serveren. Heer Bommel oppert dat Tom Poes in de almanakgeschiedenis een belangrijke rol heeft gespeeld, al weet hij nog niet welke. Doddeltje wil dat wel weten, want gewoonlijk doet Ollie alles alleen. Tom Poes vertelt over Argus als almanakschrijver en de alruinwortel. Heer Bommel verdenkt Kwetal van de actie met alruin als ruil voor de paraplu. Het glas wordt geheven en mevrouw Doddel stelt voor op Ollie te drinken. Ze had geen almanak nodig gehad, want hij weet toch altijd al alles. Het werd een gezellige avond, vooral omdat Tom Poes vroeg naar huis ging.

Voetnoot

  1. Op de website http://kranten.kb.nl zijn veel afleveringen terug te vinden. Zoek onder historische kranten naar: ' De aamnaak ' pdf-formaat geeft het beste resultaat.
  2. In het woord 'aamnaak' hoort men de verbastering door de verkoper van 'de almanak'.
  3. De verhaalaankondiging heeft als nummer 0951.
  4. NRC Handelsblad publiceert deze vakantieaankondiging op 5 augustus 1981.
  5. Het verhaal start met nummer 0952.
  6. Zie Het spook van Bommelstein.
  7. “De wolken vallen, en de val brengt aards slijk voor de Meervoudige.”
  8. “De eenvoudige heeft zich bevrijd van het aardse slijk. Warmte en Vriendschap zullen hem omringen.”
  9. Het hele verhaal door noemt de dwerg het regenscherm: “paar aplu”.
  10. Ook Pee Pastinakel is opgetogen over het schutsel tegen de nattigheid.
  11. Zie het verhaal: De wadem.
  12. Tom Poes is op plaatje 01009 te zien bij het inladen van een veel te grote koffer in de Oude Schicht.
  13. De almanak zegt erover: “Wie goed doet goed ontmoet. Overvloed en voorspoed zetten het hart in gloed.”
  14. Het was een verwisseling met een andere mevrouw A. Doddel.
  15. Er staat een foto van heer Bommel bij.

Hoorspel

Voorganger:
Het volledig maken
Bommelsaga
4 augustus 1981 - 5 januari 1982
Opvolger:
Het ontsollen