De achtgever

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de achtgever (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De achtgever) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 18 februari 1957 en liep tot 8 mei van dat jaar. Thema: Het geven van de juiste bevelen.

Dit is een van de verhalen waarmee Toonder toont zich verdiept te hebben in de I Tjing[1].

Het verhaal

Op een avond met een gierende oosterstorm vliegt de mand van een luchtballon door een venster van het slot Bommelstein. Heer Bommel draagt juist bij de open haard een vierregelig gedicht voor aan Tom Poes, omdat hij zich een dichter voelt.[2] In de mand zitten de verheven schatbewaarder Ping Po, Opperschatbewaarder van het verdwenen Rijk van het Midden en de kolossale I Oen, achtgever, opgevoed door een wachtmeester der huzaren. De eerste wil graag van zijn moeilijke taak af en vindt in heer Ollie, mandarijn “Bom-mel”, een opvolger.[3] De kasteelheer krijgt dan ook een schatkist met een geschatte waarde van 1.000.000.088 florijnen en een schatkistsleutel. Daarmee is hij ook meester over I Oen, die dankzij zijn opvoeding alleen maar de bevelen van de sleutelhouder opvolgt, mits voorafgegaan door "geef acht". Voormalig schatbewaarder Ping Po noemt I Oen daarom dan ook een “achtgever”. Hoewel Tom Poes zijn vriend ontraadt om schatbewaarder te worden, worden ze beiden verblind door de inhoud van het schatkistje.

Bediende Joost krijgt opdracht de logeerkamers in orde te maken en 's nachts een oogje in het zeil te houden, hetgeen hij weigert. Maar die taak is dan ook op het lijf geschreven van I Oen. De zakenlieden Super en Hieper zien het kapotte venster van het kasteel en sluipen 's nachts het kasteel in. Heer Ollie had voor het slapen gaan een niet al te doordachte opdracht gegeven aan zijn nieuwe helper: "Zorg ervoor dat mijn nachtrust niet gestoord wordt!". In een bizarre nacht is Hieper nu eens de slimste en wordt de alarm slaande Tom Poes in een matje gerold door I Oen, waarna de kasteelheer de andere ochtend uitgerust en beroofd wakker wordt. Volgens de achtgever hebben dieven het kistje stilletjes meegenomen.

Ping Po maant de bestolen heer het schatkistje terug te halen bij de dieven, want anders... Heer Ollie neemt deze aansporing heel serieus, maar zijn bevelen aan I Oen leiden er wel toe dat deze wel erg veel geweld gebruikt om het schatkistje terug te krijgen. Super had inmiddels 10.000 florijnen opgestreken afkomstig van opkoper J. Vezelkoord. Door het gebruikte geweld krijgen de schatbewaarder en zijn achtgever politiecommissaris Bulle Bas[4] achter zich aan. I Oen schudde tevergeefs de twee zakenlui uit, waarbij de bankbiljetten door de stad waaiden zodat menig Rommeldammer een meevallertje kreeg. Bul Super geeft als hij wordt uitgevraagd door Bulle Bas echter Bommel de schuld. Vervolgens vindt de achtgever het kistje terug en brengt het aan de sleuteldrager Bommel, na zijn onderzoekend bezoekje aan de reeds eerder genoemde opkoper.

Commissaris Bulle Bas wil I Oen arresteren en het kistje als bewijsmateriaal in beslag nemen. Nadat de commissaris op zijn politiefluit heeft geblazen arriveert er versterking. Brigadier Snuf laat opkoper Vezelkoord, bekend van het politieblad, en Tom Poes in een politiewagen plaatsnemen. De commissaris wil natuurlijk ook de sleuteldrager en de achtgever in de politiejeep meenemen maar dat loopt verkeerd af. Het Rommeldamse korps is kansloos na orders van de sleuteldrager. Bulle Bas begrijpt na uitleg van Tom Poes dat er een militaire kant aan de zaak zit, en militairen zijn erg gevoelig. Brigadier Snuf krijgt opdracht de heler naar het bureau te brengen en Tom Poes kan gaan. Bulle Bas probeert zelf op listige wijze in de tuin van het kasteel Bommelstein het kistje via het sleuteltje te pakken te krijgen. Dat lukt hem, zodat ook I Oen zelf rustig meegenomen en voorgeleid kan worden. Ping Po komt heer Bommel nu nog zout in de wonden wrijven, want het kistje moet teruggehaald worden want anders…..

Bul Super verschijnt van achter een boom. Hij stelt dat het er niet zo mooi uitziet. Maar het recht zal zegevieren. Recht is volgens Bul “iets kroms dat verbogen is”. En daar heeft hij als zakenman wel verstand van. Hij wil de kasteelheer bijstaan op voet van “no cure no pay". Bij succes 10% van de schat. En een stevige handdruk bezegelt deze afspraak met de schatbewaarder.

Professor Prlwytzkofsky onderzoekt de achtgever in zijn cel en kan geen gedachte in het brein vinden. Alleen een bevelcomplexje ter grootte van een erwt. Verder geheel leeg. Niet toerekeningsvatbaar, totdat Bulle Bas de connectie met het leger ter sprake brengt. Kan de achtgever nu wel voor de rechter worden gebracht? "Maar natuurlijk, hij is gans normaal echter niet aansprakelijk voor zijn daden" volgens de prof.

Heer Ollie wordt als getuige gehoord in de zaak tegen de vreemdeling I Oen voor de bekende Rommeldamse rechter Morrel. De vreemdeling wordt beschuldigd van geweldpleging, huisvredebreuk, verzet tegen de politie en poging tot doodslag. Getuige Bommel wordt bijgestaan in de raadszaal door Bul Super in een deal van “No cure no pay ouwe jongen, 10% van de waarde bij succes”. I Oen is niet erg spraakzaam tegenover de rechter, waarop Bulle Bas de rechter in overweging geeft het sleuteltje om te hangen.

Bul Super beschuldigt nu Bulle Bas van diefstal van diezelfde sleutel. Omdat de sleutel niet in de stukken voorkomt[5] ontstaat er grote opwinding en krijgt de kasteelheer uiteindelijk op bevel van de rechter de sleutel terug. Hierna loopt de zitting nog veel verder uit de hand omdat de rechter vraagt van wie de juwelen zijn en de schatbewaarder naar waarheid antwoordt. De rechtszaal wordt afgebroken. Heer Bommel heeft zijn kistje terug maar raadsman Super is des duivels. De hele politiemacht zal nu achter zijn cliënt aankomen, een ‘’super-knakworst”. Hij wil ter plekke 10% van de juwelen maar Ping Po draagt de kasteelheer op 100 miljoen florijnen uit eigen zak te betalen omdat de schat onaangetast moet blijven. Super vindt dat een prima voorstel en belooft het geld anderdaags per vrachtwagen zelf te komen ophalen. Heer Bommel zegt tegen Tom Poes dat hij failliet is, maar zijn vriend vindt dat onzin. "Als de schat uw eigendom was kon u makkelijk 10% betalen, maar dat mag niet dus is het uw schat niet en moet de schatbezitter maar betalen!" Het zijn bovendien schatten van een keizer, die niet meer bestaat.

Rechter Morrel geeft Bulle Bas opdracht de ongewenste vreemdeling wederom op te sporen en voor te geleiden. De kasteelheer verlaat in de nacht stilletjes het kasteel met I Oen. De volgende ochtend zitten Tom Poes en Ping Po samen aan het ontbijt, wanneer Super tevergeefs met Hieper zijn honorarium komt ophalen. Ze worden opgevolgd door commissaris Bulle Bas, die slechts I Oen zoekt, tot opluchting van Tom Poes.[6] De aangeslagen schatbewaarder is met zijn bewaker op zwerftocht, achtervolgd door Super, Hieper en de politie, maar niemand heeft vat op het stel. Tom Poes haalt ze, om verdere ongelukken te voorkomen, over om naar Bommelstein terug te keren, maar daar stuurt burgemeester Dickerdack het leger naartoe. Want politiecommissaris Bulle Bas staat in een kwade reuk bij de burgemeester, zeker nadat de achtgever hem had getroffen met een vat uitjes. Het leger is nu bewapend met Alle Volmachten! Inclusief opsporingsbiljetten met beloning voor de aanhouding van de sleutelhouder&sleuteldienaar.

Op Bommelstein wil de kasteelheer de sleutel teruggeven aan Ping Po maar die weigert beleefd. Want de rivier stroomt naar het dal, maar hij keert nimmer weer naar de bergtop waar hij is ontstaan. Hierop meldt zich overste Van Mallenkletter met zijn Tweede Regiment Artillerie. De boodschap is dat hij Bommel&Oen gevangen komt nemen. Onvoorwaardelijke overgave binnen 5 minuten. Dit brengt Tom Poes op een idee: hij vraagt de overste wat er gebeurt als soldaten zelf beslissingen kunnen nemen. Het antwoord inspireert hem om I Oen het sleuteltje om te hangen, onder de luide protesten van ex-schatbewaarder Ping Po. Slot Bommelstein wordt hiermee gered want I Oen wandelt rustig het kasteel uit, sleuteldrager en sleuteldienaar in één persoon verenigd. Het commando "VUUR" wordt door de soldaten genegeerd omdat de overste in de hectiek was vergeten het te laten voorafgaan door het commando: "Geef acht".

De sleutelhouder en sleuteldienaar, die nu in één persoon verenigd zijn, spoort de resten van zijn gerepareerde luchtballon op bij een bouwvallige hut van Wammes Waggel. De gans krijgt een kostbare diamant uit het kistje, de Ster van het Oosten, voor de moeite. Want hij had eigenhandig de gevonden ballon eerder al met solutie gerepareerd en weer opgeblazen met gas uit zijn fornuis. Hiermee vliegt I Oen het verhaal uit, gedragen door een westerstorm, waarna de rust weerkeert. Want Overste Van Mallenkletter[7] beschikte nog wel over een restant kanonnen maar niet over luchtdoelgeschut waarmee de geslaagde[8] exercitie werd beëindigd.

Ping Po stelt vast dat alles, sleutel,schat, en I Oen, weg is. Maar de wijze kent geen boosheid. Heer Ollie vraagt hem wat de betekenis is van zijn repeterende zin:"De schat moet terugkomen, want anders....". Volgens de wijsgeer is dat duidelijk. Anders is de schat weg! "Is dat alles"?, vraagt Tom Poes. "Dat is alles, kunt u zich iets ergers bedenken?"

Joost serveert laat op de avond beschuiten met kaas, die nog over waren van de voedselzoektocht van I Oen. Heer Bommel verkondigt dat de nieuwe opperschatbewaarder de juwelen wel goed zal bewaren. Ping Po stelt deskundig vast dat de analyse van de kasteelheer klinkt als "Een klepel in een gebarsten klok van grote schoonheid." Ping Po legt uit dat I Oen de schat zal verbrassen. "Want om een schat te bewaren, moet men een zeer verheven heer zijn." Heer Bommel blijft met gebogen hoofd peinzend in zijn laatste zin steken:

Precies, net als…eh…..”

Voetnoot

  1. Venerius W. 2007 Heer Bommel en het Para-abnormale, over de magie in de Bommelsaga, Synthese ISBN 978-90-6271-040-9
  2. ”De wind snerpt uit het Oosten
    En fluit door raam en deur
    Als wilde hij mij troosten
    Met wat bloemengeur…”
  3. Heer Bommel stelt dat alleen een heer weet hoe met schatten om te gaan.
  4. Hij ziet bankbiljetten door de stad vliegen en bedenkt dat zijn vrouw de vorige dag een kleurentelevisie had gekocht. Rommeldam loopt in 1957 ver op ons voor!
  5. Vormfout van commissaris Bulle Bas!
  6. De commissaris: “Tot mijn spijt alleen I Oen, een leemte in de wet!”
  7. De Overste belandt na dit verhaal op het grensfort Gruwelsteen. Heer Bommel weet hem jaren later uit die vesting mee te nemen voor de slotmaaltijd in het verhaal: De wezelkennis.
  8. Militairen hebben duidelijk andere bedrijfsnormen dan de politie.
Voorganger:
De split-erwt
Bommelsaga
18 februari 1957 - 8 mei 1957
Opvolger:
De Zwarte Zwadderneel