De antiloog

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de antiloog (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De antiloog) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 23 augustus en liep tot 9 december 1982.[1]Thema: Sofisme

Verhaalaankondiging

Op 12 juli 1982 publiceerde het NRC Handelsblad een verhaalaankondiging onder nummer 01144. Na het oplossen van zijn problemen van de oude dag, begint heer Bommel zich zorgen te maken over de jongste dag. Hij gaat daartoe naar de bekende andragoog doctorandus Zielknijper. Laatstgenoemde is bezig aan zijn lunch en is blij hem buiten een afspraak te ontmoeten, want voor afspraken kan hij slechts drie minuten uittrekken. Heer Bommel klaagt over weerzinwekkende teksten die op zijn kasteelmuren zijn geschreven. De andragoog houdt het op een vaderbinding. Heer Bommel besluit dan maar persoonlijk de misstanden te gaan bestrijden. Bij een afspraak is er namelijk slechts drie minuten spreektijd. Op 23 augustus zal de publicatie starten.

Het verhaal

Kwetal brengt [2] weer noodgedwongen via het Waaigat een bezoek aan Grit van de Gorrelgrot,[3] om een flesje lil te halen. Hij krijgt het mee wanneer hij belooft een gagel[4] te voegen. Grits zoon gaat immers met de volgende volle maan verhuizen naar de Oerterp, die aan de rand van de landerijen van kasteel Bommelstein ligt.[5] en met die gagel kan zijn blabla in echte spraak worden omgezet. Kwetal heeft Pee Pastinakel ook op de hoogte gebracht. De zoon van Grit weet alles. Pee meende dat Kwetal alles wist. Zijn vriend legt uit dat Grit haar zoon weet wat goed en ongoed is. Pee Pastinakel vindt goed wat goed is voor het leven. Het andere is ongoed.

Ook heer Bommel heeft dagelijks moeite na het lezen van het dagblad om te weten wat goed of slecht is. Hij legt aan Tom Poes uit dat hij zich afvraagt wat het doel van het leven is. Ze stuiten op schilder Terpen Tijn, die een denker heeft ontdekt. Hij zal hem met een wichelroede helpen door een mooie grondvibratie te zoeken. Tom Poes en heer Bommel zien bij het naar huis wandelen in de donkere avondlucht vreemde lichtverschijnselen. Omdat er geen gerommel is te horen, vindt Tom Poes het maar vreemd. Heer Bommel vreest dat het lichtverschijnsel wellicht ook nog op zijn land plaatsvindt. Als men een beetje grond om zijn huis heeft, zit men altijd in de zorgen. Tom Poes biedt aan de volgende dag poolshoogte te gaan nemen. De twee vrienden weten niet dat Kwetal het lichtverschijnsel veroorzaakt bij het afzinken van de gagel in de Oerterp.

Op de Oerterp worden nu zodanige trillingen waargenomen dat Denker en antiloog Krummknikker Kop zich daar op advies van Terpen Tijn gaat vestigen. Het lichtverschijnsel was schoorgeel naar de chromaatkant en de wichelroede heeft de trilling opgepikt. Als Tom Poes de andere ochtend op onderzoek uitgaat, stelt Terpen Tijn hem voor aan “De Denker”, Krummknikker Kop, die op een mooie vibratie zit. Heer Bommel bespreekt zijn zorgen met zijn buurvrouw, Anne Marie Doddel, onder het genot van een heerlijk kopje koffie. Als hij weg is wordt van zijn beste sigaren gerookt en zijn voorraad oude port is ernstig geslonken. Doddeltje vindt dat hij Joost maar eens de waarheid moet zeggen. Hij maakt misbruik van zijn goedheid en het stof ligt op de plinten. Zijn buurvrouw waarschuwt dat heer Bommel misbruik laat maken van zijn goedheid. De kasteelheer overweegt bij zichzelf dat hij heeft moeilijk heeft met de waarheid zeggen, vooral als het zijn buurvrouw betreft, die hij eigenlijk Doddeltje zou moeten noemen. Tom Poes loopt hem tegemoet en meldt dat een zwerver een tent heeft opgezet op de Oerterp, die toch wel degelijk van heer Bommel is?

De eerste confrontatie tussen de Denker en heer Bommel loopt echter slecht af voor de laatstgenoemde. De denker stelt dat heer Bommel niet zegt wat hij denkt omdat hij probeert te laveren tussen goede manieren en de waarheid zeggen. Tegen Tom Poes vertelt hij dat hij niet meer weet wat hij denken moet. Terug op het kasteel betrapt hij Joost bij het sigaren roken. Omdat hij hem zowel streng toespreekt als toestemming geeft om zijn sigaren te roken, weet Joost niet meer wat nu te denken. Tom Poes krijgt buiten via Joost het verhaal te horen en geeft hem het advies “De Denker’’ op te zoeken. Dat loopt niet erg goed af, want De Denker adviseert hem de leugens uit zijn denken te gooien. Joost keert terneergeslagen terug naar het kasteel.

De andere morgen bespreekt heer Bommel zijn problemen met zijn denken met burgemeester Dickerdack op de Kleine Club. De magistraat kondigt de komst van chips aan, piepkleine gevalletjes die het denkproces gaan overnemen. Professor Prlwytzkofsky is er al druk mee bezig. Ambtenaar Dorknoper zoekt al naar een bouwlocatie. De burgemeester stelt vervolgens dat de wet de wet is, maar men moet ook op de mazen letten. Heer Bommel weet nu nog minder wat te denken. Wat in de wet staat is goed, maar dan zijn er toch geen mazen? Ambtenaar Dorknoper vindt buiten dan ook een onwillige grondeigenaar tegenover zich. Nu de overheid zijn grond wil overnemen of onteigenen om er een steenklomp op te bouwen, behoudens wetenschappelijke instemming, staat heer Bommel pal om zijn grondbezit intact te houden. Onderweg naar huis neemt heer Bommel Alexander Pieps mee in zijn Oude Schicht, die zegt onderweg te zijn naar de Oerterp op zoek naar een Denker met een Nieuwe Leer. Heer Bommel besluit zich te verstoppen en stilletjes mee te luisteren. Tot zijn verbazing ziet hij een grote groep mensen op zijn land naar de Denker luisteren. De jongeren krijgen te horen dat hun onschuld en hun weten het kwaad zijn. Als heer Bommel naar huis terug wandelt wordt hij door twee jongeren beroofd van zijn portefeuille. Doctorandus Zielknijper, die ook ter plekke had geluisterd naar de nieuwe leer, ontfermt zich over de neergeslagen heer en noteert een geval van vaderfixatie.[6] De reljeugd maakt zich inmiddels op motorfietsen van het merk Asagaya uit de voeten en noodzaakt commissaris Bulle Bas, die ter plaatse surveilleert, zijn dienstauto tegen een kastanjeboom te parkeren. Vervolgens beklaagt heer Bommel zich bij hem over kapotgesneden banden van de Oude Schicht, beroving zonder politietoezicht en een schurk, die misbruik maakt van gastvrijheid.

Bulle Bas laat zich door heer Bommel naar de Oerterp leiden, om de volksmenner aan te spreken. Laatstgenoemde wordt meegenomen naar het bureau om te praten. Terug op het kasteel klaagt bediende Joost over jongeren op motorfietsen die de ruiten ingegooid hebben en de muren beklad. Heer Bommel belooft alles door te geven aan de politie. Commissaris Bulle Bas is juist bezig Krummknikker Kop streng toe te spreken, maar die stelt dat de wet kwaad is. Op dat moment neemt de commissaris de telefoon op om de klachten van heer Bommel aan te horen. Hij legt de zwerver uit dat hij geen vernielingen zal toestaan, maar Krummknikker wijst op een geweer hangend aan de muur. De binnengekomen burgemeester adviseert Bulle Bas de man te laten gaan, maar hij moet hem wel in de gaten blijven houden en hem ergens op betrappen.

Op kasteel Bommelstein is Joost nog druk bezig de gevels te reinigen. Heer Bommel komt naar buiten met een hellebaard om gewapend zijn land te beschermen. Door zijn verrekijker ziet hij ambtenaar eerste klasse Dorknoper op weg met professor Prlwytzkofsky. De hoogleraar wil de zuurgraad van de grond weten en neemt daartoe een bodemmonster. Door het gewapend protest van heer Bommel ziet ambtenaar Dorknoper zich genoodzaakt terug te trekken. De grond is nog niet onteigend zodat de eigenaar wel zeer sterk staat. De professor moet zonder bodemmonster terug naar zijn laboratorium. Intussen zit een parkwachter van de markies de Canteclaer achter een vernielzuchtige jongere aan. De jongeman roept om hulp, omdat ze hem kwaad willen doen. Heer Bommel laat de parkwachter struikelen, omdat hij inmiddels van oordeel is dat kwaad kwaad is. Brigadier Snuf en agent Kloppers zijn in hun politiewagen door de markies opgeroepen. De vluchtende jongeman en heer Bommel worden meegenomen naar het politiebureau. Tom Poes spreekt met de gevelde parkwachter en een onthutste bediende Joost, die de gevelreiniging boven het hoofd groeit. Hij besluit meester Woordkramer, de vaste advocaat van zijn vriend, in te schakelen.

Ambtenaar Dorknoper zet de hoogleraar af bij zijn lab en belooft in drie maanden een speciale monstervergunning gereed te hebben. Alexander Pieps ziet geen bezwaar in zure grond omdat daarin geen schimmels en bacteriën kunnen groeien. Gewoon bouwen naast het stadslab op de heide. De vrijgelaten Denker komt langs wandelen en raakt in gesprek met de professor. De Denker antwoordt desgevraagd dat één en één twee is, omdat dat erfelijk is bepaald. Daardoor is één maal één twee en een kwart. Alexander Pieps ziet hierin het Krummknikker-effect. Een heel nieuwe manier van denken. De professor vindt het onlogisch waarop de Denker antwoordt dat hij een antiloog is.

Commissaris Bulle Bas is bezig met het verhoor van heer Bommel. Zijn politiebureau wordt belaagd met bakstenen door jongeren, die vrijlating van alle arrestanten eisen. Brigadier Snuf weigert bovendien om erop los te rammen, omdat de cellen al vol zitten en het tegen de orders is. Bovendien meldt doctorandus Zielknijper zich als woordvoerder van de actiejongeren en meester Woordkramer als advocaat van heer Bommel. De actiejongeren en de kasteelheer worden met toestemming van de burgemeester opgesloten in de kliniek van doctorandus Zielknijper. Laatstgenoemde laat er geen gras over groeien en gaat het gesprek aan met Belial van de Asmodees en Ollie B. Bommel. De andere dag krijgt Tom Poes te horen bij advocaat Woordkramer dat de zaken naar wens verlopen. Heer Bommel is opgenomen in een gesloten inrichting en kan daar voorlopig blijven. Intussen heeft Wammes Waggel de Oerterp bereikt en brengt op zijn beurt de Denker tot wanhoop met zijn rechte logica. Hij gaat ervandoor met een pan met worteltjes. Ook Tom Poes gaat in discussie met de Denker, die verklaart dat geld recht maakt wat krom is. Geld is een leugen, want alle recht is krom. Tom Poes vindt een puntig stuk steen en bezorgt na enig hakwerk een bodemmonster aan professor Prwlytzkofsky.

Een diepgaand gesprek tussen heer Bommel en doctorandus Zielknijper, wordt abrupt onderbroken door Belial, die suiker mist in zijn thee. De geplaagde andragoog verheugt zich op de dag van morgen, als de rechter al de zaken zal behandelen en het verblijf in de kliniek een meer permanent karakter zal krijgen. Tom Poes is daar ook bang voor en hij onderhandelt met de getroffen parkwachter over te betalen smartengeld. Heer Bommel legt zijn vriend uit dat Woordkramer en Zielknijper samenspannen om hem de rest van zijn jonge leven in een kliniek opgesloten te houden. Tom Poes heeft van de denker geleerd dat geld kwaad is en recht maakt wat krom is. Hij vraagt en krijgt wat geld van heer Bommel om te zorgen dat er recht zal geschieden. De volgende dag meldt een teleurgestelde doctorandus Zielknijper dat de aanklacht is ingetrokken, zodat heer Bommel als vrij man de kliniek kan verlaten. De politie heeft intussen de handen vol aan rellen bij het gerechtshof. Brigadier Snuf geeft opdracht erop los te rammen. Het recht heeft vervolgens zijn loop en de politie rekent de actievoerders in.

Terug op zijn kasteel treft heer Bommel een uitgeputte Joost aan. Met grote moeite weet hij voor de twee vrienden een maaltijd uit blik te serveren. De Denker treedt binnen en laat zich niet weerhouden door de leugen dat heer Bommel er niet is en eet de hele geserveerde maaltijd op. Hij stelt: Als het eten niet bij de Denker komt, komt de Denker bij het eten. Hij noemt zowel de actievoerders als de politiemensen helden en vertrekt weer. Heel veel later wandelt heer Bommel terug naar zijn Oerterp, waar hij in contact komt met professor Prwlytzkofsky. Ook commissaris Bulle Bas meldt zich met de rechterarm in een mitella. Hij maakt zich zorgen over de Commissie Tot Onderzoek van het Gevangeniswezen[7] en vreest dat zijn vervroegd pensioen aanstaande is. De hoogleraar maakt zich ook zorgen over de uitkomst van 1x1, want als dat 2 ¼ bedraagt, stapt ook hij op. Heer Bommel neemt het zichzelf kwalijk dat hij niet zelf de Denker van de Oerterp is geworden. De andere ochtend worden de drie verkleumde heren gastvrij onthaald in het huisje van Doddeltje, die meent dat je met een lege maag niet kunt denken. Gebakken eitjes met spek.

De burgemeester wordt intussen geconfronteerd met klachten van de Commissie-T.O.G.. Te lage koffietemperatuur en slechte televisie ontvangst. De heren Plooster en Ragel sommen nog meer van dergelijke klachten op en vertrekken onder de uitroep: “Doei!” Hierna treedt de politiechef binnen met twee eveneens gekwetste gevangenbewaarders om verhaal te halen. Het gesprek met de burgemeester verloopt dermate teleurstellend, dat Bulle Bas besluit vervroegde uittreding in drievoud aan te gaan vragen. Tom Poes neemt zijn vriend mee naar het kantoor van ambtenaar eerste klasse Dorknoper. Tom Poes legt uit dat heer Bommel de Oerterp schenkt aan de gemeente, nadat de ambtenaar heeft gemeld dat professor Prwlytzkofsky anders dreigt naar het buitenland te vertrekken. Tom Poes raadt heer Bommel aan om nog snel op zijn heuvel te gaan zitten om een Denker te worden. Vervolgens krijgt Krummknikker Kop bezoek van Tom Poes. Omdat zijn volgelingen zijn opgesloten en het voedsel uitblijft, laat hij zich meenemen naar de stad Rommeldam om het gesprek aan te gaan met rechter Warsloper. Die zit in zijn maag met autonome jongeren in overvolle gevangenissen. Hij gaat de discussie aan want hij wil kwaadwillige volgelingen goed laten worden. De Denker legt hem uit dat zulks niet kan, maar het is wel mogelijk ze goed te laten schijnen.

De volgende dag leest een woedende heer Bommel in zijn ochtendblad dat de rechter had besloten dat de jongeren onder het bevoegd toezicht van de Denker de stad hadden mogen verlaten. De terugtocht begon op de Oerterp, alwaar de Denker en zijn volgelingen achterwaarts lopend begonnen deze katholiekburgerlijke stad te verlaten. Alleen Belial wil niet meegaan, omdat hij liever rijk wil worden. Tom Poes vindt de gagel van Kwetal en verwijdert het apparaat. Vervolgens laat hij heer Bommel in het gat zinken, zodat hij ook een denker kan worden totdat Dorknoper de overdrachtspapieren in orde heeft gemaakt. Heer Bommel braakt onsamenhangende geluiden uit zoals blu bioe bado krum …. , die Belial verrukt tot zich neemt. Tom Poes heeft intussen de gagel tegen een rotspunt geworpen en daardoor laten ontploffen. Belial ontwerpt ter plekke een nieuwe sound, de Kromknikker, waarop de teruggekeerde Wammes Waggel uitbundig kan dansen. Heer Bommel kruipt verongelijkt uit het gat en herinnert zich nog het advies van zijn goede vader om je geen citroenen voor knollen te laten verkopen.

Enige tijd later, toen de herfst was gekomen, lag de Oerterp er weer verlaten bij en zat heer Bommel bij zijn haardvuur. Joost brengt hem zijn post en attendeerde zijn werkgever op een nieuwe mors-popsound, een topper met de naam Kromknikker, waarop het radiotoestel wordt ingeschakeld. Tegelijkertijd leest de kasteelheer een bedankbrief van Belial voor de ontvangen raadgevingen, welk poststuk tevens de geroofde bankbiljetten terug bezorgt. Hij vraagt Joost de radio af te zetten om te kunnen nadenken en op het moment dat zijn gedachten weer geordend zijn, vraagt ambtenaar eerste klasse Dorknoper belet. Om het geluid van de morspop te verminderen, sluit heer Bommel een tussendeur. Hij heeft inderdaad veel nagedacht over de Oerterp. Hij heeft als denker zijn blabla eruit gegooid zodat de heer is overgebleven. Daarom pakt hij gaarne zijn vulpen en schenkt al tekenend de heuvel aan de stad voor een wetenschappelijke bestemming.

Een paar weken later zien Tom Poes en heer Bommel dat de heuvel geheel is platgemaakt door logge machines. Heer Bommel merkt op dat nu de opbouw zal gaan beginnen met een wetenschappelijke inrichting, waar je kan leren hoeveel 1x 1 is. Tom Poes houdt vervolgens de bouw scherp in de gaten. Op een dag ziet Tom Poes een vlag op het dak van het nieuwe gebouw staan. Ook voertuigen en bezoekers bewegen richting het bouwwerk, dat op het punt staat feestelijk te worden geopend. Tom Poes wordt in zijn waarnemingen gestoord door een mopperend oud vrouwtje. Haar zoon is onder de heuvel gaan wonen, waar nu een steenklomp op staat. Zijn gagel is al weg en zo kan hij zijn boodschap niet aan de wereld verkondigen. Volgens Tom Poes is de bedoelde Denker al uitgepraat. Maar het vrouwtje wil de gagel terug, die Kwetal voor hem gemaakt heeft. Ze stelt dat de boodschap van Gritzoon niet ongestraft onder de steenpoeier kan worden bedolven. Heer Bommel komt intussen aanwandelen, omdat de Oude Schicht kou op zijn motor heeft gevat. Als denker weet de kasteelheer dat de laatste de eerste zullen zijn, dus hij zet zijn weg onbekommerd voort. Hij blijft echter staan vanwege een trilling in de grond, die overgaat in een aardbeving. Tom Poes krijgt zijn vriend net op tijd in de gaten om hem te waarschuwen voor een omvallende boom. Ook het nieuwe gemeentelijk gebouw wordt door de plaatselijke aardbeving in puin gelegd. Professor Prwlytzkofsky beklaagt zich handenwringend over deze kosmische tegenwerking van de wetenschap. Bij het naar huis wandelen, vertelt Tom Poes heer Bommel over zijn zojuist gevoerde gesprek met de heks. Hij denkt dat haar zoon erg driftig is geworden. Na een poosje nadenken, kan heer Bommel goed met deze ontknoping leven. Hij vond de boodschappen van de denker altijd al beetje extreem. Trouwens, te veel denken leidt tot ontsporingen van jonge lieden en een Kromknik-topper. En dat is toch maar niets voor iemand van zijn stand. Tom Poes geeft de Heuvel de schuld, die heer Bommel aan de wetenschap heeft geschonken. Het idee was van Tom Poes maar de wetenschap is er nu niet blij mee.

Terug op het kasteel vraagt bediende Joost belangstellend of het openingsfeest naar wens is verlopen. Heer Bommel kondigt direct daarop aan morgenavond een mooie maaltijd voor de slachtoffers te zullen aanrichten. Joost is met het voorstel in zijn nopjes. De volgende avond zijn buurvrouw Doddeltje, de burgemeester, de professor, popmusicus Belial en Tom Poes van de partij. Heer Bommel houdt een toespraak over achterwaarts bewegende jongeren en vooruitgaande wetenschap en de plicht van de overheid. De burgemeester roept “Bravo” en zijn buurvrouw vindt dat hij het toch mooi kan zeggen. De professor snuift de geur van zuurkool met worst op, zodat heer Bommel een toost kan uitbrengen op de antiloog, die hem de ogen heeft geopend.

Hoorspel

Voorganger:
Het ontsollen
Bommelsaga
12 juli 1982 - 9 december 1982
Opvolger:
De spalt