De argwaners

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de argwaners (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De argwaners) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 22 februari 1958 en liep tot 6 mei van dat jaar. Thema: Doorgeslagen achterdocht wordt paranoia.

Het verhaal

Op een dag in het vroege voorjaar hebben heer Bommel en Tom Poes een woordenwisseling over de plichten van een heer. Eerstgenoemde vertelt zijn jonge vriend over het onrecht van de wereld dat in zijn ziel schreit. Een heer moet de verdrukten verdedigen en de weduwen en wezen beschermen. Teruggekomen op slot Bommelstein, waarschuwt bediende Joost dat er een heer op hem wacht.

De leedaanzegger Kwaltergast brengt Heer Ollie de tijding dat zijn oudoom Ambrosius op zevenennegentigjarige leeftijd is overleden aan een woedeaanval. Zijn beroep staat genoteerd als ´argwaner´. Heer Bommel trekt zich ter plekke het lot aan van de achtergebleven wezen, die een vervallen en zwaar belaste boerderij in Muntjebol bewonen.[1] Hij laat Tom Poes een kiekje uit het familiealbum zien van zijn nicht Olivia op eenjarige leeftijd. Tom Poes waarschuwt voor een woedeaanval en hij weet bovendien niet wat argwaners zijn. Heer Bommel ziet nu nog slechts een taak voor een heer en gaat meteen in zijn eentje op zoek naar het dorp. Maar zijn achterneven Hoep en Heul en achternicht[2] Olivia bereiden hem een onaangenaam welkom met hun voetangels en klemmen. Het zijn immers argwaners die de wereld kennen en niemand vertrouwen.

Een plaatselijke herbergier, Krelle Bommel , geeft hem geen eten en onderdak omdat de kasteelheer zijn portefeuille reeds bij Olivia had ingeleverd. Terug op de boerderij vangt hij opnieuw bot waarna hij door emoties overmand met de Oude Schicht per ongeluk een vermolmde eik velt die de bouwvallige boerderij geheel verwoest. Hierna krijgt hij wat krediet. Zou neef Ollie soms ook een argwaner zijn? De berouwvolle heer voelt zich extra gesterkt om iets goeds terug te doen en laat een nieuwe boerderij bouwen, maar ambtenaareerste klasse Dorknoper laat die wegens gebrek aan vergunningen weer afbreken, waarbij Hoep&Heul met dynamiet meehelpen.

De wat beschadigde opsporingsambtenaar levert de kasteelheer af bij de politie van Rommeldam, die hem na een lange ondervraging vooralsnog laat lopen. Heer Ollie is wanhopig omdat hij zichzelf verwijt zijn familieleden te hebben verwaarloosd. Maar Tom Poes oordeelt dat men goedheid niet moet opdringen, omdat daar narigheid van komt. Advocaat Woordkramer[3] biedt zijn diensten aan en wordt benoemd tot zaakgelastigde met volmacht.

De raadsman legt in Muntjebol uit dat de 3 familieleden evenveel recht hebben op het bezit van de kasteelheer als hijzelf ex artikel 15b van de Successiewet. De drie argwaners komen vervolgens op slot Bommelstein wonen. Daar zetten ze hun oude leventje voort en maken van het oude slot een ondoordringbare vesting. Kruidenier Grootgrut en burgemeester Dickerdack worden gruwelijk mishandeld en verwijderd van het kasteelterrein. Heer Bommel wordt hierop geroyeerd als lid van de Kleine Club. Bediende Joost had al eerder zijn dienst verlaten.

Ambtenaar eersteklas Dorknoper komt beter voorbereid met een helm onder zijn hoed verhaal halen inzake achterstallige bebouwing, illegale huisvesting en belastingachterstand. Commissaris Bulle Bas vraagt zich intussen tegenover Dorknoper en Grootgrut af of Bommel een bende heeft gevormd of dat een bende Bommel in haar greep heeft.

Tom Poes besluit misbruik te maken van heer Ollies volmacht aan zijn advocaat en laat de zaak omdraaien. Woordkramer deelt aan een broedende Bulle Bas[4]mee dat hij namens de kasteelheer een aanklacht tegen zijn familie gaat indienen. Hierop gaat Bulle Bas naar het kasteel om arrestaties te verrichten. Tom Poes raadt de argwaners aan vrijwillig weg te gaan omdat er een aanklacht tegen hen is ingediend. Laatstgenoemden geloven dat niet en staan perplex als Bulle Bas meedeelt dat Heer Ollie dat heeft gedaan. Heer Bommel begrijpt niet hoe dat kan totdat Tom Poes hem uitlegt dat zijn advocaat met volledige volmacht zulks heeft ondernomen. Hierop besluit de kasteelheer dat hij niemand kan vertrouwen en dus ook zichzelf niet! Het heeft geen zin Tom Poes de schuld te geven, omdat hij zelf de volmacht heeft verstrekt.

Heer Bommel wil dat de aanklacht tegen de argwaners wordt ingetrokken maar zowel Woordkramer als Bulle Bas wijzen hem erop dat iemand voor de aangerichte ellende moet opdraaien. Hierop besluit de kasteelheer dat hij dan ook alle schade zal vergoeden. De argwaners vertrekken met de verzekering van advocaat Woordkramer dat ze nu juridisch recht hebben op een nieuw huis in Muntjebol, voorzien van de juiste vergunningen, als een wettelijke schadeloosstelling.

Hierop keert de rust langzaam terug. De eerder weggelopen Joost biedt zijn diensten weer aan. "Ondank is 's werelds loon, daar kan ik over meepraten met uw welnemen." Advocaat Woordkramer neemt afscheid met een vette rekening, heer Ollie armer achterlatend. Tom Poes vindt het jammer dat de raadsman niet mocht blijven mee-eten, want hij had de volmacht kundig afgewikkeld. Aan de afsluitende maaltijd begrijpt Tom Poes niet waarom zijn vriend niet tevreden is. Iedereen is tevreden; de burgemeester, de kruidenier, Dorknoper en zelfs Olivia, Hoep en Heul.

"Mijn advocaat heeft niets geregeld maar mij alleen maar laten betalen. Ik heb hem betaald, schadevergoedingen aan derden, een andere boerderij. Maar met al dat geld heb ik niets goed kunnen maken. Geld speelt geen rol voor een heer van mijn stand en dus heb ik niets kunnen doen." [5]

Zijn biograaf begrijpt afsluitend niet waarom Heer Ollie niet tevreden was. Het is soms werkelijk moeilijk om te begrijpen wat hij bedoelt.

Voetnoot

  1. Circa 70km ten noorden van Rommeldam
  2. Heer Ollie spreekt meestal over neef&nicht.
  3. In zijn eerste optreden in de verhalenreeks. Later partner in het kantoor van Zedekia Zwederkoorn, Zwederkoorn, Woordkramer en Zwederkoorn.
  4. Er lopen een aantal aanklachten tegen de heer B.
  5. De overwegingen van de kasteelheer zijn inderdaad in tegenspraak met zijn verklaring aan het eind van het vorige verhaal: Het overdoen.
Voorganger:
Het overdoen
Bommelsaga
22 februari 1958 - 6 mei 1958
Opvolger:
De kwanten