De bergmensen

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel[1] en de bergmensen (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De bergmensen) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 25 februari 1943 en liep tot 6 mei van dat jaar. Thema: Burgerinfiltranten.

Het verhaal

Heer Bommel en Tom Poes zitten op een mooie lentedag op een tuinbank in het park van slot Bommelstein, als in het kasteel de telefoon gaat. Het is commissaris Bulle Bas, die de twee vrienden om hulp vraagt. Tom Poes gaat graag in de Oude Schicht mee naar de stad Rommeldam.

Bulle Bas roept op zijn kantoor de hulp in van Tom Poes en heer Bommel om een opstand van reuzen uit de Zwarte Bergen te bedwingen. Ze plunderen reizigers en overvallen treinen. Heer Ollie krijgt als ondersteuning een gas toegediend, uitgevonden professor Sim Pensée, dat hem dertig maal zo sterk maakt, maar slechts zes uur werkt. Het duo krijgt opdracht inlichtingen te gaan verzamelen. Het gas werk uitstekend, want heer Bommel vernielt per ongeluk een deur en het bureau van de commissaris.

Met een speciale oude trein reizen ze tot aan de Zwarte Bergen, waar de machinist uitstapt. Tom Poes en heer Bommel weten de trein weer hard op gang te krijgen en botsen met hoge snelheid op een rotsblok, dat twee reuzen op de rails hebben gelegd. Heer Bommel belandt boven op een reus en Tom Poes landt in een oude kale boom. De makkers van de geplette reus vallen heer Ollie aan, die het drietal echter moeiteloos uitschakelt. Vervolgens wordt de hele reuzenpopulatie gealarmeerd en ze stormen op heer Bommel af. Tom Poes ziet van een afstandje dat het versterkende gas inderdaad reusachtig is. Heer Bommel spreekt de verslagen groep reuzen bestraffend toe. Dan komt de grootste reus, Bomdrom, poolshoogte nemen. Hij daagt de krachtdadige heer uit om zich in drie opdrachten met hem te meten. Touwtrekken,bijlwerpen en rotsblokken optillen. Heer Ollie neemt de opdracht aan, niet beseffend dat de werking van het gas maar zes uur aanhoudt. De eerste twee opdrachten wint hij, maar bij de derde opdracht verliest hij dan ook. Hij wordt opgesloten in een ondergrondse grot.

Tom Poes weet zijn vriend met een touw uit de locomotief te redden. Samen proberen ze de reuzen in de grot te vangen. Ze slagen daarin door een reusachtig beeld[2] , precies op al de uitgangen van de ondergrondse rotswoningen neer te werpen. Heer Bommel en Tom Poes vluchten nu de Zwarte Bergen uit, waarna ze tot hun verbazing een lift krijgen aangeboden van de enige vrachtrijder tussen Rommeldam en de Zwarte Bergen. Heer Bommel noemt tegen de chauffeur de bergreuzen doodgewone bergmensen.

Commissaris Bas arriveert, na het verslag van heer Ollie en Tom Poes, tijdig, met de hele politiemacht in twee auto's om de rovers te arresteren. De bergmensen hebben zich juist bevrijd door het afsluitend beeld in gruzelementen te hakken. Maar commissaris Bulle Bas komt met getrokken revolver op de bende af. Hij beveelt brigadier Snuf als eerste de leider met de vlechtjes,[3] Bomdrom, te binden. Ook de andere politieagenten houden hun wapens in de aanslag. Dat is te veel voor de bergmensen en ze worden allen gebonden afgevoerd.

De goede afloop wordt met een feestmaal in de kantine op het politiebureau gevierd. De snoevende heer Bommel wordt door Bulle Bas op zijn plaats gezet. Tom Poes heeft hem uit zijn gevangenschap bevrijd. Ook dokter Sim Pensée eet mee.

Voetnoot

  1. Het eerste verhaal dat begint met 'Heer Bommel'
  2. Het beeld roept herinneringen op aan een buitenlandse cultuur.
  3. Een vage gelijkenis met een latere stripheld, Obelix, dringt zich op.
Voorganger:
De betoverde spiegel
Bommelsaga
25 februari 1943 - 6 mei 1943
Opvolger:
Het geheim van het noorderlicht