De beunhaas

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de beunhaas (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De beunhaas) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 9 juli 1958 en liep tot 9 september van dat jaar.

Het centrale thema is de beunhaas die de vakman verdringt.

Het verhaal

Nadat Tom Poes zijn vorige vakantie heeft weggewenst, [1] besluit Heer Bommel met vakantie te gaan in de Oude Schicht met Tom Poes naar Kontreie, een land dat uiterst modern schijnt te zijn. Aan de grens valt op dat er een grote stroom auto's het land verlaat. De onbeschofte douanier slaat als een blad aan een boom om als Heer Ollie boos op hem wordt. Hij verandert in een angsthaas. Bij een geval van autopech verleent Tom Poes technische assistentie en komt Heer Bommel in contact met raadsheer Jansen van de koning. Ze geven hem een lift en vervolgen hun weg. Er heerst een grote leegloop in het land en al gauw komen ze erachter dat al die moderne gebouwen schone schijn [2] en in slechte staat zijn. Al het werk wordt uitgevoerd door de familie “De Haas”, waarvan de jongens allemaal Beun en de meisjes allemaal Beuntje genoemd worden. Aan de bron van dit systeem staat Wammes Waggel die rijkspersoneelschef is en onder toezicht staat van opa Haas. Laatstgenoemde verblijft ter controle op Wammes in zijn kantoor in een bedstee, zodat alleen maar familieleden van hem een baan krijgen. De leden van de familie, zichzelf vaklieden noemend, leveren slecht werk, geven anderen de schuld en gaan huilen als buitenstaanders boos worden.

Er is één regeringsfunctionaris, de eerder genoemde Jansen, die het hoofd aan de toestand probeert te bieden. Hij nodigt de hem reeds bekende heer Ollie uit hem daarbij te helpen. Hij wordt staatsregelaar in buitengewone dienst. Als hij slaagt, is er recht op het "grootkruis met de sabel en de linten van Kontreie" maar bij mislukking volgt er vervolging wegens hoogverraad, net als zijn voorgangers. Tom Poes kan de gevangenschap van zijn vriend niet voorkomen, maar draagt het hoofd van de familie Haas, Opa Beun, bij Jansen voor als de nieuwe staatsregelaar. Dat loopt natuurlijk helemaal uit de hand. Ook de gevangenis stort in, zodat heer Ollie kan ontsnappen. Het paleis van de koning wordt te gronde gericht met vuurwerk en een kanon.

Hierdoor raken de hazen uit de gratie bij Jansen, die de koning blijkt te zijn van Kontreie, getooid met koningskroon en koningsmantel om de beunhazen te imponeren. Hij ontslaat alle beunhazen. Wammes Waggel staat er nu als gans helemaal alleen voor. De personeelschef serveert in de kelder van het verwoeste paleis snert uit blik aan Koning Jansen, Tom Poes en Heer Bommel. Tom Poes krijgt van hem een lintje voor het bedenken van de list met opa Beunhaas, commandeur in de orde van Kontreie. Wammes Waggel wordt benoemd tot geheim raadsheer, omdat zijn adviezen met zekerheid altijd fout zijn. Bij de terugreis schiet de Oude Schicht goed op, omdat het verkeer wederom van de andere kant komt. Het vertrek van de beunhazen maakt plek vrij voor anderen. Heer Ollie moppert nog wat na over de misgelopen onderscheiding.

De beunhazen zijn uit Kontreie de grens over gevlucht, waarna ze in vele landen vooraanstaande posities innemen. [3]

Voetnoot

  1. Zie het vorige verhaal: De kwanten.
  2. Een parallel met een eerder verhaal: De Schoonschijners.
  3. Af en toe duiken ze nog op in latere verhalen uit de Bommelsaga.
Voorganger:
De kwanten
Bommelsaga
9 juli 1958 - 9 september 1958
Opvolger:
De kiekvogel