De daadsteller

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de daadsteller (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De daadsteller) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 2 mei 1955 en liep tot 11 juli van dat jaar. Thema is het omzetten van woorden in daden.

Het verhaal

Op een mooie voorjaarsdag trekken Heer Bommel en Tom Poes met de Oude Schicht de vrije natuur in. Tijdens de rit ergert Bommel, die achter het stuur zit, zich aan de achterstallige toestand van het wegennet. Ook klaagt hij over te hoge wegenbelasting en te dure nieuwe auto's.

In de file voor een ophaalbrug over de rivier de Rommel ontstaat een woordenwisseling met zijn kruidenier Grootgrut, de brugwachter en commissaris Bulle Bas. Heer Bommel wil een tunnel, de kruidenier een hoge brug, de commissaris wil de rivier dempen en de brugwachter wil alles zo houden als het is. Tijdens noodweer verderop in de mooie natuur raakt het vervoermiddel onklaar waarna de twee vrienden hun toevlucht nemen in een oude burcht. Daar worden hun wensen telkens op een raadselachtige manier vervuld en heer Bommel beroept zich op zijn grote wensvermogen. Tom Poes vindt het maar onzin en wijst vruchteloos op hun avontuur in de wensgrot.[1] Heer Bommel krijgt steeds meer plezier in het wensen, totdat Tom Poes wenst dat hij zijn mond houdt en zijn vriend terstond gemuilkorfd wordt. Tom Poes wenst vervolgens met succes zijn vriend in slaap. De andere ochtend blijkt dat alles tot stand komt door een kleine robot met één oog. Tom Poes en heer Bommel betrappen het apparaat buiten bij de reparatie van de Oude Schicht.

Tijdens de achtervolging van de robot belanden ze in het hol van een oude bekende, Kwetal de breinbaas. De dwerg verwelkomt de grote Bommel met het magistrale denkraam. Hij heeft de robot gevoegd; het is een daadsteller. Want lieden met een groot denkraam weten altijd precies wat er gebeuren moet. Maar ze doen nooit iets, maar ze zeggen alleen maar dat zij het wel zouden weten als zij het voor het zeggen hadden. De daadsteller nu heeft een blanco denkraam en doet wat er gezegd wordt. Door plaatsing van een prikkelstoffer kan de robot nu ook praten. Kwetal wil nu nog slechts een toestel hebben om de tijd te meten, een zonnewijzer die het altijd doet. Hij ruilt dan ook graag heer Bommel zijn horloge tegen de daadsteller. Zo komt het dat heer Bommel en Tom Poes terugrijden in de Oude Schicht, met de pratende daadsteller achterop op het reservewiel. Op de terugweg stuitten ze op twee wegwerkers, die verbaasd de werkkracht van de daadsteller aanschouwen.[2] Onderweg geeft de robot al overlast, maar het voorlopige hoogtepunt wordt bereikt bij terugkeer bij de ophaalbrug. Tunnel, hoge brug en dempen volgen elkaar op waardoor de brugwachter de robot en alle andere machinemannetjes afgebroken wenst. De robot raakt hierop onklaar. Commissaris Bulle Bas schrijft woedend de namen van alle betrokkenen op en legt de kwestie voor aan de Hoge Raad. De Hoge Raad laat de rivier uitgraven, de tunnel verwijderen en de hoge brug afbreken en de oude opklapbrug herstellen. Bouwen zonder vergunning is niet toegestaan.

Op de terugweg naar huis oordeelt Tom Poes dat het toch wel goed is dat de robot kapot is, want hij had weinig karakter en luisterde naar iedereen. Maar als ze terug zijn op het kasteel Bommelstein, springt Kwetal met zijn kapotte robot stiekem uit de kofferruimte van de Oude Schicht. Kwetal herstelt de robot en legt uit dat hij hem nu op Heer Bommel heeft afgestemd.[3] De robot draagt nu een ruitjesjas omdat die jas nu eenmaal bij de persoonlijkheid van de kasteelheer hoort en gaat zijn meester overdreven nadoen. Heer Bommel voelt zich nu belachelijk gemaakt in zijn eigen kasteel, waarbij bediende Joost en Tom Poes zich kostelijk vermaken. Ze worden gezamenlijk het raam uit geworpen door het daadstellertje, dat haarfijn aanvoelt dat er moet worden opgetreden. Vervolgens vliegt hij zelf het kasteel uit wegens een meningsverschil met zijn opdrachtgever. Hij torpedeert het duo Bul Super en Hiep Hieper, die proefrijden op hun nieuwe scooter op afbetaling. Hij doet dit onder de uitroep dat een ijzeren heer die het te zeggen heeft die dingen gaat vernietigen. Bij het vervolgens slopen van elektriciteitsdraden valt het daadstellertje in een diepe kuil.

Tom Poes haalt hem uit de kuil, na een knop te hebben omgedraaid. Het daadstellertje is nu heel even een beleefde poes. Hij repareert de scooter, omdat Tom Poes dat zou willen doen als hij het zou kunnen. Super en Hieper staan de reparatie verbaasd te bekijken. Ze hadden Tom Poes om een fikse schadevergoeding gevraagd en nu dit. Super ziet een zaakje in het robotmannetje. Tom Poes heeft zich inmiddels verzoend met zijn daadsteller. Als hij hem goed gebruikt zal hij goede dingen gaan doen. Maar het duo Super en Hieper maakt zich gemakkelijk meester van de robot. Laatstgenoemde heeft nu een bolhoed op het hoofd en een sigaar schuin in de mond. Hiep Hieper kan de grap wel waarderen. Het plan van Super werkt prachtig. Het daadstellertje verklaart dat hij een manier weet om aan geld te komen.

In tegenstelling tot heer Bommel is Bul Super in zijn nopjes met zijn machinemannetje. De robot wordt nu een Super-schurk en wordt ingezet voor mechanische diefstallen die Super, genietend van zijn alibi, bedenkt. Tijdens de eerste klus, het dichtmetselen van het politiebureau, belt Tom Poes vanuit het kasteel commissaris Bulle Bas om hem te waarschuwen voor de robot met “Superbrein”. Tegelijkertijd werd de bank tegenover het politiebureau beroofd. Op de plaats delict weet Tom Poes de commissaris met moeite uitleg te geven van de misdaad. De robot,alias de bouwer bij de brug, wordt nu door Bul Super aangestuurd. Vingerafdrukken zal Bulle Bas dus niet kunnen vinden. De politiechef scheurt op zijn motor naar het adres van Super en Hieper maar kan daar slechts een alibi noteren. De robot was van Bommel en is nu van Tom Poes. Bulle Bas besluit de robot en zijn maker te gaan opsporen.

Enkele dagen later leest heer Bommel in zijn krant over een golf van misdaden. Tom Poes wijst hem op de daadsteller, die nu met Super samenwerkt. Tom Poes stelt zijn verontruste vriend voor om Kwetal op te sporen. De robot moet onschadelijk worden gemaakt. Heer Bommel is het met zijn jonge vriend eens, temeer daar de politie niets doet. Dat is niet correct want tezelfdertijd meldt Bulle Bas zich in de keuken van het kasteel bij bediende Joost. Laatstgenoemde verklaart een aantal zaken en uiteindelijk concludeert de politiecommissaris dat de daadsteller inderdaad deed wat de kasteelheer hem opdroeg. Uit een ooghoek ziet Bulle Bas de Oude Schicht wegrijden. Heer Bommel wordt klemgereden door de politiemotor en overgebracht naar zijn kasteel om wat spullen op te halen voor een lang verblijf in de politiecel. Super en Hieper besluiten inmiddels hun allerlaatste slag te slaan: ze gaan de Rommeldamse Bank leeghalen. Het robotje verklaart opgewekt dat ze een Superkraak gaan zetten.

Tom Poes zoekt op zolder van het kasteel een koffertje voor heer Bommel. Daarin moet wat lijfgoed voor op het politiebureau, omdat het nog wel even zal duren voor de onschuldige heer Ollie weer vrijkomt. Hij vindt daar Kwetal, die verklaart dat het prettig werken is op de zolder van Bommelstein, vanwege het magnetisch elektronenveld.[4] Hij is bezig een zelfvullende schrijfveder uit te vinden. Tom Poes vindt het nu tijd om de dwerg mee te sleuren naar beneden. In zijn studeerkamer is heer Bommel bezig een afscheidsbrief aan bediende Joost te schrijven. Tom Poes belooft Kwetal ter plekke de vulveder met ingebouwde plamoen, als hij wil helpen. Op verzoek van heer Bommel en Tom Poes vernietigt Kwetal de daadsteller.[5] Heer Bommel wordt nu meegenomen door de politiecommissaris, terwijl bediende Joost handenwringend zijn spijt betuigt voor zijn verklaringen. Heer Bommel weet nu zeker dat een heer alles zelf moet doen, want je wordt verraden door degenen die je het meest vertrouwt. Geboeid wordt hij in zijn eigen Oude Schicht gezet, met Bulle Bas achter het stuur en Tom Poes op het reservewiel.[6]

Toevalligerwijs passeert de Oude Schicht de Rommeldamse bank. Daar heeft zojuist een ontploffing plaatsgevonden, met Super en Hieper op de plaats delict. Bul Super maakt desgevraagd de boeien van de kasteelheer los en zegt zijn eerste verbaaltje te gaan verscheuren. Vanavond ziet hij heer Bommel graag weer in de Kleine Club. Bij terugkomst op het kasteel is Kwetal nog steeds in zijn nopjes over de vulpen. Hij mag hem echt houden want een heer komt zijn beloften altijd na. Maar Kwetal mag nooit meer een daadsteller maken.[7] Tijdens het afsluitend maal filosofeert Kwetal over zijn kleine denkraam. Door Heer Ollie uitgedaagd, stelt Tom Poes dat een heer en een daadsteller niet zo goed samengaan. Maar een heer moet niet te veel doen. Joost serveert de maaltijd voordat heer Bommel inhoudelijk kan antwoorden.

Voetnoot

  1. Zie het vorige verhaal: Het slaagsysteem. Het probleem is dat heer Bommel zich dat verhaal nooit meer zal kunnen herinneren.
  2. De twee wegwerkers verdwijnen zelfs tijdelijk in een nieuwgebouwde gevangenis na enige onheuse opmerkingen jegens heer Bommel.
  3. Er zit nu ook een knop aan om hem desnoods op iemand anders af te stemmen.
  4. Zie ook een later verhaal: De uitvalsels.
  5. Hij doet dit op afstand door een afstandsbediening, een hoogfrequente corrulant.
  6. De commissaris vertrouwde heer Bommel niet achter op zijn politiemotor.
  7. Jaren later gaat professor Sickbock wederom met een robot aan de slag. Zie het verhaal: De grootdoener.
Voorganger:
Het slaagsysteem
Bommelsaga
2 mei 1955 - 11 juli 1955
Opvolger:
De kniphoed