De denktank

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de denktank (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De denktank) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 3 oktober 1977 en liep tot 30 januari 1978. Het thema is mentale energie.

Het verhaal

Magister Hocus Pas trekt naar de Steenheuvel [1], gesierd door een kring van stenen, alwaar de Ouden krachten verzamelden toen de wereld nog jong was. Met zijn staf tekent hij zijn pentagram. Hij trekt zich vervolgens terug in de krocht van Moeral en vraagt zijn kraai Krouw hem te waarschuwen wanneer de zon zijn laagste punt heeft bereikt.

De volgende morgen maakt heer Bommel opgewekt een loopje over zijn eigen terrein. Al wandelend bereikt hij een vervallen ruïne, waar hij wordt opgewacht door journalist Argus. Laatstgenoemde is na wat moeilijkheden[2] overgeplaatst naar de rubriek ‘Wetenswaardigheden’. De journalist wil weten of heer Bommel de eigenaar van het oude monument is en wat is de betekenis ervan? Heer Bommel kan desgevraagd weinig zinnigs zeggen, waardoor het gesprek wordt overgenomen door de langs wandelende professor Joachim Sickbock. Die heeft de ‘mentale energie’ bestudeert. Woede wekt adrenaline[3] op en geeft ongekende kracht. Wanneer men die energie kan aftappen in een denktank, heeft men een depot van energie. En deze uitvinding is nu door de professor operationeel gemaakt.

Bij het verlaten van de heuvel komt heer Bommel zijn buurman tegen, de markies de Canteclaer, die bezig is met een gedicht over de Canteclaericale steencirkel, de voorhistorische terp van zijn buiten. Als heer Bommel dezelfde stenen als eigendom claimt, verwijst zijn buurman hem naar het kadaster en dreigt op voorhand met een proces. De volgende morgen brengt bediende Joost tot woede van zijn werkgever het reeds gelezen ochtendblad bij het opdienen van de ochtendpap.[4] Er staat een interessant artikel in over de geweldige kracht, die drift op kan wekken. Heer Bommel besluit na de ochtendpap als eerste naar het kadaster te gaan. Omdat hij al te verdiept is in het artikel over de professor uit de Vaaltsteeg 6 komt hij al struikelend ten val. Nadat hij uiteindelijk in zijn Oude Schicht belandt met een buil op het hoofd, herinnert hij zich slechts een adres uit de krant.

Op nummer 6 van de Vaaltsteeg werd diezelfde ochtend aangebeld door secretaris Steenbreek. Hij blijkt op dezelfde lijn te zitten als de professor. Denkkracht is een schaars artikel aan het worden en het verzamelen van mentale energie in een denktank wordt overwogen. Daaruit kan men dan energie putten als men ideeën nodig heeft. Het wachten is nu op een proefpersoon, die tegelijkertijd zelf aanbelt in de persoon van de kasteelheer. In de veronderstelling bij het kadaster te zijn wordt OBB een kap op het hoofd geplaatst. Zijn woede laat een gloeilampje branden waarmee bewezen is dat zijn energie is afgetapt. Vervolgens rukt hij zich de kap van het hoofd en stampt het materiaal de grond in. Secretaris Steenbreek stelt de professor gerust. De geldmiddelen zullen ruim zijn onder het motto dat er niets is wat niet door geld kan worden goedgemaakt. Heer Bommel komt inmiddels weer bij zijn positieven en weet dat hem een zotskap is opgezet. Professor Sickbock is niet onder de indruk van de dreigementen van de vertrekkende heer, maar Steenbreek is er op voorhand al niet gerust op en vreest een ragfijn spel. “Heeft hij al een bod op uw vinding gedaan en wat betekent kadaster?” De professor houdt het op een geheugenstoornis bij heer Bommel en hij heeft beslist geen bod op zijn vinding gedaan.

Heer Bommel gaat op het gemeentehuis het kadaster zoeken en komt de markies daar tegen. Die wenst eens en voor altijd de grenzen van zijn bezittingen vastgesteld te zien. De kasteelheer doet aan ambtenaar eerste klasse Dorknoper een soortgelijk verzoek. Die wil best helpen met formulieren in drievoud, leges en zegelkosten. Hij trekt er een maand of drie voor uit. Tegelijkertijd krijgt de burgemeester bezoek van Steenbreek. Die zoekt een afgelegen perceel doch niet te ver van de stad. Met rust en zuivere lucht, dus niet een binnenstadslocatie zoals de Waag. De burgemeester zegt bij elk terrein zijn medewerking toe, al zou het onteigend moeten worden. Inmiddels klaagt heer Bommel over de termijn van drie maanden. Ambtenaar Dorknoper ziet kans voor een spoedbehandeling. Dat kost dubbele leges en extra zegelkosten en de formulieren moeten dan in zesvoud worden ingeleverd. Terwijl de kasteelheer vertrekt met stapels formulieren heeft de ambtenaar de burgemeester aan de telefoon. Ook heer Steenbreek kan over een maand antwoord hebben, maar daar zijn wel overuren aan verbonden. Heer Bommel zoekt rust bij zijn Steenheuvel, maar daar staat de markies zijn gedicht te beproeven. De twee buren krijgen weer hoog lopende ruzie over de eigendomsrechten. Tom Poes zegt: “Hm” tegen zijn vriend. Hij begrijpt de hele opschudding om een jarenlang vergeten stuk grond niet. Heer Bommel spreekt over hogere dingen, het beginsel van eigendom. Tom Poes besluit ter plekke te gaan kijken. Hij ziet stenen en een ster en verdwijnt bij het horen van stemmen. Die zijn van Steenbreek en Sickbock. Samen besluiten ze dat deze afgelegen plek een goede bouwlocatie is. Steenbreek gaat het terreintje laten kopen. De andere dag wijst de burgemeester ambtenaar Dorknoper op het perceeltje XY666 van het kadaster. Dat moet worden aangekocht, nu en niet binnen een maand. Ambtenaar eerste klasse Dorknoper ziet onoverkomelijke moeilijkheden. Het eigendom wordt betwist in een dubbele spoedbehandeling voor twee partijen. Dat gaat enige weekjes kosten. Dorknoper vertrekt en de burgemeester besluit zijn eigen weg te gaan.

Diezelfde avond zijn Tom Poes en heer Bommel aan het bijpraten op kasteel Bommelstein. Journalist Argus komt binnenlopen en bericht dat op de Steenheuvel een groot eigentijds gebouw wordt neergezet, nu de burgemeester een bouwvergunning heeft verleend. De vraag is of heer Bommel heeft verkocht? Heer Bommel stelt dat met de grond van een heer niet ongemerkt kan worden verkocht.[5] Tom Poes vraagt waar alle opwinding om draait en het blijkt dat zijn vriend zijn buurman van verkoop verdenkt. Argus legt buiten aan Tom Poes uit dat er een luchtje aan de heuvel zit. Hij gaat bij de markies maar eens een knuppel in het hoenderhok gooien. De markies is juist bezig met de laatste regel van zijn gedicht.[6] Argus stelt dat de stenen nu juist met vergunning van de burgemeester worden opgeruimd. Het commentaar van de markies luidt als volgt: “Dit gaat te ver. Maar nu gaan er hoofden vallen.

De andere morgen leest de burgemeester in de Rommeldammer hoe de zaak van de bouwvergunning er voor staat. Hij belt om steun bij ambtenaar eerste klasse Dorknoper, maar die houdt de boot af. Die klaagt zelf over zijn slechte behuizing. Het besluit van de burgemeester is in strijd met artikel 25934b van de gemeenteverordening. Maar misschien ziet hij nog kans met terugwerkende kracht de vergunning te bevestigen, misschien! Heer Bommel is in de Oude Schicht met Tom Poes onderweg naar zijn heuvel om er zijn vlag te planten. Maar daar is reeds een graafmachine aan het werk en er woedt een discussie tussen professor Steenbreek en de markies. Heer Bommel en de markies beschuldigen elkaar van heimelijke grondverkoop maar na een heftige ruzie zien ze in dat er een derde partij aan het werk is. Ze zullen de onbekende derde voor het gerecht slepen. Professor Sickbock ziet de bouw van zijn nieuwe laboratorium in gevaar komen. Hij besluit met secretaris Steenbreek de ambtelijke traagheid aan te pakken. Het lab snel afbouwen en de ambtenaar eerste klasse opladen met gewonnen mentale denkkracht om ambtelijke snelheid te ontwikkelen.

Heer Bommel is naar de stad gegaan naar het kantoor van Zwederkoorn, Woordkramer[7] en Zwederkoorn, advocaten en procureurs om de zaak krachtig aan te pakken. Zijn stenen gaan er aan en de burgemeester moet voor het gerecht gesleept worden. Advocaat Zwederkoorn vindt het slepen van een burgemeester delicaat en dat dient niet prematuur te geschieden. Maar nadat heer Bommel zijn portefeuille heeft getrokken lijkt er schot in de zaak te gaan komen.

Enkele weken later brengt Tom Poes een bezoek aan het kasteel Bommelstein. Bediende Joost bevestigt dat zijn werkgever uitgeblust in zijn stoel zit. Tom Poes probeert hem te interesseren voor een verhaal in de krant. Het kantoor van de ambtenaar eerste klasse Dorknoper wordt verplaatst naar de Steenheuvel. Heer Bommel wil niets meer van Dorknoper horen en ook niet van zijn advocaat, die zou uitzoeken dat de heuvel van hem is. Maar plotseling springt hij uit zijn stoel en rent naar zijn auto. Het kantoor van de ambtenaar is dus al verplaatst naar zijn Steenheuvel! Daar is voldoende parkeerruimte waar echter niet geparkeerd mag worden. Binnen het gebouw zijn er talrijke wegwijzers en robots achter de loketten zodat eenieders gal overloopt. Dat is juist de bedoeling zoals professor Sickbock achter het instrumentarium aan secretaris Steenbreek uitlegt. De hoofdkap is alhier vervangen door een met sonovibryl bekleed plafond, om de denktank op te laden. De secretaris heeft een volle denktank nodig om drie winnaars van de Nobelprijs op te laden. Heer Bommel druipt af na zijn boetes net als talrijke andere bezoekers te hebben voldaan aan loket M. Hij gaat klagen bij zijn advocaat Zwederkoorn, die echter opgewekt meedeelt dat de burgemeester morgen toch echt bij de rechtbank moet komen.

Bij de burgemeester breekt het angstzweet uit wegens het Kort geding, dat ambtenaar Dorknoper nog niet heeft uitgezocht. Professor Sickbock komt bij hem binnen lopen en stelt voor de ambtenaar naar zijn nieuwe kantoor te verhuizen met het doel aldaar opgeladen te worden. De burgemeester gaat het nieuws meteen aan de ambtenaar in zijn oude behuizing brengen. Zijn nieuwe kantoor staat op de Steenheuvel en de ambtenaar gaat daar graag kijken met het oog op het naleven van de voorschriften.[8] Even later zien Tom Poes en heer Bommel in de Oude Schicht de ambtenaar zijn oude kantoor verlaten. Heer Bommel roept verwilderd uit: “Hij zat dus niet eens in dat nieuwe kantoor!” en rijdt verbijsterd tegen een lantaarnpaal, waarna commissaris Bulle Bas hem om zijn naam vraagt en de aanrijding gaat opschrijven. Heer Bommel en Tom Poes gaan lopend naar huis waarbij Tom Poes hem probeert op te beuren. “ Het is raar was dat Dorknoper daar liep. De garage is gebeld en de Oude Schicht wordt hersteld en morgen is er de rechtszaak.” De markies heeft inmiddels een passend gedicht klaar na het verwijderen van de stenen.[9] Morgen is er eveneens de spoedrechtszaak van de markies. Tom Poes brengt intussen ambtenaar Dorknoper op de hoogte dat zijn nieuwe behuizing morgen onderwerp is van een rechtszaak. Ambtenaar Dorknoper verslikt zich in zijn thee bij de gedachte aan folio XY666, waar zijn nieuwe kantoor nu is gevestigd.

Bij het gebouw wordt hij welkom geheten door de professor Sickbock, die hem er fijntjes op wijst dat hij zelf de beheerder van het gebouw is. Tegenover secretaris Steenbreek verklaart de professor dat de ambtenaar geheel vrijwillig in de denktank is geplaatst om de ambtelijke voortgang te versnellen. Steenbreek wenst geen moeilijkheden met de ambtenarij en snel resultaat. In de denktank blijkt Dorknoper razendsnel tot heldere gevolgtrekkingen te komen. Dit pand is kadastraal folio XY666, waarvan de eigendomsrechten 48 De Canteclaer en 49 Bommel in spoedbehandeling zijn. De eis van de burgemeester tot onteigening is prematuur en dus is dit bouwwerk wederrechtelijk opgetrokken. Het rapport schrijft zichzelf. Heer Dorknoper laat een verbouwereerde professor achter. Tom Poes ziet hem wegrennen en ziet eveneens een krassende kraai. Hij weet nu zeker dat de heuvel niet deugt.

De rechter van dienst is de overbekende meester Morrel. Hij verdiept zich in zijn stukken en ziet de markies bijgestaan worden door de keurige Ritselaer en de kasteelheer door de eerder geschorste Zwederkoorn. Bovendien komt ambtenaar eerste klasse Dorknoper nog een halve meter stukken brengen, ontstaan in nachtelijk overwerk. Heer Bommel krijgt opdracht op de publieke tribune plaats te nemen en zich rustig te houden. Dat lukt niet als de rechter de zitting opent en terstond verdaagt wegens nieuw bewijs. Heer Bommel eist nu recht op staande voet en slaat de rechter de baret over de ogen. Heer Bommel wordt afgevoerd richting verzekerde bewaring maar zijn raadsman weet een opsluiting onder toezicht van een zielkundige te regelen. “Zijn cliënt is getikt.” Heer Bommel wordt inderdaad vanuit het Huis van Bewaring overgebracht naar de nieuwe inrichting op de Steenheuvel van doctorandus Zielknijper. Tom Poes komt hem daar waarschuwen, maar zijn vriend weet dat hij niet in een rusthuis voor ouden van dagen hoort maar in een dolhuis. Achter de schermen maken professor Sickbock en de zielkundige Zielknijper ruzie over de geschiktheid van de locatie. Doctorandus Zielknijper vindt de omgeving niet goed voor het behandelen van fobieën en trauma’s. Het gaat de professor om de adrenaline en hij verzoekt dan ook de proefpersonen wat meer op te peppen. Zijn collega wil hierom terug verhuizen naar zijn oude kliniek en stelt dat de professor geen psychiater is. Professor Sickbock antwoordde koeltjes dat hij de wetenschap beoefent. Tijdens de verhuizing weet heer Bommel in een witte jas naar buiten te ontsnappen en zijn vrijheid te hervinden. Professor Sickbock besluit uitgeblust achtergebleven, zichzelf op de denktank aan te sluiten.

Intussen heeft Tom Poes ambtenaar eerste klasse Dorknoper met de pers gedreigd. Die is zijn oude kantoor aan het uitspitten en kwam in het dossier folio XY666 niet verder dan een brief aan het Heemraadschap voor een spoedbehandeling. Het antwoord ontbreekt vooralsnog. Heer Bommel maakt het zich intussen buiten op de vlakte enigszins gemakkelijk met een gevonden postzak als hoofdkussen en zijn witte jas als laken. De andere ochtend wordt hij wakker en de postzak is er nog steeds en blijkt geadresseerd aan ambtenaar eerste klasse Dorknoper. Hij besluit de postzak in de rivier te werpen, omdat hij zich niet aan de politie kan vertonen na zijn ontsnapping. Maar omdat hij toevallig wordt aangesproken door een passerende postbode geeft hij de zak toch maar af. Heer Bommel vertelt aan de postbode die hem heeft herkend dat hij de post moest beschermen ook al zou de politie hem zo op het spoor komen. Diezelfde ochtend staan Dorknoper en Bulle Bas elkaar bij te praten over bouwen zonder vergunning en slordige postbezorging. Op dat moment komt de postbode een hele postzak bij de ambtenaar eerste klas afleveren. Commissaris Bulle Bas weet nu wat hem te doen staat en hij gaat het spoor van Bommel volgen. De gevallen sneeuw belemmert hem en zijn brigadier Snuf in hun zoektocht. Laatstgenoemde kan bovendien geen manschappen missen omdat voetballiefhebbers de aanwezigheid van de hele politiemacht eisen in de confrontatie tussen Rommeldam(RFC) en Stuipendrecht. Hoewel hij sportliefhebber is gaat de commissaris persoonlijk achter Bommel aan. Tom Poes stuurt de commissaris desgevraagd ook naar het overdekte [10] voetbalstadion. Ook ambtenaar Dorknoper gaat verder met de inhoud van de gevonden postzak, hoewel er een voetbalwedstrijd op televisie is.

Tom Poes heeft intussen niet stilgezeten. Maar journalist Argus heeft de belangstelling voor de Steenheuvel zaak verloren. De voetbalwedstrijd RFC-Stuipendrecht in een overdekt stadion is HET voorpaginanieuws. De burgemeester heeft de locatie ter beschikking gesteld namens een Multinationale Handelsonderneming.[11] Heer Bommel heeft intussen een schuilplaats gezocht en gevonden in de krocht van Moeral in de Gloombergen.[12] Daar is de kraai ook heen gevlogen om magister Hocus Pas te waarschuwen. De oude man bezwijkt buiten in een sneeuwstorm en wordt door een bezorgde heer Bommel weer op de been geholpen. Laatstgenoemde legt uit dat hij voortvluchtig is omdat hij uit een gesloten inrichting is ontsnapt, die open bleek te zijn. De magister nodigt hem uit hem naar de Steenheuvel te brengen, waarbij hij zal zorgen dat hij geen gevaar meer loopt en rijkelijk zal worden beloond. Dat zweert hij bij zijn magisterzegel, een soort munt met een pentagram. Onderweg wijst de kraai Krouw het duo de weg. Maar aangekomen bij de heuvel der Ouden blijkt er een overdekt voetbalstadion te staan. Binnen in de controlekamer legt professor Sickbock secretaris Steenbreek het scoreverloop uit. De meter slaat uit bij een doelpunt maar daarna gebeurt er iets vreemds. De denktanklading groeit op ongehoorde wijze aan. Het is niet normaal. Buiten is magister Hocus Pas zeer ontevreden. Nu het uur heeft geslagen is hij niet in staat de krachten op te vangen omdat de steenklomp van de barbaren in de weg staat. Het gebouw zelf staat er slecht voor, mede omdat bij de bouw is bezuinigd, vlugbouw met teruggebrachte bewapening. De menigte breekt naar buiten. Er volgt een geweldige ontploffing en er breekt brand uit. Twee kraaien vliegen weg naar het noorden. Professor Sickbock is toch zeer tevreden over de verwoestende werking van de brandende adrenaline maar secretaris Steenbreek vreest dat er iets anders achter zit. Dat wordt wetenschappelijk vastgesteld door professor Prlwytzkofsky, die op grond van zijn seismograaf zich per motorslede richting de trilling verplaatste. Ter plekke toont de stadfenomenoloog methaan aan. Sickbock wil er met de eer vandoor gaan maar secretaris Steenbreek weet genoeg. Aardgas betekent onteigening. Intussen heeft commissaris Bulle Bas heer Bommel aangehouden. Hem wordt ontsnapping uit een gesloten inrichting ten laste gelegd. De kasteelheer merkt op dat het gebouw niet gesloten was en inmiddels in de lucht is gevlogen. Het was trouwens zijn eigen inrichting als Dorknoper zijn plicht wat vlugger had gedaan. Tom Poes raadt de commissaris ook aan eerst het eigendomsrecht uit te zoeken. Uit een gebouw weglopen, dat iemand anders op jouw grond heeft geplaatst lijkt niet strafbaar. De commissaris vindt het nu voldoende dat heer Bommel zich thuis ter beschikking houdt.

Burgemeester Dickerdack is uiterst verheugd met de aardgas vondst, zoals die hem wordt meegedeeld door secretaris Steenbreek. Maar de onteigening van het perceel is inobservant geregeld. Even later komt de ambtenaar eerste klasse zijn kamer binnenlopen met de mededeling dat hij nu inmiddels weet wie de eigenaar van de Steenheuvel is, waar zijn nieuwe kantoor op stond. De markies krijgt even later buiten de burgemeester aan de telefoon [13] die bang is voor de dolzinnige wraak van warhoofd Bommel. Hij staat voor het einde van zijn loopbaan. Ambtenaar Dorknoper vervolgt zijn weg naar het Paleis van Justitie om rechter Morrel op de hoogte te brengen. Heer Bommel loopt met Tom Poes te somberen over het feit dat hij ter beschikking staat. Intussen gaat zijn land in vlammen op terwijl de brandweer thuis zit. Tom Poes maakt hem opmerkzaam op de auto van advocaat Zwederkoorn. Die heeft via de griffier gehoord hoe de uitspraak van de rechter morgen gaat luiden. Het omstreden land is van de kasteelheer. Tom Poes vindt dat toch wel mooi maar heer Bommel is niet blij. Hij wist dat die heuvel van hem was maar onbevoegden hebben er cement op gestort en brand gesticht. Zijn advocaat meent echter de burgemeester in de tang te hebben. Professor Prlwytzkofsky komt verheugd langs rijden om te melden dat hij de gasbron gaat afsluiten. Tom Poes legt uit dat er aardgas onder zijn heuvel is gevonden, dat heel wat waard zal zijn. De advocaat begrijpt dat hij veel werk te doen heeft.

Onderweg naar de stad komt hij secretaris Steenbreek tegen, die op weg is om zich het vel over de oren te laten halen op kasteel Bommelstein. Advocaat Zwederkoorn is bereid tegen een percentage het bedrag te matigen, nadat hij volmacht heeft gekregen van zijn opdrachtgever. De andere ochtend is heer Bommel toch nog bang bij de rechtbank, vanwege een eerder uitgedeelde klap. Het valt allemaal mee. Perceel XY666 behoort toe aan Bommel. De burgemeester heeft onrechtmatig gehandeld die hierdoor wordt veroordeeld tot minnelijke schadeloosstelling. Heer Bommel komt ervanaf met een gematigde boete van 100 florijnen. Advocaat Zwederkoorn kan nu met een volmacht aan de slag om de burgemeester en de Aardgaslieden te villen. Tom Poes staat buiten te wachten en vraagt hoe het is gegaan. Zijn vriend is weer vervallen in een uiterst sombere stemming. Er gaan nu verschrikkelijke dingen met de burgemeester en de Aardgaslieden gebeuren. Tom Poes begrijpt zijn somberheid niet. Zijn vriend legt uit dat het voor iemand van zijn stand vreselijk is om zijn zin te krijgen, want dan moeten anderen boeten.

Burgemeester Dickerdack krijgt intussen van de advocaat Zwederkoorn een schikkingsvoorstel van 1 miljoen florijnen en een redelijk percentage voor de rechtshulpverlener. Heer Bommel probeert de markies op zijn plaats te zetten, maar die legt uit dat het niet om de grond ging maar om zijn poëem, dat nu zonder stenen waardeloos is. Ook voor Tom Poes is nu opeens de aardigheid eraf. Heer Bommel heeft in alles zijn zin gekregen zodat hij geen list meer kan verzinnen en stapt uit de Oude Schicht. Heer Bommel denkt terug aan de grijsaard die hij had geholpen, geen gevaar en een rijke beloning. Hij is er een gebroken heer van geworden nu anderen moeten lijden.

Thuis op Bommelstein is bediende Joost in zijn nopjes met de gang van zaken. Dat zijn werkgever minder populair is geworden is gunstig. Hij kan nu volstaan met een maaltijd voor slechts één persoon. Hierop ordent de kasteelheer zijn gedachten en kondigt een feestmaal aan voor morgenavond. Op de Kleine Club ontvangen burgemeester en de markies allebei een uitnodiging, waarbij de burgemeester de markies om steun vraagt. Hij staat er wel heel slecht voor. De volgende avond wil de burgemeester al het woord nemen wanneer bediende Joost de schalen binnenbrengt. Hij wordt in de rede gevallen door de gastheer, die zelf het woord neemt. Hij heeft nu een heuvel met aardgas die schijnwelvaart meebrengt en daar houdt hij niet van. Hij schenkt deze heuvel aan de gemeente maar stelt de burgemeester voor als schadevergoeding dan wel de rekening van zijn advocaat te betalen. De markies schenkt hij een van de oude stenen van de heuvel, die nu in zijn eetzaal staat. Hij zal het object naar het buiten van de markies laten overbrengen.

De markies staat niet lang na de maaltijd op zijn buiten de oude steen reeds te bewonderen, die hem tot een nieuw gedicht inspireert. De passerende professor Sickbock overweegt dat er slechts puin over is van zijn uitvinding. Als er aardgas wordt gevonden, heeft denken geen waarde meer. Hij en de drie Nobelprijswinnaars konden naar huis gaan. Maar zijn formules heeft hij nog kunnen redden, dus men zal nog van hem horen.

Voetnoot

  1. Circa 2 km ten westen van het kasteel Bommelstein.
  2. Zie het vorige verhaal De gekikkerde vorst
  3. Zie het eerdere verhaal de kwade inblazingen
  4. Keer op keer verbiedt heer Bommel zijn bediende als eerste de krant te lezen.
  5. Zijn goede vader zou zich in zijn kelder omdraaien.”
  6. Als weemoed door het lommer vaart, En smart’lijk uit het welkend bloembad staart, dan houden oude stenen trouw de wacht…
  7. Zie voor advocaat Woordkramer het verhaal: De argwaners
  8. In ambtelijk jargon betreft het folio XY666-terrein. Zie ook 666 (getal)
  9. Oude stenen zijn geveld, Door bruut en plat geweld, Maar pal staat thans het oud geslacht, Om dank te tonen voor de wacht.
  10. Dit speelt in Rommeldam in 1977! De Amsterdam ArenA is van 1996.
  11. Er is een telefoontje van professor Sickbock aan burgemeester Dickerdack aan voorafgegaan.
  12. Circa 4km ten westen van slot Bommelstein.
  13. Zijn knecht brengt het toestel met de verlengkabel naar buiten, mobiele telefonie is in Rommeldam nimmer uitgevonden.

Hoorspel

Voorganger:
De gekikkerde vorst
Bommelsaga
3 oktober 1977 - 30 januari 1978
Opvolger:
De uitvalsels