De doorluchtigheid

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de doorluchtigheid (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De doorluchtigheid) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 12 maart 1974 en liep tot 24 juli van dat jaar.[1] Met 113 afleveringen is dit verhaal het op een na langste uit de reeks, na De Grote Onthaler.

Het centrale thema is milieuvervuiling door industrialisatie.

Het verhaal

In het vroege voorjaar staan Pee Pastinakel en Kwetal bij een bocht in de rivier de Drens, waar het Donkere Bomen Bos begint. Hoewel de eerste bloemen al bloeien, zitten er geen knoppen in de bomen. De twee dwergen zijn uit het zuiden teruggekeerd van het ipsen, maar moeten toch constateren dat er een pronenplaag heeft gewoed.[2] Ze besluiten ambrobree te verspreiden rond de wortels en gaan aan het werk. Het duo wordt ondervraagd door een tweetal vreemdelingen, dokter Vunderik en 'zorger' Oolcool. Ook zij hebben belangstelling voor de groeisels van Pee Pastinakel. Kwetal is er niet blij mee.

Het tweetal vreemdelingen gaat verder op hun tocht en spreken ook heer Bommel aan. Ze willen een stukje land voor een paleisje voor de Aarts-Coolemoon.[3] Zowel Tom Poes als zijn buurvrouw Anne Marie Doddel zien niets in nieuwe buren.[4] Samen met zijn bediende Joost paalt de kasteelheer toch ongeveer 1 hectare af van zijn grond, die hij wel wil afstaan.[5] De Markies de Canteclaer heeft intussen al 5 hectare aangeboden. De gemeente Rommeldam bij monde van de ambtenaar eerste klasse Dorknoper komt de twee buren melden dat het volledige stuk heide tussen Stuipendrecht en het Donkere Bomen Bos reeds is onteigend en afgestaan aan Zijne Doorluchtigheid de Aarts-Coolemoon. Ook het tuinhuisje van de kasteelheer valt onder deze onteigening. De schadeloosstelling is vastgesteld op 75,50 florijnen. De protesten van heer Bommel leiden tot niets. Hij neemt vervolgens wel een gouden horloge bezet met diamanten aan uit handen van heer Oolcool. Heer Bommel maakt vervolgens zichzelf en de markies wijs dat hij het tuinhuisje cadeau heeft gegeven. Ambtenaar Dorknoper weigert de manchetknopen, met diamanten bezet, uit handen van de heer Oolcool.[6] De vreemdeling is verblijd door de snel malende ambtelijke molens. Een hernieuwd aanbod van de markies om land af te staan, wordt beleefd geweigerd.

De protesterende boeren in de omgeving worden met goud en andere geschenken afgekocht, als extra compensatie voor het verlies van hun land. Ze worden vervolgens in dienst genomen voor het plukken van ambrobree, een volgens Pee Pastinakel voor de natuur heilzaam kruid, ten behoeve van de Aarts-Coolemoon. Op de Kleine Club is de stemming opperbest. Vooruitgang. Alleen de markies is ontevreden. Heer Bommel loopt tevreden naar huis. Tom Poes wijst op de ambrobree verzamelende boeren. Pee Pastinakel en Kwetal zijn daar niet blij mee, omdat ze het zelf nodig hebben. Tom Poes vraagt zich af waarom de zorger Oolcool zoveel land wilde hebben? Heer Bommel vindt het wel meevallen totdat hij Bulle Bas tegenkomt die hen er op wijst dat ze lopen over onteigende grond en vanaf middernacht bovendien privéterrein.[7] Terug op het kasteel maakt Joost zich zorgen over zijn fiets in het onteigende schuurtje. De zorgen nemen toe als ze vanaf een toren van het kasteel een lichtbol zien naderen. Een vallende ster of een komeet? Er volgde een doffe dreun even later gevolgd door een tweede. Als Joost vervolgens de deur opendoet na het aanbellen en op de deur bonzen, komt buurvrouw Anne Marie Doddel binnenhollen. Heer Bommel stelt haar gerust en besluit met bediende Joost een einde aan het burengerucht te gaan maken. Buiten komen ze robots tegen die hardhandig een einde maken aan het onteigende tuinhuisje van het kasteel. Tom Poes, die ook is komen kijken, kan maar ternauwernood zijn vriend wegtrekken. Tom Poes heeft de robots uit de luchtschepen zien komen. Hij wijst heer Bommel op een muur die snel wordt opgetrokken. Terug op het kasteel beklaagt de kasteelheer zich telefonisch bij burgemeester Dickerdack. Die neemt de klachten laconiek op en ziet ze zelfs als steunbetuiging. Joost krijgt opdracht de buurvrouw voor te gaan naar de logeerkamer.

De andere ochtend brengt heer Bommel Doddeltje naar haar huisje terug. Ze is ontstemd over de muur die vlak langs haar huis loopt. Heer Oolcool wacht hen op met een gouden koffiekan uit naam van de Aarts-Coolemoon. Heer Bommel is blij met de opmerking van de buurvrouw dat de vreemdeling geen smaak heeft. Bij het teruglopen naar huis langs de gebruikelijke weg wordt hij achterna gezeten door een waakrobot, die privéterrein bewaakt. Dwerg Kwetal ziet het gebeuren en doet de robot stoppen met zijn wielstoppertje, dat ook op enige afstand werkt. De uitgeputte heer Bommel komt langzaam weer bij zijn positieven. Hij hoort de klacht van de dwerg aan die een glimmer nodig heeft voor zijn verplaatser. De kasteelheer komt na ruim denkwerk tot diamant, die hij toevallig bij zich heeft op zijn gekregen horloge. Kwetal herkent onmiddellijk de glimmer op het horloge, omdat zijn neven in De Zwarte Bergen die maken. Hij is door het dolle heen en ruilt graag zijn wielstoppertje voor een diamant van het horloge. Het horloge wil hij niet hebben.[8] Heer Bommel doet nu een nieuwe proef met zijn nieuwe apparaat en hij kan inderdaad nu de robots stoppen. Dokter Vunderik kijkt verontrust toe. Heer Bommel wijst hem streng op zijn plaats. Burengerucht, koffiekannen en mooie praatjes. Hij probeert één lijn te trekken tegen de vreemdelingen met zijn buurman de markies. Die wil echter niets weten van samen optrekken maar vangt wel behendig het door Heer Bommel boos weggeworpen horloge op.[9] Tom Poes wil wel naar zijn vriend luisteren, maar waarschuwt voor het wielstoppertje. Op Bommelstein wachten Vunderik en Oolcool de kasteelheer op. Het grootste hexagonaal mineraal ter wereld staat er, een groene toermalijn. Netjes in een doorzichtig kastje. Ze willen ruilen en het wordt ruzie. Heer Bommel geleidt ze naar de deur en weet dan Tom Poes weer eens gelijk had. Hij heeft immers een machtig wapen. Joost staat binnen nog te lonken naar het glazen kastje. Hij krijgt opdracht onverwijld het kleinood terug te brengen.

Tegen de zuidzijde van de muur over de Stuipendrechtse heide zitten twee zakenlieden, Super en Hieper. Verarmd door de energiecrisis en de belastingen. Hieper concludeert dat de muur duidt op dingen die verborgen moeten blijven. Super ziet Joost aan komen lopen en ziet zaken voor zich. Terwijl Joost erover denkt het ongewenste kastje te begraven, vindt er een roofoverval plaats. Dokter Vunderik bedwelmt Super en Hieper met een gasbolletje, pakt het kleinood weer af en stelt de voorwaarden. De toermalijn is beschikbaar in ruil voor het wielstoppertje van heer Bommel. Tom Poes heeft in een boom zittend het gesprek afgeluisterd en dat is maar goed ook. Hij brengt Joost en heer Bommel op de hoogte van de acties van Super en Hieper. Tom Poes wil graag achter de muur gaan kijken met het wielstoppertje, maar de kasteelheer wil er niets meer mee te maken hebben. Hij wil naar de stad in zijn Oude Schicht. De auto start niet. Tom Poes geeft het wielstoppertje de schuld, kijkt er even naar en holt ermee weg. Zijn vriend rent erachteraan en wordt uitgeschud door Super en Hieper. Maar meer den een dikke portefeuille is de buit niet. De twee zakenlui concluderen dat het wielstoppertje wel op het kasteel zal zijn.

Heer Bommel klimt intussen over de muur in de mening dat zijn jonge vriend er rondloopt. Hij wordt overmeesterd door dokter Vunderik, maar die treft niets op hem aan. In overleg met de opduikende geleerde professor Sickbock wordt de kasteelheer in de greep van een robot geparkeerd. De projectie van het paleis verdraagt geen uitstel volgens de professor. Dit geeft Tom Poes de kans zijn vriend te bevrijden en thuis af te leveren. Bij het naar huis lopen wordt hij staande gehouden door commissaris Bulle Bas en brigadier Snuf. Ze komen een rapportje opmaken van de roofoverval op de kasteelheer. De laatstgenoemde hangt zwaaiend uit een venster van het kasteel. "Dieven, help!" Bulle Bas weet Hieper[10] in te rekenen, maar zijn compagnon Super ontsnapt uit een raam. De andere ochtend brengt de commissaris rapport uit aan de burgemeester. Bulle Bas mag verdergaan met zijn onderzoek maar de banden tussen Hieper en dokter Vunderik moeten buiten het onderzoek blijven. Hij is de kundige arts van de Aarts-Coolemoon, die de burgemeester als eerste zal gaan bezoeken. Het paleis is eerst geprojecteerd en vervolgens gevuld met snel hardend plastic. Heer Bommel klaagt tegen Tom Poes over de loslopende Bul Super. De politie is onderbezet. De burgemeester komt na zijn bezoek aan het paleis nog even Heer Bommel waarschuwen. Het is verboden om met een wielstoppertje kostbare machines plat te leggen. Daarmee wordt de vooruitgang tegengehouden. Heer Bommel besluit nogmaals te proberen om de markies in zijn strijd tegen de vreemdelingen te betrekken. Laatstgenoemde wordt echter bekwaam ingepalmd door dokter Vunderik met het vooruitzicht op een bezoek aan het paleis. Terug in het kasteel is commissaris Bulle Bas aanwezig. Hij waarschuwt nogmaals om de Aarts-Coolemoon met rust te laten.

Dokter Vunderik probeert in de stad zelfs kruidenier Grootgrut in te palmen. De tijd van de 'kleinwinkeltjes' is voorbij en de tijd van de grootgrutterkruideniers is aangevangen. Hij krijgt een grootwinkelbedrijf, gestuurd door monoxrobots[11] in hardplastic opgetrokken. Heer Bommel krijgt vervolgens van Joost in plaats van een smakelijke maaltijd een blokje 'monoxmalt' op zijn bord. De hele stad gaat het eten want het is trendie-voedsel. Heer Bommel loopt van tafel weg. Aan die toekomst wil hij geen deel hebben. Buiten loopt hij met Tom Poes langs de scheidingsmuur. Ze klagen respectievelijk over de rook en monox in plaats van ochtendpap. Ze stuiten op ambtenaar Dorknoper die het aantal robots staat te tellen, dat aan de gemeente is geschonken. Pleinen en plantsoenen zullen worden opgevuld met plastic gebouwen van professor Sickbock. Dokter Vunderik weet heer Bommel in te palmen voor een bezoek aan de Aarts-Coolemoon. Commissaris Bulle Bas heeft hem uitgelegd dat het recht in Rommeldam ietsje anders werkt dan in zijn vaderland, waarvoor excuus. Heer Bommel stapt zelfverzekerd de audiëntie tegemoet. Hij ontstemt de donkere figuur van de Aarts-Coolemoon, die in woede zijn hoofd eraf schiet. Daarbij komen gaswolken vrij. Want Bommel weigerde zijn wielstopper af te geven, vandaar.

Buiten de muren legt Pee Pastinakel aan Tom Poes uit dat hij nu ook vertrekt. Kwetal is al weg. Hij meent dat er een elementaal in de buurt is en er is te veel ambrobree getrokken. Tom Poes vindt het jammer dat hij niet veel wijzer is geworden en stuit vervolgens op professor Prlwytzkofsky, hoogleraar te Rotterdam. Die bestudeert de luchtvervuiling. De 'valedil' die volgens Pee in de lucht zou zitten, vertaalt hij als koolmonoxide. Heer Bommel is opgewekt naar de stad gereden. Hij luistert een gesprek af tussen de burgemeester en heer Oolcool .Heer Bommel heeft de Aarts-Coolemoon ernstig ontstemd. Dokter Vunderik is bezig met het rechtschroeven van de halsvaten. Het afpakken van de wielstopper en het onteigenen van Bommelstein ten behoeve van de bouw van een krachtcentrale wordt op prijs gesteld. In dank zal de stad veel asfalt ontvangen. De stemming van de afluisterende kasteelheer slaat om in neerslachtigheid. Onderweg moet hij een noodstop maken om de waarnemende professor Prlwytzkofsky niet van de sokken te rijden. Er ontstaat een fikse ruzie waarbij de professor zich ondiplomatiek uitlaat. Dit terwijl beiden het gevaar van het zich verspreidende koolmonoxide inzien. Terug op het kasteel wordt heer Bommel geconfronteerd met een nieuwe door robots aangelegde asfaltweg en ambtenaar Dorknoper. Die wil Bommelstein kopen. "U mag zelf uw prijs noemen". Liever geen onteigening. Dit is meer dan de kasteelheer kan verdragen en de ambtenaar belandt met streepjesbroek op het natte asfalt.

Een aantal dagen later belandt heer Bommel 's avonds in de hut van een oude schaapherder. Het blijkt Bul Super te zijn. Onder bedreiging van een groot mes vertelt de kasteelheer dat Tom Poes het wielstoppertje heeft. Laatstgenoemde heeft geprobeerd een verstandig gesprek aan te knopen met professor Prwlytzkofsky over koolmonoxide. De geleerde wil echter geen kwaad woord horen over koolstof. Tom Poes klimt vervolgens over de muur, terwijl Bul Super zijn huisje doorzoekt. De burgemeester geeft intussen commissaris Bulle Bas nadrukkelijk opdracht Bommel in de gaten te houden en hem zijn wielstoppertje af te nemen. De politiechef gaat naar het kasteel maar bediende Joost kan hem geen bescheid geven. Zijn werkgever heeft in neerslachtige toestand het pand verlaten. Bulle Bas weet dat de kasteelheer dan tot gevaarlijke dingen in staat is.

In het paleis van de Aarts-Coolemoon kijkt professor Sickbock met heer Oolcool bezorgd naar een radarscherm. Ze zien de robots één voor één uitvallen. Oolcool heeft zijn laatste hoop gevestigd op Bul Super omdat zijn robots worden lamgelegd. Tom Poes nadert inmiddels het paleis. Hij is alleen bezorgd om de gasbolletjes met bedwelmende gas. Binnen het paleis maken Oolcool en Sickbock ruzie over het nut van robots en de politie. Brigadier Snuf en de commissaris krijgen opdracht naar het paleis te komen, omdat men vreest dat Bommel er aan komt. Bul Super zit Tom Poes achterna, maar wordt door heer Oolcool voor de 'bommelheer' gehouden. Terwijl Oolcool naar buiten loopt glipt Tom Poes naar binnen met ingedrukt wielstoppertje. De deur valt dicht en hij zit opgesloten in het paleis. De apparaten van professor Sickbock en de beademing van de Aarts-Coolemoon vallen stil. Bul Super weet het paleis met een ijzerdraadje via een nooddeur toch nog binnen te komen. Het lichaam van de Aarts-Coolemoon blijkt te bestaan uit een luidsprekertje en een baby draakje in de luiers. Professor Sickbock maakt een gat in het plastic omhulsel en maant dokter Vunderik met hem mee te vluchten naar de vliegbollen buiten. Ook Tom Poes ontsnapt door het gat, waarbij het wielstoppertje in de plastic tentakels verward raakt. Bul Super blijft achter in de plasticmassa.

Commissaris Bas, in gezelschap van brigadier Snuf en zorger Oolcool,[12] vermoedt een aanslag en gaat op het paleis af. Bul Super wordt opgepakt wegens het tegenwerken van de beloofde vooruitgang van de stad. Hij krijgt, mede gelet op zijn strafblad, de schuld van de aanslag op het paleis. Samen met de politie ziet Bul Super een gasbol het luchtruim kiezen, net nu de zakenman dacht de toermalijn binnen bereik te hebben. Bulle Bas ziet de getuigen met onbekende bestemming vertrekken. Tom Poes passeert terug naar huis de hut waar zijn vriend nog steeds geboeid ligt. Samen lopen ze daarna naar het kasteel en worden onderweg aangesproken door een van de boeren, landbouwer Hooimaaier. Die ontsteekt in woede omdat zijn opdrachtgevers zijn weggevlogen zonder te betalen.

Terug op het kasteel doet Tom Poes eerlijk verslag van zijn belevenissen in het paleis toen heer Bommel in de hut gebonden op de grond lag. Joost meldt dat buiten de boeren de muur omver halen. Heer Bommel knapt van dat bericht op. Hij vindt dat ze het er samen knap afgebracht hebben. Tom Poes vindt onder het uitspreken van een "Hm" dat ze de zaken beter geheim kunnen houden. Buiten bekijken commissaris Bulle Bas en ambtenaar Dorknoper de schade. Het is een ramp voor de stad. De gemeente wordt teruggeworpen met een zware schuldenlast. Alle sporen leiden naar Bommel, maar Bul Super draait er nu voor op. De wielstopper is nog steeds zoek. Dorknoper troost zich met de straf voor de kasteelheer wegens de mishandeling van zijn persoon, een ambtenaar in functie. Tom Poes en heer Bommel stuiten tijdens hun wandeling op boeren met stilstaande trekkers bij het gesmolten paleis. Tom Poes stelt voor ook de wielstopper in het paleis geheim te houden. De heide daar kan zo een mooi stukje natuur worden. Ambtenaar Dorknoper krijgt een mooie vakantie naar het zuiden aangeboden door de kasteelheer als compensatie voor de mishandeling. Hij accepteert het bekende bundeltje bankbiljetten na ampel beraad.

Heer Bommel Tom Poes en Joost organiseren een gezamenlijke afsluitende picknick op het 'behekste' stukje heide. Heer Bommel meent dat Kwetal tevreden over hem zal zijn. De pronenplaag is er nooit uitgebroken, dus Pee Pastinakel had de ambrobree goed verspreid.

Voetnoot

  1. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010461005:mpeg21:a0050 93 strips in de Amigoe di Curacao
  2. Zie het vorige verhaal: De pronen.
  3. Coolemoon is in het hele verhaal tevens de verwijzing naar koolmonoxide, een giftig bijproduct van de industrialisatie.
  4. Maar heer Bommel mag wel Doddeltje zeggen.
  5. 97,5 bij 112,75 meter.
  6. "Als beambte kan ik zoiets niet aannemen. Ik doe slechts mijn plicht, en bovendien draag ik mijn manchetknopen vastgenaaid. Dat is gemakkelijker bij het schrijven." Commissaris Bulle Bas zwaait wel op de Kleine Club met een gouden balpen!
  7. Verboden toegang volgens artikel 17 van het Wetboek van Strafrecht.
  8. Kwetal weet niet wat het horloge aanwijst.
  9. De markies geeft het horloge vervolgens aan een lakei.
  10. Heer Bommel krijgt zijn portefeuille terug.
  11. De kruidenier ziet op tegen personeel.
  12. Oolcool ontsnapt mee in een vliegbol.
Voorganger:
De pronen
Bommelsaga
12 maart 1974 - 24 juli 1974
Opvolger:
De Hopsa's