De geheimzinnige sleutel

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de geheimzinnige sleutel (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De geheimzinnige sleutel) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 24 januari 1948 en liep tot 20 mei 1948. Het centrale thema is zwendel.

Het verhaal

Op een winterdag is Tom Poes bezig zijn planten te beschermen tegen de voorspelde nachtvorst door ze met turfmolm te bedekken. Hij valt uit zijn gebruikelijke rol want hij bedenkt zich dat hij blij is dat er even geen avontuur is, geen heer Ollie, geen zorgen en geen narigheid. Maar op dat moment stopt de Oude Schicht naast hem en heer Bommel nodigt hem uit om mee naar de stad te rijden omdat hij een brief heeft ontvangen van zijn bankiers Fortuyn, Fortuyn en Fortuyn, vermogensadviseurs. Er zijn problemen met de fondsen waarin hij heeft belegd.. Tom Poes staakt zijn tuinwerkzaamheden en rijdt mee naar de stad Rommeldam.

De middelste heer Fortuyn legt heer Bommel uit dat alles is begonnen met een tip om aandelen te kopen in de goudmijn Ducato. Heer Bommel heeft vervolgens opdracht gegeven de hele mijn te kopen.[1] Maar tijdens het kopen van de mijnaandelen ging de koers omhoog. Het hele vermogen van de kasteelheer is in de mijn gaan zitten. Heer Bommel stelt nu voor de aandelen dan maar weer te verkopen om zijn vermogen terug te krijgen, maar de heer Fortuyn legt uit dat de mijn niet blijkt te bestaan. De aandelen zijn dus waardeloze zwendel.[2] Bovendien heeft de bank hem geld geleend om zijn belastingen te kunnen betalen. Dat geld moet terugkomen en daarom gaat notaris Snuifkens morgen het slot Bommelstein en de bijbehorende inboedel openbaar verkopen.

Bij de rit terug naar Bommelstein probeert Tom Poes zijn vriend tevergeefs te troosten en biedt hem onderdak aan. De volgende dag al komen verhuizers de inboedel verzamelen in de grote zaal van het kasteel. Bul Super zit in een fauteuil, noemt heer Bommel: ‘Bolle’ en zegt dat hij het kasteel gaat omvormen tot diplomatenschool.[3] Maar bij de start van de veiling[4] biedt de markies de Canteclaer voor alle roerende en onroerende zaken in één bod 10.000 gouden dukaten. Bul Super met sigaar biedt 11.000, waarna de buurman 20.000 biedt onder het dreigement altijd 1 dukaat meer te bieden dan zijn opponent. Heer Bommel is zwaar terneergeslagen over de afloop.

Zijn buurman is nu eigenaar van het kasteel maar de markies biedt heer Bommel de op de hei van het kasteelterrein gelegen schaapherdershut in eigendom aan. Hij kan er in wonen en een mud aardappelen per week afhalen bij het buiten van de markies. Tom Poes vergezelt hem naar zijn nieuwe onderkomen en legt zijn vriend uit dat hij voortaan gewoon meneer Bommel is en geen heer Bommel.[5] Ze worden onmiddellijk in de hut al lastig gevallen door een opgewekte Bul Super. Hij biedt 9000 florijnen voor de oude hut. Na het vertrek van Bul komt zijn maat Hiep Hieper[6] met een veel hoger bod, maar hen wordt op advies van Tom Poes door heer Bommel hardhandig de deur gewezen. De twee vrienden slapen die nacht samen op het stro in een strozak. Tom Poes betrapt een inbrekende Bul Super en met hulp van heer Bommel wordt hij gebonden in een oude scheepskist gedeponeerd. Tom Poes gaat onder de door Bul Super reeds opengebroken vloer op onderzoek uit. Hij komt terug met een kistje, waarin een geheimzinnige sleutel is opgeborgen. Maar de twee vrienden worden onder bedreiging van een revolver geboeid door Hiep Hieper. Laatstgenoemde bevrijdt zijn baas en Bul Super grijpt onmiddellijk de sleutel.

Na zichzelf wederom te hebben bevrijd weten Tom Poes en Heer Bommel met veel geweld de sleutel weer af te pakken van Super. Joost is nu bij de markies in dienst en hij overhandigt zijn oude baas namens zijn nieuwe werkgever de in het kasteel achtergebleven aandelen. Heer Bommel doet erg boos tegen zijn oude bediende, maar het blijkt dat de markies hem de duur betaalde aandelen van de goudmijn Ducato heeft teruggegeven. Heer Bommel ziet niet veel nut meer in die papieren, maar Tom Poes neemt ze serieus omdat het hele vermogen van heer Bommel er nu eenmaal in zit. Hij leest zijn vriend voor dat de goudmijn Ducato is gelegen op het eiland Cola in de Rio de la Coca. De aandelen geven eveneens recht op een gedeelte van het eiland. Heer Ollie wil echter nergens meer iets van weten.

Bul Super komt amicaal het slot Bommelstein binnenvallen, waar de markies tevergeefs probeert de gedane transacties van zijn ex-buurman te ontrafelen. De zakenman wil de aandelen van de markies kopen, maar die stelt dat hij ze aan de eigenaar heeft teruggegeven.[7] Bul Super bedreigt vervolgens heer Bommel in zijn schaapherdershut met een revolver, maar hij krijgt ook daar de aandelen niet. Die heeft Tom Poes en die weet in een pittig gesprek met de middelste heer Fortuyn de waarheid te achterhalen. De president-directeur van de N.V. Ducato is Bul Super. Buiten het bankgebouw wordt Tom Poes in een auto getrokken die wordt bestuurd door Bul Super. Hij wordt door Hiep Hieper op de achterbank onder vuurwapendreiging van het aandelenpakket beroofd en vervolgens in een kelder opgesloten.

Heer Ollie besluit intussen vastberaden aangifte te doen tegen Super en Hieper bij commissaris Bulle Bas. Die krijgt van brigadier Snuf desgevraagd te horen dat Hieper net is geverbaliseerd wegens fout parkeren. De commissaris rijdt vol gas met heer Bommel naar de plaats delict. Hij laat Hiep Hieper door een aanwezige agent arresteren en dringt zelf het pand binnen waarbinnen hij Bul Super vermoedt. Maar de politiechef moet deze keer eenzaam optredend zonder zijn brigadier Snuf bakzeil halen. Bul Super stort zich van boven op de politiechef en trekt vervolgens zijn uniform aan.[8] Bul Super in uniform weet nu zowel heer Bommel als Bulle Bas in ondergoed in de kelder van het pand bij Tom Poes op te sluiten. Onderweg naar het vliegveld legt Bul Super aan Hiep Hieper uit dat hun reisdoel, de goudmijn, wel bestaat. Het verhaal van de zwendel was slechts bedoeld om de aandelen goedkoop te kunnen terugkopen.

De drie in de kelder opgesloten Rommeldammers weten zich snel te bevrijden. Gekleed in ondergoed laat de commissaris op advies van Tom Poes de politieauto naar het vliegveld rijden. Maar daar zien ze een passagierstoestel opstijgen. Super en Hieper zijn op weg met de aandelen, de geheimzinnige sleutel en al het geld dat heer Bommel ooit heeft betaald voor die aandelen. Tom Poes krijgt van commissaris Bulle Bas een tweedekker voor de achtervolging. Heer Bommel telt zonder geld niet meer mee maar neemt wel achter Tom Poes plaats in het toestelletje.

Super en Hieper zijn dan echter al per lijnvlucht op weg naar Costa Crica. Onderweg worden de overige passagiers per parachute gedumpt, nadat de schurken het toestel hebben gekaapt. Na een knotsgekke[9] achtervolging per vliegtuig achterhalen Tom Poes en Heer Ollie de boeven. Tom Poes landt met zijn tweedekker keurig in Costa Crica, terwijl Super en Hieper zonder benzine een noodlanding maken en uren door de woestijn moeten wandelen. Heer Bommel en Tom Poes worden welwillend ontvangen door de plaatselijke politiechef, maar worden dezelfde avond in hun tweepersoonsbed gearresteerd. Bul Super is intussen aangekomen en had zich uitgegeven voor de Rommeldamse politiechef ‘Bulle Super’ en heeft met een bijbehorende stapel bankbiljetten de plaatselijke commandant aan zijn zijde gekregen. Tom Poes ontsnapt echter snel en steelt vermomd als vogelverschrikker de aandelen het geld en de sleutel weer van Bul Super.[10] Tom Poes bevrijdt heer Bommel en geeft hem de aandelen,de sleutel en geld.[11] Intussen koelen Super en Hieper hun woede op de plaatselijke politiecommandant en Hieper neemt zijn uniform met hoed over voor de rest van het verhaal. Heer Bommel en Tom Poes vinden met hun herkregen geld een Indiaanse gids die het eiland Cola zal tonen en in een kano gaan ze op pad. Super en Hieper zetten per motorboot de achtervolging in. Maar ze botsen roekeloos op een drijvende boomstam en ze lijden schipbreuk. Maar ook het drietal in de kano verongelukt bij een onmogelijke afdaling van een waterval.

De schipbreuk valt mee want ze zijn gedrieën beland in rustig water aan de achterkant van de waterval. Bovendien geraken ze bij een eikenhouten deur met sleutelgat. Tom Poes vraagt heer Bommel zijn geheimzinnige sleutel nu te gebruiken en de deur gaat piepend open. Heer Bommel verzoekt de Indiaan de wacht bij de deur te houden en gaat opgewekt met Tom Poes zijn keurige mijn bezichtigen. Maar na een uur lopen zonder goud te vinden is de lol ervan af, hoewel Tom Poes het nog steeds wel een aardig avontuur vindt.

Super en Hieper zijn op de vlucht voor de plaatselijke politiecommissaris, die net als Bulle Bas te Rommeldam van zijn uniform is beroofd. Op hun vlucht door de jungle verdwijnt Hiep Hieper in een gat en Bul Super meent nu te weten dat hij boven zijn goudmijn loopt. Terwijl heer Ollie Hiep Hieper neerslaat en hem samen met Tom Poes bewusteloos wegsleept, verschijnt Bul Super op het toneel. Wederom met zijn revolver in de hand neemt hij de situatie weer over. Een door mijnwerkers achtergelaten vat buskruit wordt aangestoken, terwijl heer Bommel en Tom Poes aan elkaar zijn vastgebonden. Bul Super neemt het geld en de politiepenning mee, maar laat de aandelen achter.

De Indiaan op wacht had zich verstopt voor Super en Hieper, en gaat vervolgens zijn twee reisgenoten lossnijden. Gedrieën rennen ze vervolgens hard weg maar ze worden toch nog getroffen door de ontploffing en de gedeeltelijk instortende mijn. Maar er zijn na de ontploffing ook grote klompen goud losgekomen. Opgewekt klauteren ze alle drie naar buiten waar Hiep Hieper enorm schrikt. Super en Hieper waren juist in onderhandeling met de door hen eerder beroofde politiecommissaris, maar ze worden door een opgewekte heer Bommel met zijn aandelenpakket van de goudmijn op de vlucht gejaagd. De politiecommissaris ontvangt een forse klomp goud. Heer Bommel wil graag mee op de politieboot naar de bewoonde wereld en vraagt nogmaals Super en Hieper gevangen te nemen. Maar vlak daarna bedenkt hij zich en vraagt slechts dat de politie zijn goudmijn blijft bewaken. Geriefelijk varen Tom Poes en heer Bommel naar de bewoonde wereld.

Bij hun terugkeer op het vliegveld van Rommeldam wacht een opgewonden menigte journalisten[12] heer Bommel en Tom Poes op. Het ontdekken van een goudmijn in Costa Crica is groot nieuws. Heer Bommel vertelt desgevraagd dat hij van plan is de mijn te verkopen. Hierop nodigt de markies de Canteclaer hem discreet uit met hem mee te rijden naar slot Bommelstein. Hij ruilt de goudmijnaandelen met de markies tegen Bommelstein en zijn bankrekening.

Voetnoot

  1. Met de woorden: ‘’Geld speelt geen rol!”
  2. Een ragfijn spel van Bul Super. Hij wil de aandelen goedkoop terugwerven.
  3. Onder zijn uitroep: ‘Zaken zijn zaken’.
  4. De veiling start met een borstbeeld van heer Bommel.
  5. Heer Bommel stelt: "Geld speelt geen rol, dat is aardig als men er genoeg van heeft, maar wat is een Bommel zonder geld? Dat is geen Heer meer, Tom Poes. Zeg nu zelf!"
  6. In deze aflevering nog net als Bul Super met sigaar.
  7. Hij wijst Bul Super terecht met de woorden: “Noblesse oblige!”
  8. In het vervolg van het verhaal doet hij het uniform van Bulle Bas niet meer uit.
  9. Tom Poes saboteert in volle vlucht de benzinetoevoer van het passagiersvliegtuig.
  10. In de Volledige werken zijn de originele krantenafleveringen 332, 334 tot en met 337, 339 tot en met 346 vervallen. Daarin bevrijdt Tom Poes heer Ollie uit zijn cel en gaan ze samen op pad. Intussen koelen Super en Hieper hun woede op de plaatselijke politiecommandant en Hieper neemt zijn uniform met hoed over voor de rest van het verhaal. Heer Bommel en Tom Poes vinden een Indiaanse gids met een kano en omdat heer Bommel nu weer geld heeft gaan ze op pad. Super en Hieper zetten per motorboot de achtervolging in. In eerste instantie botsen ze op een door de Indiaanse gids omgehakte boom en ze lijden schipbreuk. Terwijl heer Bommel en Tom Poes en de gids op het eiland Cola aankomen, worden de twee Rommeldamse zakenlieden achternagezeten door krokodillen. Maar bij het eiland Cola beschieten Super en Hieper de kano, waarna Tom Poes het commando van de boot overneemt. Op het laatste plaatje 346 koerst de boot af op een waterval, Donderwater geheten.
  11. de Volledige werken drukken de plaatjes 332a, 333, 335a, 337a, 338 en 346a af.
  12. Journalist Argus moet vechten voor een goed plaatsje.
Voorganger:
Het monster van Loch Ness
Bommelsaga
24 januari 1948 - 20 mei 1948
Opvolger:
De grootgroeiers