De gekikkerde vorst

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de gekikkerde vorst (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De gekikkerde vorst) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 22 juni 1977 en liep tot 14 september van dat jaar. Het heeft riooljournalistiek en revolutie als thema.

Vakantieaankondigingen van 23 en 24 mei 1977

Heer Bommel is nog te veel uitgeput van zijn laatste avontuur.[1] Bediende Joost en Tom Poes besluiten een geneesheer te raadplegen. Deze ontboden dokter gebiedt frisse buitenlucht en een dieet van droge kaakjes. Op 22 juni begint het nieuwe verhaal, [2] dat heer Bommel ‘de Betoverde Prins’ noemt, doch in de boeken staat opgetekend als De gekikkerde vorst.

Het verhaal

Tijdens een vaartochtje op de Woelerplas[3] kapseist het roeibootje van heer Ollie en Tom Poes door een botsing met een drijvende boomstam. Heer Bommel had zich vlak ervoor nog beklaagd over de eerder ontboden arts en zijn therapievoorschriften. Na de schipbreuk ontdekken ze een vreemde pratende kikker, Krokko geheten. Hij vertelt dat hij een gekikkerde voorzitter en een betoverde prins is. Hij huldigt het standpunt dat beschaving afschaving is. Heer Ollie ziet een misstand en neemt het dier mee naar kasteel Bommelstein. Daar neemt de kikker binnen plaats op de eettafel, waar de twee vrienden aanzitten. Er ontstaat een onaangename situatie tussen bediende Joost en zijn werkgever, die op het nippertje wordt opgelost. Tom Poes stelt bemiddelend voor hem naar een geleerde te brengen. Zo kan Joost bij heer Bommel in dienst blijven en vertrekt de kikker naar de bekende geleerde professor Prlwytzkofsky. Laatstgenoemde wil eerst geen amfibieën in zijn laboratorium. Maar de pratende kikker wekt toch uiteindelijk zijn belangstelling en Krokko blijft achter in het stadslaboratorium. Tom Poes komt via assistent Alexander Pieps te weten dat de hersenen van de kikker via een kikkerbreinontleder aan een onderzoek zullen worden onderworpen. Hierop dringt heer Bommel het lab weer binnen en neemt de kikker terug mee naar buiten. De kikker geeft als afscheidscommentaar dat de wetenschap het einde van de beschaving is.

Heer Bommel overweegt nog even de inschakeling van doctorandus Zielknijper, maar de kikker legt uit dat hij slechts de kus van een prinses nodig heeft. Heer Bommel bespreekt zijn problemen met zijn buurman markies de Canteclaer, die er echt hartelijk om moet lachen. Krokko noemt heer Bommel nu een gevaarlijke mafkikker, die een donderkop van hem wil maken. Heer Bommel besluit nu de kwestie in de Kleine Club te bespreken. Daar klaagt burgemeester Dickerdack tegen de markies over het verval van De Club. Vervallen interieur, slechte bediening, slordige administratie en een gebroken veer in de stoel van de burgemeester. Voorzitter O. Fanth Mzn spitst zijn oren om het gesprek vanuit zijn fauteuil op te vangen en heeft daarom weinig oor voor heer Bommel. Als hij hoort dat de burgemeester het voorzitterschap aanbiedt aan de markies, komt hij uit zijn zetel zodat heer Bommel tegen een lege stoel staat te praten. Als de kasteelheer zich beklaagt over de voorzitter bij de burgemeester, biedt die hem vervolgens eveneens het voorzitterschap aan.

Kikker Krokko beklaagt zich bij de vissende Tom Poes, die hem koeltjes aanraadt een partij op te richten of naar de krant te gaan. Journalist Argus wil niet veel van de kikker weten, maar zijn binnentredende baas O. Fanth Mzn denkt daar heel anders over. Het verhaal over een schurk in ruitjesjas en een markies die een president in zijn gezicht uitlacht is een mooi gaaf stukje voor de voorpagina. De andere ochtend wacht heer Bommel tevergeefs op zijn ochtendpap. Bediende Joost treedt binnen met het ochtendblad. “De opgeblazen praatjesmakende bediende van een windbuil”, siert de kop. Heer Bommel is bereid de opgeblazen bediende nog te dulden, maar de windbuil gaat te ver. Hij zal de redacteur ter verantwoording roepen. Bediende Joost neemt hierop zijn ontslag. Op zijn weg naar de stad wordt heer Bommel aangehouden door commissaris Bulle Bas. De verkeersweg Y11 is een eenrichtingsweg geworden. Deze keer loopt de confrontatie tussen de commissaris en de kasteelheer goed af.[4] Krokko de kikker is getuige van de discussie en weet genoeg. Corruptie.

Journalist Argus krijgt van zijn hoofdredacteur de opdracht de burgemeester aan te pakken. En de markies. De kikker meldt zich weer bij de hoofdredacteur. Die geeft zijn secretaresse opdracht de gedachten van de kikvors neer te typen.[5] Na zijn dicteerronde volgt de slotopdracht van de kikker om de naam van Argus eronder te zetten. Vervolgens stopt hij persoonlijk het artikel tussen een ander artikel van Argus, dat Krijnjan Bobbel[6] naar de drukpers moet brengen. De andere ochtend verschijnt het ongecorrigeerd in de krant.

Intussen loopt diezelfde avond heer Bommel met honger in zijn maag langs het huisje van zijn buurvrouw, Anne Marie Doddel. Laatstgenoemde heeft deze keer zelfs biefstuk met doperwtjes op het menu.[7] Heer Bommel brengt zijn zoektocht naar een prinses, of een andere hoogstaande dame naar voren. Het gaat om een kus. Op dat moment springt het lijdend voorwerp, Krokko de kikker op tafel. Als heer Bommel hem aanwijst als de te kussen prins valt de hele romantische gedachtegang van zijn buurvrouw in duigen. Zij wijst hen beiden diep beledigd de deur. Midden in de nacht klaagt de kikker tegen Tom Poes. Hij wordt uitgelachen, krijgt daar een staart van en zal eindigen als een ‘puikop’. Tom Poes vindt echter dat hij veel praat maar weinig vertelt. De kikker vertelt dan dat hij prins Krokko van Krokanje is. Om democratische redenen heeft hij zijn titel geruild door die van voorzitter. Zijn trouwe achterzitters noemen hem Papa Krokko. Maar na de betovering veranderde alles. Tom Poes zegt ”Hm” en loopt weg. De achterdeur van Bommelstein is niet op slot en hij treft zijn vriend dan ook aan achter een lauwe prak. Maar de kasteelheer loopt met Tom Poes mee naar zijn bibliotheek om Krokanje op te zoeken. Het ligt in De Zwarte Bergen als een piepklein landje tussen de Donderkop en het Puistaartmassief.[8] De ongezonde moerassen worden bewoond door het volk van de Goelen, die invallen hebben te verduren van de Kwakwa –stam. Tom Poes zegt “Hm. Alles maar laten zoals het is, niet mee bemoeien.” Heer Bommel is het er niet mee eens, mede gelet op het misverstand met zijn buurvrouw. Tom Poes vindt de prins een onaangenaam ventje en zijn land deugt niet.

De volgende ochtend zoekt heer Bommel steun in de Kleine Club. Maar daar heeft het ochtendblad de gemoederen danig verhit. Zelfs de eigenaar van de krant wordt in zijn eigen blad voor aap gezet. Er is sprake van een knoeiende burgemeester en een corrupte politie. Volgens commissaris Bulle Bas zit Bommel achter de roddels die Fanth heeft afgedrukt. Buiten bij de krant loopt de kasteelheer ambtenaar Dorknoper letterlijk tegen het lijf, die te zeer verdiept is in zijn ochtendblad. Op de achterpagina van de achtergelaten krant komt heer Bommel te weten dat Prinses Kirha op doorreis haar intrek heeft genomen in hotel Donderkop. Het lukt heer Bommel prins Krokko te vinden en mee te nemen in de Oude Schicht.

Tom Poes raakt intussen in gesprek met doctorandus Zielknijper, die de krant buiten op een bankje leest. Hij heeft in de krant een monomane oligofreen ontdekt, een gifkikker, die hij best wel eens zou willen onderzoeken in een klinische omgeving. Op dat moment komt heer Bommel met de bewuste kikker aanlopen. De zielkundige vindt het een leuke mop en barst in gelach uit. Een kikvors als we een oligofreen bespreken. Na dit gelach weet heer Bommel dat hij van de wetenschap geen hulp kan verwachten. De kikker wordt uitzinnig. Hij krijgt een staart van dat uitlachen en zal als puikop eindigen. Tom Poes vreest dat hij in een kikkervisje aan het veranderen is. Het drietal rijdt bedrukt met de Oude Schicht naar Hotel Donderkop. Binnenin de herberg is er een rekening van anderhalve meter, een lachende prinses Kirha en een onbetaalde waard. De prinses noemt de gekikkerde vorst Krokko een mafkikker. Haar lachbui brengt ook nog eens het glaswerk in het ongerede. Heer Bommel besluit de openstaande rekeningen te betalen. Geblinddoekt wil de Prinses wel een wederdienst aan de kikker verlenen. De kikker zelf laat zich verlekkerd op tafel zetten en kussen door de prinses van zijn dromen. Hij wordt volledig opgekikkerd en stelt zich nu groter gegroeid voor als Mijne Excellentie President-Voorzitter, Papa Krokko, Bevrijder van Krokanje, Ridder van het Grote Figuur, Afschaver van de Goelen, Held van het Volk. Tom Poes krijgt van de waard nadere informatie. Papa Krokko had van Krokanje een boos land gemaakt door het afschaafsysteem. Hij heeft nu zowel de prinses van het verwoestend gegier in zijn herberg als Krokko de afschaver. Laatstgenoemde heeft heer Bommel intussen tot ridder van Krokanje geslagen en de ridderorde op de ruitjesjas gespeld. Tom Poes probeert zijn vriend te laten vluchten, maar hij vertrekt onverrichter zake met de Oude Schicht zonder diens eigenaar. Buiten is Krokko boos op Bommel. Een voorzitter hoort te zitten en niet naar zijn land te lopen. Hij ontneemt heer Bommel zijn eerder verleende onderscheiding.

Tom Poes gaat intussen de inheemse bevolking waarschuwen. Hij komt in contact met Brek, de hoofdman, die een hoofd groter is dan iedereen. Tom Poes waarschuwt voor de terugkomst van pappa Kroko. Maar Brek roept: “Leve de voorzitter”, als President Krokko terugkeert. Vervolgens krijgen de onderdanen het bevel kleiner te worden dan de voorzitter. Ze worden afgeschaafd, wat slechts betekent dat ze zich voortaan op hun vastgebonden knieën moeten voortbewegen. Ook heer Bommel moet kleiner worden, maar die laat zich niet goedschiks kleineren. Hij wordt echter op bevel van de voorzitter gevangengenomen en in een grot geworpen om de andere dag te worden afgeschaafd. Terwijl de president een radio-uitzending gaat verzorgen, verdwijnt Tom Poes met de achtergelaten ruitjesjas. Radio Krokanje meldt intussen in een extra-uitzending de wereld dat rust en orde zijn hersteld. Er is een buitenlander gevangengenomen, een zekere O. B. Bommel wegens samenzwering. Op de Kleine Club worden ook deze keer de kranten uitgespeld. De burgemeester en vooral de markies nemen het voor hun stadgenoot op. Het bericht van de arrestatie wekken elders in de stad bij bediende Joost en Doddeltje ook allerlei zelfverwijtende emoties op. Er is daar nu niemand om hem te helpen, maar dat valt mee. Tom Poes weet met de rest van de bankbiljetten uit de ruitjesjas prinses Kirha mee te nemen in de Oude Schicht. Heer Bommel is intussen op een bed gekluisterd. De voorzitter legt uit dat zijn benen er daadwerkelijk zullen worden afgeschaafd. Beschaving door afschaving en de hoog hangende valbijl zal dit proces bewerkstelligen. Aldus President-Voorzitter Veldmaarschalk Papa Krokko. Niemand is groter dan de voorzitter! Maar deze voorzitter wordt door de in de grot binnentredende Prinses weggelachen en tot zijn oude kikkerformaat teruggebracht. Brek de beul is nu weer hoofdman, snijdt zichzelf los en gaat met een knuppel achter de kikker aan. Een blote Bommel vraagt bibberend om zijn jas, die Tom Poes gaat halen. Brek roept zijn landgenoten op weer hun ware grootte aan te nemen en hij gaat een radio-uitzending verzorgen. De prinses geniet na van haar optreden, dat was echt lachen. Tom Poes legt zijn vriend uit dat haar lachen ook de eerste betovering al was geweest van kikker Krokko. Voorzitters kunnen vaak niet tegen lachen, vandaar. Heer Bommel maakt zijn excuses over zijn geldgebrek, maar de prinses helpt hem uit deze droom. De prinses had dit lachen zelfs voor niets willen doen. Ze was al vooruitbetaald door Tom Poes en wil nu slechts graag nog een lift naar haar hotel.

Op de Kleine Club staat de radio aan. Het persbericht spreekt van tiran Krokko, die is verjaagd door hoofdman Brek. En dat met de hulp van één buitenlander, de eerder gevangengenomen heer Bommel. Niet alleen daar wordt bewonderend gesproken over de kasteelheer. Ook Joost en Doddeltje begeven zich opgewonden naar het kasteel. Ze willen allebei iets lekkers koken voor heer Bommel. De ontslagen bediende blijkt de sleutel van het kasteel nog bij zich te dragen. Heer Bommel rijdt in een sombere stemming terug naar huis. Hij voelt zich gered door Tom Poes maar put er weinig vreugde uit, ook al omdat Joost hem in de steek heeft gelaten. Daarom is hij verheugd dat Joost hem welkom heet, die zo vrij is geweest om weer in dienst te treden. De hele stad is trots op zijn heldendaden en de buurvrouw wacht binnen. Ze legt de laatste hand aan een Crêpe Suzette, die de bediende na afloop van de maaltijd hoopt te flamberen.

NRC Publicatie van 13 09 1977

Na het afdrukken van de laatste krantenstrip 8914 verschijnt ambtenaar eerste klasse Dorknoper op het toneel. Terwijl heer Bommel en Tom Poes naar boven de bordestrappen achter Joost op lopen, brengt hij de kwestie van de verkeerde nummering ter sprake. Nadat eerst de avonturen van jongeheer Poes zijn genummerd van 1 tot 1084, is men opnieuw begonnen. Morgen verwacht de wakkere ambtenaar daarom dat nummer 10.000 in de krant zal verschijnen. Heer Bommel stelt aan Tom Poes voor eerst gezellig te gaan eten met mevrouw Doddel. En morgen een nieuw nummeringsfeest, waarop Tom Poes “Hm” zegt.[9]

NRC Publicatie van 14 09 1977, strip 10.000

De volgende avond nemen Kwetal en Pee Pastinakel een groot feest binnen in het kasteel waar. Daar probeert heer Bommel de 1084 van Tom Poes en de 10.000 in gezamenlijkheid uit te leggen. Er zijn een tiental bekende figuren te bewonderen op de eettafeltekening.[10] Burgemeester Dickerdack ontbreekt en de tronie van Bul Super kijkt van buiten af toe door een venster. Heer Bommel stelt voor een dronk uit te brengen op dit gedenkwaardige moment.

Voetnoot

  1. De Grote Onthaler
  2. Met strip 8844, na deze twee ingelaste afleveringen 8842 en 8843.
  3. Aan de westelijke kant van de Gloombergen, 3km ten zuiden van Stuipendrecht en 3 km ten westen van slot Bommelstein.
  4. Heer Bommel legt uit dat hij een windbuil wordt genoemd en nodigt de commissaris uit voor een aardige maaltijd.
  5. De hoofdredacteur drukt het verzet meteen de kop in: “Met geklaag over engerds kan ik geen goede krant maken.”
  6. Deze jongste bediende is duidelijk te herkennen als een personage uit Kontreie, zie De beunhaas.
  7. Meestal is het slechts een stamppot.
  8. Circa 120 km ten oostnoordoosten van Rommeldam.
  9. Toonder wees er twintig jaar later in de Volledige Werken op pagina 184 op dat de ambtenaar vier met name genoemde afleveringen had vergeten: 5300A, 224A, 6480A en 6738A.
  10. De markies, de schilder, de kapitein, Tom Poes, professor Prlwytzkofsky, Doddeltje, heer Bommel, de commissaris, Wammes Waggel en de voorzitter van de Kleine Club. Joost komt binnen met een dienblad.
Voorganger:
De Grote Onthaler
Bommelsaga
23 mei 1977 - 14 september 1977
Opvolger:
De denktank