De grijze kunsten

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de grijze kunsten (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De grijze kunsten) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 2 november 1976 en liep tot 5 januari 1977.[1] Het verhaal gaat over een vakbekwaamheidstest.

Het verhaal

In de herfst plegen Kwetal en Pee Pastinakel naar het zuiden te gaan om te ipsen.[2] Aanvankelijk deden ze dat op hun eentje, maar jaar na jaar werd de stoet groter. Dit jaar zijn het Ahorn Hop, Sinsoen, Hysop, Kwetal, Karwij, Ber Beris en Pee Pastinakel. Helemaal achteraan liep Wispel, die alleen maar geduld werd. Toen hij echter Pee Pastinakel met zijn kruiwagen liet struikelen, was de maat vol. Na lang beraad bij het kampvuur stemt Pee Pastinakel uiteindelijk in met het voorstel van Kwetal. Wispel wordt afgeleverd bij een heks bij de Knookpeppels.[3] Hij moet daar 's winters blijven. De heks moet hem leren één goede daad te doen voordat de zon terugkomt. Omdat Karwij de sterkste is, brengt die hem naar de heks.

De heks die Kwetal bedoelde heette Neppa Kornoelje. Haar toverkracht is echter tanende en juist die ochtend had ze bericht gekregen van het kollenvakverbond dat ze voor de lente haar vakvrouwschap moest bewijzen, omdat ze anders geschrapt zou worden. Daarom komt de opdracht die Liguster Karwij haar komt toevertrouwen goed van pas. Ze zegt de soort van Wispel te kennen. Die putten vreugde uit het onheil van anderen. Ze stelt voor hem tijdelijk in een kikker te veranderen. Karwij begrijpt dat de zaak inderdaad in goede handen is en vertrekt.

Het lukt Neppa echter niet Wispel in een kikker te veranderen. Ze laat zich vervolgens uitgeblust op een boomstam zakken en ze legt Wispel haar probleem uit. Ze moet voor de lente begint of iemand onzichtbaar maken, of iemand veranderen, of in de toekomst kunnen kijken. Wispel belooft haar te helpen zodat ze samen een leuke winter zullen hebben.

Heer Bommel en Tom Poes maakten intussen een wandeling van het Moerzwin naar de rand van het Donkere Bomen Bos. Ze komen de markies de Canteclaer tegen, die paddenstoelen aan het plukken is. Die daagt heer Bommel uit alleen een peppelzwam te gaan plukken bij de Knookpeppels. Hij zet 100 florijnen in tegen 1 duit en heer Bommel neemt de weddenschap aan. Hij komt Wispel tegen, die hem naar de hut van Neppa Kornoelje begeleidt. Die probeert hem onzichtbaar te maken. Heer Bommel werpt tegen dat hij zichzelf nog ziet maar daar heeft de vakvrouw een antwoord op: “Natuurlijk kan je jezelf zien. Dat is altijd zo, ook al ziet niemand anders je. Zo is het leven. Voor anderen besta je niet; je bestaat alleen voor jezelf.” Wispel speelt buiten het spel mee en heer Bommel meent nu inderdaad onzichtbaar te zijn. Hij betreedt het domein van twee beruchte rovers, Jan Drommel en Hoep Pardaf. Ze betrappen heer Bommel bij het plukken van de peppelzwam. Laatstgenoemde meent echter onzichtbaar te zijn, maar wordt toch op de peppelzwam na, vakkundig uitgeschud door de twee rovers, die bekendstaan als ‘de barleman’. Hij krijgt van Wispel een stevige tak om daarop steunend naar huis te lopen met de verzekering dat hij toch onzichtbaar was geweest. Het was blijkbaar te vlug uitgewerkt.

De markies toont zich een sportief verliezer en is vol bewondering voor de geplukte peppelzwam. Hij zal het geld doen overmaken. Ook Tom Poes vindt de daad van zijn vriend erg moedig. Omdat heer Bommel het moeilijk vond te vertellen dat hij zich met een heks had ingelaten, is hij erg blij dat zijn buurvrouw langs komt lopen. Die ziet zo wel dat het bij Ollie om bescheidenheid draait. Samen lopen de twee een stuk richting het kasteel, waarop de buurvrouw wederom vraagt haar Doddeltje te noemen. Terwijl de buurvrouw haar huisje bereikt, komt commissaris Bulle Bas saluerend zijn bewondering uitspreken. Op het kasteel geeft heer Bommel zijn bediende Joost uitleg over de confrontatie met de wildemannen. Hij vraagt zich af of hij een onzichtbare heer was of een geslagen held. Joost denkt er enige tijd over na en komt de slotsom van een onzichtbare held en een geslagen heer. Hij stelt ter genezing een biefstuk op het oog voor. Heer Bommel weet nu nog niet of hij een held is.

Zelfs Neppa Kornoelje piekert of ze heer Bommel nu wel of niet onzichtbaar heeft gemaakt.[4] Er zijn zoveel heksen die mannen onzichtbaar maken, waarna zij als enige hem nog kunnen zien. Ze vraagt Wispel wat hij heeft gezien, maar die geeft niet thuis. Het volgende ogenblik lacht hij zich een ongeluk als heer Bommel op het toneel verschijnt en vraagt of hij onzichtbaar was of echt een held? Wispel weet het wel maar houdt het geheim. Want dan heeft Neppa hem nog nodig. Wispel daagt Neppa vervolgens uit heer Bommel de toekomst te voorspellen. Neppa bestudeert zijn hand en voorspelt: Hoofdpijn, hartkloppingen, een lelijke verkoudheid en een eervolle opdracht. Wispel gaat snel aan de gang met een neervallend wespennest, dat de belaagde heer een duik doet nemen in de Drens, een zijrivier van de Rommel. Juist op het punt waar de rivier uitmondt in de Rommel, bij Grijngriend, bespreken burgemeester Dickerdack en commissaris Bulle Bas de situatie in het woud. De commissaris wil daar slechts optreden onder dekking van de Mobiele Eenheid, hoewel hij zelf al had verteld dat heer Bommel in zijn eentje naar de roversbende was getrokken. Op dat moment kietelt Wispel heer Bommel weer bij kennis met een grassprietje onder de neus. Hij begrijpt nu dat de voorspellingen van Neppa zijn uitgekomen, alleen het steken was een extraatje. Hij geraakt al niezend in gesprek met de burgemeester, die hem een officiële opdracht zal gaan geven.

Tegelijkertijd was Neppa Kornoelje haar kristallen bol aan het oppoetsen.[5] Ze constateert dat ze er niets meer in kan zien. Wispel kan haar melden dat alles wat ze voorspeld had is uitgekomen.[6] Zelfs de eervolle opdracht komt eraan. Heer Bommel moet de barleman gaan verslaan van de Knookpeppels. Vervolgens legt Wispel aan Neppa uit wat er staat te gebeuren. Heer Bommel vraagt intussen aan zijn vriend wat te doen? Hij krijgt een eervolle opdracht inhoudende het oprollen van een roversbende, terwijl hij niet onzichtbaar is. Maar de voorspellingen zijn wel uitgekomen. Tom Poes vindt dat hij niets moet doen. Allerlei rare figuren nemen hem in de maling, terwijl het toch werk is voor vaklui. Door dit advies is heer Bommel de andere dag vastbesloten de eervolle opdracht op zich te nemen. Omdat hij niet gerust is op de afloop van de opdracht, besluit hij Neppa weer te consulteren. Toevallig staat ze bij zijn tuinpoort, omdat ze natuurlijk al wist wat van haar gevraagd werd. Ze ziet dat in haar kristallen bol, die ze ooit van een groot magister heeft gekregen. Ook ziet ze dat de opdracht goed zal aflopen door de hulp van een dame, die hem van geweldige krachten gaat voorzien. Ze geeft heer Bommel een kruidje, dat hem deze geweldige krachten zal geven. Tom Poes maakt zich zorgen. Heer Bommel wil nooit zijn fouten erkennen en dat wordt erger met het klimmen van de jaren. Hij ziet heer Bommel een geweldige steen optillen. Heer Bommel wil daarna wel wat meer van die kruiden en Neppa belooft hem een kruidendrank. Tom Poes heeft intussen opgemerkt dat de steen uitgehold is. Even later ziet hij een kereltje ermee weg hollen. Hij snelt erachteraan en hoort het meeste van het gesprek tussen Neppa en Wispel. Het ventje heeft reuze lol gehad. Maar Neppa gilt dat hij nog steeds geen goede daad heeft gedaan. Wispel wil eerst voor de rovers gaan zorgen, want die goede daad kan altijd nog! Neppa is bang voor de rovers omdat ze zo dichtbij wonen, maar Wispel stelt dat ze omgekeerd ook bang voor de heks in het bos zijn.

Intussen liggen de rovers zich op de populierenheuvel van de Knookpeppels te vervelen. Ze vragen zich nog steeds af, of er toch niet iets waar kan zijn van dat onzichtbaar zijn. Het zou handig zijn zelf een poosje onzichtbaar te zijn. Als ze je niet zien hoef je niet te dreunen om te krijgen wat je hebben wilt. Ze besluiten de hut van de heks te gaan bezoeken. Ze komen haar kruidenplukkend tegen in het bos en maken een afspraak voor de volgende dag. Wispel verheugt zich op de overval met in de hoofdrollen de sterke Bommel en de onzichtbare rovers. Als de rovers weg zijn vaart Neppa uit tegen Wispel. Door al dat bedrog wordt ze een namaakheks. Wispel amuseert zich echter uitstekend en wil pret hebben zolang het nog kan. Hij mist daarom het weghollen van de voor luistervink spelende Tom Poes. Hoewel de jonge vriend nu weet hoe het een en ander in elkaar steekt, weet hij nog niet hoe de zaak in goede banen te leiden. Hij gaat daarom een hapje eten met zijn vriend op het kasteel. Die wil maar al te graag zijn eervolle opdracht bespreken. Tom Poes wil slechts praten over een heks en een uitgeholde steen, zodat de eetlust heer Bommel vergaat. Maar hij laat zich niet door die zure praat tegenhouden. Vol goede moet en gesterkt door het aan huis bezorgen van de toverdrank geeft heer Bommel commissaris Bulle Bas instructies. Een lege geldauto en twee agenten, meer heeft hij niet nodig. Na het verlaten van het politiebureau slaat zijn stemming echter om en hij gaat toch maar zijn plan bespreken met Tom Poes, die buiten zijn huisje op hem staat te wachten. Na fluisterend de geheimen gewisseld te hebben draagt Tom Poes hem op voor de tweesprong van Ugelterp te blijven. Niet erop maar ervoor, want erop zou slecht zijn voor de toverdrank. Neppa Kornoelje verstrekt de twee rovers toverdrank, die hen voor twee uren onzichtbaar zal maken. Maar ze zullen elkaar wel zien omdat ze in dezelfde trilling zitten. Door haar toverkracht komt er bovendien een geldauto om half zes bij de tweesprong van Ugelterp.[7]

Heer Ollie gaat, gesterkt door een zogenaamde grote krachtengevende toverdrank, met een lege geldwagen en twee agenten, Kodder en Flabbers, het bos in om de zogenaamd onzichtbare struikrovers te vangen. De toverdranken werken niet, maar Tom Poes list slaagt gelukkig wel. De twee rovers gaan de kasteelheer achterna, die tevergeefs probeert een grote steen op te tillen. Ze zijn in woede ontstoken omdat ze niet onzichtbaar zijn voor heer Bommel, die zelf weer niet over de voorspelde grote krachten beschikt. Terwijl heer Bommel bij de van binnen uit vergrendelde geldwagen zijn toevlucht zoekt, vallen de twee rovers in de kuil, die Tom Poes op de tweesprong heeft gegraven. Uiteindelijk dalen de twee politieagenten desgevraagd in de kuil af. Ze verkeren in de mening dat heer Bommel de rovers daar met zijn enorme kracht in heeft geslagen. Geboeid worden Jan Drommel en Hoep Pardaf in de lege geldauto afgevoerd. Tom Poes en heer Bommel praten nog wat na bij de gegraven kuil, die laatstgenoemde wel gevaarlijk vindt. Maar de list van Tom Poes had hij toch ook zelf kunnen bedenken en was dus erg knap. Deze keer heeft Wispel hun gesprek afgeluisterd en hij gilde van schrik. Er is nu slechts een nepkol over en een trenzige Wispel.

Teruglopend naar het kasteel hebben de twee vrienden heel wat te bepraten. Heer Bommel voelt zich voor de gek gehouden. Tom Poes legt uit dat de heks namaak is en dat het met haar en het kleine mannetje slecht zal aflopen. Bij het kasteel worden ze opgewacht door een blije burgemeester en een glunderende commissaris. De burgemeester feliciteert de kasteelheer met zijn heldenmoed maar kan aan de beschrijving van de gebeurtenissen met de geldauto geen touw vastknopen. De burgemeester en de commissaris lopen licht bezorgd naar huis. De opdracht heeft toch wel sporen bij de kasteelheer nagelaten, maar de burgemeester zal heer Bommel toch maar voordragen voor de stadspenning of iets dergelijks. Binnen het kasteel heeft Joost een feestelijke uiensoep bereid voor de twee vrienden. Tom Poes vertelt aan tafel meer over het tweetal. Een slecht stel. Die heks moest voor de lente bewijzen dat ze of iemand onzichtbaar kon maken, of iemand kon veranderen, of in de toekomst kon kijken. En het kereltje moet voor die tijd een goede daad verrichten. Heer Bommel vindt het duo ook slecht, maar is dankbaar voor de geboden hulp , dus voor hem rest nog een taak.

Hij stapt in zijn Oude Schicht en rijdt in de sneeuw terug naar de heks.[8] Daar heeft de vakvrouw haar tekenen al van de deur gehaald. De stemming is beneden nul. Wispel ziet voor Neppa nog wel een toekomst in de stad als waarzegster. Maar zelf is hij nog steeds trenzig. Neppa ziet het anders. Zelf wil ze wel maar kan ze het niet. Wispel wil niet eens. Op dat moment meldt heer Bommel zich glunderend voor een eenvoudige doch voedzame maaltijd. Hij stelt dat alles in orde is.

"Je hebt een goede daad gedaan Wispel door bij mevrouw Kornoelje te blijven, want daardoor heb je haar de gelegenheid gegeven om je zo te veranderen dat je een goede daad kon doen. Zonder jou waren de wildemannen niet gevangen. En als heer weet ik dat het in orde is. Zeg dus maar aan Kwetal dat het in orde is."[9] Hij stelt voor eerst een hapje te eten om zijn woorden te laten bezinken. Neppa begrijpt de wenk en omdat haar soep eigenaardig en krachtig is, beginnen de woorden langzaam door te dringen zodat het binnen in de boshut toch een gezellige avond wordt.

Voetnoot

  1. Van 26 oktober tot 2 november was Marten Toonder volgens heer Bommel op vakantie.
  2. Soort van overwinteren.
  3. Slechts 1 km ten zuiden van slot Bommelstein.
  4. Dit in verband met haar vakbekwaamheidtest.
  5. Ze had de bol ooit ontvangen van magister Hocus Pas.
  6. Wispel begroet haar met de zin: “Hoia, ouwe neptrol!”
  7. Circa 4 km ten zuidoosten van slot Bommelstein. Er zijn daar twee leegstaande huizen.
  8. Hij vindt het wel jammer van de soep.
  9. Dwerg Kwetal heeft een grote doorlopende bewondering voor ‘Reus Bommel’.
Voorganger:
De zonnige kijk
Bommelsaga
2 november 1976 - 5 januari 1977
Opvolger:
De Grote Onthaler