De grootdoener

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de grootdoener (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De grootdoener) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 9 december 1963 en liep tot 19 maart 1964.[1] Het thema is de afstelling van een robot.

Het verhaal

Professor Sickbock gaat het niet voor de wind. Zijn proeven blijven mislukken en hij is nu vervallen tot bittere armoede. In zijn bouwvallige schaapskooi [2] krijgt hij bezoek van de knopenmaker Pastuiven Verkwil, die vindt dat hij het niet kan helpen dat hij klein is.[3] Om zijn ego wat op te vijzelen laat die de aan lager wal geraakte wetenschapper een robot fabriceren, die alleen maar naar Pastuiven luisteren zal en zal doen wat zijn eigenaar zegt. De professor neemt de opdracht tegen contant geld aan om met het overblijvende geld zijn huidige onderzoek, de correlatie van de panotropen, te kunnen bestuderen. Wanneer het apparaat klaar is hoeft het alleen nog op Verkwil afgestemd te worden, maar wanneer Sickbock even een boodschap gaat doen om een onsje gist in te slaan komt heer Ollie toevallig even schuilen voor een onweersbui. Als de bliksem in de armzalige hut slaat, raakt de robot voortijdig geactiveerd en daarbij afgesteld op de schuilende heer. Zelf holt heer Bommel de schaapskooi weer uit en loopt Pastuiven Verkwil onbedoeld tegen de vlakte.

De knopenfabrikant is natuurlijk woedend en draagt Sickbock op om de robot te achterhalen, maar die houdt zich liever bezig met zijn panotropen-cultuur. Na aanvankelijke angst voor de robot ziet heer Bommel bovendien wel wat in het ding en hij laat hem wat eenvoudige werkzaamheden uitvoeren. Deze lopen echter nauwelijks goed af. Het grote probleem van de robot is immers dat hij alles sterk overdrijft. Het aanvegen van de tuin wordt voortgezet bij de buurman, de markies de Canteclaer. Ook het afmetselen van de schoorsteen van het huisje van Tom Poes wordt een klassieker. De schoorsteen wordt te hoog opgemetseld en het huisje stort in. Extra stenen worden gehaald in een herberg waar toevallig Tom Poes en Pastuiven Verkwil onderdak hebben gezocht. Met de grootste moeite geeft heer Bommel opdracht om het huisje en de herberg weer in de oude staat te herstellen. Dat lukt onder een kritische reeks kanttekeningen van ambtenaar eerste klasse Dorknoper, die toevallig in dezelfde herberg zijn wekelijkse glas bier op vrijdag pleegt te consumeren.[4]

Heer Ollie is echter van mening dat hij veel goed kan doen en besluit om de robot in te zetten voor grotere projecten, zoals de aanleg van een weg die al af had moeten zijn. Ambtenaar Dorknoper is hier zeer tevreden mee, boos als hij is op de luie wegenbouwers. De wegwerkers zitten naar een draagbare televisie te kijken, maar even later verzetten ze zich wél met alle middelen tegen de gepleegde broodroof. Heer Ollie zit in een moeilijk parket en wil erg graag van de robot af, maar die blijft trouw volgen. In zijn ijver is er bij het aanleggen van de nieuwe weg ook nog een stuk van de huizen weggesloopt in een nieuwbouw wijk. Commissaris Bulle Bas treedt inmiddels verbaliserend op met Dorknoper nu als getuige. De ambtenaar eerste klasse heeft de robot eerst een uurtje lang zijn gang laten gaan, hoewel het werk tegen de regels was.

De kasteelheer besluit dat hij de robot moet zien kwijt te raken, want dat zei Tom Poes ook al en hij had gelijk. Hij weet niet veel beters te doen dan door een moeras te waden waar de robot bemodderd en vertraagd uitkomt. Inmiddels legt de professor de commissaris uit dat de vergrotende eigenschappen van de robot door instelling op Bommel geleid hebben tot monstervorming. Terwijl de knopenfabrikant, de professor en de commissaris redetwisten of de robot of Bommel aangepakt moet worden, komt de kasteelheer op adem bij zijn buurvrouw Doddeltje. Ook de robot meldt zich aldaar door de achterdeur te vernielen. Doddeltje is niet bang voor de zwaar bemodderde [5] robot omdat hij haar geliefde buurman nadoet. Er volgt bij haar voor de deur een wildwest scène tussen de commissaris, de knopenfabrikant , de professor en heer Bommel, terwijl binnen de robot netjes wordt gereinigd. De commissaris blijft met injectiespuit in de bil verdoofd liggen, Pastuiven is wanhopig en heer Bommel wordt door de professor vastgebonden in de schaapskooi op een stoel. De robot zet zich sloom in beweging om zijn opdrachtgever bij te staan. Tom Poes holt echter vooruit omdat de professor met een gevaarlijk apparaat, een erasor, het initiatiefcentrum van Heer Bommel wil uitschakelen. Zo zal hij indirect de robot uit schakelen. In een nu volgend gevecht weet Tom Poes de erasor te bemachtigen en hiermee de robot op de grond te deponeren. De grootdoener doet aldaar vergrotend de correlatie van de panotropen na. De robot beweegt als een afgestelde panotroop in de panotropencultuur tot tevredenheid van de professor.

Heer Bommel maakt professor Sickbock uit voor schurk, omdat hij zijn schedel wilde binnendringen. De professor zegt de robot te houden en de knopenfabrikant krijgt hem nooit. Heer Bommel besluit nu zelf de politie te gaan inlichten over de ontwikkelingen. Hij overhandigt de boze commissaris Bulle Bas een flinke stapel bankbiljetten als schadevergoeding voor bouwvakkers en gebouwen. Bas kondigt toch maar alvast een ‘flinke drukker’ aan na voltooien van zijn verbaal. De kasteelheer vergoedt vervolgens de knopenmaker de aankoopprijs van zijn robot. De twee genieten samen met Tom Poes van de slotmaaltijd, die dit keer door Doddeltje in haar huisje wordt geserveerd. Hutspot. Heer Bommel komt tot de slotsom dat het belachelijk is de daden van een heer te overdrijven. Ook de professor merkt na enige tijd op dat de robot een waardeloze overdrijver is. De grootdoener vergroot niet maar overdrijft. Het factotum is belast door omgang met Bommel. Hij is daarmee weer even ver als aan het begin van dit verhaal.

En toch zal de wetenschap zegevieren. Men zal nog van mij horen.[6]

Voorganger:
De bovenbazen
Bommelsaga
9 december 1963 - 19 maart 1964
Opvolger:
De liefdadiger