De herenopstand

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de herenopstand (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De herenopstand) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 13 februari 1960 en liep tot 14 april van dat jaar.

Het verhaal

De meer ontwikkelde lezers zullen inmiddels wel hebben begrepen dat de revolutie al voorbij is. Het grauw heeft gewonnen. Het janhagel rijdt in flodderige blikken voertuigen en bouwt gebouwen hoger dan de bekende kastelen. Het recht geeft hun dezelfde rechten als de edelen. Als reactie is er echter een reactionaire tegenbeweging opgericht met de naam B.O.H., de Beweging der Opstandige Heren. De gepeupelmaatschappij dient te verdwijnen want rood gaat de zon onder! De nacht van de Revolutie der Heren is aangebroken. De leden komen anoniem bij elkaar zonder elkaars naam te kennen. Ze hullen zich daartoe in witte Ku Klux Klan-achtige gewaden met puntmuts. Alleen de contactheer A. de Lazuur [1] met hoge hoed, is duidelijk herkenbaar. Hij moet toezicht houden op de aspirant-leden, die schokkende en gewelddadige proeven moeten ondergaan. In stripstrook 3929 is te zien dat een aspirant-lid een rozet krijgt opgespeld op zijn witte pij als teken van de proeftijd. Het getoonde aspirant-lid krijgt als opdracht de uitvoering van het plan B.

Heer Bommel heeft een te hoge aanslag ontvangen van de Directe belastingen. In zijn garage haalt hij de Oude Schicht op om ambtenaar Dorknoper nu eens goed de waarheid te zeggen. [2] Hij vindt een vreemde wekker onder zijn auto, die hij opraapt en op een plank in het gebouwtje zet. Mopperend op zijn slordige bediende Joost, rijdt hij weg. Enkele meters later ontploft de garage achter hem. De toegesnelde bediende Joost wordt opgedragen om water te halen om het vuur te blussen. Vlak daarna vindt er ook een ontploffing plaats binnen het kasteel Bommelstein. Terwijl Joost terugrent naar de bibliotheek van het slot om de telefoon te gebruiken, vindt ook daar een ontploffing plaats. Een geblakerde Joost deelt uit het venster mede dat de indianenboeken van heer Olivier in de lucht zijn gevlogen. De bediende is getroffen door Winnetous testament en zijn kostuum is ernstig beschadigd. Voordat hij zijn voornemen kan uitspreken ontslag te nemen draagt zijn werkgever hem op om een glazenwasser en een metselaar te regelen. Zelf stapt de getroffen kasteelheer buiten op een roze speld met een rozet en gilt het uit. Hij leest als getroffen heer zijnde verbaasd de tekst: “Heren aller landen, verenigt u.” Als enige troost speldt heer Bommel het speldje met deze begripvolle tekst op zijn revers en rijdt in de Oude Schicht naar de stad Rommeldam.

Heer Bommel bezoekt het belastingkantoor om de ambtenaar eerste klasse eens flink de waarheid te zeggen. Hij wordt op de stoep van het gebouw aangesproken door een keurige heer met hoge hoed, die hem herkent aan het speldje als een aspirant-lid van zijn B.O.H. Heer Bommel ziet bij de keurige heer eveneens een bekend speldje en hij bevestigt dat hij voor zijn aanslag komt. Zijn goede vader zei altijd dat er mooi weer aankwam, als de zon rood onderging. Hierop krijgt hij een pakje in zijn handen gedrukt met de boodschap: “U weet wel. ” Binnen maakt heer Bommel zijn bezwaren tegen de aanslag kenbaar aan de zittende ambtenaar Dorknoper. Laatstgenoemde waarschuwt slechts dat bij een grondige nadere bestudering aanslagen vaak te laag blijken te zijn. Maar een bezwaarschrift dient in drievoud te worden ingediend. Heer Bommel verlaat boos het vertrek, het pakje op het bureau van de ambtenaar achterlatend. Door het ontploffende pakje belandt hij zittend op het trottoir. Burgemeester Dickerdack komt aanlopen en vreest voor een aanslag wegens de uitgegane belastingaanslagen. Door het gehavende venster roepen de burgemeester en ambtenaar Dorknoper de hulp in van de langslopende politiechef Bulle Bas. Laatstgenoemde ziet de automobiel van Bommel wegrijden, maar vindt deze wegrijdende auto als verdachte deze keer nu eens op het eerste gezicht te simpel. Hij spoedt zich eerst naar de plaats delict. [3] Maar ter plekke vindt hij niet veel meer dan ontplofte aanslagbiljetten.

De volgende morgen gaat commissaris Bulle Bas met zijn politiemotor naar slot Bommelstein. Hij wordt te woord gestaan door een bepleisterde bediende Joost. Ambtenaar Dorknoper had de politiechef toch nog maar eens gewezen op het bezoek van de hoog aangeslagen kasteelheer voordat de bom plofte, maar bij aankomst zag Bulle Bas al dat het kasteel zelf zwaar was getroffen. De bediende vertelt hem inderdaad van een zware aanslag in drievoud op het bouwwerk. Zijn werkgever logeert zolang in het hotel de Gebraden Haan. [4] Joost verklaart dat hij het druk heeft met de herstelwerkzaamheden en dat heer Bommel het te druk heeft met zijn belastingaanslag, zodat de aangifte bij de politie er bij in is geschoten. Op een vergadering van de B.O.H. wordt het aspirant-lid, dat verantwoordelijk was voor de driedubbele aanslag op object B., gedegradeerd tot beginnend aspirant-lid. Dit vanwege het verlies van zijn speldje. [5] Hij mag als straf alleen nog de springmiddelen aanmaken. De vergadering is wel tevreden over de aanslag op het belastingkantoor, door een nieuw nog onbekend aspirant-lid.

Buiten zijn hotel ontmoet Heer Bommel wederom de geheimzinnige heer A. de Lazuur, zoals vermeld de 'contactheer' van de B.O.H., de Bond der Opstandige Heren. De Lazuur meende reeds in heer Bommel een van de leden van het genootschap te herkennen, omdat hij een speldje draagt dat hij na een aanslag op zijn kasteel had opgeraapt, en dat als opschrift draagt "Heren aller landen, verenigt u!". [6] Heer Ollie werpt de overhandigde tikkende wekker naar ampel beraad naar buiten, waar het alsnog een ravage op het parkeerterrein aanricht te midden van de autoblikken op wielen. De toegesnelde commissaris Bulle Bas kan niets anders doen dan noteren dat iemand telkens een aanslag op heer Bommel wil plegen. Heer De Lazuur is tevreden over de koelbloedige aanpak van het aspirant-lid. Commissaris Bulle Bas denkt er het zijne van. Wie zit er achter? Een bevriende mogendheid? Een politieke partij? Hij kan er nog geen touw aan vastknopen. Het geheime genootschap besluit sterker plofmateriaal in te gaan zetten. Vervolgens vindt heer Bommel in zijn badkamer op aanwijzing van de heer met de hoge hoed een vreemd ledikant. Als tekst staat erbij geschreven: “Aan zlinger draien dan knaltie enig.”

Heer Bommel belt intussen de geschokte hoteldirecteur, die de politie alarmeert. De meer dan slaperige commissaris Bulle Bas laat brigadier Snuf hem naar “Bommel” rijden in de politiezijspan. Zo komen ze abusievelijk bij slot Bommelstein en daar ziet de wakker geworden commissaris Tom Poes. Maar ook deze vriend van heer Bommel heeft geen bruikbare informatie en loopt nu zelf eens achter de feiten aan. Hij heeft heer Ollie weer eens te lang alleen gelaten. In het hotel laat heer Bommel aan de directeur het merkwaardige ledikant met slinger zien. De binnenstormende commissaris Bulle Bas is niet voor rede vatbaar. Als heer Bommel zelf aan de slinger moet draaien, dan is dit een grap en geen poging tot een aanslag. Bovendien doet de politie wel zeker aan onderzoek naar de gepleegde aanslagen. Vervolgens geeft de politiechef zelf de gevraagde slinger aan het ledikant en het hotel is enkele seconden later een rokende puinhoop. De door heer Bommel aangesproken aanslagpleger Bulle Bas beleeft een dieptepunt in zijn loopbaan. Tom Poes ziet op de plaats delict dat heer Bommel wordt gefeliciteerd door een heer met een hoge hoed. Zijn vriend stelt dat het tijd werd dat de politie ook eens iets deed.

Tom Poes gaat vervolgens achter de merkwaardige heer met hoge hoed aan, maar wordt door wasbaas[7] Wammes Waggel onschadelijk gemaakt. Hij neemt hem gevangen, nadat Tom Poes zo dom was hem te helpen bij een proefaanslag, peper in plaats van buskruit. Tom Poes zit onder de peper en wordt gevangengenomen. De leiding van de B.O.H. is erg tevreden en Wammes wordt terugbevorderd tot aspirant-lid. Hij mag zelfstandig plan P. uitvoeren. Wammes Waggel gaat met handkar, geiser, en Tom Poes in een witte zak naar het politiebureau. Commissaris Bulle Bas zit uitgeblust achter zijn bureau en is eigenlijk wel blij met een warmwaterapparaat, al vindt hij het witte uniform van de monteur wel vreemd. Buiten schreeuwt Tom Poes om hulp. Commissaris Bulle Bas bevrijdt hem uit zijn zak en draait vervolgens binnen aan het kraantje van de geiser, zoals de monteur hem had opgedragen. Tom Poes had hem tevoren tevergeefs gewaarschuwd en ook het politiebureau ontploft. Maar Tom Poes weet de commissaris nu wel te vertellen waar hij een spoor kan volgen. Tom Poes leidt de commissaris via de wasserij van Wammes Waggel naar het hoofdkwartier van de B.O.H., het buiten Kweldergeest. [8]

Tegelijkertijd wordt heer Bommel in een rijtuig gemanoeuvreerd en naar het hoofdkwartier van de B.O.H. gereden. Hier wordt hij na een geslaagde geschiktheidproef tot nieuwe voorzitter van de vereniging benoemd en in vermomming gestoken. Wegens de meer dan geslaagde aanslag op het politiebureau, mag Wammes Waggel de vergaderingen weer bijwonen. Hij is inderdaad terugbevorderd tot aspirant-lid. Heer Bommel ontmaskert wasbaas Wammes als het nieuwe aspirant- lid van de herenclub. Als niet-heer wordt Wammes afgevoerd om op een geschikt tijdstip te worden geliquideerd. Vervolgens ontdekt heer Ollie dat de bond op de totale vernietiging van gebouw B. uit is. Maar dat is zijn eigen slot Bommelstein als het voorbeeld van de wansmaak van het janhagel. Hierop verraadt de met liquidatie bedreigde Wammes Waggel de naam van de nieuwe voorzitter: “Bommel”.

De andere leden van de bond zijn zo ontsteld over het feit dat ze de eigenaar van dat wansmakelijke kasteel voor heer aanzagen en hem zelfs tot voorzitter hebben benoemd, dat de bond zichzelf opheft. Want als men immers een poorter niet meer van een heer kan onderscheiden, is de bestaansgrond voor het genootschap verdwenen. Op een zolder te Rommeldam is er later nog een officiële opheffingsvergadering gehouden. Commissaris Bulle Bas en Tom Poes treffen op het buiten Kweldergeest alleen nog de opgesloten Wammes Waggel en de ontmaskerde voorzitter Bommel aan. De commissaris concludeert op getuigenis van Wammes dat Bommel in zijn eentje de gewelddadige bende heeft opgerold en de liquidatie van Wammes Waggel heeft voorkomen. Joost heeft inmiddels volgens de aangeslagen kasteelheer een nog lelijker vleugel aan het kasteel laten aanbouwen.

De bediende serveert een slotmaaltijd voor de twee vrienden, de wasbaas en de commissaris. Heer Bommel komt langzaam tot het besef door de prijzende woorden van zijn vriend en de commissaris dat hij dit keer echt eens alles alleen heeft moeten doen. Omdat hij niet voor een heer werd gehouden, heeft hij de B.O.H. kunnen verslaan Hij stelt dan ook voor om te drinken op de gezondheid van die ene heer.[9]

Voetnoot

  1. Lazuur is de blauwe kleur uit de heraldiek
  2. Sinds het verhaal: De windhandel blijft zijn medelid van de Kleine Club hem met aanslagen belagen!
  3. Zie voor een eerdere betrokkenheid van heer Bommel bij bomaanslagen het verhaal: De talisman
  4. Bekend bij de politiechef wegens de slotmaaltijd van het vorige verhaal De dropslaven.
  5. Zijn commentaar is: “Maar de aanslag ging enigjes!”
  6. Een toespeling op de leuze uit het Communistisch Manifest.
  7. Hij wast de witte gewaden van de B.O.H.
  8. 500 Meter ten noorden van Westzijl, 2 km ten zuidoosten van de stad Rommeldam
  9. Tom Poes staat deze keer in de titel, maar loopt slechts listloos achter de feiten aan.

Hoorspel

Voorganger:
De dropslaven
Bommelsaga
13 februari 1960 - 14 april 1960
Opvolger:
De Hachelbouten