De kaligaar

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de kaligaar (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De kaligaar) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 3 februari 1975 en liep tot 14 april van dat jaar. Het thema is nieuwsmanipulatie.

Het verhaal

Het schip de Albatros maakt een kort zeereisje van Rommeldam naar Reigersbek.[1] Hoewel heer Bommel had gemeend dat hij en Tom Poes behoefte hadden aan zeelucht en rust, bevalt het reisje hem slecht. Misselijk van de hutspot slaat de kasteelheer overboord, zodat kapitein Wal Rus genoodzaakt is een sloepje uit te zetten om hem weer aan boord te brengen. De matrozen Wad en Hopper weten hem aan boord van hun bootje te trekken, maar belanden bij hun reddingsactie met hun sloep boven op een kaligaar[2]. Het schip de Albatros wordt vervolgens zelf midscheeps geramd door het monster, die daarbij de matrozen en de kasteelheer in een versplinterde sloep op het dek terug deponeert. Bovendien meldt de machinist, schreeuwend vanuit de koekoek, dat de ketel ontzet is en de platen verbogen. “Lekkage” Met de commando’s “halve kracht vooruit” en “pompen maar” herwint de gezagvoerder de controle over het schip. De aangeslagen heer Bommel is genoodzaakt zijn portefeuille te trekken. Eerst vanwege de opgelopen averij en vervolgens omdat hij ook nog eens met spoed per sloep aan land wil worden gezet. In de buurt van Gepermuiden [3] zet matroos Wad bij vloed Tom Poes en heer Bommel aan land.[4]

Aan land wijst visser Elger Kaar hen een prettige herberg, de Zilveren Haring. Als visserman is Elger zeer geïnteresseerd in het verhaal van de kasteelheer over het zeemonster. Hij vangt al weken geen vis meer. In de herberg maakt de visser ruzie met landbouwer Netel. Tom Poes bestelt bij de waard twee kamers[5] en twee snert. Visser Kaar en landbouwer Netel bestoken elkaar vervolgens met glaswerk, waarop de twee vrienden zich terugtrekken op hun kamers en de herbergier achter zijn tap wegduikt.

De andere ochtend vertelt de waard dat in Gepermuiden onrust heerst, want de vissers hebben geen broodwinning meer en dat zou eigenlijk weleens aan de kaligaar, waar heer Ollie over vertelt, kunnen liggen. Dat de overheid de vissers subsidieert om boer te worden is de visser Elger Kaar bovendien helemaal in het verkeerde keelgat geschoten. Heer Ollie is van plan de misstand te bestrijden en schakelt eerst de pers in. Journalist Argus van de Rommeldamse Courant meldt zich ter plaatse. Verhalen over een zeemonster zijn een cursiefje, maar noodlijdende vissers waar de overheid niets aan doet is andere koek. Op het strand zien ze de terugkomst van Elger Kaar en Tom Poes, die de kaligaar hebben aanschouwd. “Vijftig meter lang en een staart als een kerktoren.”

Het artikel van Argus miste zijn uitwerking op het stadhuis niet. Burgemeester Dickerdack ontbiedt zijn ambtenaar eerste klasse Dorknoper. Zoals gewoonlijk is de ambtenaar al volledig op de hoogte. De vissers krijgen subsidie om tot boer om te scholen. Maar dat willen ze niet. Bommel heeft het monster ontdekt en is hun woordvoerder. Hij eist dat het monster onschadelijk wordt gemaakt door de overheid. Ambtenaar Dorknoper lijkt dat redelijk maar laat de zaak eerst wetenschappelijk onderzoeken. De burgemeester protesteert maar de onkreukbare ambtenaar heeft zijn besluit al genomen. Op zijn wandeling in het gelijknamige park komt burgemeester Dickerdack knopenfabrikant Pastuiven Verkwil tegen. Die heeft 2 km ten noorden van Gepermuiden in Hozemond een pastylon-fabriek opgestart. In eerste instantie is Pastuiven blij met het verhaal over het zeemonster. Dat leidt de aandacht af. Samen met de burgemeester zien ze tot hun ontzetting de wetenschap langs rijden. De driewieler van professor Prlwytzkofsky is voor hen het duidelijke bewijs dat ambtenaar Dorknoper de wetenschap al heeft ingeschakeld.

Diezelfde middag zag heer Bommel aan het strand van Gepermuiden de professor reeds monsters nemen. Hij is er niet om een monster te vangen maar om het zeewater te analyseren. De beide Rommeldammers worden gebeukt door de golven van de snel opkomende vloed. Terwijl heer Bommel een warm bad gaat nemen in de herberg, lukt het Tom Poes met een geleende roeiboot de cilinderhoed van de professor en de onderzoeksapparatuur terug op te vissen. Al roeiend kan de professor ook het zeemonster observeren, een Balaenoptera Physalus,[6] ’gans verschutterd’. Dankzij de reddingsactie in de roeiboot kan de professor snel een rapport opmaken. Hij licht zijn rapport mondeling toe aan de burgemeester. Het rapport bevat zowel het zeemonster als de analyse van het water. ‘Polymeren of kondensaten.’ Een verdere toelichting kan er niet af want alles staat in het rapport. Hierop besluit de burgemeester het rapport geheim te houden. Ambtenaar Dorknoper krijgt officieel opdracht de vissers om te scholen tot boer.

Bij de aankomst van ambtenaar eerste klasse Dorknoper in Gepermuiden ontstaat er een heftige discussie met visser Elger Kaar en heer Bommel. Die eisen wegjagen van het monster. Dorknoper wil liever de vissers omscholen. Het wegjagen van het monster maakt de weg vrij voor een nieuw monster. Tom Poes is het met niemand eens. Monsters zijn geen wespen of regeringen die je kunt wegjagen. Hij wil het rapport van de professor weleens lezen. Dorknoper vindt dat maar moeilijkheden geven. Omscholing is de oplossing. Diezelfde avond in de herberg komt landbouwer Netel het vissersleed nog eens inwrijven. Elger kan boerenknecht bij hem worden op kosten van de overheid, volgens een brief van ene ‘Knoper’ van de steun. De twee vrienden besluiten om maar terug te keren naar hun kasteel en huisje.

Bediende Joost is die avond verbaasd dat heer Bommel al thuis komt van zijn zeereis. Het verhaal over een kaligaar roept bij Joost een versje op, dat zijn tante hem had onderwezen. “Op de grote oceaan Daar is menig schip vergaan In woedend stormgedruis Vergaan met man en muis Het vreselijk gevaar Van de woeste kaligaar.” De andere dag zoekt de kasteelheer tevergeefs in zijn bibliotheek in zijn folianten naar de kaligaar. Joost heeft zijn tante Melisse[7] geraadpleegd. Het lied heeft 24 coupletten. Maar volgens tante is een kaligaar een elementaal. En wel een elementaal van water, dat alleen met vuur kan worden weggejaagd.

Tegelijkertijd las Tom Poes met interesse het ochtendblad. Van Westzijl tot Hozemond [8] is de visvangst lamgelegd door een zeemonster van ongekende afmetingen. Hij heeft zijn twijfels en besluit om de professor om commentaar te vragen. Professor Prlwytzkofsky veegt intussen de passerende journalist Argus de mantel uit. Kaligaren leven niet in tribaal verband. Dat heeft hij nooit in een rapport gezet. Maar Argus is zich van geen kwaad bewust. Hij heeft een dergelijk rapport van de burgemeester ontvangen! Tom Poes vraagt de professor wat er dan wel in het originele rapport staat? De hoogleraar is hem eerste ter wille vanwege zijn hulp met de roeiboot maar bedenkt zich. “Praw! Het is een vertrouwelijk rapport voor de behoorde in een geler briefomslag met groener lakwerk. Daarover kan ik niet praten. Der goede dag.”

Op zijn kasteel Bommelstein heeft heer Bommel een besluit genomen. Hij heeft vuurwerk van zwaar kaliber besteld. Hij gaat met de Oude Schicht terug naar Gepermuiden. Onderweg haalt hij de bus in, waarin Tom Poes passagier is. Elger Kaar is bereid met hem het monster bij volle maan en springvloed aan te vallen. Omdat Tom Poes in de bus in slaap is gevallen rijdt hij te ver mee. Bij de halte ‘Pastylonfabriek’ springt de wakker geworden Tom Poes uit het raam van de bus. Hij belandt per ongeluk bovenop Pastuiven Verkwil, die een gele enveloppe met groene lak in de bus had bestudeerd. Omdat Tom Poes een gele enveloppe herkent, ontstaat er een handgemeen, waar een eind aan wordt gemaakt door agent Kodders. Pastuiven klaagt dat zijn brief is gestolen en Tom Poes werpt tegen dat Pastuiven zelf gestolen papieren heeft. Op het politie bureau belt Pastuiven Verkwil met de burgemeester, waarbij hij zijn naam noemt. Agent Kodders beseft nu dat hij geblunderd heeft. Tom Poes maakt van de verwarring gebruik om weg te rennen met meenemen van de gele enveloppe.

In Rommeldam wijst ambtenaar Dorknoper de burgemeester op de gemeenteraadsvergadering diezelfde middag. Aan de orde komt de productievergunning van de pastylonfabriek. De burgemeester geeft met spoed opdracht de vergadering te verdagen. Hij moet achter het verdwenen rapport aan. Pastuiven Verkwil is niet onder de indruk van de zoekacties van de politie. Hij is bevreesd nu gechanteerd te gaan worden. De burgemeester vertelt hem dat hij spijt heeft het vertrouwelijk rapport uit handen te hebben gegeven. Hij had de verwachting dat Pastuiven Verkwil iets aan de afvalstoffen ging doen. In Gepermuiden wordt de boot van Elger Kaar met vuurwerk beladen. Journalist Argus neemt strategisch plaats bovenaan een weg langs de rotsen. Tot zijn verbazing treft hij in zijn bedrijfsauto Tom Poes aan. Die overhandigt hem ter bewaring het gele rapport. Argus mag het rapport pas gebruiken als Tom Poes wordt opgepakt. De knopenfabrikant zet nogmaals de burgemeester onder druk om hem zijn vergunning te geven. Na zijn vertrek meldt Tom Poes zich bij de burgemeester. De laatste wil hem laten arresteren. Maar omdat Tom Poes het rapport niet meer zegt te hebben lost dat niets op. Tom Poes stelt dat de krant nu het juiste rapport heeft, niet alleen maar het eerdere vervalste exemplaar.

Nadat journalist Argus afscheidfoto’s heeft genomen, gaan heer Bommel en Elger Kaar de woelige zee op. De kasteelheer is in alle nattigheid niet in staat het vuurwerk aan te steken.[9] De gevallen pijp van de visser zet echter het vuurwerk alsnog in brand. Heer Bommel vliegt met een vuurwerkvat persoonlijk de lucht in. Als hij vlak naast de boot weer in zee stort, springt ook Elger Kaar van zijn boot af. Zijn boot ontploft en de kaligaar maakt zich los van de zandbanken bij Gepermuiden onder invloed van het vuurwerk, de storm en de springvloed. De kaligaar verdwijnt naar open zee, terwijl de schipbreukelingen door de gedraaide wind landwaarts worden gespoeld. Elger Kaar is in staat onder toeziend oog van de herbergier en de fotograferende journalist heer Bommel weer aan land te trekken. Bij het napraten in de herberg bij het knappende haardvuur heeft Argus een mooi verhaal maar hij begrijpt er niet veel van.

De nabespreking op het politiebureau van Westzijl verloopt in een gespannen sfeer. Burgemeester Dickerdack legt de knopenfabrikant uit dat het rapport over de zeevervuiling bij de krant ligt. Er komt geen vergunning totdat het afvalprobleem is opgelost. Hierop belooft Tom Poes de burgemeester in ruil voor een lift naar Gepermuiden het rapport uit de krant te houden. Tom Poes mengt zich bij aankomst in de herberg meteen in het debat over het zeemonster. Hij vertelt aan Argus dat er geen nieuw monster komt, nu de kaligaar is weggejaagd. De zee is weer schoon, want daar heeft hijzelf voor gezorgd. Hierop ontploft heer Bommel van woede. Een list van Tom Poes? Hij heeft zelf met een andere zeeheld zijn leven gewaagd om het monster te verjagen. Hij hoopt dat het verhaal van Tom Poes niet in de krant komt. Want de lezers zouden Tom Poes dan nawijzen als een lelijke opschepper. Tom Poes eist vervolgens het gele rapport maar eens op van Argus, om zijn gelijk te bewijzen. Die brief is echter een beetje verbrand bij het fotograferen van de redding van heer Bommel. Argus vraagt of dat erg is? Een verslagen Tom Poes mompelt: “Hm”. Heer Bommel stuurt Tom Poes naar bed met de zin: “We praten er niet meer over”

Thuis moet burgemeester Dickerdack zijn vrouw heel wat uitleggen. Er was die middag geen raadsvergadering volgens het stadhuis. De burgemeester probeert uit te leggen dat hij ternauwernood een eind heeft kunnen maken aan de vervuiling van het zeewater. Maar de vissers kunnen hun beroep weer uitoefenen en de kinderen kunnen weer gezondheid opdoen in de golven. Zijn gade wijst hem op ambtenaar eerste klasse Dorknoper. De burgemeester gaat hem morgenvroeg instructies geven. Het wordt een kort nachtje.

Journalist Argus gaat intussen commentaar vragen aan de professor van het gemeentelaboratorium. Hij komt te weten dat er geen sprake was van een monster. Een oude zieke walvis tussen de zandbanken. Van verstoorde visvangst kan geen sprake zijn. Volgens de professor eet een walvis geen vissen.[10] De visvangst was verstoord door afval van de pastylonfabriek, die in zee loosde. Argus ruikt nu een scherp stukje, geheel in lijn met de opvattingen van Tom Poes. Een vervalst rapport naar de krant over een monster waar niets aan te doen was. Maar het verhaal van de verjaagde kaligaar vindt de journalist mooier, want daarvan heeft hij prachtige foto’s geschoten.

Heer Bommel en Tom Poes komen met Elger Kaar aan op het kasteel Bommelstein. De visser komt daar logeren, zodat hij in alle rust op kosten van heer Bommel een nieuwe boot kan bestellen bij een scheepswerf te Rommeldam. Op het bordes staat een glunderende Joost met de krant in zijn hand. “Gelukgewenst! Een heroïsche strijd! Treffende kiekjes!” De passende maaltijd staat klaar. In de eetkamer stelt de kasteelheer vast dat er nog plaats is voor eenvoudige helden, daar waar de overheid faalt. En als er weer een kaligaar komt gaat hij er met Elger Kaar opnieuw op af. En omdat Tom Poes zijn opmerking inslikt en Joost zijn best heeft gedaan werd het een gezellige avond.

Voetnoot

  1. Circa 25 km ten oosten van Rommeldam.
  2. Een soort van de walvissen
  3. Slechts 3km ten zuidoosten van de stad Rommeldam.
  4. Een fooi voor de matroos kon er nog van af.
  5. Alleen in de eerste verhalen sliepen de twee vrienden nog op één kamer in één bed.
  6. Gewone vinvis.
  7. Zie ook het vorige verhaal:Het spook van Bommelstein.
  8. respectievelijk 2km ten zuiden en ten noorden van Gepermuiden.
  9. Plaatje 8236 toont de vissersboot boven op een golftop. In de volle maan zijn vogels te zien in de vorm van een V2 (raket).
  10. Zie voor een andere opvatting walvissen en Gewone vinvis.

Hoorspel

Voorganger:
Het spook van Bommelstein
Bommelsaga
3 februari 1975 - 14 april 1975
Opvolger:
De opvoedering