De kiekvogel

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de kiekvogel (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De kiekvogel) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 10 september 1958 en liep tot 30 december van dat jaar. Het thema zijn gedrukte foto's met onderschrift die de waarheid worden.

Het verhaal

Terwijl Joost aan de achterdeur een fotograaf[1] ruw buiten werpt, is bij de open haard meester-schilder Terpen Tijn een portret van de kasteelheer aan het vervaardigen voor de Kleine Club. Fotograaf Kiekvogel wordt door Heer Bommel echter toch nog via de tuindeur binnengelaten. De meester-schilder noemt de fotograaf een “machinist”, waarop het schilderij door de fotograaf wordt weggezet als “niet- lijkend, verf, nat en ruikend naar olie”. Terpen Tijn trapt de fotograaf vervolgens het kasteel uit, samen met zijn machine. De namopperende Heer Ollie krijgt het doek [2] met lijst door het hoofd en de schilder vertrekt.

De andere morgen krijgt Tom Poes tekst en uitleg. Ze ontdekken Terpen Tijn die in de buitenlucht een sloot op linnen aan het vastleggen is. Heer Bommel spreekt hem voorzichtig aan, maar de opduikende fotograaf verpest de sfeer terstond. De fotograaf verdwijnt na een kort gevecht met de schilder in de sloot, waarin Terpen Tijn de twee vrienden laat volgen. Want ze wilden de kleine fotograaf helpen. De meester-schilder stelt: "Soort zoekt soort. In de prut met de mekanieken en de vleeslichamen." Terwijl Tom Poes zijn vriend uit de sloot helpt, verschijnt Anne Marie Doddel ten tonele, die een week eerder tussen de twee vrienden in is komen wonen. Tom Poes legt uit dat de schilder boos was, waarop de nieuwe buurvrouw de kasteelheer meetroont naar haar huisje om de mallerd schoon te maken. Heer Bommel krijgt vervolgens een bordje zuurkool met worst en Tom Poes kijkt toe en druipt al snel af. [3]

Bij het afscheid nemen krijgt Heer Bommel het voorrecht de aanspreektitel Doddeltje te gebruiken en om langs te blijven komen.[4] Hij is hiervan zo onder de indruk dat hij in een mesthoop belandt, waar zijn nieuwe buurvrouw hem uit haalt, reinigt, oplapt en als dank vraagt om "een kiekje". Op de terugweg naar huis komt hij Tom Poes tegen, die hij vraagt de fotograaf op te sporen. Terug op Bommelstein telefoneert zijn vriend dat de fotograaf een portret aan het maken is van burgemeester Dickerdack bij het stadhuis. Heer Bommel verstoort in zijn enthousiasme de fotosessie door met te hoge snelheid en links van de weg te komen aanscheuren in de Oude Schicht. Commissaris Bulle Bas zorgt voor een stevige "drukker". Doddeltje verschijnt ten tonele en ziet af van het kiekje, maar aanvaardt wel een lift naar huis.

Fotograaf Kiekvogel vertelt Tom Poes in het woud van zijn problemen, waarop Hocus Pas hem zijn diensten aanbiedt. Hij is uitgever van het blad Hocus’ Magazijn en laat zijn ondergrondse kantoor annex drukkerij zien. In zijn visie bestaan beroemdheden niet. Ze worden pas beroemd als ze in het tijdschrift hebben gestaan. "Het is niet heerlijk om beroemd te zijn, maar om beroemd te maken!" Hij zet een andere sluiter op het fototoestel en belooft 1000 goudstukken voor elke foto die hij afdrukt. Kiekvogel heeft aanvankelijk succes, en hij weet markies de Canteclaer en Joost te portretteren, wat hen inderdaad beroemd maakt. De uitgever zet er echter zijn eigen teksten onder en zo wordt de markies een wereldberoemde racecoureur in een Sedan de Luxe. Joost staat afgebeeld op de middenpagina als een onverstoorbare bediende met de tekst: "Er zouden geen heren zijn als er geen knechten waren, dat mag ook weleens gezegd." De markies schaft zich hierop de genoemde racewagen aan en maakt Rommeldam en omgeving onveilig. Joost wordt een hooghartige knecht die het huishouden in het honderd laat lopen.

Op Bommelstein is de nieuwe buurvrouw op de thee, welk samenzijn wordt verstoord door Tom Poes, die komt waarschuwen voor de nieuwe sluiter op het fototoestel. Doddeltje neemt hierop het beschadigde schilderij mee van Terpen Tijn, als alternatief voor een foto. Joost vertelt Tom Poes dat hij al jaren Hocus’ Magazijn leest en heel vereerd is er nu in te komen staan. Hij laat een oude uitgave zien met foto’s en met de bekende teksten.

Bulle Bas geeft Heer Bommel een tweede bekeuring, nadat hij door roekeloos rijgedrag van de markies in een sloot is beland.[5] Zijn nieuwe buurvrouw troont hem opnieuw mee naar haar huisje waar hij prettige uren bij de kachel beleeft, terwijl Doddeltje zijn portret repareert. Op Bommelstein leest Joost hem de les wegens een oproep om bij de rechtbank te verschijnen inzake twee bekeuringen. Bij een wandeling richting Rommeldam legt Tom Poes hem uit dat de bron van alle kwaad Hocus’ Magazijn is. De burgemeester is inmiddels uitgenodigd om ook in het blad te verschijnen waarop de kasteelheer zich ook aanmeld bij de fotograaf.[6] Een mislukte maaltijd en een hooghartige Joost brengen de kasteelheer tot nieuw inzicht en samen met zijn vriend ontvlucht hij zijn kasteel als fotograaf Kiekvogel zich aandient voor zijn afgesproken kiekje.

Heer Bommel eist vervolgens van de uitgever dat hij stopt met zijn blaadje. Hocus Pas legt uit dat het publiek geleid wil worden door beroemdheden met karakter. Die zijn er niet. Dus maakt hij ze. “Men moet het publiek zijn zin geven, nietwaar?” Als de kasteelheer volhardt in zijn eis krijgt hij als geschenk een mandje met een wespennest, waarop hij in een vijver springt waaruit Doddeltje met insectenspuit en Tom Poes hem wederom moeten redden.

Fotograaf Kiekvogel krijgt van zijn opdrachtgever de wind van voren omdat de kasteelheer de dans is ontsprongen. De foto van de gekiekte burgemeester wordt niet betaald, Bommel gaat voor. Hij neemt teleurgesteld afscheid maar krijgt een zak goudstukken nageworpen om zijn Bommelopdracht af te ronden. Hij treft het drietal bij het vijvertje, waarbij heer Bommel achter zijn buurvrouw wegduikt. Tom Poes vreest nu dat Doddeltje is gekiekt. Hierop ontsteekt de kasteelheer in grote woede, vernietigt de fotoplaat en werpt de fotograaf met apparatuur in de vijver. De langsrijdende Super en Hieper blijken voor enige goudstukken bereid om Heer Bommel bij fotograaf Kiekvogel af te leveren voor een "ongedwongen kiekje". Het duo zakenlui ziet heer Bommel afscheid nemen van zijn nieuwe buurvrouw en Super besluit Doddeltje te ontvoeren. De kasteelheer deelt zijn vriend nu mee dat hij zich zal laten fotograferen, om Doddeltje te redden. De foto wordt genomen en de twee zakenlui worden fors betaald, waarop de fotograaf zich naar zijn uitgever begeeft, gadegeslagen door Tom Poes. De fotograaf heeft last van zijn geweten, maar de uitgever vindt dat hij dan maar een ander baantje moet zoeken, want bijgeloof kan hij niet gebruiken. Terwijl de twee bezig zijn weet Tom Poes stiekem een foto van het duo te maken[7], en hij weet vervolgens ook nog de druktechniek af te kijken.

Tom Poes wordt betrapt, maar ontsnapt. De uitgever draagt zijn fotograaf nu op Tom Poes vast te leggen. Hij gaat hulp halen bij zijn vriend en Doddeltje, maar heer Bommel heeft inmiddels in Hocus’ Magazijn gestaan en weigert elke medewerking. Tom Poes krijgt van Terpen Tijn portretten van afgedrukte Rommeldammers en later via Doddeltje het gestopte schilderij van heer Bommel. Hij weet de fotograaf te misleiden met een afspraak later die dag op een berg en de uitgever met de mededeling dat Heer Bommel heel aardig is geworden. Hocus Pas spoedt zich naar Bommelstein.

Heer Bommel staat inderdaad afgedrukt als laatste van het uitstervende soort als ‘Heer van Stand’. Iedereen is hem te min. Hierop wordt Joost weggezonden. Doddeltje wordt ook uit de hoogte behandeld, waarop ze Tom Poes gaat meehelpen.[8] Hij krijgt het portret van Bommel als aanvulling op de verzameling afgedrukte Rommeldammers. Tom Poes slaagt erin, met aan het eind een beetje hulp van Doddeltje, om een nieuw blad te drukken. Alle afgedrukte Rommeldammers worden weer zichzelf. De nieuwe foto van fotograaf en uitgever zorgt voor een scheiding. De uitgever krijgt het onderschrift van een beroemde Noordpoolreiziger[9] en de fotograaf wordt een beroemde Hollywood-fotograaf. Hij koopt moderne apparatuur, maar behoudt de sluiter.

De andere dag blijkt bij het bezoek van Tom Poes aan het kasteel dat de teruggekeerde Joost en heer Bommel weer de oude zijn. Laatstgenoemde weigert echter enig verband te zien met het laatste Hocus’ Magazijn, dat door zijn vriend is uitgegeven met de aardige schetsen van Terpen Tijn. Op het afsluitend feestmaal zijn ook Terpen Tijn en Doddeltje aanwezig. De meester-schilder plaatst wat kritische noten, maar de buurvouw is heer Bommel nog steeds dankbaar dat hij haar gered heeft vanuit haar ontvoering. Zonder iets van de hoofdrol van Tom Poes te hebben begrepen, besluit de gastgever te drinken op de gezondheid van allemaal.

De verworpen laatste aflevering stripstrook 3596.

In de Volledige Werken verwerpt Marten Toonder de allerlaatste stripstrook. Daar wordt de succesrijke carrière van de fotograaf in Hollywood beschreven. Hij is nog steeds in het bezit van de magische lens van Hocus Pas. Laatstgenoemde houdt zich tijdelijk bezig met de ijskappen van de Noordpool. Maar men zal nog wel van hem horen.

Achtergronden

In het verhaal wordt de opkomende glamourjournalistiek op de hak genomen. Marten Toonder werd in 1941 door De Telegraaf verplicht om af te stappen van de ballonstrip. Het werden verplicht tekeningen met onderschrift, een echt beeldverhaal, waarbij de ondergeschreven teksten steeds meer de karakters van de stripfiguren gingen bepalen. Uitgever Hocus Pas probeert in dit verhaal deze macht naar zich toe te trekken. Marten Toonder laat Tom Poes zijn stripreeks redden.

In De kiekvogel debuteert Annemarie Doddel[10] als een van de laatste nieuwe blijvende verhaalfiguren.

Voetnoot

  1. Halve florijn voor een kabinetfoto, een kwartje voor een aangezicht.
  2. Een vibrerende oker, die uit de sepia is losgewerkt.
  3. Stripstrook 3516 toont de kus op de hand van heer Bommel bij zijn nieuwe buurvrouw.
  4. "Ach, mallerd. Ik ben geen mevrouw, hoor."
  5. "De markies is wereldberoemd en jij bent een broddelaar"
  6. "Pas op", zegt Tom Poes. De nieuwe beroemdheden zijn allemaal veranderd.
  7. Het bekende koekje van eigen deeg, waarmee Tom Poes verder in het verhaal de bakens verzet.
  8. Doddeltje: "Ik ben hem te min".
  9. Het Noorden trekt.
  10. In het hieronder te beluisteren "Hoorspel" is de stem van de juffrouw te beluisteren. Haar lokkende stem klinkt als die van een sirene (halfgodin), en is absoluut niet in overeenstemming met het onschuldig getekende figuurtje met hoofdkapje. De stem is van Jacqueline Blom.

Hoorspel

Voorganger:
De beunhaas
Bommelsaga
10 september 1958 - 30 december 1958
Opvolger:
De dankputters