De klokker

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de klokker (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De klokker) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 31 augustus 1953 en liep tot 5 november van dat jaar. Thema is de tijd als vierde dimensie.

Het verhaal

Heer Ollie vindt tijdens zijn najaarsschoonmaak op de vliering van kasteel Bommelstein een oude klok van zijn grootvader. Het uurwerk is bij het overlijden van zijn eigenaar stil blijven staan. Hij besluit het stilstaande uurwerk weer aan de praat te brengen. Hij draagt Tom Poes op om de klok onderaan vast te pakken, zodat hij zelf de bovenkant voor zijn rekening kan nemen. Terwijl ze langzaam de ladder van de vliering afdalen, botsen ze op bediende Joost, die met een theeblad boven zijn hoofd een opwaartse beweging maakt. Een korte tijd dreunt het van neerkletterend porselein, meubelwerk en vallende lichamen. Gelukkig heeft Joost de val van de klok gebroken, zodat die nog heel is. Heer Bommel demonteert de klok vervolgens met de hulp van een breekijzer. Hulp dient zich aan. Er meldt zich een klokker, die zegt alle tijd te hebben en daarom wil opschieten om geen tijd te vermorsen.[1] Hij herkent de klok van heer Bommel als de beroemde Grootvaders Klok, een van de zeven. Hij biedt aan de klok te repareren, maar de gevolgen zijn voor rekening van de kasteelheer. Na diens financiële toestemming gaat de oude klokkenmaker voortvarend aan de slag en binnen zeven seconden staat de klok geheel hersteld tegen de muur. Even later slaat de klok elf uur en komt de klokker als een koekoek naar buiten met zijn tekst: “Elf uur, wat doe je met je tijd?”. Tom Poes en heer Bommel weten niet goed raad met de verkondigde boodschap, waarop Tom Poes voorstelt tot 12 uur te wachten met definitieve conclusies.

Om 12 uur vertelt de klokker dat hij een miniklokker is, klokobold, een van de zeven, die onder de grote klokker werken. Iedereen probeert hem [2] te doden. Heer Bommel voelt zich nu beledigd en besluit de miniklokker te gaan vangen. Tom Poes ontraadt die actie omdat een tijdgeest nu eenmaal niet te vangen is. Heer Bommel wacht op het precieze tijdstip van één uur. Betrekkelijk simpel vangt hij de klokker in een vlindernet. De klokker protesteert, omdat de tijd nu opeens stil staat. Dat bemerken buiten ook de twee wandelende zakenlieden Super en Hieper, die vol verbazing bij het slot Bommelstein naar binnen gluren. De klokker legt uit dat de twee vrienden nog bij de tijd zijn, maar verder staat de tijd overal stil en zo klopt de vierde dimensie niet meer. Heer Bommel, die een uur heeft gewacht om de tijd te vangen, laat de klokker na zijn dwingende smeekbede gaan. De tijdgeest belooft als geste een wederdienst te willen leveren. Nadat iedereen naar bed is gegaan, dringen Super en Hieper het kasteel binnen en besluiten om twee uur zelf poolshoogte te gaan nemen bij de vreemde klok. Maar omdat in de logeerkamer de eenvoudige wekker van Tom Poes iets voor loopt, weet de klokker de logee te waarschuwen. Tom Poes is zo net op tijd om de misdadige plannen van Super en Hieper te verijdelen. Hij legt vervolgens de verbolgen heer Bommel uit dat de twee zakenlieden van plan waren om om twee uur de tijd te stelen. Heer Bommel voelt zich nu als heer verheven boven deze twee zakenlieden, die nooit tijd hebben. Bul Super is intussen in zijn kelder in de stad Rommeldam tot een inzicht gekomen. Hij moet de tijd hebben die in Bommels klok zit, want tijd is geld. Hij besluit terug te gaan naar het kasteel met een zelf vervaardigde tijdbom. Om drie uur waarschuwt de klokker nu heer Bommel, dat er nood is, maar de kasteelheer weet uiteindelijk niets beters te doen dan bij Tom Poes in bed te kruipen in de logeerkamer. De klokker probeert nu om 4 uur bediende Joost tot actie te bewegen, maar de trouwe bediende zet zijn wekker af. De tijdbom, die Hiep Hieper in de logeerkamer heeft bezorgd, tikt door. Hoewel Joost nog net op tijd wakker wordt en de logeerkamer bereikt, gaat de bom af. Heer Bommel krijgt van de klokker te horen dat hij de aanslag heeft overleefd, maar dat de tijd nu stil staat, omdat de klokker zijn loop niet langer kan vervolgen. Hij valt vervolgens flauw, nadat hij zijn taak, zijn zeis en zandloper, heeft overgedragen aan heer Bommel en de bediende Joost. Ze moeten de tijd waarnemen. Tom Poes raakt in gesprek met de langzaam weer bijkomende klokker, die naar een plaats wil waar de tijd stil staat. Tom Poes suggereert een museum.

Intussen varen Joost en heer Bommel op een rivier in een boot. Het is de rivier van de tijd. Achter het verleden, vooruit de toekomst en naast hen het immer veranderende heden. Ondanks protesten van bediende Joost, besluit heer Bommel terug in de tijd te roeien, want een heer is meester van zijn tijd. Deze actie verhindert de aanval van Super en Hieper op Tom Poes en de klokker. De twee schurken lopen zo met getrokken revolver weer terug in de tijd. De klokker vraagt nu dringend aan Tom Poes hem snel naar een museum te brengen. Heer Bommel verbeuzelt zijn tijd, maar de klokker kan door die tijd wel heen breken. Maar heer Ollie had juist besloten om de tijd wat te versnellen. Hij krijgt er lol in om met zijn bediende Joost naar de toekomst te snellen. Commissaris Bulle Bas ziet tijdens zijn nachtdienst Tom Poes langs rennen, achtervolgd door Super en Hieper, terwijl de zon razendsnel opkomt. Hieper krijgt van zijn baas opdracht Tom Poes te volgen. Op de trappen van het Oudheidkundig Museum maakt commissaris Bulle Bas proces-verbaal op van de activiteiten van Tom Poes. Hij heeft de tijd in zijn handen die Super en Hieper willen stelen. Maar Tom Poes krijgt toch zijn toestemming om het museum binnen te gaan. Hieper gaat terug naar de kelder van Super, die een stadswijk wil gaan opblazen om de politie af te leiden.

Burgemeester Dickerdack wordt gewekt door de zon,die zijn slaapkamer binnenschijnt, terwijl zijn wekker pas vijf uur aangeeft. Hij hoort tot zijn ontzetting de plannen van de langslopende Super en Hieper, die bezig zijn een vaatje buskruit[3] klaar te zetten. De toevallig passerende commissaris krijgt van de burgemeester vanuit het openstaande raam dwingende instructies om in te grijpen. Intussen is heer Bommel tot stilstand gekomen, omdat de toekomst maar niet dichterbij wil komen. Het directe gevolg is dat een geworpen handgranaat doelloos tussen de burgemeester en de politiechef blijft hangen. Bediende Joost en heer Bommel zijn tot stilstand gekomen op de rivier van de tijd. Joost meent dat een stilstaande tijd onmogelijk is, maar moet wel toegeven dat hij dat nu ziet gebeuren. Er rijst een toren omhoog en boven op die toren kan Joost nu zien wat er in de toekomst staat te gebeuren. Joost ziet in de toekomst het beeld van een ontploffende granaat tussen de burgemeester en de politiechef. Heer Bommel begint mee te kijken. Joost ziet iets verder in de toekomst een tweede nog grotere ontploffing, waarop heer Bommel besluit terug in de tijd te gaan. Hij holt terug langs de rivier van de tijd met Joost achter hem aan, omdat de bediende nu eenmaal vindt dat hij met zijn tijd mee moet gaan. Heer Bommel meent dat het in het verleden tenminste rustig zal zijn. De geworpen handgranaat vliegt inmiddels terug naar Bul Super. Laatstgenoemde heeft zijn verstand stil gezet omdat hij de ontwikkelingen niet kan volgen. In plaats van de granaat weer net zo soepel op te vangen, als dat hij hem heeft geworpen, laat Bul Super het projectiel in het buskruit belanden. Daarmee vindt er toch nog een geweldige ontploffing plaats.

De tijdwetten zijn nu verstoord. De burgemeester meent een ontploffing in de toekomst te hebben gehoord en commissaris Bulle Bas neemt afscheid van hem omdat hij nog steeds nachtdienst heeft. Bij het museum komt hij Tom Poes tegen met de klokker, die inmiddels is genezen. Ze zijn onderweg naar grootvaders klok op slot Bommelstein. Maar aan de wijzers van de klok aldaar zien ze dat de tijd nog steeds in de war is. Intussen loopt heer Bommel over een brug die de oevers van de tijdrivier verbindt. De brug breekt en hij valt in de rivier. Joost ziet hem verdrinken in de tijd en duikt zijn meester na. De klokker heeft op het kasteel bemerkt dat het de hoogste tijd is. Met hulp van Tom Poes klimt hij weer in grootvaders klok, want als hij wacht tot 5 uur is het wellicht voor altijd te laat. Net op tijd worden Joost en heer Bommel door de klokker van de verdrinkingsdood gered. Na enig opdrogen bij de open haard, besluit Joost om de ochtendpap te gaan maken.

In de vroege ochtend proberen burgemeester Dickerdack en commissaris Bulle Bas de gebeurtenissen van de afgelopen nacht helder te duiden. Het lukt niet best. De burgemeester heeft wel bemerkt dat alle klokken op vijf uur zijn blijven stil staan. Op het kasteel Bommelstein was ook grootvaders klok stil blijven staan. Heer Bommel geeft aan Tom Poes en Joost opdracht het uurwerk terug naar de vliering te transporteren. Hij laat nog weten dat hij de klok nooit meer op gang wil brengen. Zijn goede vader zei altijd:

“Ollie,jongen, blijf meester van je eigen tijd!"

Voetnoot

  1. Door het verhaal heen spreekt de klokker van 'frutsels' en 'friemelpraat'.
  2. De tijd!
  3. Bul Super heeft de springstof op de hei gevonden na een soldatenoefening.

Hoorspel

Voorganger:
De Bommelkuur
Bommelsaga
31 augustus 1953 - 5 november 1953
Opvolger:
De pruikenmaker