De kneep van Knipmenis

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de kneep van Knipmenis (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De kneep van Knipmenis) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 28 augustus 1951 en liep tot 25 oktober van dat jaar. Het verhaal draait om de idiote kosten van een bewapeningswedloop rond slot Bommelstein.

Het verhaal

Op een winderige herfstdag komen Heer Bommel en Tom Poes met de Oude Schicht laat op de middag aan in de herberg De Dorstige Karper. Tijdens het avondeten leest de kasteelheer hardop in de krant dat de roversbenden oprukken. Maar als de waard de berichten bevestigt en aandikt, wil heer Bommel opeens niets meer van dit verhaal in de krant weten. Maar de voettocht naar de auto voert langs mannen met maskers en ook de parkeerwacht bij de Oude Schicht ontvangt gemaskerd zijn muntgeld. Laatstgenoemde meldt dreigend dat de rovers van de Zwarte Bergen het dorp hebben bezet.

Na een wilde autorit bereiken ze de stad Rommeldam, waar ze worden geconfronteerd met een politiemacht onder leiding van een zenuwachtige commissaris Bulle Bas. Nu de roversbendes enkele dorpen hebben bezet wordt de stad Rommeldam tot de laatste agent verdedigd. Bij terugkomst op kasteel Bommelstein maakt bediende Joost melding van een incident aan de achterdeur eerder die middag. Er was daar een gemaskerde koopman met knoopjes en punaises. In navolging van Bulle Bas wordt Joost nu opgedragen alle boeren en pachters op het kasteel te ontbieden. Ook Bommelstein moet tot de laatste man worden verdedigd. In het dorp Bommelwaard [1] leest Joost een proclamatie van de kasteelheer voor. Vervolgens loopt hij aan het hoofd van een kleine optocht terug naar het kasteel. Maar na de toespraak van heer Bommel, waarin hij om hulp vraagt bij de verdediging van zijn kasteel tegen de oprukkende roversbenden, keren de boeren zwijgzaam terug naar hun dorp. Hoewel Tom Poes zijn diensten aanbiedt, gaat de voorkeur van heer Bommel uit naar de steun van een rijp en ervaren iemand zoals hij zelf is.

Maar in het studeervertrek wacht heer Bommel een verrassing. Achter zijn bureau zit een klein bleek ventje met een zwarte bril. [2] Hij zegt geen rover te zijn maar een helper. Zijn naam is Lieven Knipmenis. Heer Bommel zegt die naam niets maar Tom Poes weet een link te leggen middels een versje van een spelletje. [3] De indringer heeft ontdekt dat heer Bommel al 12 jaar bankroet is. Maar hij zal de kasteelheer door deze zware tijden heen loodsen. Desgevraagd leegt heer Bommel zijn portefeuille, waarmee Lieven zegt een wacht te gaan samenstellen om het kasteel te verdedigen. Want volgens de kasteelheer speelt geld geen rol wanneer hij zijn bezittingen moet verdedigen.

Lieven Knipmenis ontpopt zich als rentmeester van het slot en de aanpalende gebieden. Heer Bommel steunt zijn rentmeester, maar Tom Poes weet niet wat gevaarlijker is, een rentmeester of rovers. Maar de ramen van het kasteel worden geblindeerd met dichte luiken, naar buiten gaan is niet toegestaan, en bediende Joost serveert in de keuken slechts hutspot voor de vele werklieden en de twee vrienden. Het smaakt heer Bommel niet en rentmeester Knipmenis wil bovendien extra geld hebben voor de aanschaf van slingerblijden, knuppels en goedendags. Dit alles onder dreiging bij een weigering naar Amerika te vertrekken. De rentmeester verdwijnt met een brandkast met zeker 5000 florijnen. Buiten blijkt Bommelstein te worden beveiligd door een troep huurlingen onder leiding van Wammes Waggel als tamboer-majoor. Een grote verhuiswagen haalt vervolgens de topstukken uit het kasteel. Met de opbrengst gaat de rentmeester een grote muur om de bezittingen bouwen. Maar na de topstukken wordt al het meubilair van het kasteel te gelde gemaakt. Tom Poes trekt zijn conclusies en verlaat verongelijkt het kasteel. Hij besluit op onderzoek naar de rovers te gaan om een list te kunnen verzinnen. Hij wordt overvallen door twee rovers, die geld eisen of zijn leven. Tom Poes heeft geen geld en nu willen de bandieten een losgeld gaan vragen. Maar omdat Tom Poes arm lijkt en geen jasje aan heeft krijgen de twee rovers onderling ruzie en kan Tom Poes hollend ontsnappen. Maar in het bos aangekomen is hij te nieuwsgierig naar een kampvuur en wordt door een grote groep rovers opgejaagd en uiteindelijk door hun hoofdman Bruno de Barre in zijn nekvel gegrepen.

Bruno vertelt aan Tom Poes dat hij eerst Melis Melk heette. Hij stelt voor dat Tom Poes als Wildvoet verder door het leven gaat en mee gaat doen met de roversbende. Tom Poes weigert en wordt na een kort gevecht aan een boom gebonden. Daar hoort hij een vreemd verhaal over slot Bommelstein. De wanden zouden van goud zijn en de vloeren van zilver. De kasteelheer eet uit diamanten borden en neemt iedere avond een bad met goudstukken. Bruno de Barre besluit dat het kasteel zal worden aangevallen, temeer daar de uitgeperste boeren en pachters zeker zullen helpen. Heer Bommel is intussen achtergebleven in zijn volledig kaal geworden kasteel. De rentmeester heeft zojuist zijn laatste geld meegenomen om de laatste hand te leggen aan de bewapening.

Op zijn ochtendwandeling komt de volgende dag heer Bommel een oude boer tegen. Die is zijn huis uit gezet omdat hij de roversbelasting niet kon betalen. In de stad komt de kasteelheer er tot zijn ontzetting achter dat de roversbelasting niet door rovers maar door zijn eigen rentmeester wordt opgelegd. De deurwaarder legt uit dat talloze boerenfamilies uit hun huizen zijn gezet. In het bos heeft Tom Poes zichzelf los gemaakt van de boom en is verdwenen. De roverhoofdman vindt echter de ontwikkelingen rond het kasteel Bommelstein belangrijker, nu de boeren zijn weggetrokken. Heer Bommel gaat lopend terug naar zijn kasteel om zijn rentmeester eens goed de waarheid te vertellen. Maar Knipmenis overweegt bereids een voedseldistributie. Heer Bommel maakt hem ernstige verwijten, maar de rentmeester stelt koeltjes vast dat heer Bommel hem alle volmachten heeft gegeven. Alles wat gebeurd is is geschied in naam van de kasteelheer. Heer Bommel ontvlucht weer zijn kasteel en gaat vol zelfverwijt onder een boom zitten. Daar treft Tom Poes hem aan en deze keer waarschuwt de jonge vriend hem dat de rovers er nu echt aankomen. Maar heer Bommel vindt dat de rovers maar moeten komen omdat het zijn eigen schuld is.

De optrekkende rovers worden op de toren van slot Bommelstein waargenomen door tamboer-majoor Wammes Waggel, die met groot gerucht op zijn trommel slaat. Tom Poes weet heer Bommel met enige moeite mee te krijgen naar het kasteel. Daar vraagt rentmeester Knipmenis hem de verdediging over te nemen. Maar heer Bommel spreekt uit dat alles voor niets is geweest. Omdat de rovers in aantocht zijn, besluit Tom Poes om binnen de politie te bellen. Heer Bommel valt buiten uit tegen zijn rentmeester. Zelf heeft hij geen bezittingen meer en de boeren en pachters geen huizen. Dus de rovers zijn kansloos omdat er niets meer te roven valt. De rentmeester noemt zijn opdrachtgever nu een verrader, waarop heer Bommel tegen Knipmenis zegt dat hij moet vertrekken. Wammes Waggel is getuige van de ruzie en barst in tranen uit. Heer Bommel besluit dat hij geen verrader is maar een slechte heer, die zijn landerijen heeft verwaarloosd. De wachters deserteren en lopen recht in de armen van de roversbende. Ook Wammes Waggel loopt achter hen aan en biedt zijn diensten nu aan bij Bruno de Barre, die toestaat dat hij tamboer-majoor blijft onder zijn leiding. De gecombineerde strijdkrachten van rovers en wachters schreeuwen nu gezamenlijk om de uitlevering van heer Bommel. De kasteelheer neemt afscheid van Tom Poes en loopt over de ophaalbrug de vlakte in.

Op het politiebureau van Rommeldam verkeren commissaris Bulle Bas en brigadier Snuf in een moeilijke positie na de noodoproep van Tom Poes. Volgens de brigadier is de bende te groot om in te rekenen met een simpele overvalwagen. Het wordt dan vechten. De commissaris besluit toch om erheen te rijden met zijn brigadier aan het stuur van de politiejeep. Het wordt praten, niet vechten. Het kasteel is intussen bezet door Bruno de Barre, die heer Bommel een verhoor afneemt. Heer Bommel bekent zoveel schuld dat de roverhoofdman dreigt als een volksheld te worden afgeschilderd. En met dat imago kan Bruno de Barre niet verder leven zodat er een flinke ruzie ontstaat over wie het slechtste van de twee is. Lieven Knipmenis hoort het hoofdschuddend aan. Goed of slecht speelt immers geen rol! Tom Poes probeert de ruzie in goede banen te leiden en concludeert dat waar er twee ruzie hebben ze allebei schuld hebben. Bediende Joost wilde net zijn baan op gaan zeggen maar besluit nu de sfeer is verbeterd om in de keuken een maaltijd te gaan bereiden. Commissaris Bulle Bas en brigadier Snuf treffen heer Bommel, Bruno de Barre en Tom Poes in de keuken aan bij een bordje snert. Heer Bommel geeft desgevraagd aan dat er in de keuken een etentje is van twee heren onder elkaar. Bulle Bas pakt verontwaardigd zijn opschrijfboekje. Hij is speciaal gekomen op de boel te sussen en laat zich niet met een kluitje in het riet sturen. Maar de commissaris wordt al snel het zwijgen opgelegd en schuift maar aan voor een bordje erwtensoep.

Tom Poes besluit om buiten poolshoogte te nemen. Daar zitten rovers en wachters in opperbeste stemming rond een os aan het spit. Hij ziet rentmeester Knipmenis in een slingerblijde klimmen met het doel het kasteel Bommelstein te kunnen gaan bombarderen. Hij praat over verraad, want alle versterkingen, wachters, deurwaarders en alle gebouwde muren waren voor niets. Tom Poes besluit nu bliksemsnel het werpapparaat in werking te zetten. Hij schiet de rentmeester ver weg over de horizon. Tom Poes begrijpt nu dat dit toch eigenlijk de hele kneep van Knipmenis is. Bruno de Barre vertrekt uit het kasteel na het legen van zijn bordje snert. Er valt niets te halen en met hem vertrekken zijn roversbende en de wachters. Wammes Waggel sluit de stoet als tamboer-majoor. Tom Poes treft op het kasteel een merkwaardig tevreden heer Bommel aan. Tom Poes vraagt zich bezorgd af wat een heer zonder geld is. Maar in de kelder van het kasteel liggen nog alle goudstaven, die zijn goede vader aan heer Bommel heeft nagelaten. [4]

Voetnoot

  1. Gelegen 3 km ten oosten van het kasteel.
  2. Volegns Eiso Toonder stond Minister van Financiën Piet Lieftinck model voor Lieven Knipmenis. Voorwoord van band 9, De Volledige Werken.
  3. Knipmenis en Knijpmenis, die zaten in een bootje. Knipmenis, die viel eruit. Wie bleef er toen nog over?
  4. Juist vandaag had de rentmeester de staven ook willen wegbrengen.
Voorganger:
Mom Bakkesz
Bommelsaga
28 augustus 1951 - 25 oktober 1951
Opvolger:
De geheimzinnige gaper