De kniphoed

Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Tom Poes en de kniphoed (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De kniphoed) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 12 juli 1955 en liep tot 24 september van dat jaar. Thema: Geld is verkleind geweten.[1][2]

Het verhaal

Op een dag slentert Tom Poes door de havenbuurt van de stad Rommeldam op zoek naar avontuur. Hij leest dat het goede schip de Albatros van kapitein Wal Rus in de haven moet liggen. Aangekomen bij het schip ziet hij een vat uit een takel losschieten. Hij kan net op tijd een gebogen grijsaard met hoed, lange baard, koffer en wandelstok waarschuwen en wegtrekken. Op het laatste moment ziet de grijsaard het gevaar en vangt het vallende vat op mysterieuze wijze op in zijn hoge hoed. Tom Poes heeft dan al ten einde raad zijn handen voor zijn ogen gedaan om de alles verpletterende val van het vat niet langer te zien. Als hij zijn ogen weer opent is het vat verdwenen. De grijsaard legt uit dat hij het heeft opgevangen in zijn kniphoed. En hij is Tom Poes toch wel dankbaar en geeft hem het miniatuurvat als aandenken. De oude man blijkt de tovenaar Hocus Pas[3] en hij is onderweg naar kapitein Wal Rus om zijn schip te huren. Tom Poes gaat achter hem ook aan boord van het schip richting de kapitein. Deze wil liever zijn schip niet verhuren, maar wanneer de magister geld, stapels goudstukken opstapelt, ofwel "verkleind geweten" , getoverd uit zijn kniphoed, liggen de zaken anders. Hocus Pas kondigt bij volle maan een kleine doch zware lading aan. Na zijn vertrek belooft Tom Poes aan de achterdochtige kapitein Wal Rus om de vreemde magister op de wal in de gaten te gaan houden.

Na het verlaten van het schip waait de hoge hoed af door een zuidenwindvlaag en belandt in het muziekinstrument van Wammes Waggel waardoor het blaasinstrument wordt verkleind tot een miniatuur. De hoed bevat bovendien ook nog goudstukken waarmee Wammes zijn belastingschuld aan de belastinginnende ambtenaar eerste klasse Dorknoper ruimschoots kan betalen.[4] Bij het losjes uitdelen van goudstukken in de stad Rommeldam, pakt commissaris Bulle Bas de hoed van de jammerende gans af. Tom Poes[5] praat de hoed los op het politiebureau en loopt ermee naar slot Bommelstein waar op dat moment heer Bommel en de tovenaar een gesprek voeren.[6] De tovenaar trekt de kniphoed schielijk uit de handen van de licht verontwaardigde Tom Poes.

Met zijn kniphoed is de tovenaar uit op 'oude waarden', eigenwaarde. Hij ontkent op geld uit te zijn en noemt dat verkleind geweten. De oude waarden zullen hem nieuwe levenskracht geven. Hij bezoekt vele Rommeldammers, van wie hij hun meest waardevolle bezit opkoopt voor een goudstuk en vervolgens het gekochte verkleint. Ook de eigenaars verkleint hij met zijn kniphoed en sluit ze op in een handkoffertje. Vele Rommeldammers worden slachtoffer van deze praktijk. De markies raakt zijn wapenschild kwijt, Bulle Bas zijn politiepenning, Grootgrut zijn reclamebord.

Heer Ollie verliest na lang aandringen zijn borstbeeld, hoewel Hocus Pas liever niets van hem koopt wegens de betoonde gastvrijheid. Joost verliest zijn horloge met inscriptie van 12,5 jaar trouwe dienst. Tom Poes ontspringt de dans, want hij heeft geen eigenwaarde. Brigadier Snuf en agent Flatters komen bij hem navraag doen omtrent de verdwenen commissaris Bulle Bas. Bij zijn huisje informeert vervolgens ook een wanhopige mevrouw Dorknoper naar een teken van leven van haar anders zo stipte echtgenoot.[7]

Tom Poes ontdekt in het Donkere Bomen Bos een minihuisje, waarbij Hocus Pas hem betrapt en opsluit in een kelder in een jute zak.[8] Journalist Argus bevrijdt hem maar wordt vervolgens zelf slachtoffer evenals het duo Super en Hieper gewapend met knuppel en pistool. Tom Poes treft kasteel Bommelstein leeg aan en gaat dan terug naar het mini Bommelstein, waar Heer Ollie, Joost en Bulle Bas tot hun ontzetting buiten een heel grote monster Poes ontwaren.

Met de oude waarden wil Hocus Pas een nieuw leven beginnen en daarvoor heeft hij de Albatros gehuurd. De bemanning moet nog erg zijn best doen om zijn lading, de loodzware minidoosjes, aan boord te krijgen. Tom Poes achtervolgt de magister en gaat ook aan boord. Hij treft een heel klein kistje aan en wurmt het open. Het bevat massa’s B-formulieren in zeer klein formaat. Aan boord eet de tovenaar de mini- B-formulieren van Dorknoper op als persoonlijke versterking met hulp van een glaasje water. De zuidenwind is altijd al een tegenstander geweest van de tovenaar. Maar tot verbazing van alle opvarenden weet hij door tegen de loeiende zuiderstorm in te blazen deze zuidenstorm te doen krimpen. Tom Poes komt andermaal in het bezit van de opnieuw afwaaiende kniphoed. Hij vangt de afgewaaide hoed op, stampt erop en keert hem binnenstebuiten. Hocus Pas en de hoed worden heel klein, omdat bij de tovenaar al zijn eigenwaarde in zijn hoed had gestopt. De tovenaar verschrompelt en duikt over boord. Tom Poes gooit de gekrompen kniphoed achter hem aan. De tovenaar krijgt zijn hoedje te pakken, plaatst het op zijn schedel en vliegt als een zilvermeeuw weg naar het noorden.

Daarop strandt het schip toch nog in een baai achter het Donkere Bomen Bos, circa 1km ten zuidoosten van Westzijl, na het krimpen van de zuidenwind. Kapitein Wal Rus wil boos worden maar beseft dat het zijn eigen schuld is, want een kapitein hoort op de brug. Landinwaarts heeft Pas met zijn laatste greintje geweten een thuis gemaakt voor de verkleinde Rommeldammers, een miniatuur Rommeldam. Tom Poes haalt de kapitein over om de doosjes nu af te leveren bij dit miniatuurstadje, dat vlak onder de kust ligt.

Tom Poes laat ter plekke een geschreven bericht achter waarin hij vraagt of iedereen zijn eigen oude waarden wil opeten om zo weer normaal te worden. In het vreugdeloze en lege minikasteel Bommelstein bereidt bediende Joost een maaltijd uit reusachtige bosbessen en graszaden. De ochtend na de storm wil heer Bommel een expeditie starten in het oerwoud om op onderzoek te gaan. Zijn bediende wijst hem op pakkisten bij het slot en een handgeschreven boodschap. Uit de kist van heer Bommel komt zijn borstbeeld tevoorschijn. Joost adviseert zijn werkgever het beeld op te eten, zoals geschreven staat. Hij geeft het goede voorbeeld door zijn eigen horloge op te peuzelen en heer Bommel volgt mopperend. Ook de andere Rommeldammers volgen dit voorbeeld en vallen daarna uitgeput in slaap. Na een klein kwartiertje wordt iedereen wakker en gaat schielijk zijns weegs, alleen ambtenaar eerste klasse Dorknoper zoekt nog tevergeefs naar zijn B-formulieren. Hij vraagt tevergeefs aandacht van de kasteelheer, die hem wegzet als een nutteloos insect en met Joost de weg naar Bommelstein inzet.

Tom Poes zijn tussenkomst was dus geslaagd. Alleen ambtenaar Dorknoper moet wat langer wachten voor hij weer de oude is. Op Bommelstein lijkt alleen alles bij het oude en Heer Bommel wil ook niets van de verhalen van zijn vriend weten. Hij werd vanmorgen wakker in het bos tussen allemaal kleine huisjes en het leek wel de ochtend na een feest. Hij vraagt Tom Poes hoe hij erbij komt dat iemand hem klein zou kunnen maken? Dat is toch ook wetenschappelijk onmogelijk![9] Heer Bommel leest verder voor uit zijn krant dat het schip de Albatros is vlotgetrokken en dat ambtenaar eerste klasse Dorknoper met ziekteverlof is. De krant vermoedt dat iemand met een wrok tegen hem geprobeerd heeft hem klein te maken. De kasteelheer wil niets van de uitleg van Tom Poes weten over verdwenen B-formulieren. En in het Donkere Bomen Bos is een miniatuurstadje Rommeldam ontdekt. Op dat moment wil Tom Poes echt boos worden, maar Joost komt binnen om te zeggen dat het eten staat opgediend.

Joost krijgt van zijn werkgever een nieuw gouden horloge, want het oude was zoek geraakt . Maar de twaalf en een half jaar trouwe dienst is het belangrijkste. Omdat er volgens heer Bommel geen avontuur is geweest, drinkt hij maar op zijn nieuwe borstbeeld. Hij laat een nieuw borstbeeld maken want het vorige heeft hij aan een verzamelaar van waardevolle kunst overgedaan. Super en Hieper verdienden nog wat geld aan het tentoonstellen van de kleine huisjes en ambtenaar Dorknoper herstelde voorspoedig op een dieet van B-formulieren.

Voetnoot

  1. In het verhaal komt een miniatuur Rommeldam voor. Op 29 juni 1955 wordt namelijk het themapark Miniatuur Rommeldam in Oisterwijk door Godfried Bomans geopend. Dit park heeft slechts tot 1962 bestaan.
  2. Een gedeelte van de openingstoespraak: “Heer Bommel wil niets liever dan met zijn wollige buik in een leunstoel zitten, lezend in een boek en zich geen andere ontspanning getroostend dan het uiterlijk te handhaven van iemand, die het boek ook werkelijk begrijpt. Deze bijna mystieke begeerte naar rust is de juiste gesteldheid om de meest schokkende avonturen te beleven. Want zelfs de geringste verstoring van dit grootse ideaal is een avontuur. Zo bezien is het leven van een heer niets anders dan een voortdurende inbreuk op de neiging bij zijn kachel te zitten.
  3. Hij noemt zich in dit verhaal: H.P. Pas, magister in de verloren gegane saturnale kunsten en wetenschappen.
  4. De incasserend ambtenaar ziet wel problemen. Er is zowel te veel betaald als dat er sprake is van een onbekende vermogensaanwas.
  5. Hij weet nog niet wie de oude man precies is!
  6. De trouwe lezers weten dat Hocus Pas voor heer Bommel in het kasteel Bommelstein woonde. Zie het verhaal: De drakenburcht.
  7. Hij is met een koffer B-formulieren de tovenaar tegengekomen.
  8. "Ik had dit ventje al lang onder mijn hoedje moeten vangen. Soms plagen de resten van mijn geweten mij. Het geweten leidt slechts tot smart."
  9. In het latere verhaal De grootgroeiers wordt alleen Tom Poes verkleind. Professor Sickbock pakt dan het vergroten en verkleinen wetenschappelijk aan.

Hoorspel

Voorganger:
De daadsteller
Bommelsaga
12 juli 1955 - 24 september 1955
Opvolger:
De klonters