De laatste markies van Carabas

Ga naar: navigatie, zoeken

De laatste markies van Carabas is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 22 juni 1942 liep tot 26 september van dat jaar. Thema: sprookjesjacht.[1]

Het verhaal

Na het laatste avontuur met Kaspar de draak, was de rust weergekeerd op kasteel Bommelstein. Wammes Waggel zorgde de hele dag voor Kaspar, maar vertrekt op zekere dag met de jonge draak, om zijn beroep van veerman in het Donkere Bomen Bos weer uit te kunnen uitoefenen. Heer Ollie en Tom Poes lezen een krantenadvertentie waarin gevraagd wordt naar een flinke poes, om de aan lager wal geraakte markies van Carabas te helpen. Met tegenzin[2] staat Tom Poes toe dat heer Bommel mee op zijn reis gaat als ondersteuner. De kasteelheer draagt zijn bediende Joost op zijn verrekijker met riem te halen.

Ze gaan per trein naar de hoofdstad Slothoven, waar heer Bommel van zegt dat hij er een tijdje heeft gewoond. Op het opgegeven adres, Klokhuislaan 13, woont inderdaad de laatste markies van Carabas.[3] De grootvader van de laatste markies is destijds door de eerste minister afgezet, omdat de eerste markies toch maar een gewone molenaarszoon was. De kleinzoon van die eerste minister is nu de koning van het land. De rechtbank ging in de redenering van de eerste minister mee, omdat de originele brief van de opvolging door de molenaarszoon van de koning, is zoekgeraakt.

Tom Poes gaat met geld van heer Bommel op stap om inkopen te doen. Ondertussen beklagen heer Bommel en de markies zich gezamenlijk over het wegblijven van Tom Poes, nadat ze hun toevlucht hebben gezocht in een hotel. Laatstgenoemde komt terug met drie kwaliteitskleermakers, die het drietal deftig in het pak steken. Hij zorgt zelf voor gepaste laarzen en regelt een beter hotel, Hotel du Monde, en een mooie auto. Tom Poes alerteert ook de Nieuwe Slothovense Courant en het Weekjournaal op de aanwezigheid van de markies van Carabas, de echte koning van Sagorije. Al snel staat een mensenmenigte buiten het hotel de markies toe te juichen, maar binnen arresteert de politie de oplichters Carabas&Bommel. De markies weet Tom Poes nog te melden dat de bewuste koningsbrief door hem in bewaring is doorgegeven aan zijn gepensioneerde bediende, die elders in de stad woont. De brief blijkt vervolgens via een antiquair bij een professor terechtgekomen. Tom Poes holt met de eeuwenoude brief terug naar de rechters, die de markies inmiddels al tot de galg hebben veroordeeld. Terwijl de beul klaar staat neemt de markies het vonnis gelaten op, maar heer Bommel is ontstemd over de 200 stokslagen die hij als medeplichtige toegediend zal krijgen. Tom Poes is zo maar net op tijd bij de rechtbank met de 500 jaar oude brief van koning Sagodorus van Sagorije.

In Sagorije draagt de koning aan zijn eerste minister, de Baron van Top tot Theen, op, om de elders opgedoken markies van Carabas onschadelijk te gaan maken. De baron schakelt, via zijn secretaris Spits, Leendert Leepoog en zijn makker Gijsbert Gok in om de klus te klaren. Graaf Leep van Oogh[4] weet de markies, heer Bommel en de mopperende Tom Poes in hun hotel een lift aan te bieden van Slothoven naar Sagorije. Onderweg voert hij hen in zijn auto naar de wensgrot, de Grot der Duizend Wensen. Aldaar sluit hij zijn lifters op middels een steenlawine, die hen afsluit van de uitgang. Maar Tom Poes kan door zijn kleine postuur ontsnappen, hoewel heer Bommel protesteert tegen het er alleen vandoor gaan. Hij krijgt honger in de grot en beklaagt zich bij de markies. Tom Poes heeft intussen buiten een houweel bemachtigd en weet deze door de opening aan de twee achterblijvers toe te werpen. Heer Bommel moet onder flink gemopper het afsluitend rotsblok kapot hakken. Het drietal kan hun tocht nu vervolgen maar Tom Poes draagt de markies op zijn identiteit voorlopig te verbergen. In een herberg wordt het drietal door de waard, een handlanger van Leendert Leepoog, van gedrogeerde wijn voorzien, maar omdat Tom Poes geen wijn drinkt, weet hij uit de handen van Leendert Leepoog te blijven.

Tom Poes hoort van het plan om de bedwelmde heer Bommel en de markies in een ravijn van de Doodskopkloof te werpen. Hij kaapt een propellervliegtuig en leert onderweg de besturing.[5] Juist op het moment dat de twee boeven Leendert&Gijsbert de auto met inzittenden in de afgrond duwen, weet Tom Poes met een dubbele lasso heer Bommel en de markies omhoog te hijsen. Maar door benzinegebrek stort het toestel alsnog in een meer, waar een visser in een roeiboot de drie drenkelingen redt. Hij biedt ze vervolgens een maaltijd aan en kleding, waarbij heer Bommel zelfs een ruitjesjas bemachtigt en daarvoor een beloning geeft. Terwijl heer Ollie en de markies gezellig bij de visser blijven, gaat Tom Poes op onderzoek uit richting het paleis van de koning. Aldaar is de koning erg boos op baron van Top tot Theen, omdat de liquidatie van de markies maar niet wil lukken. Hij vertrouwt niemand meer en juist op dat moment komt Tom Poes hem vertellen dat hij niemand kan vertrouwen. Maar Tom Poes zal hem persoonlijk de markies van Carabas uitleveren. Samen gaan ze op pad. Tom Poes zet een valstrik op voor de koning, maar omdat een agent de koning ook in de gaten houdt, krijgt heer Bommel klappen van de koning en de agent en wordt gebonden. Tom Poes holt hierna terug naar het paleis.

Intussen heeft de eerste minister Baron Van Top tot Theen de ministerraad bijeen geroepen. Hij was dan wel ontslagen door de koning, maar hij zint op wraak. Hij overtuigt de collega-ministers om de koning af te zetten en de laatste markies van Carabas tot koning te benoemen. Op dat moment komt Tom Poes binnen, die uitlegt wat er tot dan toe is gebeurd. Tom Poes wil nu eerst de foto’s zien van alle markiezen van Carabas, die koning zijn geweest.[6] Na raadpleging van de portretgalerij krijgt Tom Poes een bang vermoeden en uit een fotoboek blijkt dat de laatste markies van Carabas zoals Tom Poes hem kent iemand anders is. Het is de rentmeester van de markies, jonkheer Van Schop tot Qluith. De eerste minister besluit vervolgens zowel de koning die hem ontslagen heeft als de rentmeester, die zich voor markies van Carabas uitgeeft, te arresteren. Tom Poes had daarvoor uitgelegd, dat iedereen die wist waar de koningsbrief was gebleven, zich voor markies van Carabas kon uitgeven.

Een flinke politiemacht arresteert de koning en de nepmarkies, waarbij heer Bommel besluit dat dit echt een snert avontuur dreigt te worden. Hij besluit zijn slot Bommelstein te gaan verkopen en alleen door de wereld te gaan trekken, omdat Tom Poes hem in de steek heeft gelaten. Hij loopt twee dagen aan een stuk richting Slothoven, maar komt onderweg bij een vliegveld. Bij een poging een vliegtuig te huren wordt hij opgepakt. Een auto brengt hem tegen zijn zin naar de hoofdstad van Sagorije. In de krant op de achterbank leest hij van de arrestatie van koning Sagobal en de nepmarkies. Bovendien heeft de koning van Sagorije 5000 dukaten uitgeloofd voor informatie over Heer Bommel. Na een autorit van enkele uren krijgt bij het paleis de chauffeur van de auto zijn beloning en wordt heer Bommel naar binnen geleid. Tot zijn verbazing en die van de lezers is Tom Poes tot koning gekroond. Hij vindt dat echter niet leuk en zoekt steun bij zijn reisgezel. Maar heer Bommel wil geen koning worden. Een ridderorde zou nog wel gaan maar koning niet. Nu is hij heer Ollie B.Bommel van Bommelstein en kan hij gaan en staan waar hij wil. Als koning moet hij op een troon zitten.

Midden in de nacht maakt de nieuwbakken koning zijn vriend wakker en samen vluchten ze via de regenpijp uit het kasteel. Ze lenen een hofauto en heer Bommel rijdt met Tom Poes de grens over. Vlak over de grens laten ze de auto achter en wandelen te voet naar Slothoven. Heer Bommel vertelt onderweg aan Tom Poes dat hij nu echt een poosje vakantie gaat houden. Het gedoe met koningen is immers niets voor lieden van zijn stand!

Voetnoot

  1. Dit verhaal is een vrij vervolg op het laat-17e-eeuwse sprookje De gelaarsde kat van Charles Perrault, met in dit geval Tom Poes in de hoofdrol. Tevens is dit met 84 stroken het eerste langere verhaal in de serie, waarvan de verhalen tot dan steeds 28 stroken bevatten.
  2. Tom Poes laat zijn inmiddels al bekende “Hm” horen.
  3. De eerste markies was een molenaarszoon, die door de listen van een gelaarsde kat, koning werd.
  4. Alias Leendert Leepoog
  5. Deze vliegervaring zal in latere verhalen vaak van pas komen.
  6. De laatste twee markiezen zijn geen koning geweest.
Voorganger:
Kaspar de draak
Bommelsaga
22 juni 1942 - 26 september 1942
Opvolger:
Het land van de blikken mannen