De nieuwe ijstijd

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de nieuwe ijstijd (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De nieuwe ijstijd) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 10 september 1947 en liep tot 29 november van dat jaar. Het thema is een poging tot exploitatie van de Noordpool door wetenschappelijke klimaatverandering.

Het verhaal

Het is september en dat vindt Heer Bommel een mooie tijd om een wandeling met Tom Poes te gaan maken door de heuvels. Iedereen is weer aan het werk en de kinderen zijn naar school. Maar Tom Poes heeft het koud maar daarvan wil heer Ollie niets weten na het lezen van zijn almanak. Maar omdat het echt koud wordt kloppen ze bibberend aan bij een hut. Daar woont Wammes Waggel die handelt in warmtegevende stoven. In een oude krant[1] had hij gelezen dat professor doctor J. Sickbock voorspelde dat de temperatuur te Rommeldam gelijk zal worden aan die op de Noordpool, dus hij beschikte over voorkennis.

Heer Bommel en Tom Poes gaan behaaglijk naast elkaar slapen op een bed van stro. De andere ochtend worden ze door Wammes om 8 uur gewekt met een warme stoof. Het is zo koud dat zijn waswater bevroren is. Tom Poes vindt het nog nacht omdat het donker is. Maar het blijkt dat de hut volledig is ingesneeuwd. Heer Bommel noemt het treffend een nieuwe ijstijd. Wammes Waggel sloopt een oude kist en deelt losse planken uit om onder de voeten te binden. De merkwaardige vinding werkt en de twee vrienden glijden terug naar slot Bommelstein. Onderweg komen ze kapitein Wal Rus tegen, die met de Albatros voor anker ligt te Rommeldam. Omdat hij een walrus is, is hij in zijn nopjes met deze onverwachte berg sneeuw in september. Na een vermoeiende schuifelpartij door de sneeuw komen ze gedrieën op het kasteel aan. Bij de door Joost aangestoken open haard wordt koffie gedronken. De kapitein vertelt over een vreemde professor die met zijn apparatuur naar de Zuidpool gebracht wilde worden. Inmiddels zijn ze alweer terug in Rommeldam, maar hij betaalt goed. Tom Poes oppert dat het professor Sickbock zou kunnen zijn. De kapitein is het eens met de naamgeving en heer Bommel noemt hem een schurk.[2] Tom Poes en Heer Bommel willen wel eens in de hut van de professor kijken, maar daarvoor geeft de kapitein op voorhand geen toestemming. De kasteelheer is nu niet meer tegen te houden. Na de spatborden van de Oude Schicht te hebben verwijderd, legt hij rupsbanden om de wielen en met zijn drieën[3] rijden ze door de sneeuw naar de haven.

Aangekomen op het schip wijst de kapitein de passagiershut aan en gaat een stukje wandelen. Tom Poes klimt door de patrijspoort en gaat binnen rondsnuffelen. Hij neemt een stapeltje papieren mee en klautert weer naar buiten. Na een korte discussie rijden de twee vrienden naar het Meteorologisch Instituut. Ze raken daar in gesprek met een naamloze onderzoeker[4] , die bezorgd is over de schommelingen in de aardas. Tom Poes overhandigt de geleerde nu de buitgemaakte papieren. Hij bevestigt dat de berekeningen gaan over de afwijking van de aardas. Rommeldam wordt de Noordpool en de Noordpool zelf wordt warm en ontdooit. Het smeltende poolijs zal geweldige wateroverlast geven. Heer Bommel begrijpt er niet veel van[5] , maar Tom Poes besluit commissaris Bulle Bas te gaan waarschuwen. Maar de politiecommissaris wil niet ingaan op de wens van Tom Poes om professor Sickbock te arresteren. De papieren zijn immers in eerste aanleg gestolen en bovendien heeft hij zijn manschappen nodig om een sneeuwruimersstaking te breken. De twee vrienden besluiten het recht nu in eigen hand te gaan nemen. Ze wegen hun kansen. De kapitein gaat mee met de hoogste bieder. Maar als ze in de haven aankomen, is het schip reeds vertrokken.

Met veel geld en goede woorden weet heer Bommel een vliegtuig te charteren, dat de vaargeul van de Albatros wil volgen. Maar als de condities verslechteren, landt de piloot op het ijs en beveelt de passagiers verder te gaan lopen. Tom Poes ziet als eerste de Albatros en klimt op het anker. Na heer Bommel met moeite omhoog te hebben gehesen, klimmen ze samen aan boord. Daar zijn ze getuige van een ruzie tussen de kapitein en de professor, die opnieuw de Albatros heeft gecharterd om deze keer naar de Noordpool te varen. Maar kapitein Wal Rus wil vanwege de zware ijsgang terugkeren en wenst bovendien geen commandant genoemd te worden. [6] Onder bedreiging van een revolver dwingt professor Sickbock toegang tot de marconist af om een telegram te versturen. Laatstgenoemde is echter bezig met het beluisteren van het radioverslag van de Stuipendrechtse Boys en weigert medewerking. De kapitein geeft nu een dwingende order en de hoogleraar kan zijn telegram in code versturen. Maar vlak daarna stort hij ter aarde, getroffen door een door Tom Poes geworpen katrol. Heer Bommel hernieuwt nu triomfantelijk zijn kennismaking met de kapitein en nadat professor Sickbock in een afsluitbare hut is opgesloten gaan ze gedrieën een hapje eten. Maar terwijl onder het eten de ervaringen worden uitgewisseld, verwelkomt de opgesloten professor door zijn patrijspoort vreemde witte figuren[7] op ski’s, die zijn per telegram opgetrommelde handlangers blijken te zijn. Professor Sickbock neemt nu het commando van het schip over en sluit het drietal op in het ruim.

In het ruim steekt de kapitein een kaars aan en noemt heer Bommel: “Brommel”. [8] Hij wijst Tom Poes een ontsnappingsroute door een luchtkoker. Tom Poes ziet dat professor Sickbock het schip via de valreep verlaat, met achterlating van zijn helpers. Hun aanvoerder brult: “Tucht moet er zijn” en “Bevel is bevel”, maar Tom Poes weet de zes ketelpakdragers met een laadboom uit te schakelen. Na zijn bevrijding uit het ruim laat kapitein Wal Rus Tom Poes een roeibootje ombouwen tot ijszeilvaartuig. Heer Bommel spreekt de gebonden helpers van professor Sickbock streng toe en gaat daarna mee in de ijszeilboot voor de achtervolging van de hoogleraar. Het bootje heeft een hoge snelheid op het ijs en glijdt vervolgens soepel in de zee en zeilt richting Noordpool. En als de wind wegvalt, monteert kapitein Wal Rus een klein buitenboordmotortje om verder te varen. De kapitein is in zijn nopjes en noemt heer Ollie “Brommer”. De protesten van heer Bommel worden gesmoord omdat het bootje door een walvis wordt getorpedeerd. De inzittenden vallen in het water en weten op een ijsschots te klimmen. [9] Tom Poes ziet uren later land en hoewel de kapitein het een luchtspiegeling noemt, zwemt hij naar het eiland toe. En er staat een stalen palmboom op, waar Tom Poes in klimt. Hij ziet zijn twee medepassagiers aan land komen en door gas uit een oprijzende palmboom worden bedwelmd. Tom Poes vindt het allemaal erg Sicbock-achtig lijken.

Tom Poes klimt door de holle palmboom naar beneden en wordt inderdaad opgewacht door professor Sickbock. Laatstgenoemde laat hem minzaam zien waar hij zijn twee reisgenoten gevangen houdt. Ook legt hij uit waarom de aardas van stand moet veranderen. De bewoonde wereld wordt zo onbewoonbaar en de onbewoonbare wereld bewoonbaar. Hierdoor zijn de aardgasbellen, olielagen en andere grondstoffen onder de polen toegankelijk. [10] Vervolgens worden Tom Poes en heer Bommel in een liftkoker geplaatst. Ze gaan als proefkonijnen door het midden van de aarde reizen van Noordpool naar Zuidpool. In de lift merken ze gewichtsloosheid op en warmte, maar de ongemakken zijn minder erg dan professor Sickbock had berekend. Halverwege hangen ze tegen het plafond aan en Tom Poes concludeert dat ze over de helft zijn, vallend naar de Zuidpool.

Wat de geleerde echter niet had berekend, was, dat zijn lift zo goed is, dat de twee passagiers inderdaad heelhuids aan de andere kant van de aarde terechtkomen. De toezichthoudende Zuidpoolbewaker ziet twee verdoofde figuren aankomen. Maar als hij poolshoogte gaat nemen wordt hij uitgeschakeld door een stoot van de grote teen van heer Bommel op zijn neus. [11] Tom Poes is blij dat de bewaker is uitgeschakeld, want op de Zuidpool staat de machinerie om de aardas te veranderen. Tom Poes weet drie bewakers uit te schakelen en in de lift op te sluiten. Heer Bommel haalt een hefboom over en de lift verdwijnt, tot woede van Tom Poes. De twee vrienden gaan nu verder gescheiden op onderzoek uit. Heer Bommel vindt een draaiende tol op een loden tafel, die volgens een waarschuwing de stand van de aardas bepaalt. Hoewel de binnenkomende Tom Poes nog waarschuwt, kan hij niet van de tol afblijven. Met de tol in zijn handen begint de aarde te rommelen en er steekt een wind op. De tol loslatend valt heer Bommel in het liftschap, terwijl Tom Poes hem vastgrijpt. Zo vallen ze zonder lift terug naar de Noordpool.

Op zijn instrumentpaneel ziet professor Sickbock een terugkerende lift,een verstoorde tol en de aardas die naar de gebruikelijke stand terugkeert. Op de Noordpool steekt nu een orkaan op. Kapitein Wal Rus komt vrij uit zijn cel en vliegt met Tom Poes en heer Bommel omhoog de lucht in. Intussen maakte de stuurman van de Albatros zich zorgen om de orkaan en het brekende ijs. Hij ziet drie meteoorachtige objecten langs flitsen en hoort vlak daarna de opdracht om een tros los te gooien omdat het nat is buiten. Onder levensgevaar weet hij zijn kapitein en twee andere bevroren drenkelingen aan boord te hijsen.

Kapitein Wal Rus weet vanaf de brug snel het commando over zijn schip te hernemen. De stuurman ontdooit de twee andere ijsklompen met een brander. Daarna genieten de drie reisgenoten van dampende erwtensoep. Heer Bommel vertelt van de belevenissen van zichzelf en Tom Poes op de Zuidpool. Maar de kapitein vindt het Zuidpoolverhaal van ‘Hobbel’ te ver gaan. Onzin! Enige tijd later komt het schip aan in een onder water gelopen stad Rommeldam. Heer Bommel huurt een motorbootje om thuis te komen. Onderweg komen ze Wammes Waggel weer tegen op een waterfiets. Ze proberen Wammes uitleg te geven en te overtuigen, maar hij blijft vinden dat ze de professor hadden moeten helpen. De motorboot bereikt het hoger gelegen Bommelstein. En het water is bij het begin van het volgend avontuur alweer weggezakt.

Bommelmusical

Ter gelegenheid van het Toonderjaar ging op 21 januari 2012 een nieuwe Bommelmusical in première in het oude Luxor Theater in Toonders geboortestad Rotterdam onder de titel 'De Nieuwe IJstijd'. Dit muzikale stripverhaal werd geproduceerd en uitgebracht door Opus One, het Amsterdamse theatergezelschap dat in 1998 haar 10-jarig jubileum vierde met De Trullenhoedster.

Voetnoten

  1. Zijn rookworst zat erin verpakt.
  2. Zie voor een eerste ontmoeting: Het verdwijneiland
  3. Ze staan er echt alle drie ingetekend op plaatje 164!
  4. De buitenlandse geleerde met de moeilijke naam is nog niet in Rommeldam gearriveerd.
  5. Hij kent alleen maar de ‘as’ van zijn pijp!
  6. “Ik ben geen overgehaalde marine schertsfiguur!”
  7. Sterk lijkend op de leden van de Ku Klux Klan.
  8. Dit wordt de start van een lange traditie waarbij de kapitein de kasteelheer een andere naam toebedeelt.
  9. De plaatjes 194 en 195 worden in de Volledige Werken verworpen. Daarin grijpen de drie drenkelingen de staart van drie dolfijnen beet en weten zich zo te redden. Kapitein Wal Rus noemt heer Bommel: ”Frommel”.
  10. Een plan uit 1947.
  11. Volgens Heer Bommel een techniek van zijn oudoom Zebedeus.
Voorganger:
De talisman
Bommelsaga
10 september 1947 - 29 november 1947
Opvolger:
Het monster van Loch Ness