De pasmunt

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de pasmunt (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De pasmunt) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 8 juli 1965 en liep tot 20 september van dat jaar. Thema: Wet van Gresham "Bad money drives out good money".

Het verhaal

Tijdens een zomerse wandeling vinden heer Ollie en Tom Poes een vreemde blinkende munt, die verloren blijkt te zijn door Hocus Pas.[1] Er zit een gat in zijn ransel. Deze wil de munt echter niet echt terughebben, maar stopt hem toch misprijzend weer bij zich. De markies de Canteclaer heeft echter grote belangstelling voor de rondgestrooide munten met een kraai erop als beeldenaar. Thuisgekomen op kasteel Bommelstein blijkt dat Joost ook al met de verslavende pasmunten kennis heeft gemaakt, zodat hij het huishouden laat verslonzen en 's avonds naar een vreemde gokhut in het Donkere Bomen Bos gaat. Tom Poes sluipt hem achterna en ziet hem aan een eenarmige bandiet, een soort van fruitmachine, veel meer pasmunten winnen. Magister Pas weet bezoekend politiecommissaris Bulle Bas ervan te overtuigen dat het niet om gokken gaat maar om behendigheidsspelen. De politiechef verlaat met een zak pasmunten glunderend het pand.

Via een klagende heer Bommel ontdekt Tom Poes dat kruidenier Grootgrut alleen nog maar opengemaakte artikelen van het merk Kraai verkoopt. De ingesloten pasmunt is eruit gehaald door de middenstander.[2] De goktent blijkt overdag in de modder verdwenen, zodat ambtenaar Dorknoper tevergeefs rapport op komt maken. De exploitant Hocus Pas geeft hem ook een zak pasmunten, die de ambtenaar afboekt als gewetensgeld. Tom Poes ontdekt bij een tweede bezoek aan de kruidenier de macht en de onmacht van één pasmunt. Hij kan 25 pakken kraaisprits met 10 florijnen toe krijgen maar nul pakken originele grutsprits voor één pasmunt.

Die dag vindt de markies niet één pasmunt meer. Kruidenier Grootgrut vindt ook al geen pasmunt meer verpakt in zijn nieuwe zending kraaisprits. De avond daarop verliest Joost bijna al zijn pasmunten in de gokhal. De politiecommissaris verliest ook maar wordt ruim gecompenseerd door de exploitant na zijn klacht over gokautomaten.[3] De markies haalt zijn ruiterpistool tevoorschijn en berooft Joost van zijn laatste zak met pasmunten.[4] Thuisgekomen eist Joost vervolgens zijn loon voortaan in pasmunt. Zijn werkgever weet nog niet of hij zijn bediende op staande voet moet ontstaan of dat hij juist bang moet zijn dat zijn werknemer zelf zijn ontslag neemt. Heer Bommel merkt bij het boodschappen doen de volgende morgen dat kruidenier Grootgrut slechts pasmunt accepteert, geen bankbiljetten. De doorgaans onkreukbare ambtenaar Dorknoper houdt de kasteelheer vervolgens staande met de bedoeling een belastingaanslag onderhands af te doen met wat pasmunten. Langzaam aan begint de kasteelheer te beseffen dat geld geen rol meer speelt in de stad Rommeldam. Terug op slot Bommelstein verwent zijn bediende Joost de magister Hocus Pas, de vorige bewoner van het kasteel[5] voor één enkele pasmunt. Heer Bommel ruilt met Hocus wat bankbiljetten voor een zak pasmunt in het besef dat deze pasmunt meer koopkracht heeft. Maar meer zit er voor hem niet in en Hocus Pas verdwijnt uit het kasteel. Vervolgens ontslaat Heer Bommel zijn kwijlende en smekende bediende, die zijn diensten aan Hocus Pas wil aanbieden. Maar dat willen de meeste inwoners van de stad Rommeldam ook al.

Heel Rommeldam[6] is nu onder de invloed van de pasmunt en al gauw is de officiële florijn niets meer waard. Dat is dikke pech voor de zakenlieden Super en Hieper, die ondergedoken zitten in een kelder en daar een mooie vervalsing van de florijn hebben geproduceerd. Echter dan echt. Terwijl ze een oploop vermijden worden ze beiden toch nog beroofd van hun zak met verse florijnen door de markies. Die gooit na inspectie de zakken terug op straat en ook commissaris Bulle Bas laat de zakken liggen met de opmerking dat het echt geld is. Zowel bij kruidenier Grootgrut als in hun stamkroeg ‘De Rode Leeuw’ wordt hen de deur gewezen met hun zelf geslagen muntgeld.

Tom Poes vertelt het zakenduo naar waarheid dat ze in Rommeldam (valse) florijnen niet kwijt kunnen. Vervolgens speldt hij ze op de mouw dat alleen papiergeld nog telt. Tom Poes vertelt hun dat papier geduldig is maar dat klinkende munt waardeloos is geworden. Hij laat de twee zakenlui nu in hun kelder pasmunten maken in ruil voor voedsel en bankbiljetten. Als voorbeeld geeft hij hun een pasmunt van was, die niet de aantrekking heeft van de originele pasmunt. De bankbiljetten komen van Heer Bommel. Want de aan pasmunt verslaafde kasteelbewoner geeft gaarne zijn papiergeld aan zijn jonge vriend met het uitzicht op nieuwe Pasmunt. Omgekeerd zijn de zakenlieden Super en Hieper bereid ondergronds namaak-pasmunten te slaan. Tom Poes neemt ook eten in blik mee naar hun kelder zodat ze door kunnen werken en niet de straat op hoeven. Want op de straat heerst de anarchie van de verslaafde stad.

In plaats van valse florijnen maken de zakenlui dus nu pasmunten, die echter niet de verslavende uitstraling hebben van de echte. De valse pasmunten brengt Tom Poes naar heer Ollie, die al gauw van zijn verslaving geneest wanneer de echte pasmunten bij hem in de minderheid raken. Ook bediende Joost komt weer terug in het kasteel en wordt weer in dienst genomen. Heer Bommel gaat vervolgens buitenshuis op ruime schaal zijn nieuwe pasmunten in zakjes uitdelen aan de markies en de commissaris. Dit alles onder het motto dat geld moet rollen. In een herberg ziet Hocus Pas de kasteelheer goede sier maken met zijn nieuw gekochte pasmunten. De magister wendt zich tot zijn politiecontact commissaris Bulle Bas om een eind aan de illegale pasmuntproductie te maken. Bulle Bas heeft echter andere zorgen. Hij probeert zijn ontslag in te dienen bij de burgemeester, die druk is met het tellen van zijn eigen pasmunten en niets wil horen over steekpenningen. Maar de politiechef weet dat de misdaad welig zal tieren als hij omkoopbaar is en zelf rinkelt hij van de steekpenningen.

Daarom montert de commissaris weer wat op als Hocus Pas hem het adres geeft van de valsmunterij. De politiechef taxeert dat daar de valse steekpenningen worden gemaakt. Op dat adres is het een vrolijke boel. Super en Hieper slaan lachend pasmunten. Driehonderd florijnen voor een mand pasmunt. Tom Poes en Heer Bommel kijken tevreden toe. Heer Bommel vindt het leuk dat hij de productie zelf ziet plaatsvinden. “Een mooie munt met een poppetje erop en een stichtend woord aan de rand.” Bulle Bas komt met getrokken pistool naar binnen onder de beschuldiging van ‘Valse steekpenningen’. En “Jij zit er dus achter Bommel!” Tom Poes geeft het verhaal echter de gewenste draai voor de commissaris. Het is geen vals geld. Het zijn Pasmunten. Wat is een pasmunt? Schertsgeld. Bulle Bas denkt hardop na: “Het namaken van schertsgeld is niet strafbaar! Er is dus door geen van ons allen een strafbaar feit gepleegd. Dit is het mooiste moment in mijn loopbaan!”

Wammes Waggel komt als laatste nog eens spelen bij Hocus Pas in de goktent. Dit geeft de binnentredende Bulle Bas een aanleiding om de tovenaar Hocus Pas te arresteren wegens het gelegenheid geven tot gokken. De magister probeert zijn aanhouding af te kopen maar wordt in de arrestantenwagen geplaatst. Binnen speelt Wammes winnend door. Bij het politiebureau van Rommeldam levert commissaris Bulle Bas zijn arrestant af bij brigadier Snuf. Samen stoeien ze nog wat met de bewijslast inzake het gokken met namaakgeld, maar de brigadier stelt voor dat maar aan de rechter over te laten. Maar als Hocus Pas in een politiecel zal worden geleid, vliegt hij weg als een zwarte kraai.

Wammes speelt nog even door, maar aan het eind merkt hij dat alles modder wordt. Maar hij heeft een enige avond gehad. Ook de muntvitrines van de markies, de muntverzameling van de burgemeester en de belastingkluis van Dorknoper raken onder de modder. Dorknoper vindt deze geldzuivering echter ambtelijk noodzakelijk om inflatie te voorkomen en Bulle Bas legt de burgemeester uit dat pasmunt echt geen echt geld was. Ook de laatste twee munten van Joost in zijn spaarvarken zijn tot modder verworden.

De bediende dient vervolgens de slotmaaltijd op voor Super en Hieper en de twee vrienden. Er is kaviaar.[7] De twee zakenlui nemen voor het eerst deel aan een slotmaaltijd op kasteel Bommelstein. Bul Super vindt dat ze deze keer superzaken hebben gedaan. Kruidenier Grootgrut brengt de volgende morgen een speldje voor heer Bommel en zijn andere vaste afnemers. De N.V. Supermunterij is bezig de geslagen valse pasmunten tot speldjes om te werken. Een reuze succes.

Hoorspel

Noten

  1. Hocus is de maker van de pasmunt.
  2. Tom Poes merkt tevergeefs op dat de pasmunt bedoeld is voor de klant.
  3. Vergelijk in de film Casablanca bareigenaar Rick en politiecommissaris Renault.
  4. De markies wordt gedragen door twee lakeien op zijn rooftocht.
  5. Zie het eerdere verhaal: De drakenburcht.
  6. Behalve Tom Poes. Die bezit bewust slechts één pasmunt en die oefent onvoldoende aantrekkingskracht op hem uit.
  7. Volgens Bul Super: kuit.
Voorganger:
De Labberdaan
Bommelsaga
8 juli 1965 - 20 september 1965
Opvolger:
De wisselschat