De pier-race

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de pier-race[1] (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De pier-race) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 20 oktober 1948 en liep tot 5 januari 1949. Thema: Fraude in de autoracesport

Het verhaal

In de buitenwijken van Rommeldam loopt Tom Poes Hiep Hieper tegen het lijf. Beiden zijn ze geïnteresseerd in de aanplakbiljetten van de Pier-race naar Siddewier[2] om de Siddewierbokaal.[3] Tom Poes meent dat Hiep Hieper geen kans heeft omdat de inschrijving alleen voor nette lieden openstaat. Maar met zijn raceauto, een ZAP 213, meent Hiep Hieper zeker te zijn van toelating tot de race. Tom Poes zegt tegen Hiep Hieper blij te zijn geen auto te hebben en dat hij zo niet mee kan doen aan de race. Want als Hiep Hieper meedoet kan er van alles gebeuren.

Heer Ollie wil zelf met de Oude Schicht aan de Pier-race naar Siddewier om de Siddewierbokaal meedoen. Hij vertelt Tom Poes, die met hem meerijdt, dat hij de tandwieltjes heeft afgevijld, het stuur losser gezet, levertraan toegevoegd en spiritus in het koelwater gemengd. Ook is er een extra accu bijgezet. Maar tijdens de testrit ontploft de motor en worden heer Bommel en Tom Poes uit de auto geslingerd. Tom Poes raadt reparatie in een garage aan maar heer Bommel is nog niet overtuigd. Tom Poes vindt de Oude Schicht slechts rijp voor het autokerkhof. Ze zetten hun ruzie voort bij een garagehouder. Die biedt aan een zelfgebouwde straalmotor[4] in te bouwen. Maar op de plaats van de ontploffing aangekomen, ziet hij geen gat meer in een reparatie. Ten slotte koopt heer Bommel op advies van Tom Poes zijn straalmotor, die vervolgens toch nog wordt ingebouwd.

Tijdens het vervolg van de testrit schiet de Oude Schicht los van het onderstel en de twee vrienden vliegen het dak van een boerderij binnen. Maar de garagehouder is zijn straalmotor achterna gelopen en hij takelt het bovenstel van de Oude Schicht van het dak af. Heer Bommel heeft heel wat bankbiljetten nodig om de schade aan de boer te vergoeden en de garagehouder te betalen. De twee vrienden vervolgen hun proefrit met heer Bommel achter het stuur.[5]

De straalmotor maakt de auto zo sterk dat zelfs de zeegroene racewagen ZAP 213 van Hiep Hieper[6] geen kans maakt tijdens plagerige testritjes buiten de stad. Hiep Hieper beseft dat de kasteelheer ergens een motor heeft gekocht. Een Hiepermotor of een Supermotor. Bij die gedachtegang mist hij opeens zijn maat Bul Super. Maar heer Bommel vraagt intussen wederom te veel van zijn Oude Schicht. Motoragent eerste klasse Hupkens heeft reeds 27 snelheidsbekeuringen op zak en gaat heer Bommel achterna om zijn quotum van 28 vol te maken. Onderweg wordt ook een verkeersagent in een buitenwijk van Rommeldam letterlijk uitgekleed. Door de luchtzuigingen verliest hij zijn uniform, terwijl hij op een kruising het verkeer regelt met een mechanisch stopbord. Ook hij zet in zijn motor met zijspan de achtervolging in. De autorit van de Oude Schicht eindigt met remmen door heer Bommel. Maar door de extra rembekrachtiging[7] schieten de passagiers uit het voertuig en belanden letterlijk op het bureau van politiecommissaris Bulle Bas, die door zijn twee achtervolgende ondergeschikten wordt bijgepraat. Heer Bommel kan na het betalen van een flinke borgstelling en zes bekeuringen naar huis terugkeren.

Het geleende paard van een groenteboer uit de Gakkelstraat trekt de Oude Schicht langzaam huiswaarts. Heer Bommel is nu van mening dat zijn motor te goed is bij de huidige te lage maximumsnelheid, die een paar honderd kilometer moet worden opgetrokken. Na een lange rit bereiken ze het kasteel Bommelstein. Het paard wordt naar een stal en de Oude Schicht naar een garage gebracht. Hiep Hieper weet zich met valse baard bij heer Bommel binnen te praten. Hij stelt een gasvertrager voor, een zogenoemde pedaalslak. Na een uurtje neemt hij 50 knaken en een pakje rijker afscheid van heer Bommel. Hij heeft er ook nog wat smoorklepjes opgezet. Tom Poes ziet het tafereel met verbaasde ogen aan. Hij stapt weer in voor een testritje, maar de Oude Schicht is zijn bijzondere motorkracht duidelijk kwijt. Een voorbij zoevende raceauto doet de jas van heer Bommel en de kap van de Oude Schicht in een boom belanden. Tom Poes heeft in een flits Hiep Hieper herkend. Na enige discussie is heer Bommel het met Tom Poes eens. Hiep Hieper heeft de straalmotor ingebouwd in zijn ZAP 213.

In de stad Rommeldam probeert Tom Poes de verblijfplaats van Hiep Hieper te achterhalen. Op het stadhuis komt hij na enig doorvragen zijn schuilnaam en adres bij de wedstrijdorganisatie te weten. Heer Van Waaien uit de Sokkelsteeg nummer 8. Buiten het stadhuis doet heer Bommel aangifte van diefstal van zijn straalmotor bij twee agenten. Tom Poes is daar niet blij mee maar zegt dat hij het schuiladres heeft van Hiep Hieper en laat zijn vriend verbijsterd achter. Hij besluit de straalmotor terug te stelen, omdat het via politie en advocaten met rechtszaken te lang gaat duren. Hij wordt echter door Hiep Hieper met een revolver opgewacht. Buiten het pand is de Rommeldamse politie verzameld door commissaris Bulle Bas. Na een knap stukje detectivewerk is de verblijfplaats van Hiep Hieper achterhaald. Op advies van brigadier Snuf treedt de politiemacht ruw het pand binnen. Maar Hiep Hieper houdt stug vol dat het zijn werkplaats is, waar Tom Poes heeft ingebroken. Brigadier Snuf krijgt opdracht een proces-verbaal op te maken, en zelf neemt commissaris Bulle Bas Tom Poes mee naar buiten als zijn arrestant. Na enige vermanende woorden over zijn inbraak laat de commissaris Tom Poes lopen.

De volgende ochtend maakt heer Bommel opnieuw een saaie testrit in zijn Oude Schicht. Wederom verliest hij zijn jas en de Oude Schicht haar kap door de zuiging van de racewagen van Hiep Hieper. Na een discussie op de openbare weg herhaalt Hiep Hieper zijn kunststukje en staat de kasteelheer wederom in zijn blootje. Tom Poes treft hem enigszins terneergeslagen aan en stelt een list voor. De terugkerende Hiep Hieper knalt met de racewagen op de dwars op de weg staande verlaten Oude Schicht. Beide voertuigen worden weggesleept en Tom Poes gaat mee in de takelwagen, terwijl Hiep Hieper en heer Bommel ruzie maken over de botsing. Om 5 uur bij sluitingstijd in de garage weet Tom Poes de kaartjes, die de monteur aan de twee nog terug in te bouwen motoren heeft gehangen, te verwisselen.

De volgende dag haalt Tom Poes de Oude Schicht op. De monteur begrijpt niet veel van de oude auto met zo’n nieuwe motor. Ook Hiep Hieper krijgt na betaling van zijn rekening de auto mee. Maar op een buitenweg merkt hij dat plankgas geen effect meer heeft. Via praatpaal 38 en commissaris Bulle Bas komt een motoragent bij hem langs. Maar diezelfde motoragent passeert Hiep Hieper op volle snelheid in de achtervolging van de Oude Schicht.[8]

Voor het stadhuis waren de tribunes om half twee al stampvol publiek. Dit was de startplaats van de autorace. Heer Bommel meldt zich opgewonden bij de organisatie en probeert de start tegen te houden omdat zijn wagen er nog niet is. Maar de race gaat op de geplande tijd van één uur van start.[9] Om één minuut voor één komt Tom Poes het plein op en sluit aan achter de reeds opgestelde racewagens. Heer Bommel komt hem zijn doorstane zorgen melden, maar een agent wil Tom Poes wegens diefstal arresteren. Om één uur geeft de starter met een vlagsignaal het begin van de race aan. De auto van Tom Poes wordt omringd door een groep schreeuwende agenten. Ook heer Bommel en Hiep Hieper spreken een woordje mee. Op het hoogtepunt van het oproer geeft Tom Poes gas en zet de achtervolging in. Brigadier Snuf gaat heer Bommel als eigenaar van de Oude Schicht een paar bekeuringen aan zijn jas hangen. Hiep Hieper wacht daar niet op en snijdt in zijn racewagen een groot stuk van het parcours af en besluit het Tom Poes betaald te zetten.

Koen Knuddel ligt intussen op kop in een twaalfcilinder Buncker. Hij wordt achtervolgd door J.Knorrenkul in zijn Vetocipede en B. Suizelbuis in een Muratti. Maar bij het gehucht Kleinwoude krijgt Knuddel een lekke band. Tom Poes is bezig aan een indrukkende inhaalrace vanuit de achterhoede. Ook motoragent Hupkens zet de achtervolging in. Maar de Oude Schicht ligt intussen al ver op kop en Tom Poes kan de zeelucht van Siddewier al ruiken. Vlak voor de finish krijgt hij een koekje van eigen deeg, doordat Hiep Hieper zijn racewagen midden op een kruising leeg heeft achtergelaten. De Oude Schicht knalt er frontaal op en Tom Poes vliegt met achterlating van het onderstel recht op de finish af. Zesendertig minuten na de start te Rommeldam en ruim een kwartier voor de verwachte finishtijd zien de verbaasde toeschouwers het bovenstuk van de Oude Schicht onder het finishdoek door stuiteren. Aan het eind van de pier schiet de rode auto in de golven. Ook motoragent Hupkens meldt zich naast de lieden van de organisatie bij de drenkeling aan het einde van de pier.

Terwijl het organisatiecomité hem de Sidderwierbokaal wil overhandigen, probeert motoragent Hupkens met enkele collega’s Tom Poes wegens diefstal van een motor te arresteren. Het publiek is verdeeld in zijn sympathie. Ook heer Bommel komt zich met ruzie om de motor bemoeien, omdat het zijn straalmotor is, die hij heeft gekocht. Gelukkig komt de bouwer van de straalmotor ook de pier oplopen. Hij is boos omdat Hiep Hieper nu tegen de politie beweert de uitvinder van de straalmotor te zijn. Op zijn strikvraag verklaart Hiep Hieper dat de motor 2 stokkels bevat. De garagehouder verklaart nu minzaam dat stokkels niet bestaan. De Rommeldamse politie gelooft de garagehouder en arresteert Hiep Hieper. Tom Poes met de bokaal en een juichende heer Bommel maken nu samen een ererondje langs het juichende publiek. De garagehouder takelt vervolgens het bovenstel van de Oude Schicht uit de haven. Het onderstel is teruggevonden op de ZAP 213, waarmee de garageman ter plekke de racewagen weer herstelt.

Hiep Hieper wordt uiteindelijk veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf. Heer Ollie betaalt een stapel boetes en biedt om het te vieren een maaltijd aan aan Tom Poes en de autohersteller. Hij memoreert dat ondanks alle perikelen de Oude Schicht toch heeft gewonnen, zodat in zijn studeerkamer de Siddewierbokaal zal staan. Dat is dan het bewijs dat de Oude Schicht de snelste van het land is. Maar ook Tom Poes komt eer toe als bestuurder. Heer Bommel besluit zijn toespraak met:

“Hij heeft het er knap van afgebracht. Eerlijk is eerlijk. Ik had het zelf kunnen doen.”

Voetnoot

  1. Tom Poes en de Pierrace in de Volledige Werken.
  2. Slechts 4 km ten noorden van Rommeldam.
  3. Start bij het raadhuis van Rommeldam naar de Pier van Siddewier.
  4. Geen versnellingen, uitlaatklepjes en accu’s.
  5. De Volledige Werken verwerpen de krantenstrips 510, 511 en 512. In plaats daarvan wordt 510a afgedrukt. In de originele krantenstrips komt Hiep Hieper poolshoogte nemen van de herstelwerkzaamheden aan de Oude Schicht. Het komt bijna tot een handgemeen tussen heer Bommel en Hiep Hieper. Omdat zijn woedende vriend het geheim van de straalmotor dreigt te verraden, waarschuwt Tom Poes hem. De garagehouder op zijn beurt vermaant heer Bommel dat hij voorzichtiger moet zijn omdat hij geen volgende keer meer helpt.
  6. In deze aflevering zonder baas Bul Super en voor het eerst met sigaret.
  7. ERB
  8. In de Volledige Werken worden de stripstroken 543 en 544 vervangen door 543a en 544a. In de originele krantenstrips belt Hiep Hieper als heer Van Waaien met commissaris Bulle Bas, om Tom Poes als ontsnapt aan te geven. Hij verdenkt de politie van omkoperij en merkt tot zijn schrik dat de motoren weer zijn verwisseld.
  9. Stripstrook 545 bevat deze inconsistentie in de tijdstippen van half twee en één uur.
Voorganger:
Heer Bommel stuit de vooruitgang
Bommelsaga
20 oktober 1948 - 5 januari 1949
Opvolger:
Het vibreerputje