De pijpleider

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de pijpleider (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De pijpleider) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 3 april 1971 en liep tot 10 juli van dat jaar. Thema: Leidinggeven. In 2015 is een herdruk van het verhaal uitgegeven met daarin een vertaling in het Gronings.

Het verhaal

In het oosten, waar het Donkere Bomen Bos overgaat in moerassig laagveen, ligt de Zwader Heide.[1] Daar wonen de Heiknappers, een braaf en schaapachtig volkje, van wie op de juiste tijd de wilde haren geknipt dienen te worden. Dit geschiedt onder de straffe leiding van Ibbele Hoeder, die daarbij wordt geholpen door de 'kuddebijer' (koddebeier) Dobbe Drijver.[2]

Bij het kasteel Bommelstein is heer Bommel van plan om eens het luchtruim te kiezen met een luchtballon. De langslopende Tom Poes klimt met enige tegenzin ook aan boord, en bediende Joost maakt het touw los. De windverwachting is noordwest, tegen de avond weer krimpend naar zuidoost. Omdat ze onderweg te veel hoogte verliezen stelt Tom Poes voor de mand te kappen nadat hij op de ring van de ballon is gestapt. Helaas scheiden hun wegen tijdens die handeling. De ballonmand met heer Bommel stort in het Moonmoeras.[3] Door de gasvorming ter plaatse, wordt de mand weer omhoog geschoten. Bij de tweede neerstorting valt de ballon op de boomstam, waar aan het andere uiteinde Ibbele Hoeder zit uit te rusten. De neerstortende kasteelheer lanceert Ibbele Hoeder de lucht in. Laatstgenoemde meent op weg te zijn naar de Eeuwige Heidevelden, maar hij wordt in het luchtruim opgepikt door Tom Poes. De luchtballon is door de draaiende wind op de terugweg.

Heer Ollie wordt meteen tot hoeder benoemd en hij besluit gelijk een einde te maken aan het vermeende vroegere schrikbewind door de Heiknappers meer vrijheden te geven. Ibbele Hoeder en Tom Poes landen bij het stadslaboratorium, waar professor Prlwytzkofsky alweer een tijdje zonder succesvolle toepasbare ideeën zit. Hij kreeg al een laatste waarschuwing van burgemeester Dickerdack. Bij hun landing wordt de professor onder de resten van de ballon bedolven. Tom Poes vertelt over heer Bommel, die gelanceerd werd door gas uit een moeras. De professor komt achter de vorige verblijfplaats van Ibbele Zweder, de Zwader Heide. Ibbele vond het daar wel slecht voor zijn scheuten maar hij had zijn opvolger nog niet aangewezen. In het laboratorium knipt de professor na een lange worsteling een stuk van de baard van de Hoeder af. Hij toont daarin methaangas aan. De professor krijgt onmiddellijk een gemeentelijk hefschroefvliegtuig tot zijn beschikking. Zijn vreugde wordt getemperd door de halvering van zijn baard. Ibbele Zweder vindt nog steeds dat hij als enige mag knippen en knipt terug. Ook de professor moet zijn wilde haren afstaan. Tom Poes krijgt niet de gevraagde toegang tot de telefoon en ook de helikopter komt hij niet in. Maar na het vertrek van de helikopter kan hij wel in het laboratorium commissaris Bulle Bas telefonisch op de hoogte brengen. Die zal de rijkswacht van Zwader Heide verwittigen. “Bommel, altijd dezelfde.”

De nieuwe hoeder is met de kudde aangekomen op de Klaverberg.[4] Hij weigert de schaar te gebruiken om de wilde haren eraf te halen. Dobbe wordt als eerste het slachtoffer van de jongelui, die in wanorde een dam af lopen. Het volgende slachtoffer is de per helikopter gelande professor. Hij wordt in het moeras geworpen. De helikopterpiloot kan hem met een touwladder in twee pogingen redden, met achterlating van zijn hoed in het moeras. Tussen de reddingspogingen in had hij zijn gal kunnen spuwen tegenover heer Bommel, de nieuwe hoeder.

Tom Poes weet via journalist Argus een goed artikel in de Rommelbode te krijgen. Joost kan zo tevreden lezen van kranig werk van een bekende stadgenoot. Gasbel aangeboord. Buitenlandse gewetenloze geleerde gaat met de eer strijken. Op de Kleine Club is men minder tevreden. De markies vreest de reactie van het grauw. Commissaris Bas krijgt de schuld, maar die had wel degelijk enige actie ondernomen. Hij gaat nu langs het huisje van Tom Poes, en neemt de jonge vriend mee naar een heel grote gereed staande helikopter. Die vervoert tevens het benodigde gaswinningmateriaal richting Zwader Heide. Na de landing worden de materialen netjes opgeslagen en stuurt Bulle Bas Tom Poes eropuit om heer Bommel te zoeken. De losgeslagen jeugd plompt echter de buizen in het moeras. Dobbe Drijver praat de politiechef bij. Hij is zelf de kuddebeier. Maar er is ook een nieuwe hoeder. Die wil Bulle Bas graag spreken. Er is iemand nodig die de leiding op zich kan nemen bij het leggen van de pijpleidingen. Dobbe begrijpt nu dat de Hoeder zijn gezag zal moeten laten gelden als ‘pijpleider’.

Heer Bommel zit tegen een hoog rotsblok zijn pijp te roken. Tom Poes probeert hem te overtuigen terug te vliegen naar de stad Rommeldam. Aan de andere kant van het rotsblok komen Bulle Bas en Dobbe Drijver aanlopen. De commissaris legt uit dat hij de hoeder zoekt en een dikke ballonvader in ruitjesjas. Dobbe wijst de pijpleider aan. Bas verschrikt en zegt met grote ogen. “Jullie leider, dat is Bommel!” Heer Bommel, alias pijpleider, beveelt de politiecommissaris van de gemeente Rommeldam, weg te gaan. Hij verstoort de orde! Bulle Bas stelt dat de pijpen in het moeras zijn getrapt. “Altijd dezelfde! Maar je zult nog van mij horen!” Heer Bommel wendt zich hierop tot zijn kudde. Hij roept op tot strijd tegen de rooie kolonialen, de radicale uitbuiters. “Weg met de vergassers!”

Bulle Bas vraagt versterking aan in Rommeldam. De bevolking is vijandig! Burgemeester Dickerdack krijgt nul op het rekwest bij ambtenaar Dorknoper. Er bestaat geen jurisdictie voor de gemeente Rommeldam. Er kunnen alleen zaken worden gedaan met de plaatselijke hoeder, krachtens paragraaf 3. Bulle Bas krijgt daarom opdracht van de burgemeester vriendelijk te gaan onderhandelen met de plaatselijke hoeder, zelfs al zou dat Bommel zijn! Bulle Bas en heer Bommel worden door de kudde ondersteboven gelopen. Bulle Bas slaat de verkeerde toon aan en wordt door de pijpleider heengezonden. Tom Poes roept voor de tweede keer zijn vriend op om terug naar huis te gaan. Intussen komt de kudde voor de neerstromende regen schuilen in de schaapskooi, waardoor de twee vrienden ten einde raad buiten overnachten.

In Rommeldam voert professor Prlwytzkofsky actie om een evaporatie-exhalator met hydraulische schuifsifon te bekomen. Doctorandus Zielknijper stelt voor geschoolde andragogen naar het gebied te sturen. De burgemeester heeft die avond een drukbezochte vergadering belegd voor iedereen die belang heeft in de gasbel onder de Zwader Heide. Zelfs de Bovenste Tien zijn vertegenwoordigd door meester Kaaiman.[5] Als er bewijs voor een behoorlijke gasbel bestaat, dan zijn zijn opdrachtgevers bereid geld te verschaffen. Ook moet er orde heersen in het gebied. Nu is het daar een janboel. Ambtenaar Dorknoper eist een wettige overeenkomst met de wettige hoeder. Hij biedt zichzelf aan om dit ambtelijk gedeelte op zich te nemen.

De andere ochtend breekt de zon door. Heer Bommel geeft Dobbe opdracht de kudde binnen te houden want er landt weer een helikopter. Heer Dorknoper wil de wettige aanstelling van heer Bommel zien, maar dat is te veel gevraagd. Ook Dobbe kan niet helpen. Doctorandus Zielknijper is meegevlogen en wil onmiddellijk ingrijpen. De ambtenaar verklaart dat het gebied autonoom is. Alleen heer Bommel valt onder de Rommeldamse wetten. Zielknijper wil toch ingrijpen maar de kudde is hem voor. Ze breken uit de hut. Heer Bommel weet ze al hollend veilig de heide op te leiden. Tom Poes laat professor Prlwytzkofsky uit de helikopter afdalen. Hij kan zijn onderzoek beginnen, omdat de pijpleider de heide op is. Tom Poes kaapt de helikoper en probeert zijn vriend op de heide op te pikken. Die wordt echter tegengehouden door de Heiknappers. Hij vliegt naar het laboratorium, waar hij een gesprek aanknoopt met assistent Alexander Pieps.

Tom Poes zoekt vervolgens Ibbele Hoeder. Die kookt soep van klaver en zoekt een opvolger. Alexander heeft hem naar het arbeidsbureau gestuurd. Daar maakt hij ruzie met een dienstdoend ambtenaar, zodat Tom Poes hem snel kan vinden. Hij overtuigt hem terug te keren naar de Zwader Heide. Bij de helikopter staat Bulle Bas Alexander Pieps uit te horen. Tom Poes weet de helikopter nu onder de ogen van de politiecommissaris wederom te kapen met de oude Hoeder aan boord. Bulle Bas vindt het een brutaal staaltje joyvlieging en gaat die slungel opschrijven.

De Heiknappers worden inmiddels geplaagd door schaars eten en wilde haren. Dobbe twijfelt. Heer Bommel heeft honger want klaversoep staat hem allengs tegen. Ambtenaar Dickerdack maakt zich zorgen over de onderzoekingen van de professor. Zonder papieren in vreemd gebied en bovendien zonder toestemming van de Hoeder is enigszins pijnlijk. Heer Bommel is in voor verandering. Andere Weidegrond. Er moet worden ingegrepen met sterke hand. Doctorandus Zielknijper maakt zich zorgen over de weerzinwekkende onderdrukking van een onderontwikkelde bevolking door een autoritair persoon. De kuddebeier wil eten en de wilde haren eraf. Op dat moment ziet heer Dorknoper de helikopter terugkomen. De kudde eist eten en leiding bij monde van mevrouw Allegaar en heer Klaver. “Wat heb je aan een hoeder die evenveel weet als jezelf?”.

Op datzelfde moment heeft de professor een ontploffing in het moeras tot stand gebracht. Er worden allerlei gassen losgemaakt, die elkaar niet verdragen. Professor Prlwytzkofsky wordt gelanceerd en belandt in de helikopter bovenop Ibbele Hoeder, die juist van plan is om met de schaar naar beneden te springen. Dat is hard nodig want op de grond brengt de kudde heer Bommel in het nauw. Er is geen eten en geen leiding, waardoor de jongeren onder leiding van Klaas Klaver hem willen plompen. Dobbe Drijver weet het oudere deel van de kudde in de hand te houden, maar de jongeren hebben vrij spel. Ambtenaar Dorknoper ziet dat er niet langer sprake is van leiding. Zielknijper ziet vaak dat onderdrukking leidt tot onlustgevoelens. Ibbele Hoeder en professor Prlwytzkofsky tuimelen al vechtend om de schaar uit de helikopter. Ze vallen boven op de opstandige jongeren.

Ibbele neemt terstond zijn positie als hoeder weer in. Hij geeft Dobbe drijver de opdracht de jongeren naar de hut te drijven, zodat de schaar erin kan. Hij keurt terloops heer Bommel af als opvolger, zo hij die al zocht. Hij is te week. Doctorandus Zielknijper dringt bij ambtenaar Dorknoper aan op ingrijpen, maar dat is buiten de wet. De ambtenaar wil wel weten hoe het met de gasbel staat. De professor legt hem met gebarsten brillenglazen uit dat men dat kan vergeten. Het methaan heeft zich in de diepte gemengd met schadelijke bestanddelen. Zielknijper ziet vaak in zijn praktijk dat het volk lijdt onder politiek en zakenbelangen. Ook heer Bommel is niet tevreden dat de vrijheid verdwijnt door de knippende schaar van Ibbele Hoeder. Dobbe en Tom Poes praten hem nu pas bij over het bestaan van de enige echte en eerdere Hoeder: Ibbele Hoeder. Heer Bommel knapt op van deze uitleg. Hij is derhalve ontheven van een zware en onheerlijke taak, waarvoor hij toch al te vooruitstrevend was. Hij is aan het eind van zijn krachten door overmatig gebruik van klaversoep en stelt voor naar huis te gaan.

Dobbe Drijver staart de wegvliegende helikopter denkend na. “Het is moeilijk om te weten wat je wilt. Vooral als je gelooft dat jongeren weten wat ze willen, zodat je gaat willen wat de jongeren denken dat ze willen.” Ibbele Hoeder en Dobbe Drijver brengen de gekortwiekte kudde naar het Stille ofwel Groene Dal. De Hoeder ging intussen verder met het schrijven van zijn memoires.

Heer Bommel nodigt enkele dagen later zijn jonge vriend, de professor, de ambtenaar en de doctorandus uit voor een slotmaaltijd op kasteel Bommelstein. Doctorandus Zielknijper heeft de mond nog vol van de onderdrukking op de Zwader Heide. Professor Prlwytzkofsky meent dat dat gebied niet opgeheven kon worden. Heer Bommel bestrijdt die visie als tijdelijk Hoeder ofwel Pijpleider. Ambtenaar Dorknoper beseft dat de pijpleiding in het moeras is geduwd. Heer Bommel weet dat dit gebeurde toen hij de kudde de vrije hand had gegeven. Maar hij stelt voor te drinken op Tom Poes. "Die heeft ons bijtijds uit de opheffing gehaald! Proost, jonge vriend!"

Voetnoot

  1. Ruim 30km ten oosten van Rommeldam.
  2. Ibbele wordt getekend als een oude schaapherder met de uitgegroeide haren des ouderdoms. Dobbe is gladgeschoren en in uniform.
  3. Grenzend aan het oostelijk deel van de Zwader Heide.
  4. Gelegen vlak ten noorden van de Zwader Heide.
  5. Zie voor informatie over de Bovenste Tien De bovenbazen.
Voorganger:
De waarde-ring
Bommelsaga
3 april 1971 - 10 juli 1971
Opvolger:
De Kon Gruwer