De pronen

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de pronen (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De pronen) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 24 november 1973 en liep tot 11 maart 1974. Thema: Kwantiteit verdunt kwaliteit.

Het verhaal

De rivier de Drens kronkelt als een delta door de Miezervlakte en mondt 35 km ten noorden van de stad Rommeldam in zee uit. In de plassen en poelen van de delta kan men veel levensvormen aantreffen. Magister Hocus Pas trekt opgewekt met zijn knecht, de dwerg Gor op naar de ruïne van het kasteel Dralm, dat boven het landschap uitrijst. De magister heeft het recept gevonden voor een aanhankelijke en leergierige levensvorm, pronen genaamd. " Terra lapsus, aqua lutum per nervus narum en dan aan het werk. " Met behulp van een blaasbalg en de helpende dwerg ontstaat er proondril. Die laat de magister afkoelen op de terra lapsus. Dwerg Gor krijgt de opdracht verder te gaan. Het gaat om de kwantiteit, niet om de kwaliteit".

Heer Bommel en Tom Poes begeven zich intussen stroomafwaarts per kano over de rivier de Drens. Hun vaartuig lijdt schipbreuk in een stroomversnelling. Tom Poes klimt snel op de kant waar Pee Pastinakel hem opmerkzaam maakt op witte figuurtjes die vanuit de rivier op de oever klauteren. Pee Pastinakel heeft knolrapen langs de oever geplant. De pronen houden daar niet van maar springen er toch nog vrij gemakkelijk overheen. Pee Pastinakel heeft al besloten dat het de uiterste tijd is om naar het zuiden te gaan om te gaan ipsen. Heer Bommel zit inmiddels weer midden in de kano, maar in een bocht van de rivier wordt hij er alsnog uit geworpen. Hij komt terecht in een soort kikkerdril. Daar ziet hij ook een pratend wit figuurtje. Hocus Pas ziet de indringer op zijn territorium. Toch probeert hij sympathie te wekken voor zijn pronen bij heer Bommel. Ze zijn erg plooibaar. Hij neemt de schipbreukeling mee naar zijn kasteel. Hij vertelt eerlijk dat hij de pronen heeft ontwikkeld. Ze hebben geen eigen mening en geen ruggengraat. Maar wel zuigvoetjes, waarmee ze makkelijk omhoog kunnen lopen en aan het plafond blijven hangen. De magister geeft ze een erwt als hersens. Hij sluit heer Bommel op in een ruimte omringd met de nieuwsgierige en hem napratende pronen.

Inmiddels had Tom Poes op kasteel Bommelstein de Oude Schicht opgehaald om zijn vriend langs de rivier te zoeken. Zoeken is moeilijk in een rivierdelta. De magister leest zijn domme knecht intussen de les. De pronen moeten de rivier in, stroomopwaarts naar de stad. Zijn knecht Gor jaagt hierop de wezentjes de rivier de Drens in om Rommeldam onveilig te maken. Ook heer Bommel wordt de rivier in gebezemd, als antwoord op zijn dringend verzoek om vrijlating.

Tom Poes redt met een tak zijn tussen de pronen zwemmend vriend en neemt de drenkeling mee naar kasteel Bommelstein. Onderweg wordt Tom Poes niet veel wijzer van de verkouden geraakte heer Bommel. Ook Joost niet. Heer Bommel is stroomopwaarts gaan zwemmen omdat iedereen dat deed. "De pjonen". Het is tijd voor zijn citroendrank. Gezeten in zijn fauteuil bij de haard worden de uitgesproken gedachten van de kasteelheer herhaald. Heer Bommel herkent de binnengeslopen pronen, plooibaar en leergierig. Hij besluit hun onderwijzer te worden. De drie pronen bij de open haard blijken Nl, Mn en Prl te heten. "Er zijn meer medeklinkers dan klinkers in het alfabet."[1] Joost hoort de gesprekken achter de deur verontrust aan. De andere ochtend suggereert hij aan de langskomende kruidenier Grootgrut dat zijn baas hollend achteruit gaat. Bij een wandeling buiten het kasteel wandelen de pronen met heer Bommel mee. Ze hebben ongeveer het intelligentieniveau van een achtjarige en blijven de kasteelheer met vragen bestoken. Omdat Joost echter nog niet weet wat er aan de hand is, stuurt hij zijn werkgever naar een dokter. "Een zenuwarts is geboden."

Heer Ollie bezoekt dan ook doctorandus Zielknijper. Zijn eerste diagnose is infantiele reflexen en vaderbindingen. Heer Bommel laat daarop zijn drie pronen zien. Hij wil er vanaf en laat ze gaarne achter in deskundige handen. Thuis op Bommelstein is hij tegenover Tom Poes blij dat hij de engerlingen in de kliniek heeft achtergelaten. Ook doctorandus Zielknijper is in zijn nopjes. Hij is blij dat de pronen bestaan. Hij gaat ze als deskundige begeleiden in hun veranderingsproces. Hij gaat eerst de diagnose stellen om tot een goede hulpverleningen te komen. "Zijn er vragen? " De liefdevolle aanpak heeft tot gevolg dat de aanhankelijke wezens in groten getale zich naar de kliniek begeven om onderricht te ontvangen. Ook commissaris Bulle Bas ziet de vreemdelingen de stad overspoelen. Burgemeester Dickerdack treft de commissaris aan op het politiebureau. Hij probeert telefonisch over de wezentjes met de namen Prk, Krts, en Nt informatie los te krijgen bij ambtenaar eerste klasse Dorknoper. Ze blijken niet ingeschreven in het bevolkingsregister. De burgemeester eist hierop deportatie over de stadsgrens. Er zijn te veel vreemdelingen zonder papieren in de stad. De pronen pikken het signaal op en gaan zelf roepen dat ze de grens over moeten. Ze zijn niet ingeschreven. Ze willen naar de hulpverlening. Brigadier Snuf kijkt er onthutst naar. De straat is in korte tijd overspoeld met pronen die roepen dat ze naar de hulpverlening willen met deskundige begeleiding. Tom Poes praat de overlopen agent Stappers bij. "Het zijn pronen. Heer Bommel weet wel waar ze vandaan komen."

Op zijn kasteel zit heer Bommel tevreden onderuitgezakt in zijn leunstoel. Bediende Joost ziet achter het raam tot zijn schrik voor het eerst pronen. Het zijn de drie allereerste pronen die willen weten hoe het bevolkingsregister werkt. Onder de ogen van heer Bommel ontploft Mn, een van die drie pronen. De andere twee lopen tevreden met voldoende inlichtingen naar buiten. "Hij heeft het tijdige voor het ontijdige verwisseld en hij laat niets na!" Agent Stappers praat de commissaris bij over de pronen. " Bommel schijnt er meer van te weten. " Onder de uitroep: "Altijd dezelfde", pakt Bulle Bas de telefoon en belt ambtenaar eerste klasse Dorknoper. Maar laatstgenoemde neemt zijn telefoon niet op, omdat hij bezig is de pronen netjes in te schrijven in het bevolkingsregister. De wens van de commissaris om de vreemdelingen zonder papieren de stad uit te sturen, kan zo geen doorgang vinden.

Ook op de Kleine Club zijn de pronen het gesprek van de dag. Commissaris Bulle Bas komt tot ontzetting van de markies en de burgemeester melden dat de pronen zijn ingeschreven. Ambtenaar Dorknoper heeft moeten vaststellen dat de vreemdelingen uit de Drensmond komen. En dat gebied hoort bij de stad Rommeldam. De bevolking van Rommeldam is in een dag verdubbeld. De pronen zeggen zelf dat ze daarvandaan komen en Bommel bevestigt hun oorsprong. Laatstgenoemde zegt aan hun wieg te hebben gestaan. De opgewekt binnentredende kasteelheer noemt de pronen leergierig. Clubbediende Glastiller heeft inmiddels al heel wat te stellen met drie binnentredende pronen. Al gauw komende honderden pronen de eerste drie te hulp. Ze willen inspraak. De burgemeester had aan een half woord van Bommel genoeg en rept zich naar de kliniek van doctorandus Zielknijper. Die schetst een beheersbare situatie. Ze zijn volgzaam. Hun herseninhoud is van een erwt. Ze klinken mee. "Met een goede begeleiding. U begrijpt me."

Heer Bommel rijdt bedrukt terug naar zijn kasteel. De burgemeester luistert liever naar Zielknijper dan naar hem. Tom Poes krijgt te horen dat de pronen de Kleine Club hebben ingenomen. Als werkwinkel. Op voorstel van zijn jonge vriend rijden ze terug naar de rivier, waar ze de pronen voor het eerst aan land zagen komen. De omgeving is daar kaalgevreten. Groepjes pronen trekken daar nog opgewekt stadwaarts. Alleen de knolrapen van Pee Pastinakel staan er nog. Tom Poes neemt een paar knolrapen mee voor nader onderzoek. Professor Prlwytzkofski wil eerste de knollen van Tom Poes niet onderzoeken, omdat hij te veel last heeft van de hem toegewezen pronen. Zelfs assistent Alexander Pieps is niet in staat hun fatsoenlijk scheikundeles te geven. Nadat de pronen een wetenschappelijke ontploffing tot stand hebben gebracht, draait de hoogleraar bij. Hij acht het toch wel nuttig te weten waar de pronen bang voor zijn. Heer Bommel ziet het somber in. Dat napraten van de pronen is toch echt geen wetenschap.

Ook op slot Bommelstein geven de pronen problemen. Joost tracht ze met veel schade de edele kookkunst bij te brengen. Ze eisen inspraak bij de bereiding van de maaltijd. Heer Zielknijper heeft Joost op zijn burgerplicht gewezen. De kasteelheer gaat zich wegens zijn mislukte maaltijd de volgende dag beklagen op het gemeentehuis. Ambtenaar Dorknoper ziet zich aldaar geconfronteerd met pronen als ambtenaar, zoals Stf een ambtenaar twaalfde klasse. Maar hij vertelt ook over een bevolkingsexplosie die een nieuwe attitude vraagt.[2] De burgemeester dient de klagende kasteelheer van repliek. Hij is omringd door insprekers, voorbidders, begeleiders, gebedsgenezers en agogen. De helft van de gemeenteraad bestaat uit pronen en de raad heeft een voorstel aangenomen het Dickerdack-park als voedselbron voor de nieuw aankomende pronen open te stellen. "En wie is de schuld van deze toestand? Je hebt zelf zwemmend de rivier op de pronen naar Rommeldam gebracht! Je moest je schamen!"

Kruidenier Grootgrut vangt de woorden van de burgemeester op en klaagt verder tegen heer Bommel. Hij heeft twaalf klantengeleiders en drie inkoopdeskundigen toegewezen gekregen. Wat gaat heer Bommel daar aan doen? Ze worden omringd door pronen die de woorden napraten en verhaspelen. Heer Bommel gaat niets doen. Hij is niet de klant van de pronen en ook niet meer de klant van de kruidenier. Bij de Oude Schicht staan twee pronen met politiepet een bekeuring aan te kondigen wegens het parkeren op een daartoe aangewezen plaats. Heer Bommel jaagt de politie-pronen weg, maar commissaris Bulle Bas staat pal voor zijn ondergeschikten. Hij moet werken met nieuw materiaal zonder ruggengraat. De stad is een janboel aan het worden en hij adviseert Bommel te maken dat hij wegkomt.

Tom Poes gaat op het stadslaboratorium de analyse van zijn knolgewas ophalen. De professor heeft het ontevreden over esters met een hoog gehalte aan onverzadigde vetzuren. Glycerolesters.[3] Rapen. Het blijkt echter dat de pronen de raapolie niet prettig vinden. Tom Poes vindt dat een nuttige informatie die overeenkomt met die van Pee Pastinakel. Ook de professor ziet het nut ervan in. De nieuwe assistenten hebben vrees voor esters. "Zeer onwetenschappelijk." Buiten het lab komt heer Bommel Tom Poes tegen. Die heeft opeens de herinnering terug aan Hocus Pas. Heer Bommel wil hem op gaan zoeken maar Tom Poes weigert! Hij is bang. Hij wil eerst een list verzinnen.

Ook Joost heeft genoeg van de pronen. Hij denkt dat zijn werkgever onder een hoedje met de pronen speelt. Hij is daarom bereid in plaats van zijn ontslag te nemen samen met zijn werkgever de pronen te gaan bestrijden.[4] Joost stelt dat magister Pas een heel betreurenswaardig karakter heeft. Heer Bommel draagt Joost op om de Oude Schicht op te gaan halen en met commissaris Bulle Bas te gaan praten. Zelf slaagt heer Bommel erin een list te verzinnen. Hij wil de pronen magister Hocus Pas laten bestrijden. Ze zijn makkelijk te beïnvloeden. Joost vraagt bij Bulle Bas politiesteun om de pronenplaag aan te kunnen pakken, Dat schiet in het verkeerde keelgat. Drensmond is van Rommeldam en pronen zijn derhalve ingezetenen. Heer Bommel maakt zich schuldig aan samenzwering tegen een bevolkingsgroep! Bulle Bas gaat heer Bommel inrekenen. "Om erger te voorkomen!" De Oude Schicht met bestuurder Joost wordt nu gevolgd door een politieauto met zwaailicht.

Heer Bommel staat aan de oever van de rivier de Drens, vlak bij kasteel Bommelstein, te wachten. Hij ziet de Oude Schicht aankomen met politieversterking. Joost waarschuwt zijn werkgever dat hij gearresteerd gaat worden, maar die lacht dat argument weg. Pronen met politiepetten kan hij wel aan. Hij praat de pronen mee aan boord en samen met Joost varen ze naar het noorden. Onderweg staat Tom Poes op een brug te waarschuwen. Heer Bommel denkt dat hij boos is omdat hij niet mee vaart.

Magister Hocus Pas heeft een goede bui en legt dwerg Gor uit wat de bedoeling van de pronen is. Hij wil de bevolking van Rommeldam verdunnen. "Kwantiteit is belangrijker dan kwaliteit". Bij volle maan zal de magister naar de stad gaan. De bevolking is dan in de pronen verdronken. Inmiddels nadert de boot de ruïne. Heer Bommel neemt het roer over van bediende Joost, terwijl de pronen aan boord één voor één ontploffen. Heer Bommel zet de motor van zijn boot uit, maar Hocus Pas heeft hem al opgemerkt. Hij draagt dwerg Gor op de indringers in de oerpoel te dumpen.

Tom Poes is in de stad met zijn list bezig. Kruidenier Grootgrut weigert hem 100 flessen raapolie te leveren. Heer Bommel wilde trouwens zijn klant niet meer zijn. Burgemeester Dickerdack wordt onder zijn ogen weggebracht door doctorandus Zielknijper naar zijn kliniek. Ambtenaar Dorknoper dreigt ook dol te draaien. De locoburgemeester is een proon. De reglementen en voorschriften worden herschreven. Het burgemeestersvertrek is ingenomen door pronen. Ze zijn nieuwe raadsleden en wethouders. Tom Poes vindt geen hulp in de stad. Hij gaat buiten de stad de slaoliefabriek opzoeken. Hij komt buiten Wammes Waggel tegen. Die is ontslagen bij de fabriek maar heeft er een vaatje slaolie als ontslagpremie aan over gehouden. Hij wil het vat niet aan Tom Poes geven. Tom Poes neemt zijn kruiwagen over en belooft hem een vaatje levertraan later op het kasteel Bommelstein. Wammes Waggel ontwikkelt een voor hem zeldzame woede. In een worsteling om de kruiwagen met Tom Poes, rolt het vat slaolie richting de rivier. De duigen slaan kapot op een rotsblok en de slaolie loopt de rivier in.

Aan de poort van de kasteelruïne eist heer Bommel de overgave van Hocus Pas. Hij heeft nog twee agenten en Joost aan zijn zijde. Nadat zijn microfoon in zijn handen is ontploft wordt de strategie gewijzigd. Joost gaat met witte zakdoek aan een vlaggetje naar het kasteel om te onderhandelen. Magister Pas laat de bediende in een luik bij de voordeur verdwijnen. Heer Bommel volgt moedig met de twee overgebleven agenten. De oude pronen verdwijnen na een knip van de vingers door de magister. Heer Bommel tuimelt vervolgens in het gat van Joost en wordt met hem verenigd. In een poging te ontsnappen worden ze ingesloten door het water van de Oerpoel. Ook een zeemonster komt zich in hun benarde positie melden.

Doctorandus Zielknijper heeft zich inmiddels ook naar de Drensmond begeven, om de ouders van de pronen te ontmoeten. Hij stuit op de magister, die in een zeilbootje komt aanvaren. Hocus Pas maakt zichzelf bekend als 'ouders' en vraagt Zielknijper om de hersens van de pronen te vormen. Zielknijper weigert zulks onder de noemer van breinspoeling. Magister Hocus Pas legt zijn troeven op tafel. Er zijn genoeg grondstoffen voor de pronen. Samen kunnen ze Rommeldam overspoelen met gevormde pronen, dikhuidig, ruggengraatloos en hoogklimmend. De huidige bevolking zal zo sterk verdund worden als water. Op dat moment blijkt het rivierwater verontreinigd. Olie op mijn pad meent de magister. De zielkundige proeft en houdt het op plantaardige olie. Hocus Pas weet dat het slaolie is. Olienotenolie! De pronen zwemmen inmiddels stroomafwaarts de andere kant op. Verslagen door de slaolie.

De andere ochtend merkt dwerg Gor een verandering bij de jonge pronen. Ze weigeren stroomopwaarts te zwemmen. Ze zwemmen naar de zee. Gor besluit daarom tot een noodgreep. Hij draait de oerpoel open. Daarmee redt hij heer Bommel en Joost, bij wie het water tot de lippen is gestegen, terwijl ze zich bevinden in de tentakels van een zeemonster. De pronen zwemmen nu niet langer naar zee maar alle kanten op. Stroomopwaarts is nog steeds door slaolie afgesloten. Joost weet de boot terug te vinden en hijst vervolgens ook nog eens zijn werkgever aan boord. Ze varen stroomopwaarts richting Rommeldam. Magister Hocus Pas is ten einde raad. De rivier de Drens treedt buiten haar oevers, waardoor de slaolie over de proondril stroomt. Zijn levenswerk wordt zo vernietigd. Hij ontslaat woedend de domme dwerg Gor en vliegt weg uit het verhaal. De bewoners van kasteel Bommelstein zien op hun boot nog net dat de ruïne van het kasteel Dralm helemaal instort.

Wammes Waggel en Tom Poes zijn lopend onderweg naar kasteel Bommelstein. Ze maken nog een beetje ruzie over de olie diefstal. Een proon met politiepet houdt ze staande. Praten over olie is verboden want dat geeft aanstoot aan de proonse bevolkingsgroep. Na een reprimande door Wammes Waggel ontploft de politieagent waar ze bij staan. Heer Bommel en Joost rijden met de Oude Schicht ook terug naar het kasteel. Onderweg pikken ze de burgemeester op. Hij is blij dat het park met zijn naam nog in goede staat verkeerd. De pronen ontploffen waar hij bij staat er komen geen nieuwe meer bij. Heer Bommel weet dat het tijd is de burgemeester voor een slotmaaltijd die avond uit te nodigen. Om wat bij te praten. Joost doet die middag zijn inkopen weer als vanouds bij kruidenier Grootgrut. En ook het beloofde vaatje levertraan voor Wammes wordt niet vergeten. Zonder slaolie zou Joost reeds ontslapen zijn, dus zet hij daar graag wat tegenover.

Die avond blijken ook doctorandus Zielknijper, ambtenaar Dorknoper en professor Prlwytzkofski te zijn uitgenodigd. Heer Bommel vat de invitatie van de gasten samen. Heer Zielknijper heeft veel gedaan voor de ontwikkeling van de pronen. De burgemeester heeft er veel onder geleden. Ambtenaar eerste klasse Dorknoper heeft er veel van geleerd. De professor heeft de sleutel gevonden; de olie in de knolrapen. Tom Poes heeft goed gebruik van de olie gemaakt. Wammes Waggel heeft de grondstoffen geleverd. Joost heeft hem met grote toewijding terzijde gestaan, terwijl hij het niet passend vond mee aan te zitten. Zelf heeft heer Bommel Hocus Pas bestreden, zonder hem te kunnen bestrijden. Omdat hij zo de draad kwijt raakt vertelt Tom Poes het echte verhaal van de pronen. De burgemeester vindt de pronen waardeloze figuren. Zielknijper spreekt van de beste cliënten ooit. Maar hij is wel tegen het wassen van het brein. Ambtenaar Dorknoper is blij dat de ambtelijke taal net op tijd is gered door heer Bommel. De kasteelheer besluit afsluitend op de klinkers te drinken, als iemand begrijpt wat hij bedoelt.

Voetnoot

  1. Omdat ze plooibaar zijn hebben de pronen ook geen eigen klank, ze klinken mee. Medeklinkers in plaats van klinkers.
  2. De analyse van de ambtenaar is dat we in een veranderingsproces zitten en de methodiek is nog niet geheel ontwikkeld.
  3. E445
  4. Dit is de eerste keer in 30 jaar dat Joost mee ten strijde trekt met Heer Bommel.

Hoorspel

Voorganger:
De vrezelijke krakken
Bommelsaga
24 november 1973 - 11 maart 1974
Opvolger:
De doorluchtigheid