De pruikenmaker

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de pruikenmaker (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De pruikenmaker) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 6 november 1953 en liep tot 30 december van dat jaar. Thema: Alles zit in het haar.

Het verhaal

Heer Ollie en de markies de Canteclaer hebben tijdens een etentje op kasteel Bommelstein een hooglopende discussie over wie het beste viool kan spelen, maar de markies wint dit met gemak. Over de repertoirekeuze ontstaat ook discussie, omdat heer Bommel van de kanariepolka en hoempamuziek houdt. De kasteelheer zegt in zijn jeugd les te hebben gehad van een artiest met lange haren, maar hij brengt nu weinig meer van het vioolspel terecht. Bediende Joost dient een reizend musicus aan, Harewar, die een adembenemende voorstelling op viool weggeeft. Heer Harewar beaamt de stelling van heer Bommel dat muziek maken in het haar zit. Hij heeft een bijzondere pruik. Iedereen die deze draagt kan zo de mooiste muziek maken. Heer Bommel speelt met deze pruik een prachtig stuk viool. Na deze vertoning verlaat de markies het kasteel met de woorden dat er weer eens iets vreemd aan de gang is[1].

Heer Ollie wil die pruik natuurlijk meteen kopen, maar de pruikenmaker heeft iets veel beters, een pruik waarmee je de beste zanger wordt. Hier moet heer Bommel wel wat voor doen, namelijk een pluk haar van schilder Terpen Tijn los zien te krijgen. De meester-schilder is in de nachtelijke uren doende zijn eigen kunstwerken in het Stedelijk Museum kapot te hakken, omdat journalist Argus een gunstige kritiek had opgeschreven. Terpen Tijn legt Tom Poes uit dat hij tot de onsterfelijken behoort, zodat hij niet tijdens zijn leven al succes kan hebben. Want dan maakt hij burgermansrommel. Tijdens deze gedachtewisseling lukt het heer Bommel om enige haren van de schilder te bemachtigen. Tom Poes stelt nu voor om snel de benen te nemen. Buiten het museum staan commissaris Bulle Bas en journalist Argus onder aan de trappen het laatste nieuws uit te wisselen. Ze worden bedolven door kunstwerken, en de lichamen van heer Bommel en Tom Poes, die door een razende Terpen Tijn achterna worden gezeten. Commissaris Bulle Bas probeert een verbaal te schrijven, maar weet niet of het vernietigen van eigen kunstwerken strafbaar is. Journalist Argus weet wel een pittig stukje ter plekke te schrijven:

"Kunstschilder Tijn vernietigt eigen werk. Goede kritiek van onze kunstredacteur Argus heeft hem het hoofd op hol gebracht. Rukte onze geëerde stadgenoot Bommel hem wilde haren uit? Nachtelijk gevecht in museum."

Nu aan zijn opdracht is voldaan, krijgt heer Ollie zijn nieuwe pruik en is hij alleen nog maar met zingen bezig. Dit gaat zo ver dat hij een warme bouffante moet dragen en de ochtendpap tegen de muur werpt. Heer Bommel eist honing met aardbeien en slagroom. Tom Poes bespreekt in de keuken met bediende Joost de nieuwe situatie, maar ze worden gestoord door heer Harewar. Later in de stad Rommeldam is Tom Poes getuige van een oploopje. Een tevreden bediende Joost wordt door commissaris Bulle Bas geverbaliseerd wegens het aan de haren trekken van ambtenaar eerste klasse Dorknoper. Joost verwerft hiermee een zangpruik in het lichtere genre.

Op het kasteel Bommelstein probeert Tom Poes de situatie aan te pakken. Heer Bommel ligt uitgeput in een stoel en Tom Poes weet de zangpruik te verwisselen voor een vlaspruikje uit een feestartikelenwinkel. Hij gooit de zangpruik vervolgens het openstaande raam uit, waar hij buiten wordt opgevangen door de toevallig passerende heer Harewar. Een wild protesterende heer Bommel krijgt zijn pruik wel terug. Maar de pruikenmaker stelt hem voor zelf ook pruikenmaker te worden. Heer Bommel krijgt een nieuwe pruik met enige Harewar-haren erin. Maar daarmee komt hij onder de invloed van de pruikenmaker, die zijn hoofdhaar en daarmee zijn gedachtegoed via Rommeldamse pruiken wil gaan verspreiden. De protesterende Tom Poes wordt opgesloten in een schuurtje, terwijl bediende Joost lustig voort gaat met zingen. Pruikenmaker Harewar richt een van de kamers van het kasteel in als zijn werkplaats, waar hij pruiken gaat vervaardigen, die heer Bommel onder zijn relaties verspreidt. Maar met behulp van een list weet Tom Poes te ontsnappen en hij rent naar de stad Rommeldam.

Tom Poes probeert zijn verhaal te vertellen bij commissaris Bulle Bas, maar hij is al te laat omdat de ambtsdrager net van heer Bommel een harewar-pruik heeft ontvangen. Ook burgemeester Dickerdack kijkt voldaan in de spiegel naar zijn bepruikte hoofd. Op een plein deelt pruikenmaker Harewar zijn pruiken uit, waardoor de halve stad al in zijn macht komt. Tom Poes koopt nu een vlaspruik voor zijn eigen hoofd in de schertswinkel. Hij knipt de hoofdtooi bij en verft hem zwart in de kleur van de Harewar-pruik. In café Het Raadhuis ontvangen heer Bommel en pruikenmaker Harewar hem dan ook als een medestander. Tom Poes verwisselt de pruik van de pruikenmaker met die van de kastelein, die kampt met slaapaanvallen. Harewar is hiermee tijdelijk uitgeschakeld. Heer Bommel moet nu alleen de massabijeenkomst van pruikendragers toespreken[2]. Tom Poes weet de brandweercommandant ervan te overtuigen om de spuit te zetten op de bijeenkomst van pruikendragers, die hij voorstelt als een anti-brandweer demonstratie onder leiding van heer Bommel. De list slaagt en de pruikdragende demonstranten, inclusief burgemeester Dickerdack, verliezen door het ingezette waterkanon hun pruiken en krijgen hun oude gedachten weer terug.[3]

De vrouw van de kastelein neemt ontsteld de slapende Harewar de pruik van de kastelein af. Ze wil liever een slapende kastelein. De pruikenmaker vlucht met een hardloperspruik het verhaal uit, juist op het moment dat de burgemeester, de commissaris en de kasteelheer tevergeefs bij hem verhaal komen halen. Met Tom Poes rijdt heer Bommel vervolgens doorweekt huiswaarts, waar Joost al zingend en pruikdragend de maaltijd serveert. Heer Bommel neemt deze laatste pruik in beslag onder het motto dat als er in dit huis gezongen moet worden hij dat zelf wel zal doen. Een eenvoudig persoon moet niet aan de listen van een pruikenmaker worden blootgesteld.

"Tot uw orders, heer Olivier", zegt Joost met zuinige mond.

Voetnoot

  1. "Bovendien is deze Bommel meer sluimerend dan een talent."
  2. "Pruikendragers verenigt u! Er moet een einde komen aan de heersende haarkloverij. Wij zijn allemaal gelijk, waarom zullen we dan elkander in het haar zitten?"
  3. De burgemeester wordt boos als hij een weggespoten spandoek ziet: "Niemand is een haar beter dan een ander!" De burgemeester acht zich heel wat beter dan dit brandweer-tuig?
Voorganger:
De klokker
Bommelsaga
6 november 1953 - 30 december 1953
Opvolger:
De spiegelaar