De rare uitvinding

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de rare uitvinding (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De rare uitvinding) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 23 december 1941 en liep tot 27 januari 1942.[1] Thema: Massahypnose.[2]

Het verhaal

Het is winter geworden. De bomen zijn kaal en de grond was bedekt met een dikke sneeuwlaag. Tom Poes zit bij zijn knappend haardvuur een spannend boek te lezen en krijgt een slaperig gevoel. Hij besluit buiten een luchtje te scheppen maar dat verbetert niet veel. Hij vraagt zichzelf af of hij voor het eerst ziek gaat worden. Hij besluit thuis zijn rubberen laarzen aan te trekken tegen koude voeten en gaat nu zijn buurman Wolle Waf op zoeken. Zijn slaperigheid verdwijnt maar Tom Poes kan niet geloven dat het door de rubber laarzen komt. Wolle Waf blijkt wel aanwezig maar niet aanspreekbaar, als een soort slaapwandelaar. Tom Poes besluit hulp te zoeken in de stad Rommeldam, maar ook daar ziet hij slechts hinkende figuren met slaperige gezichten. Tom Poes vindt het op toverij gaan lijken. Commissaris Bulle Bas is nog wel enigszins aanspreekbaar, maar dreigt Tom Poes wegens belediging op te schrijven.[3] Tom Poes besluit naar huis terug te gaan en ziet de eerst slaperige inwoners van de stad nu erg opgewonden worden.

De andere ochtend komt Tom Poes zijn vriend heer Ollie tegen, met in zijn linkerhand een stok met een dichtgeknoopte zakdoek.[4] Heer Bommel zegt desgevraagd dat hij geen landloper is maar er gewoon op uit gaat trekken. Tom Poes vindt het allemaal maar vreemd en meent dat zijn vriend er slaperig uitziet. Maar even later komt hij Wolle Waf tegen met dezelfde uitrusting als heer Ollie, die ook beweert een zwerver te zijn en eropuit moet trekken. Even later ziet Tom Poes commissaris Bulle Bas aan het hoofd van een grote groep Rommeldammers met een stok en een dichtgeknoopte zakdoek het Donkere Bomen Bos intrekken.

Tom Poes vindt een totaal verlaten stad Rommeldam met overal openstaande huisdeuren. Tot zijn verbazing ziet hij de voortvluchtige [5] Pietje Kolibrie op laarzen door de stad banjeren. Hij ging een huisje naast de kerk binnen en Tom Poes ziet hem daar telefoneren. Vlak daarna komt er een auto aanrijden waar Pietje in stapt en Tom Poes achterop klautert. De auto rijdt de bergen in en ze houden halt bij een wit gebouw met twee vreemde zendmasten. Tom Poes springt eraf en ziet door een raam glurend Pietje in gesprek met professor Sickbock. Hij hoort dat het hinken de eerste dag een proef was. Het gaan zwerven was een serieuze proef en nu moet Pietje morgen met 20 man de stad leegroven. Ter bescherming van hun hoofden moeten ze rubberen laarzen aantrekken. De professor demonstreert vervolgens Pietje Kolibrie de werking van zijn hypnosespiegel. De hoogleraar legt uit dat het geen toverij is maar versterkte hypnose. Hij kan zelfs een volksmenigte zo hypnotiseren. Maar nu moet Pietje en zijn kornuiten gaan slapen. Pietje draagt zijn kornuiten op te gaan slapen, nadat ze hun laarzen hebben uitgetrokken en op de gang gezet. Omdat Tom Poes een mes,lijm en karton vindt, kan hij zijn list uitwerken. Hij vervangt de zolen door die van karton.

De andere ochtend geeft professor Sickbock iedereen de opdracht te gaan zwerven. Hij weet zich binnenkort een rijk man en kan zichzelf vervolgens koning maken door de hypnotiseerspiegel. Maar tot zijn ontzetting ziet hij dat Pietje en zijn kornuiten ook gaan zwerven. Hij rent ze ontzet achterna. Tom Poes had intussen de kust vrij om een nieuwe opdracht in de spiegel te spreken: “ Kom hierheen. Iedereen moet hierheen komen. Vlug. Iedereen!” De menigte Rommeldammers keert de schreden inderdaad gezamenlijk naar het zendstation. Professor Sickbock ziet het gebeuren en er begint een vermoeden bij hem te rijpen. Hij keert terug naar zijn spiegel en tracht Tom Poes te grijpen, die handig wegduikt zodat de professor in de brekende spiegel belandt,waardoor de hypnose wordt verbroken. Vervolgens bindt Tom Poes hem stevig vast en toont commissaris Bulle Bas de vastgebonden misdadiger. De politiebaas belt om versterking en enige tijd later hebben zijn manschappen onder leiding van brigadier Snuf de bende van Pietje Kolibrie gearresteerd.

Op zijn weg naar huis komt Tom Poes heer Ollie tegen, zittend aan de kant van de weg. Zijn vriend vertelt hem vreemde dromen over landlopen en zwerven en Tom Poes zegt: “Hm”. Heer Bommel heeft nu wel zin in nieuwe avonturen maar Tom Poes heeft honger. Gelukkig zitten er in bundeltje van heer Ollie nog drie dikke boterhammen, zodat dit verhaal toch nog eindigt met een klein feestmaal.

Voetnoot

  1. http://kranten.kb.nl zoek op 'Tom Poes en de rare uitvinding' pdf geeft het beste resultaat
  2. Dit thema was natuurlijk wel actueel, de propaganda van Joseph Goebbels.
  3. De commissaris loopt ook op laarzen.
  4. Tom Poes gebruikt later veelvuldig deze manier om eropuit te trekken, zo ook in het allerlaatste plaatje 01768 van Het einde van eindeloos.
  5. Zie het verhaal: Het verdwijneiland.
Voorganger:
De reuzenvogel
Bommelsaga
23 december 1941 - 27 januari 1942
Opvolger:
Het eiland van Grim, Gram en Grom