De reuzenvogel

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de reuzenvogel (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De reuzenvogel) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 20 november 1941 liep tot 21 december van dat jaar.[1] Thema: Voedselroof.[2]

Het verhaal

Na hun avonturen op het verdwijneiland, rijden Tom Poes en heer Bommel in de Oude Schicht terug naar huis. Onderweg heeft heer Ollie het over een levertraandieet voor de auto en nieuw koperdraad voor de versnellingsbak. Dat soort zaken wil hij niet aan garagemannen overlaten. Heer Bommel verlangt intussen naar zijn kasteel Bommelstein en zijn rust. Hij heeft genoeg avonturen meegemaakt. Maar Tom Poes waarschuwt voor de wraak van professor Sickbock en de tovenaar Hocus Pas.

Boer Knor Krul is in zak en as, want zijn graan wordt elke nacht gestolen. Hij vertelt zijn verhaal aan de passanten in de Oude Schicht. Tom Poes nodigt nu heer Ollie uit om bij hem te overnachten. Heer Bommel mag in zijn bed slapen en zelf neemt hij de bank in de woonkamer. Door het gesnurk van zijn vriend kan Tom Poes moeilijk in slaap komen. Rond middernacht hoort hij een krassend geluid en ziet een monstervogel in de lucht vliegen richting kasteel Bommelstein.

De andere ochtend rijden de twee vrienden in de Oude Schicht naar het kasteel. Terwijl Tom Poes de opdracht krijgt de Oude Schicht met een warme doek te verzorgen, loopt heer Bommel zijn openstaande kasteel binnen en valt in een luik. Tom Poes vindt even later slechts een pijp. Hij loopt naar boven de trap op en constateert een spoor van afwezig stof, dat hij volgt op de eerste verdieping. Hij neemt plaats op een divan en ziet Hocus Pas uit een luik verschijnen. De tovenaar heeft in het kasteel allemaal geheime gangen aangelegd en gaat in de kelder naar de reuzenvogel, die daar in een grote kooi is opgesloten. Met een toverspreuk wordt de vogel wederom op roof uitgestuurd bij boer Knor Krul. De tovenaar wil al het geroofde graan gaan gebruiken om een toverdrank te gaan maken, waarmee hij alle mensen zijn wil kan opleggen.

Tom Poes is de tovenaar achterna geslopen en holt nu terug naar boven. Hij wil een onderzoek instellen onder het luik, van waaronder Hocus Pas vandaan kwam. Onderweg vraagt hij zich af wat heer Ollie toch met een kasteel wilde? Hij is immers nooit thuis. Hij treft heer Bommel aan vastgebonden op een keukenstoel in zijn eigen kelder. Maar omdat Hocus Pas er ook aankomt moet hij zich schuilhouden. De tovenaar dreigt de nieuwbakken kasteelheer in een konijn te veranderen, maar die begint opeens een lied te zingen.[3] Het lied leidt Tom Poes naar de hal, waar een borstbeeld van heer Bommel staat, met een helm op het hoofd. Tom Poes haalt er een lap uit, de verdwijnmantel.[4] Hij slaagt er inderdaad in zo zijn vriend los te maken van zijn stoel. Heer Bommel slaat vervolgens Hocus Pas met de stoel op zijn hoofd, maar die beweert onkwetsbaar te zijn en bindt hem weer vast op dezelfde stoel. Omdat de tovenaar bovendien een schaduw[5] op de muur ziet, weet hij bliksemsnel Tom Poes te pakken en vast te binden op een tweede stoel naast zijn vriend. Hocus Pas besluit vervolgens de twee vrienden op de binnenplaats van het kasteel de terugkomst van zijn Klauwtje, de reuzenvogel, te laten afwachten. Die lust wel twee hapjes.

De tovenaar laat de twee vrienden vastgebonden op hun stoel naar de binnenplaats zweven. Heer Bommel vindt dat zweven wel prettig maar Tom Poes is somber. Heer Bommel wil een rozenperk met beelden van zijn binnenplaats maken, maar dan vliegt de reuzenvogel op hen af. Tom Poes herinnert zich net op tijd de toverspreuk, die Hocus Pas aan zijn vogel gaf. Hij geeft Klauwtje, de reuzenvogel, de opdracht Hocus Pas naar de Noordpool te brengen. De tovenaar was juist bezig de laatst binnengebrachte zakken graan te tellen, toen hij een vliegreisje moest gaan maken naar het noorden.

Tom Poes weet intussen in een soort stoelendans, vastgebonden buiten het kasteel te geraken. Een passerende oude houthakker snijdt hem daar los van zijn stoel. Ook heer Bommel wordt bevrijd en de twee vrienden kibbelen nog even over wie het meeste werk heeft verricht. De volgende dag al is er een aanplakbiljet in de stad Rommeldam te bewonderen met de beeltenis van heer Bommel, waarop de kasteelheer de gebeurtenissen uitlegt. Tovenaar Hocus Pas en de roofvogel zijn overmeesterd en de boeren kunnen hun gestolen graan op het kasteel Bommelstein komen ophalen. Heer Bommel geeft de boeren bovendien persoonlijk uitleg bij het affiche. De boeren rijden af en aan om hun graan terug te halen en heer Bommel en Tom Poes sluiten het verhaal af met een picknick op een grasveldje bij het kasteel. De plaats ligt strategisch aan de weg zodat de boeren hun weldoeners kunnen aanschouwen. Maar Tom Poes zegt aan het eind van het verhaal als antwoord op een opschepperige vraag van zijn vriend “Zijn wij flinke kerels of zijn we het niet?” slechts “Hm”.

Voetnoot

  1. http://kranten.kb.nl zoek op 'Tom Poes en de reuzenvogel' pdf geeft het beste resultaat
  2. Hoewel Marten Toonder geen actuele problemen mocht behandelen, blijft hij in de periode 1941-1944 ook hier weer langs het randje van een verbod gaan.
  3. ” In de hal staat een beeld Dat een groot man verbeeldt Als je zijn hoed open doet En je kijkt even goed Dan vind je iets waarmee ik dikwijls heb gespeeld.”
  4. Zie het verhaal: De drakenburcht.
  5. Alleen tovenaars kunnen goed met de verdwijnmantel overweg.
Voorganger:
Het verdwijneiland
Bommelsaga
20 november 1941 - 21 december 1941
Opvolger:
De rare uitvinding