De slijtmijt

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de slijtmijt (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De slijtmijt) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst [1] op 3 augustus 1970 en liep tot 30 oktober 1970. [2] Thema: Maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Het verhaal

Welvaart brengt niet altijd geluk en hoe hoger men komt hoe zwaarder de last van de welvaart zich doet voelen. De grootondernemers, oftewel De Bovenbazen, de Bovenste Tien, zijn het hardst getroffen. Bij het begin van dit verhaal zegt AWS in hun verblijf in de Gouden Bergen tegen Nahum Grind (NG) dat hij het niet meer ziet zitten. Er wordt niet genoeg versleten en zijn aandelen kelderen. NG ziet de crisis breder, niet alleen in het cement, maar ook het beton, de plastics en het ijzer zijn aangetast. AWS besluit om zowel ‘riesurtsj’ te doen als ook om Steenbreek een kans te geven. De secretaris van de Bovenbazen ziet de opdracht niet echt zitten want nog meer slijtage lijkt hem onmogelijk.

Zijn eerste inspectiebezoek is de nieuwbouwwijk Rommelveld[3] Hij maakt ruzie met de dienstdoende architect, die weigert de kwaliteit nog verder te verlagen. ”Nu is er al lekkage en verzakking binnen twee maanden.” Toevallig kruist heer Bommel zijn pad die, gehecht als hij is aan zijn Oude Schicht [4], luid protesteert wanneer Steenbreek hem aanraadt iets anders aan te schaffen. Steenbreek zet hem weg als A-sociaal, ondanks het betalen van belastingen.

Tijdens de reparatie van zijn auto gaat heer Ollie met Tom Poes een voettocht maken in de Zwarte Bergen. Tom Poes gaat mee om de zware rugzak te dragen. Terwijl zijn vriend geniet van het natuurschoon, komt Tom Poes tot zijn eerste “Hm”. Want er komt een nieuwe hoofdweg om het ijzer uit de Zwarte Bergen te halen. Heer Bommel loopt steeds verder een smal rotspad op, waarbij zijn jonge vriend hem niet kan volgen, gehinderd door de zware bepakking. Door onoplettendheid en hoogtevrees stort de kasteelheer naar beneden in een kale vlakte,[5] maar hij komt gelukkig zacht terecht. Het is het leefgebied van de slijtmijten Maaike Prut en Memel Parduin en hun aanstaande gezin van 5433 eitjes. Ze zijn uitgehongerd en vragen hulp. Ze doen een aanval op de ruitjesjas, maar die is van onverteerbaar wol. Het nylonkoord, waarlangs Tom Poes komt afdalen, smaakt beter. Maar ze moeten stoppen met knagen, omdat hun redders anders niet meer naar boven kunnen. Zelf zijn ze te verzwakt om met de eiertasjes omhoog te klauteren.

Heer Ollie besluit de slijtmijten in zijn jaszak mee naar boven te nemen opdat ze weer voedsel kunnen krijgen. Tom Poes is van het begin af aan tegen. Hij produceert zijn tweede “Hm” en wijst op de troosteloze vlakte die ze achterlaten. Heer Bommel komt zelfs met hulp maar nauwelijks boven en is dan zo trots op de redding van de kleine schepsels dat zijn jonge vriend wederom een “Hm” laat horen. De kleine schepsels zelf vinden het boven een slechte omgeving vol met planten en de geur van honing. [6] Heer Bommel stopt de insecten in de rugzak, die hij vervolgens Tom Poes laat dragen. Ze gaan nu op weg naar huis, maar onderweg lekt de rugzak voorwerpen. De rugzak blijkt van nepleer gemaakt. Pijk, een soort van plastic. Licht en onverslijtbaar. De insecten vinden het lekker, evenals het blik waar de worstjes in zaten.

Eenmaal terug op Bommelstein laat heer Bommel zijn logees ’s nachts verblijven in zijn nieuwe garage. Tom Poes neemt afscheid, gerustgesteld door het gras en de struiken rondom het gebouw. Bediende Joost echter mag zijn bezem er niet opbergen, omdat heer Bommel er zijn logees heeft ondergebracht. Zowel Joost als de kasteelheer gaan ’s nachts poolshoogte nemen en zien de garage tot puin vervallen onder hun ogen. De andere ochtend wordt de aannemer op de plaats delict ontboden. Heer Bommel maakt zich zorgen over zijn gasten, maar die bedanken hem juist. “Alle eitjes zijn uitgekomen”.

Secretaris Steenbreek brengt intussen tussentijds rapport uit. Hij klaagt over reparerende vaklieden en ongeschoolde krachten die weer geen tempo maken. AWS zet de opdracht nog maar eens scherp neer: Meer slijtage! De communicatieapparatuur spuugt op dat moment het rapport uit over de verdwenen garage van de kasteelheer. AWS is eerst blij, maar reageert vliegensvlug als de garage blijkt opgebouwd uit zijn eigen Steinhacker-cement en Amos-blokken. Steenbreek moet onmiddellijk aan de beurs de genoemde bouwmaterialen omruilen voor beton. “Begrepen!” [7]

Bij de garage op Bommelstein zijn intussen professor Prlwytzkofsky en Alexander Pieps een onderzoek gestart. De professor ziet door zijn vergrootglas ‘wormlijn’. Heer Bommel legt hij uit dat ‘maaien’ deze catastrofe hebben veroorzaakt. De hoogleraar denkt als naam aan : ‘Prlwytzkofsky-memel’. Terwijl de kasteelheer en de hoogleraar ruzie maken op het recht van monstername, ziet Tom Poes de ouders Maaike en Memel oprukken naar het kasteel. De professor en zijn assistent vertrekken met een lege glaspot.[8] De ouders zijn onwel geworden van de bloemen rond het kasteel. Een glaasje water is volgens de slijtmijten vergif. Ten einde raad brengt heer Bommel ze onder in een overdekt terrarium op de schoorsteenmantel. Bediende Joost wordt weggestuurd om de garage te bewaken met het oog op het welzijn van de kindertjes. Hij geleidt de heer Steenbreek van de Verenigde Bouwsyndicaten naar zijn werkgever. De laatste is juist zijn vriend aan het tegenspreken, die hij net zo misselijk vindt als de voornoemde Steenbreek, die plots op de drempel staat.

Tom Poes gaat uit de kamer weg en lost de op wacht staande Joost af bij de puinhopen van de garage. Ook Kwetal en zijn vriend Pee Pastinakel komen onderzoek doen. Ze vinden betonluis en plasticneten. Kwetal herinnert zich dat hij ze lang geleden gelarfd heeft. Toen er olieslurpers werden neergezet in de vlakte tussen de Zwarte Bergen. Tom Poes mengt zich voorzichtig in het gesprek en krijgt te horen dat de insecten nuttig zijn. Kwetal luistert bewonderend naar het verhaal dat reus Bommel ze mee heeft genomen uit de Zwarte Bergen. Tom Poes komt tot een “Hm, ze kunnen toch een ramp veroorzaken?” Zijn gesprekspartners duiken plotsklaps weg bij de aanblik van heer Steenbreek, die ter plaatse afscheid neemt van heer Bommel. Die zal over het aanbod om het geheim van de slijtage te delen, nadenken. Volgens Steenbreek is consumptie de sleutel tot de welvaart.

Heer Bommel vraagt aan Tom Poes om te blijven logeren. Ze moeten samen een plan bedenken om de slijtmijten nuttig te gaan gebruiken. De andere dag trekken ze samen op naar het nieuwe gebouw van de Rommeldamse Bank. In zijn kluis nummer 13 bergt heer Bommel een leren tas met twee slijtmijten en puin op. Enige dagen later brengt AWS, de president van de Verenigde Bank Trust, een bezoek aan de door hem gebouwde nieuwbouw. Tot zijn schrik ziet hij dat de kast van Comic, een soort plastic, is aangetast. [9] AWS beseft met zijn sterke hersens meteen de oorzaak. Hij loopt naar kluis 13, klopt aan, en de kluis stort in. Een ragfijn spel van OBB. Heer Bommel slaat buiten gezeten bij zijn zuidertoren een verbeterd aanbod van Steenbreek af. Hij wil geen 49% van het cement, maar krijgt toch tot de andere dag bedenktijd. Kwetal en Pee Pastinakel zien de ‘steensmelter’ vertrekken en besluiten om heer Bommel te gaan helpen in zijn strijd tegen de oprukkende steenmassa’s.

Terwijl heer Bommel tevreden bij zijn haardvuur het bod van Steenbreek overweegt, komt Tom Poes binnen. De kasteelheer zegt kans te zien door zaken te gaan doen met AWS om weer bij de Bovenste Tien te geraken. Tom Poes steelt daarop de insecten uit het terrarium van de schoorsteenmantel en adviseert het bod te verwerpen. Heer Bommel neemt de raad voor de helft over en overweegt eikenhout te vragen in plaats van cement. Buiten vangen Pee Pastinakel en Kwetal de slijtmijten in een houten kist. De andere ochtend verwerpt Steenbreek het eikenhout-tegenbod van de kasteelheer. Heer Bommel denkt de macht in handen te hebben maar constateert na het vertrek van de secretaris dat de insecten uit het terrarium zijn verdwenen. Tom Poes weet niet goed wat hij doen moet met Maaike en Memel, maar hij kan ze kwijt aan Kwetal en zijn vriend. Ze worden herenigd met hun kinderen in de houten kist. Pee is overtuigd van hun waarde, want de stad wordt te groot. De beide ouders vliegen echter al gauw weer weg en komen via een vrachtwagen op een groot parkeerterrein.

Terwijl secretaris Steenbreek verslag uitbrengt over de eikenhout-eis van de kasteelheer, komt NG binnenstormen met de melding dat zijn ijzer is aangetast. Basil Horrokitsj maakt melding van de plasticneet, die zijn plastics aanvreet. AWS vindt dat de slijtage in bedwang moet worden gehouden. Gepland, een jaar voor een auto, tien jaar voor een huis. Steenbreek aarzelt, waarop AWS zelf de leiding neemt. “Ga OBB halen!” Heer Bommel is zowel de ouders als de kinderen van de slijtmijten kwijt. Hij gaat daarom gaarne op het aanbod van de secretaris in, om de maaltijd met AWS te gaan gebruiken. AWS wil met OBB praten als bovenbazen onder elkaar.[10] Met een Havannabolknak en Rampolino-sherry wordt heer Bommel ingepakt. Tijdens de intieme maaltijd meldt professor Prlwytzkofsky zich telefonisch met een lijvig rapport over Prlwytzkofsky-memel. AWS wil alleen de conclusie weten en die is duidelijk. Slijtage door de slijtmijten komt alleen voor in cement, blik, plastic, ijzer en kunststoffen. Niet in glas, hout en natuursteen. Ze worden gedood door groene groeisels. AWS weet nu wat te verkopen en te kopen aan de beurs en geeft zijn secretaris die opdracht. En passant wordt heer Bommel uit de eetzaal verwijderd. De eikenhout-ruil is van de baan. De kasteelheer valt buiten uitgeput in slaap.

Bij het ontwaken staat dwerg Kwetal klaar voor overleg. De grote Bommel is bij de geldverzamelaars geweest, die de wereld onder steengruis bedekken. Kwetal heeft de slijtmijten in veiligheid gebracht, maar de 1000 Grote Grenen zijn inmiddels verdwenen. Secretaris Steenbreek legt het tezelfdertijd uit aan burgemeester Dickerdack. Door de manipulaties van een zekere Bommel is de cementbouw gestopt. Grenen voor binnenshuis, eiken voor aan de gevel. Toch begint de slijtage nu verontrustende vormen aan te nemen. De driewieler van kruidenier Grootgrut en de nieuwbouw van het stadhuis worden getroffen. Tom Poes maakt zijn vriend verwijten dat hij de insecten niet in de Memelvlakte heeft gelaten. Heer Bommel maakt zich ook zorgen dat alle bossen nu zullen worden gekapt. Het is voor Tom Poes geen tijd meer om “Hm” te zeggen maar om een list te verzinnen. Samen komen ze tot de conclusie dat de insecten moeten worden afgeschermd met groenstroken. Journalist Argus tekent de laatste ontwikkelingen op uit de mond van de burgemeester en de langswandelende heer Bommel.

De andere dag komt Joost tevreden met het ochtendblad tijdens de ochtendpap. Volgens de krant eist heer Bommel eist krachtige maatregelen met groenstroken om de slijtmijtenplaag te stoppen. Het kappen van bossen is een schande. Op het stadhuis zwaait de burgemeester[11] met dezelfde krant naar zijn ambtenaar Dorknoper. De ambtenaar eerste klasse moet heer Bommel de benodigde volmachten verlenen.

Op het televisiescherm komen de maatregelen de wereld in. Stop de houtbouw. Isolatie met groenstroken. Geen gekap van bossen. AWS stuurt zijn secretaris voor nieuwe onderhandelingen naar OBB, maar die heeft moeilijkheden met ambtenaar Dorknoper vanwege het ruimtebeslag van de groenstroken. De ambtenaar eerste klasse zoekt steun bij de professor. Maar die heeft eerst nog jaren nodig om een anti-slijtmijtmiddel te vervaardigen.

Heer Bommel is wederom ten einde raad. Hij vraagt zijn jonge vriend opnieuw een list te verzinnen omdat zijn groenstroken uitvoeringsproblemen met zich meebrengen. Tom Poes zegt slechts “Hm”. Secretaris Steenbreek komt de kasteelheer tegemoet met een blanco volmacht van AWS. Heer Bommel vindt de plaag uit de hand gelopen en gaat voor ‘opruiming’ en ‘reiniging’, als de secretaris begrijpt wat hij bedoelt. De secretaris vult onmiddellijk de vuilnisaandelen in en laat heer Bommel tekenen. Tom Poes is het ermee oneens. De insecten moeten onschadelijk worden gemaakt in plaats van zaken te doen.

Kwetal heeft ook zorgen en legt Tom Poes uit dat de slijtmijten door de kou zullen sterven. Hij heeft wel een ‘kruidnat’ gevoegd om ze winterhard te maken, maar weet niet hoe dat te verspreiden. Als heer Bommel ook op het toneel verschijnt, neemt Kwetal opgelucht huppelend afscheid. Heer Bommel krijgt het trekje op zijn gezicht van een listige bovenbaas. In de winter verdwijnen de slijtmijten vanzelf. Na zijn list met de futvoeder wil hij nu het flesje van Kwetal ergens begraven. Tom Poes zegt: “Hm”. Hij heeft een veel beter idee dan zijn vriend, de bovenbaas in wording. Samen redden ze Memel Parduin en Maaike Prut vanaf een autowrak en nemen hen mee naar de Rommeldamse vuilnisbelt. Ze kregen allebei een druppel uit het flesje. De rest werpt Tom Poes in de rivier in de hoop winterharde waterinsecten te kweken. Immers zowel de vuilnisbelt als de rivier is door groen omgeven. Heer Bommel is nu trots op Tom Poes.

In het stadslaboratorium zit de professor met zijn handen in het haar. De Prlwytzkofsky-memels zijn door de koude gedood, voordat hij een memeldoder kon ontwikkelen. Alexander Pieps heeft intussen in het rivierwater van de Rommel winterharde slijtmijten ontdekt. Hij wil ze Pieps-maden noemen. Hierop ontploft zijn baas en geeft zijn opdracht terug aan de burgemeester. Die ontvangt een geruststellend rapport van heer Bommel. De moeilijkheden zijn opgelost door de insecten te verzamelen op de vuilnishoop, die met groen is omringd. Een wintervast drankje is in de rivier gegooid en omdat het koud begon te worden is voor een heer niets onmogelijk.

AWS en NG zitten tevreden aan de haard. Ze zijn benieuwd welke prijs Steenbreek betaald heeft aan OBB. Steenbreek komt tevreden binnen met de melding dat de vuilnisaandelen zijn afgegeven aan OBB. De beide magnaten lopen verontrust en niet-begrijpend rondjes om hem heen. De andere ochtend is AWS nog steeds ingestort. Pillen noch sterk stijgende aandelen kunnen hem opvrolijken. Hij wil het ragfijne spel begrijpen van OBB. Hij besluit Steenbreek te passeren, die van de slijtage een puinpoeiercrisis heeft gemaakt. Hij gaat zelf naar slot Bommelstein. “En ik ben geen meneer! Nog niet!”

Heer Bommel komt de professor tegen, die een mutatie heeft ontdekt van de Prlwytzkofsky-memel in het rivierwater. Heer Ollie legt uit dat hij daar achter zit, en stelt voor ze ‘Bommel-memel’ te noemen. Tom Poes en AWS melden zich ook voor het debat. AWS wil weten wat achter de vuilnisaandelen zit. De insecten op de vuilnishoop eten het vuilnis op en ook de rivier wordt gereinigd door Bommel-memels, die winterhard worden door het drankje dat Tom Poes in de rivier heeft gegooid. AWS wil weten wat voor zaken er in zitten? Heer Bommel antwoordt:


“Helemaal geen zaken. Geld speelt geen rol, dat moest u weten. Belangeloosheid is de plicht van een heer, wat jij, Tom Poes?”


Tom Poes zegt wederom: “Hm”. En omdat AWS nog een etentje te goed heeft, wordt iedereen uitgenodigd voor een overvloedige maaltijd op het kasteel. De stemming begint er langzaam in te komen. De professor is blij dat het ‘vervuileringsvraagstuk’ is opgelost en stelt voor de waterinsecten Prlwytzkofsky-Bommelius te noemen. Heer Bommel is ook Tom Poes dankbaar voor de dingen die hij heeft gedaan, die hij zelf had kunnen doen. Hij stelt voor te drinken op de gezondheid van de slijtmijt. En daarna wordt het een heel gezellige avond. Voor AWS is het echter allemaal niet te begrijpen:

“Er zitten helemaal geen zaken in die manipulatie met de vuilnisaandelen. Belangeloosheid. Anderen helpen. Hoe is het mogelijk? Ach, geld maakt niet gelukkig. Ik moet daar in voorkomend geval toch eens aan denken…”[12]

Voetnoot

  1. In de NRC begon de strip een dag te vroeg, nl. op 3 augustus. Op 13 augustus werd een uitstelaankondiging afgedrukt, met Tom Poes tijdelijk blijvend hangend aan het touw van het laatste plaatje van 6951, gevolgd op 14 augustus door plaatje 6952.
  2. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010463185:mpeg21:a0069 74 strips in de Amigoe di Curacao
  3. Gelegen ten zuiden van de rivier de Rommel. Het is de uitbreidingswijk van het stadsdeel Rommeldam-Zuid.
  4. De auto is na de val van de brug uit het vorige avontuur eindelijk boven water getakeld en ziet er slecht uit.
  5. De Memelvlakte, hemelsbreed 75km ten noordoosten van Rommeldam.
  6. Tom Poes onthoudt dat ze bang voor groen zijn.
  7. Dit bleek achteraf nu eens een verkeerde reactie, ook de beton werd aangetast.
  8. Heer Bommel is tegen het onderzoeken van kleuters in een laboratorium.
  9. AWS wilde eerder zijn cement ruilen voor plastic!
  10. De eerste kennismaking was in De bovenbazen.
  11. Hij stelt: “De plasticneet is thuis al in mijn bloemen geslagen!”
  12. Maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Hoorspel

Voorganger:
De blijdschapper
Bommelsaga
3 augustus 1970 - 30 oktober 1970
Opvolger:
De erfpachter