De spiegelaar

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de spiegelaar (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De spiegelaar) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 31 december 1953 en liep tot 11 maart 1954. Thema: Wie zijn spiegelbeeld verliest, verliest zijn gezicht.

Het verhaal

Tom Poes ziet op een stormachtige avond heer Ollie aan de hand van een geestverschijning meegevoerd worden. Hij wordt aangesproken door een dwerg met een zwartgelakte hoed, die zichzelf Jodocus noemt en spiegelaars zegt te verzamelen. Hij zoekt spiegelaars op, vindt ze en schrijft ze op in zijn opschrijfboekje, waarna ze vanzelf worden opgehaald. In paniek snelt Tom Poes naar kasteel Bommelstein waar hij zijn vriend in alle rust bij de haard aantreft. Echter de spiegel op Bommelstein vertoont alleen het spiegelbeeld van Tom Poes. Heer Bommel is in de spiegel niet meer te bekennen. Tom Poes had hem eerder verteld dat hij het spiegelbeeld van heer Bommel die avond door de lucht had zien vliegen. De kasteelheer vertelt hem daarop een vreemd verhaal over een dwerg met een zwarte hoed, die hem de deur heeft gewezen. Daarop betreedt deze dwerg wederom het kasteel, waarop de drie reeds aanwezigen, Heer Bommel, Tom Poes en bediende Joost, elkaar per ongeluk buiten westen slaan. De dwerg had de kasteelheer eerst in een handspiegeltje laten kijken. Vervolgens komt de Markies de Canteclaer binnen. Net als de dwerg heer Bommel belachelijk maakte met zijn heer zijn, treitert hij de markies met zijn ridderbloed. Ook de markies wordt een spiegelaar. Met de goedkeuring van Tom Poes zet de markies de dwerg via het venster buiten. Even later zien ze aan de hemel een zwarte schaduw het spiegelbeeld van de markies voortslepen. De dwerg houdt de markies buiten een spiegel voor, waarna de edelman flauw valt. De bewusteloze markies blijft een nacht op het kasteel om te herstellen.

Heer Bommel haalt de volgende ochtend de spiegel uit de spiegellijst en gebruikt bediende Joost als levend spiegelbeeld bij het borstelen van zijn zeer weinige haar. Joost wordt zo verplicht zijn werkgever exact na te doen bij diens bewegingen voor de ontspiegelde spiegel. Joost waagt het zich te verstouten een opmerking te maken over uiterlijke schijn. Hierop werpen heer Bommel en Joost[1] beiden zijdelings hun haarborstel weg, die Tom Poes maar net kan ontwijken. Vervolgens kijken ze elkaar boos aan en koelen hun woede op de binnentredende markies.[2] De achtervolging door heer en bediende wordt echter vroegtijdig gestopt door Tom Poes, die heer Bommel beentje licht. Maar ze verjagen hun logee nog wel uit het kasteel. De dwerg Jodocus legt aan Tom Poes buiten uit waarom hij spiegelbeelden steelt. Maar bij Tom Poes en bediende Joost heeft hij geen succes. Tom Poes weet dat hij niet zo bijzonder is en bediende Joost stelt dat een bediende altijd al een spiegelbeeld is. Dat is nu eenmaal de roeping van zijn professie. Maar het wordt hem te veel om in een lijst te worden gevat. Jodocus is weinig behulpzaam bij het terugvinden van het spiegelbeeld en wil alleen kwijt dat het in Fata Morgana, het land van de schijn en de spiegelaars, gevonden moet worden.

Heer Ollie en Tom Poes reizen met de Oude Schicht naar het oosten, waar ze hopen het land Fata Morgana te vinden. Ze bereiken een ingesneeuwde herberg onder leiding van Wammes Waggel. De herbergier ziet in een spiegel gewoonlijk geen spiegelbeeld, doch slechts zichzelf. Ook de plagende dwerg duikt daar weer op. Hij laat een spiegelbeeld van Fata Morgana zien! Heer Bommel komt in kort contact met de geheimzinnige schaduw, die spiegelbeelden ophaalt. Vervolgens legt de dwerg Heer Bommel nogmaals uit dat hij voor zijn spiegel staand in die spiegel "een heer" ziet en dat zijn vriend Tom Poes alleen "Tom Poes" ziet. Met een door Wammes Waggel gebouwde hefschroefkist zoeken ze nu warmere streken op en belanden zodoende na een mislukte parachutesprong redelijk ongedeerd in een zandwoestijn.[3]

Hier leert heer Ollie dat hij in luchtspiegelingen gelooft en dat Tom Poes alleen gelooft wat er echt is. Jodocus duikt weer op en geeft Heer Bommel de aanwijzing dat een spiegelaar zichzelf kan redden met spiegelingen. Schijn en bedrog! Met vallen en opstaan komt heer Ollie tot een ander inzicht. Tom Poes zit zijn gedachten in de weg en blijft achter, gezeten achter een cactusplant. Hij besluit zich er even buiten te houden.

Aangekomen in Hotel Fata Morgana wijst de portier[4] heer Bommel op zijn gebrek. "Als iemand zijn spiegelbeeld heeft verloren, heeft hij zijn gezicht verloren." Tom Poes leidt zijn vriend vervolgens in een grot met een spiegelpaleis als op een kermis. De kasteelheer loopt als een dolle beer door de voor hem onzichtbare spiegels maar Tom Poes ontdekt de laatste spiegel met daarnaast het spiegelbeeld van Heer Bommel. De naast het spiegelbeeld staande schaduw maakt zich bekend als Fata Morgana.[5] Tom Poes maakt weer een einde aan dit visioen door de sluier van de dame weg te rukken. Mokkend om de gemiste kans lopen ze in de woestijn en ze redden Jodocus. Tom Poes begint met de redding maar Heer Bommel neemt het laatste zware werk over, als heer zijnde. De dwerg is wegens watergebrek stervende. Ze vinden een echte oase waar ze de dwerg het leven redden. Kijkend in het water ziet heer Ollie zijn spiegelbeeld weer terug, na een tip van zijn jonge vriend. De dwerg verdwijnt met achterlating van een briefje. "Ik heb mij vergist. De heer in Bommel is niet alleen een spiegelbeeld. Hij is echt en daarom kan ik zijn spiegelbeeld niet vasthouden. Dit is de eerste keer, dat iemand mij wilde helpen. Gegroet Jodocus."

Een toevallig landend vliegtuig wordt voor veel geld gecharterd voor de terugreis. Op het kasteel wacht een wanhopige markies hen op en wil samen met de kasteelheer een eis tot vervolging van Jodocus indienen. Heer Bommel wimpelt dat af waarop zijn buurman terneergeslagen vertrekt. Hij krijgt de raad mee: "Gewoon een heer zijn, ook zonder spiegelbeeld." Bij de afsluitende maaltijd zit de kasteelheer aan tafel met Tom Poes recht tegenover zijn eigen spiegel(beeld). En of de markies zijn spiegelbeeld heeft teruggekregen blijft onopgelost.

Voetnoot

  1. De bediende doet dit als een verplichte spiegelbeeldreactie.
  2. De markies had binnentredend de gewaagde opmerking gemaakt: “Wie zich aan een ander spiegelt, spiegelt zich zacht".
  3. Wammes Waggel telt tevreden de stapel bankbiljetten.
  4. De portier kijkt in een spiegel en draait de gast zijn rug toe!
  5. "Ik maak spiegelbeelden los van het lichaam en daardoor krijg ik inzicht in de tegenkanten."
Voorganger:
De pruikenmaker
Bommelsaga
31 december 1953 - 11 maart 1954
Opvolger:
Het vereeuwen