De split-erwt

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de split-erwt (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De split-erwt) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 2 januari 1957 en liep tot 16 februari van dat jaar. Thema: Uranium of een allesverwoestende draak? [1]

Het verhaal

Op advies van zijn dokter, die stelt : “Weg met die kussens en die dropdrank ", gaat Heer Bommel met Tom Poes de natuur van het Donkere Bomen Bos in om als botanicus bijzondere planten te zoeken. Alleen sneeuwt het en lijkt er weinig te vinden. Tom Poes stelt nu voor tot de lente te wachten, maar die tegenspraak geeft heer Bommel weer verse kracht. In een sneeuwstorm vinden ze een grot met meerdere uitgangen en aan de andere kant daarvan inktzwarte bloemen. Heer Ollie vindt dit zo bijzonder dat hij na enig gemopper het door zijn vriend geplukte bloempje in zijn knoopsgat meeneemt.

Wanneer ze in een herberg uitrusten van het avontuur blijkt er nog een botanicus aanwezig te zijn. Het is doctor Pas en wanneer hij het zwarte bloempje bij heer Ollie ontdekt is hij in alle staten. Het bloempje, de zwarte bloem van Barzabel, is maar het halve werk, broddelwerk. Het gaat om de bloem en de plant. Hij biedt een tafel vol goudstukken aan voor de vindplaats en later op de avond probeert hij de kasteelheer onder hypnose naar de vindplaats te leiden.[2] Tom Poes verijdelt zijn hypnosepoging met geweld maar de bloem is verdwenen. De twee vrienden gaan de volgende morgen de vindplaats proberen terug te vinden, maar Heer Ollie wordt opgepikt en weer weggeleid door de botanicus die hem het bloempje weer teruggeeft. Op de vindplaats aangekomen zijn er geen bloemen meer te vinden. Doctor Pas gaat graven en vindt ten slotte de gezochte plant. Bij het ontwortelen komt ook een vuurspuwende draak tevoorschijn.

Het is de draak van Barzabel. Wie deze draak heeft,heeft de macht. De botanicus maakt zich nu bekend als tovenaar Hocus Pas en hij wil de bloem weer terug. De tovenaar bedreigt met de draak zijn collega-botanicus om het bloempje terug te geven. Heer Bommel vlucht weg waarbij de draak daadwerkelijk een hele berg wegblaast [3] en wordt wegvluchtend herenigd met Tom Poes. Hocus Pas is eerst tevreden : "Alles is uit stof ontstaan; tot stof zal alles weer vergaan!", maar constateert vervolgens wrang dat de bloem van Barzabel Bommel inderdaad bescherming heeft geboden tegen de wraak van Barzabel. Bovendien is de tovenaar zelf onbeschermd als de draak zich tegen hem keert. Het komt erop aan draak&bloem te bezitten. Het zwarte bloempje blijkt toe te behoren aan de grauwe spliterwt,[4] oftewel de bloem van Barzabel.

Intussen komt Tom Poes in contact met professor Prlwytzkofsky die een uraniumader vermoedt en vanuit een hut aldaar wetenschappelijk onderzoek doet. Hij vindt Bommels verhaal over de draak en de grauwe spliterwt waanzin, maar de bloem is wel radioactief en dat geeft splitsing in de cellen. Tom Poes en de professor gaan met een Geigerteller naar de vindplaats van de bloemen. Tom Poes[5] weet van hem een paar staafjes van een plumbum-cadmiumverbinding in handen te krijgen, waarmee het uranium wetenschappelijk getemd kan worden.

Heer Bommel is in de hut van de professor achtergebleven. Hij wordt overvallen door Hocus Pas maar na een bizarre worsteling is de kasteelheer in het bezit van plant en bloem. De draak is hiermee volledig in de macht van heer Ollie gekomen. Na enig denkwerk beseft heer Bommel dat voor het eerst in de wereldgeschiedenis een heer alle macht heeft. Als eerste draagt hij de draak op Hocus Pas te vernietigen die ternauwernood als vleermuis aan de opgewekte paddenstoelwolk ontsnapt.

Tom Poes vindt zijn vriend terug en maakt ruzie over wie bepaalt wat goed en kwaad is. Tom Poes werpt net op tijd[6] de gekregen staafjes in de bek van de draak en deze keert terug in de aarde. Heer Bommel beseft dat er bijna iets vreselijks was gebeurd. Tom Poes troost hem door te zeggen dat het niet is gebeurd en maakt hem erop opmerkzaam dat zijn zwarte bloem wit is geworden.

Professor Prlwytzkofsky zit eerst nog terneergeslagen met zijn zwijgende geigerteller. Maar na een aardbeving geeft de geigerteller de professor het bewijs dat hij inderdaad nu opeens wel een rijke uraniumader heeft gevonden.[7] De langslopende heer Bommel stelt dat zijn draak hier rust. De professor zegt dat zijn geigerteller ratelt en Tom Poes legt ook hier het verband met de rustende draak. Heer Bommel vindt dat de professor het uranium moet laten liggen. Gezamenlijk gaan ze drie borden snert halen in de bekende herberg. Tom Poes probeert het gekibbel samen te vatten.

“U hebt allebei gelijk. Uranium is alleen maar een draak als een tovenaar of Heer Bommel zich ermee bezighouden. De wetenschap kan de krachten op een goede manier gebruiken en dan is het geen monster meer.”

Heer Bommel stelt voor om het gekibbel te staken en te genieten van deze eenvoudige doch voedzame maaltijd.

Voetnoot

  1. Uit het verhaal kan geconcludeerd worden, dat Toonder toen hij -midden in de periode van de Koude Oorlog- dit verhaal schreef, de kernenergie en met name de toepassing daarvan voor nucleaire wapens, als een grote bedreiging (de allegorie van de draak) voor de wereld zag.
  2. Tom Poes slaapt niet bij zijn vriend op de kamer, maar op zolder.
  3. Plaatje 3033 bevat duidelijk een paddenstoelwolk.
  4. Uranium was het eerste element dat splijtbaar bleek.
  5. Uranium is even erg als een vuurspuwende draak.
  6. Heer Bommel dacht erover zijn draak tegen Tom Poes te gebruiken!
  7. De hoogleraar roept uit: “Dujopr pralsk”
Voorganger:
Het mengeldier
Bommelsaga
2 januari 1957 - 16 februari 1957
Opvolger:
De achtgever