De tijwisselaar

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de tijwisselaar (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De tijwisselaar) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 21 augustus 1962 en liep tot 30 oktober van dat jaar. Thema: wetenschap contra bijgeloof ofwel oorzaak en gevolg [1]

Het verhaal

Ten zuiden van Kaap Hozebek ligt het eiland Raap. [2] Het is klein en onaanzienlijk, maar het speelt een belangrijke rol, want hier worden sinds onheuglijke tijden eb en vloed geregeld. Dit geschiedt door een tijwisselaar. Bij aanvang van het verhaal wordt dit vak beoefend door Oene Horletoet, geassisteerd door zijn leerling Kobbe Kobbema. [3] De tijwisselaar trekt een cirkel in het zand om de vloed tegen te houden. Maar ook regen moet worden opgewekt door een juiste cumulus-wolk aan te schieten met pijl-en-boog. Kobbe wil ook weleens schieten, maar hij moet eerste zijn opleiding van zeven jaar afmaken.

Diezelfde tijd is het schip de Albatros van kapitein Wal Rus met een lading sokken onderweg naar Kaap Hozebek. Bij nadering van het eiland Raap zien we ook nog eens twee passagiers aan boord. Heer Bommel zit in een ligstoel aan dek met zijn vriend Tom Poes naast hem. Terwijl de kasteelheer tevreden praat over de zon aan boord, komt de kapitein regen aankondigen namens het weerkundig instituut. Heer Bommel wil het niet geloven totdat de eerste druppels op zijn neus vallen. De kapitein geeft enige lessen over het weer en de stand op zijn barometer. Als reactie verdiept heer Bommel zich in zijn studieboeken, die hij mee had genomen aan boord.

Op het eiland zien de tijwisselaar en zijn leerling het schip naderen. De leerling, Kobbe, wil graag in contact met de opvarenden komen voor wat aanspraak. Maar de tijwisselaar waarschuwt voor lieden met harde harten en gevoelige hersens. Terwijl hij op zijn bamboefluit aan de slag gaat, om de gevallen regen beter te verdelen, legt hij Oene uit hoe hij het schip zou kunnen stoppen door de vloed tegen te houden. Maar de leerling heeft goed opgelet en trekt eigenhandig een cirkel in het zand en spreekt de bijpassende formule uit. [4] Vlak daarna loopt het schip de Albatros op een zandbank. De stuurman krijgt de volle laag van de kapitein maar heer Bommel wordt geruststellend toegesproken. Vannacht komt het schip vanzelf los door de nieuwe maan. Na enige uitleg over de getijden wordt heer Bommel vriendelijk verzocht om het zelf maar na te zoeken in zijn overgehaalde boeken. Tom Poes weet van de nood een deugd te maken door de kapitein over te halen om even een kijkje te nemen op het eiland. Eigenhandig roeit hij met zijn twee passagiers in een gestreken sloep op zijn doel af. Op het eiland komt de tijwisselaar achter het zelfstandig handelen van zijn leerling en trapt hem ruw de zee in.

Wal Rus krijgt binnen de kortste keren ruzie met de eilandbewoners en vooral met de tijwisselaar, wiens werk hij als grote onzin ziet. Het wetenschappelijke betoog van de kapitein over de getijden, ondersteund door heer Ollies boeken, maakt vervolgens juist flinke indruk op de tijwisselaar Horletoet, die zijn werkzaamheden al gauw verzaakt. Kobbe Kobbema gaat echter proberen te bewijzen dat de wereld niet zonder tijwisselaar kan, maar wordt door Horletoet en zijn aanhangers het werken langzamerhand onmogelijk gemaakt. Heer Ollie schaart zich in het kamp van de miskende leerling, terwijl Tom Poes de wetenschappelijke verklaring uit de boeken van zijn vriend tot het eind toe verdedigt. Wal Rus vervolgt zijn reis naar Kaap Hozebek, nadat de springvloed toch nog is gekomen. [5] De kapitein had al eerder beloofd zijn achtergebleven twee passagiers op de terugweg weer op te komen halen.

De ruzie tussen Horletoet en Kobbema leidt ertoe dat de opgewekte regen niet meer stopt en de vloed niet meer wordt tegengehouden. Volgens Tom Poes is dat nog steeds verklaarbaar, maar hij begint, naarmate het water hoger komt te staan, steeds meer te twijfelen. Horletoet weet zijn leerling ervan te overtuigen dat het vak tijwisselaar niet meer bestaat en samen varen ze weg van het eiland. Kapitein Wal Rus komt eigenhandig weer aanvaren in zijn sloep vanaf de Albatros. Hij redt Tom Poes, heer Ollie en de overige drie bewoners van het eiland Raap in zijn sloep.[6] Want het eiland zinkt weg in de zee en dat heeft nu niets met de vloed te maken.

De kapitein serveert aan boord voor zijn vijf sloepgasten een maaltijd van erwtensoep en kapucijners met spek, toepasselijk begeleid door een fles raapbrand. De eilandbewoners klagen dat de hele aarde nu onder water is gelopen. De kapitein legt uit dat het eiland gewoon is weggezonken. Volgens Tom Poes is de vulkanische gesteldheid[7] van de zeebodem er de oorzaak van dat het eiland weg is gezonken en vervolgens door de zee is verzwolgen. Hij probeert zo aan heer Ollie deze gebeurtenis alsnog uit de boeken te verklaren. Maar zo blijft het de vraag voor Heer Bommel of de tijwisselaar dit toch niet had kunnen voorkomen met zijn tijstok en zijn windmolen? Kan Tom Poes daar iets met zekerheid over verklaren?

Hoorspel

Voorganger:
Het huilen van Urgje
Bommelsaga
21 augustus 1962 - 30 oktober 1962
Opvolger:
De grauwe razer