De toekomer

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de toekomer (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De toekomer) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 1 december[1] 1978 en liep tot 26 maart 1979. Het centrale thema is betaald bedrog.

Het verhaal

Diep[2] in het woud woont vrouw Troggel met haar baldadige zoontjes Luur en Tier. Luur schildert graag en Tier verzamelt insecten om ze op te zetten. Haar man, de kobold Troggelrik, was naar gisteren verdwenen. Moeder Troggel maakt voor Tier een wilgentak met echt rubber om klapbessen in het rond te schieten. Luur ontvangt een stok om zijn schilderwerk als een spandoek[3] uit te dragen. Ze neemt haar kroost vervolgens mee om de bewoonde wereld in te trekken met het doel aan te pappen.

Heer Gribaldi, directeur van een oud doch nu falend befaamd reizend theater, verliest na hevig remmen zijn aanhangwagen, een huifkar, met zijn toneelattributen. Hij was geschrokken van een afgeschoten klapbes en verdwijnt uit het verhaal. Uit een greppel meldt zich echter de bekende Joris Goedbloed. Er ontstaat een diepgaand gesprek met vrouw Troggel over jeugd en toekomst.[4] De toekomer wil zich wel met de opvoeding van de twee jongens belasten en sleept eerst de huifkar van de weg af. Mevrouw Troggel zegt dat ze hem komt halen als ze hem nodig heeft.

Goedbloed gaat er met de toneelwagen vandoor en vindt een leegstaand vervallen schuurtje. Op de deur hangt een briefje: "Afwezig door vakantie". Hij betrapt Super en Hieper met een verhuiswagen[5] bij kasteel Bommelstein, alwaar heer Ollie en Joost nog met vakantie zijn. Hij neemt de wagen met de spullen van de vluchtende boeven over, na zich bekend te hebben gemaakt als inspecteur Eerhart van de Federale Politie. Tom Poes komt op dat moment net even poolshoogte nemen bij het kasteel. Hij raakt in gesprek met Inspecteur Eerhart, maar vindt hem na afloop maar een vreemde inspecteur. De andere ochtend komt heer Bommel verkwikt aangereden in de Oude Schicht en bewondert het prachtige gebouw.[6] Binnenin blijkt het echter een leeggestolen bende, maar voordat de kasteelheer de politie kan bereiken meldt zich Inspecteur Eerhart. De boedel ligt veilig opgeslagen, maar de daders zijn voortvluchtig en hij berekent de terugbrengkosten. Eerhart vertrekt, Tom Poes komt, gevolgd door Kreukniet, hoofdambtenaar van het Rijksmagazijn voor Spoedgevallen. Hij onderhandelt verder over de opsporingskosten en vertrekt eveneens.

Tom Poes is inmiddels argwanend geworden. Hij is erg blij zijn twijfels met ambtenaar eerste klasse Dorknoper te kunnen delen. Die vermoedt oplichting en zal onmiddellijk aan de politie rapporteren. Iemand die zich voor hoofdambtenaar uitgeeft moet op heterdaad betrapt worden. Bij terugkomst in het kasteel ziet Tom Poes de kasteelheer bankbiljetten uittellen voor de hoofdambtenaar, die echter schielijk verdwijnt bij het zien van de binnentredende commissaris Bulle Bas. Heer Bommel legt uit dat hij met vakantie was en dat de telefoon was doorgesneden. Er is al iemand geweest van de geheime recherche. De commissaris zit vol twijfels, waarop Tom Poes meedeelt dat er zonet een raam werd opengeschoven. Bulle Bas vertrekt en consulteert buiten de markies de Canteclaer. Deze buurman is van mening dat de kasteelheer zijn spullen naar de lommerd heeft gebracht. De rest is een verdichtsel om zijn gezicht te redden. Kreukniet heeft zich intussen vermomd als privédetective Bonafiet, maar wordt toch herkend en aangesproken door mevrouw Troggel. In ruil voor onderdak voor de nacht wil ze hem wil wel een stukje van haar zwirkvlaai geven. Op het kasteel krijgt de beroemde speurder een voorschot van honderd florijnen daadwerkelijk in handen. Heer Bommel belooft de rest van de 7000 florijnen te betalen bij terugbezorging van zijn inboedel. Hij gaat nu een hapje eten bij zijn jonge vriend. Speurder Bonafiet raakt in gesprek met de markies en het door de laatste uitgesproken woord kraakpand brengt hem op een idee. Als kraakdeskundige Quaatbloet kraakt hij met de familie Troggel het slot Bommelstein. De markies komt te laat om deze daad te verhinderen. Mevrouw Troggel wil met Quaatbloet de toekomst ontdekken, waar haar man vandaan kwam.

Tijdens het eten van heer Bommel met Tom Poes heeft laatstgenpoemde twijfels aan een betaald voorschot aan een Latijn sprekende speurder. Hij waarschuwt zijn vriend bovendien om de Oude Schicht op te halen, als hij wil blijven logeren. Gelukkig blijkt de auto nog bij het kasteel te staan en de kasteelheer overweegt dat hij toch wel in een keurige herenbuurt woont. Hij wordt echter wel beschoten met een klapbes en zet de achtervolging in. Moeder Troggel wijst hem echter streng vanuit de woonkamer van het kasteel naar buiten. Het is haar huis en haar ‘poeteloerissen’ worden niet uitgescholden. Heer Bommel keert terug naar Tom Poes, die begrijpt dat het slot Bommelstein gekraakt is. De andere ochtend belt de kasteelheer met de burgemeester, die reeds gewaarschuwd was door de markies. Commissaris Bulle Bas komt kijken en ziet ook dat het pand is gekraakt. Omdat heer Bommel zijn meubels naar de lommerd had gebracht, staat de wet zulks toe. Wat later krijgt heer Bommel voor zijn gekraakte pand zijn meubels terugbezorgd door speurder Bonafiet. Hij wil meteen afrekenen, maar komt niet verder dan 6000 florijnen aan contant geld. In zijn terugbezorgde nachtkastje zit zijn chequeboek. Tot verder afrekenen komt het echter niet omdat commissaris Bulle Bas indringende vragen komt stellen aan de privédetective. Die ontglipt de ruziemakende commissaris en de kasteelheer. Het duo wordt vervolgens gestoord door kraakdeskundige Quaatbloet. Die wil voor 6000 florijnen het pand laten ontruimen. Bulle Bas is reeds vertrokken.

Op Bommelstein wijst de kraakdeskundige Quaatbloet de familie Troggel naar de toekomst, de stad Rommeldam. Buiten het kasteel constateert Tom Poes voetstappen in de sneeuw onder een venster, van waaruit de vorige dag hoofdambtenaar Kreukniet was ontsnapt. Kraakdeskundige Quaatbloet probeert met een sneeuwbal heuvel op de sporen te wissen. Dat is zwaar werk en hij komt al uitrustend oog in oog te staan met Tom Poes, die zijn gevolgtrekkingen kan maken. Ook Bulle Bas reed rond met diepere gedachten over allerlei figuren, die rond het kasteel zwerven. Hij houdt het op een soort maffia en op dat moment treft de losgelaten enorme sneeuwbal zijn politiejeep. Hij overweegt onmiddellijk Interpol en het inschakelen van brigadier Snuf. Het spoor voert naar Bommelstein en het is altijd dezelfde.

De terugkerende bediende Joost is bang één dag te laat van vakantie te zijn teruggekeerd. Hij wordt onderweg bovendien overvallen door de familie Troggel, die aan wil pappen. Joost legt uit dat alleen aanpakken naar de toekomst leidt. Luur slaat hierop Joost de hoed over de ogen en wil vervolgens zijn jongere broertje Tier aanpakken. Zijn moeder protesteert maar de twee jongens worden al weggevoerd door agent Klopstock en mevrouw Troggel wordt tegelijkertijd ondervraagd door brigadier Snuf, die samen op patrouille waren gestuurd. Omdat Joost bereid is een aanklacht in te dienen heeft Snuf een zaak en kan het drietal worden afgevoerd naar het bureau. De rechter zal vervolgens wel de toekomst van de familie bepalen. Op het kasteel komt Joost als geroepen om te helpen de huisraad naar binnen te sjouwen. Heer Bommel was in zijn eentje alvast begonnen omdat Tom Poes dringender zaken had af te handelen, maar het uitruimen van de verhuiswagen viel hem niet mee. Commissaris Bulle Bas is na de arrestaties door zijn brigadier Snuf er nog meer van overtuigd geraakt dat het rond Bommelstein niet deugt. In een gesprek met heer Bommel schrijft hij alle 7 personages op een bloknootje. Hij wil bewijs hebben dat genoemde personen echt bestaan en gelast daarom de kasteelheer de volgende ochtend met Tom Poes als getuige op het politiebureau te verschijnen. Tom Poes heeft zich laten insluiten in de huifkar, die door Joris Goedbloed naar een andere leegstaande schuur wordt versleept. Joris met de vele vermommingen praat met zichzelf over zijn nieuwe plannen en een wit hinderlijk mannetje, waarop Tom Poes tevoorschijn schiet. De listige vriend van de kasteelheer laat zich deze keer echter beetnemen. Hij kijkt vrijwillig in een lege kist, waarop de deksel wordt dichtgespijkerd door Joris alias de Witte Wreker. Vervolgens vertrekt laatstgenoemde tevreden op een ontvreemde landbouwtrekker die zijn gevonden huifkar meetrekt.

Op het politiebureau stellen Bulle Bas en Snuf tevreden vast dat er al 3 van de 7 verdachten vast zitten. Deze familie Troggel is door Snuf in één cel opgesloten, waaruit moeder Troggel gemakkelijk uitbreekt om nadere informatie over de komende toekomst te verwerven. Het gesprek tussen haar en de commissaris verloopt voor beide partijen zeer onbevredigend. De andere ochtend staan kraakdeskundige Quaatbloet en Heer Bommel gezellig bij te praten, waarbij de kasteelheer poogt 6000 florijnen af te rekenen. Eerst worden ze gestoord door de markies die grapjes maakt over een lommerdbriefje. En daarna verschijnt de commissaris die het duo wil meenemen naar het bureau. Maar deskundige Quaatbloet dreigt met de pers en de klachtenraad waarna Bulle Bas vertoornd afdruipt. De kraakdeskundige incasseert eindelijk zijn 6000 florijnen. Vervolgens gaat heer Bommel in het kasteel nog 200 florijnen halen voor zojuist gegeven juridisch advies, maar het zien van de ontsnapte Tom Poes[7] doet de kraakdeskundige van het toneel verdwijnen. Tom Poes legt zijn vriend uit dat er één persoon in het spel is met vele vermommingen, die ook de inboedel eerst heeft gestolen. Dat is een misvatting die meteen ontkracht wordt. Heer Bommel luistert toevallig Super en Hieper af, die hun verhuiswagen mee terug komen nemen.[8] Ook de kraakdeskundige ziet dat misdadigers altijd terugkeren naar de plek van hun misdaad. Heer Bommel onderwijst zijn bediende Joost streng over het kwaadspreken door Tom Poes, waarop zijn bediende meedeelt dat zijn vriend naar het politiebureau is gegaan om een oplichter aan de kaak te stellen. Op het politiebureau krijgt de cel van mevrouw Troggel een nieuwe deur en zijn haar kinderen al naar doctorandus Zielknijper gebracht. Terwijl Bulle Bas klaagt over de verdwenen getuige Tom Poes, meldt de laatste zich. Hij geeft zijn theorie van dief en oplichter in een persoon en wijst in het fotoboek van gezochte oplichters Joris Goedbloed aan, die in vele landen wordt gezocht. Op dat moment komt mevrouw Troggel door haar celdeur binnenlopen en vertelt dat ze het een toekomst van niets vindt en dus haar kinderen gaat ophalen. Dat wordt inderdaad tijd want zenuwarts Zielknijper is inmiddels een zenuwinstorting nabij.

Heer Bommel loopt intussen doelloos door de stad, omdat hij de markies niet wil tegenkomen in de Kleine Club. Hij belandt in hotel de Gouden Gans en moet noodgedwongen plaatsnemen aan een tafel bij baron De Malpertus. Deze tafelgenoot wil de problemen van heer Bommel wel aanhoren. De diefstal van zijn interieur door Super en Hieper, een beroemde detective en een commissaris die hem in de gaten houdt. Diezelfde commissaris Bulle Bas intussen volgt op advies van Tom Poes Vrouw Troggel, die hem naar Joris Goedbloed zal leiden. Vrouw Troggel gaat echter eerst haar kinderen ophalen in de kliniek bij doctorandus Zielknijper. Zijn uiteindelijke diagnose is dat haar kinderen van ‘gisteren’ zijn. Volgens de moeder is dat logisch omdat hun vader daarheen is vertrokken. Met frisse tegenzin stemt de commissaris in de familie Troggel te volgen, omdat Tom Poes hem overtuigd heeft dat ze naar de ‘rooie toekomer’ op zoek waren. In het hotel weet ook de markies een tafeltje te bemachtigen. De baron vertrekt bij de tafel van heer Bommel en geeft de ober een forse fooi en laat zich de keuken tonen. Dit alles geschiedt omdat hij mevrouw Troggel had waargenomen. Die weet echter de baron staande te houden en klaagt bij hem over gisteren, want daar horen haar kinderen thuis volgens de bleke flapflodder.[9] Voor inlichtingen over gisteren wordt ze doorverwezen naar de tafel van de markies de Canteclaer. Klapbessen en rabarber roepen zorgt vanzelf voor aanpappen. De markies wordt door de behandeling met klapbessen in grote verlegenheid gebracht en zit ineengedoken tussen het omgevallen meubilair en roept om de politie. Commissaris Bulle Bas treedt binnen en vraagt aan mevrouw Troggel naar de toekomer. De vrouw wil alleen nog maar iets over gisteren weten maar de markies is ook flut. Heer Bommel barst nu in een volle schaterlach uit. "Deze zaak is niet meer wat het geweest is en het publiek gaat achteruit." Hij wijst de commissaris erop dat deze vrouw zijn huis had gestolen en bovendien in verband staat met de markies. Tom Poes komt tussenbeide en geeft Joris Goedbloed alle schuld. Commissaris Bulle Bas ziet alles mislopen. De markies vertrekt woedend uit het hotel, mevrouw Troggel loopt gewoon naar buiten en de gezochte oplichter is spoorloos gebleven. Bovendien lacht heer Bommel onbehoorlijk, maar de commissaris zal nu gaan aanpakken.

Buiten attendeert Tom Poes de commissaris op een bekende verhuiswagen. De achtervolging wordt onmiddellijk ingezet door de commissaris en vele manschappen. Bij de Noorderpoort ziet de baron dat de huifkar met toneelattributen door de politie is gevonden. Agent Klopstock brengt brigadier Snuf van de vangst op de hoogte. Hij adviseert de huifkar stiekem in de gaten te blijven houden, totdat de verdachte zich vertoont. Inmiddels heeft commissaris Bulle Bas met agent Trappers aan het stuur van de politiejeep de verhuiswagen ingehaald. Deze verongelukt en Hiep Hieper bekent huilerig de diefstal, die is bedacht door zijn maat Super. Bulle Bas arresteert hem ook, al is hij de verkeerde. Vervolgens krijgt de naar huis wandelende Tom Poes de volle laag van de commissaris. Super en Hieper zitten achter slot en grendel als dieven van Bommels meubels. Door scherp politiewerk heeft Bulle Bas een ernstige vergissing voorkomen. De link naar Joris Goedbloed was wel erg misleidend. Tom Poes wijst op de inspecteur, de kraakdeskundige en de detective, maar Bulle Bas vindt de oplichting helemaal niet bewezen. Hij gaat nu eerst naar het kasteel want Bommel moet een klacht indienen.

Op het kasteel is heer Bommel erg tevreden met de excuses van Bulle Bas. Ook de gevaarlijke en opgepakte dievenbende uit de krant is vermakelijk omdat hij wel wist dat Super en Hieper niet deugen. Zijn jonge vriend kijkt inmiddels zo zuur omdat hij ontdekt heeft dat alles anders was. Tom Poes vraagt, zich met moeite beheersend, naar het betaalde geld aan Joris Goedbloed. Heer Bommel is oprecht blij met de excuses van een ambtenaar van stand[10] maar hij moet de beroemde speurder Bonafiet nog betalen. Tom Poes waarschuwt nogmaals want hij heeft op het politiebureau de schurk op foto herkend. Heer Bommel heft nu zijn vinger waarschuwend op en verwijt Tom Poes dat die zijn fouten niet toegeeft.

Baron de Malpertus ziet tot zijn ongenoegen brigadier Snuf en agent Klopstock de trekker terugbrengen naar de eigenaar, met daarachter de huifkar[11] met toneelattributen bevattende een jasje met 6000 florijnen in een binnenzak. Vervolgens wordt hij met klapbessen beschoten door de familie Troggel, waarna vrouw Troggel meedeelt dat ze terug naar het woud gaan om zwirkvlaai te bakken. De baron wordt echter welwillend op kasteel Bommelstein ontvangen door heer Bommel, die nog steeds zijn jonge vriend de les aan het lezen is. Als de baron en heer Bommel aan de haard bijpraten, trekt Tom Poes zich terug achter een kast. De baron legt uit dat zijn inboedel is gestolen en ook zijn geld. Heer Bommel ziet in hem een geestverwant en mede slachtoffer. Hij wil een cheque uitschrijven om te helpen, dit mede omdat de baron de scène met de markies heeft geregisseerd. Tom Poes waarschuwt tevoorschijn springend echter dat de baron Joris Goedbloed is. Maar heer Bommel schrijft voor de baron een cheque uit en nodigt de baron aan tafel. De baron is een heel fijne gast, het is een genoegen om naar hem te luisteren. Daardoor valt het niet zo op dat Tom Poes zwijgend en niet-etend aan tafel zit. Na de maaltijd neemt de baron Malpertus hartelijk afscheid.

Tom Poes begrijpt niet dat heer Ollie de oplichter geld heeft gegeven. Heer Bommel legt het nog één keer glunderend uit. Hij heeft alleen tegen kraakdeskundige Quaatbloet gezegd dat hij het de markies betaald wilde zetten. Omdat de baron Malpertus dat wist, had hij zijn conclusies snel getrokken. Maar de cheque was verdiend. Het gebeuren in hotel de Gouden Gans had heer Bommel niet graag willen missen, zodat het geld toch echt eerlijk verdiend was.

Voetnoot

Hoorspel

Voorganger:
De geweldige wiswassen
Bommelsaga
16 november 1978 - 26 maart 1979
Opvolger:
Heer Bommel en de andere wereld