De toornviolen

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de toornviolen (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De toornviolen) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 4 oktober 1960 en liep tot 7 december van dat jaar.[1] Thema: Het geluid van bloemen.[2]

Het verhaal

Het achterste gedeelte van de tuin van slot Bommelstein grenst aan het Donkere Bomen Bos. De grond is er vruchtbaar en het licht gedempt, zodat het een goede plek is om bloemen te kweken. Op een mooie dag in de nazomer zijn Heer Bommel en zijn bediende Joost er bezig om de perken en het gewas te keuren. Heer Ollie heeft goede moed op zijn inzending naar het Rommeldamse Flora Festival, maar zijn chrysanthemums, chrysanten, maken geen kans volgens de langswandelende markies de Canteclaer. Die toont een foto van zijn prijswinnende inzending van vorig jaar. Dit jaar heeft hij een veredelde variant in oudroze. Na zijn vertrek geeft bediende Joost desgevraagd toe dat de inzending van slot Bommelstein geen kans zal maken.

Dan loopt de kasteelheer Kwetal weer eens tegen het lijf. Hij noemt de bloemen van Heer Bommel mooie ‘waranten’. De dwerg zoekt een tandig amarilwieltje dat tegen een pirsteen is bevestigd, zodat er een vonk uitkomt. Het blijkt de aansteker te zijn, waar Heer Bommel zijn pijp mee aansteekt. Kwetal holt er opgetogen mee naar zijn vriend Pee Pastinakel. Ze spreken af dat ze het gebruik zullen delen naar gelang de stand van de maan. Maar Pee moet de kasteelheer nu helpen met zijn groeisels.

Intussen vertelt Heer Bommel zijn problemen aan Tom Poes, die nuchter vaststelt dat hij dan maar geen prijs krijgt. “Dat is toch zo erg niet?”. Maar voordat er een antwoord is gerijpt komen de twee dwergen aanhollen. Pee Pastinakel geeft een uiteenzetting over de paardenbloem[3] en het geluid van die bloem en ook die in klaver. Na een ingewikkeld gesprek verklaart Tom Poes aan zijn vriend dat hij een spuit krijgt overhandigd met pippeling, waarmee geluid kan worden verspreid in plaats van geur.

Helaas heeft de eerste proef geen succes voor Heer Ollie. Ten eerste maken de bloemen een vreselijke herrie dankzij een op een bromfiets langsscheurende Bul Super. De zakenman stelt: “Dit is een vrij land. Ik mag net zoveel lawaai maken als ik wil.” Ten tweede doen de bloemen het alleen wanneer de zon er op staat, terwijl ze op andere tijden slap hangen. Bij binnenkomst op de Floratentoonstelling wordt de lawaaibloemen en hun eigenaar met zachte hand de deur gewezen. Het dreigement van de markies om zijn inzending in te trekken, was reeds voldoende.

Heer Bommel begrijpt dat de plofmotor van Bul Super het verkeerde geluid was. Joost haalt de pathéphone van zolder en laat in de buitenlucht een opera uit zijn privécollectie horen.[4] Anderdaags fleuren de bespoten bloemen onder het kasteelraam op in de zon en Heer Bommel kan door het open raam genieten van zijn musicerende bloemen buiten. Maar als de directeur van het Flora Festival na lang aandringen ter plekke poolshoogte komt nemen, staan de groeisels er verlept bij. De kasteelheer heeft een probleem. Wellicht een kwestie van dosering? De directeur laat zijn onvrede blijken door de naam van Heer Bommel opzichtig door te halen op de deelnemerslijst.

Heer Ollie vraagt Kwetal gewoon een tweede spuit om het resultaat te verbeteren. Maar Pee Pastinakel staat er verbaasd bij en stelt dat de eerste spuit al voor het hele bos bedoeld was. Heer Bommel vraagt nu om het recept van de pippeling en dat is één deel mir op twee delen laardrup. Met deze kennis kan de kasteelheer niet veel. Ondanks bezwaren van Pee zegt Kwetal toe dat er een tweede spuit komt, mits Heer Bommel zelf de verantwoordelijkheid draagt voor de toepassing. Want de mir moet aan de natuur teruggegeven worden. Tom Poes adviseert de spuit terug te geven aan Pee, die tegenover Kwetal zijn bezorgdheid ventileert over het denkraam van “reus Bommel”. Heer Bommel ziet groenten en bloemen verslappen en houdt halt bij de verslapte cactussen van professor Sickbock.

Hij vraagt professor Sickbock om raad en die stelt vast: “Juist. U bent in handen gevallen van enkele primitieven die de alchemie bedrijven” en gaat aan de slag. Al gauw is het eerste product van zijn werk klaar, lelijke lederachtige violen, die wel het tikgeluid maken van een klok, maar niet verslappen. Heer Bommel geeft zijn violenbakje af aan de portier van het festival, dat echter gesloten is wegens algehele verlepping. Terug bij het laboratorium sluit de professor hem tijdelijk op achter een traliehek, om rustig verder te kunnen werken. De natuurvloeistof pippeling staat gelijk aan “acetomonotacylodiumoleaat”. Heer Ollie krijgt de door Sickbock wetenschappelijk aangemaakte pippeling om aan de natuur terug te geven, maar dit werkt niet en de hele natuur verslapt. Zelfs Tom Poes blijft het antwoord schuldig. Kwetal krijgt nog wel van de kasteelheer een benzine-navulling voor zijn aansteker.

Sickbock produceert al gauw veel meer van de synthetische vloeistof. De echte pippeling zit in een partij toornviolen,[5] genoemd naar wat ze zeggen. Door de versterkte celwanden, nodig om geluid te kunnen maken, mogen ze nooit met water maar slechts met olie worden begoten. Verder verspreiden ze geen geur. Heer Bommel mag de toornviolen tot zijn verbazing meenemen, omdat de professor stelt: “Ik heb de samenstelling. En wat de natuur ons biedt is broddelwerk vergeleken bij een wetenschappelijke formule.” Kwetal is verrukt over de hoeveelheid mir maar hij kan net als Tom Poes de kasteelheer geen goede raad geven. Samen zit het duo somber de gebeurtenissen af te wachten.

Heer Ollie heeft trouwens zelf ook geen idee hoe hij de mir uit de planten in de natuur moet brengen, maar dan struikelt hij een waterval in. Dit doet de celwanden van planten[6] uiteenspatten en tot opluchting van Kwetal en Pee Pastinakel bereikt Heer Ollie met deze onbedoelde actie het gestelde doel. De mir wordt wijd verspreid in de waterstroom. Alleen Pee Pastinakel ergert zich een weinig aan de vreemde violen in zijn bos.

Ook het Flora Festival kan nu verdergaan. Het eerste kweekje leerachtige toornviolen behaalt tot verbazing van journalist Argus de eerste prijs op deze tentoonstelling. Bij lichtinval maken ze geluid.[7] De markies trekt nu alsnog zijn inzending terug. De directeur komt persoonlijk aanzitten op de afsluitende maaltijd op slot Bommelstein met Tom Poes en Heer Bommel. De kasteelheer had eigenlijk net als zijn buurman niet aan de tentoonstelling mee willen doen. Want zijn inzending betrof toornviolen. Ze deugen niet, omdat niets gaat boven de natuur. Maar de directeur vindt deze analyse te somber. Hij ziet wel toekomst voor de pratende planten.

Heer Ollie werd in het volgende voorjaar geplaagd door geluidgevende planten in het bos dat hij had behandeld met de pippeling. Veel Rommeldammers vonden het leuk om er met radio’s te verblijven. Het wordt voortaan het Bommelbos genoemd. Pee Pastinakel is bang dat na de violen de recreanten de natuur zullen overwoekeren maar Kwetal blijft vertrouwen op het denkraam van Heer Bommel.

Voetnoot

  1. In 1995 veranderde Marten Toonder voor De Verzamelde Werken de titel in Heer Bommel en de toornviolen
  2. Tevens de titel van het tweede deel van de autobiografie van Marten Toonder, ISBN 9023433300
  3. Volgens Pee een “Zonnedyade”
  4. In het verhaal De pruikenmaker bleek de bediende al veel voeling met muziek te hebben.
  5. Een eerste bakje was reeds aan de portier afgegeven.
  6. Volgens Kwetal celletjes van ficusdrip.
  7. Op plaatje 4166 is het zakenduo Super en Hieper op de achtergrond in druk gesprek met professor Sickbock.

Titel

De titel De toornviolen vormt een woordspeling met de uitdrukking "fiolen van toorn", die in Openbaringen 15:7 voorkomt. Heer Bommel bezigt deze uitdrukking zelf niet in het verhaal, maar de bloemen praten wel het door Bommel uitgesproken woord "toorn" na.

Hoorspel

Voorganger:
De Bommellegende
Bommelsaga
4 oktober 1960 - 7 december 1960
Opvolger:
Het Lemland