De uitvalsels

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de uitvalsels (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De uitvalsels) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 6 februari[1] 1978 liep tot 10 juni van dat jaar.

Het centrale thema zijn zolderherinneringen.

Het verhaal

In een winterstorm heeft bediende Joost last van lekkage op zijn torenkamer in de westertoren van slot Bommelstein, waar hij schaterlachend televisie pleegt te kijken. Zijn werkgever heer Ollie draagt hem ongeïnteresseerd op zelf de pannen even terug te leggen. Zijn bediende vindt dat meer het vakwerk van ongeschoolde bouwvakkers of dakdekkers. Tevens moet dan eerst de rommel op zolder worden opgeruimd. De volgende morgen is de ochtendpap verlaat. De invallende strenge vorst heeft de bediende Joost in een bevroren toestand doen overnachten. De bezorgende kruidenier Grootgrut zet bediende Joost op tegen zijn werkgever, terwijl heer Bommel aan de bijkeukendeur meeluistert. [2] In zijn drift glijdt heer Bommel naar buiten, waar de kruidenier beleefd de hoed lichtend net wegrijdt in zijn driewieler. Bediende Joost heeft de grootste moeite de gevallen werkgever weer op de been te helpen. Heer Bommel zoekt troost bij zijn buurvrouw Anne Marie Doddel. Hij wordt vriendelijk ontvangen, maar glijdt uit op zijn beijsde sokken. Als zijn buurvrouw nieuwe koffie gaat zetten, verlaat hij stilletjes haar huisje. Onderweg bij een stalletje koopt hij bevroren tulpen van Wammes Waggel, die na ontvangst van enige bankbiljetten zijn bevroren bloemenkraam voorgoed in de steek laat. Terug bij het huisje van zijn buurvrouw vangt hij een gesprek van haar op met weduwe Hooinaalt. Die stelt dat de kasteelheer een luie niksnut is, een leegloper. Anne Marie kan hem beter uit haar hoofd zetten en iets van haar leven gaan maken. Heer Bommel loopt vervolgens neergedrukt naar huis en werpt de tulpen over een heg, waarachter de markies de Canteclaer zijn prijsrozen aan het verzorgen is. Die vindt dit werpen van afval ‘incroyable’, het is bijna nog erger dan de tuinkabouter bij de bouwval Bommelstein. De markies begint een procedure bij de Kleine Club en de kasteelheer heeft bovendien zijn sokken nog aan.

Thuisgekomen op slot Bommelstein klaagt Joost tegen zijn werkgever dat de ontboden bouwkundige onverrichter zake is weggegaan. De situatie blijft zo totdat de zolder is opgeruimd. Omdat Joost niets weet van een gesignaleerde tuinkabouter, gaat heer Bommel zelf op onderzoek uit. Onder een laurierboom vindt hij een vastgevroren beeldje, dat hem aan een aardig iemand doet denken. Hij besluit hem heel stilletjes op de zolder te zetten, waar hij al zijn herinneringen bewaart. Afdalend van de zoldertrap komt hij bediende Joost met een paar straalkacheltjes tegen. Er ontstaat discussie over stroomgebruik, het opruimen van de zolder en het gaan slapen in de logeerkamer door de bediende. Diezelfde middag komt de voorzitter van de Kleine Club naar het kasteel. De clubvoorzitter O. Fanth Mzn onderhoudt heer Bommel over de tuinkabouter en het afwaswater geworpen over de markies. In de gemeenteraad staat de kasteelheer al bekend als een opulente minimalist, die genivelleerd moet worden. De Club moet oppassen en hij stelt voor dat de kasteelheer de eer aan zichzelf houdt en bedankt. Terwijl hij uitgeblust onderuit gezakt in zijn leunstoel hangt, meldt bediende Joost ratten op zolder. Zijn bediende overweegt voor de tweede keer zijn ontslag aan te bieden, maar zijn werkgever laat hem niet uitspreken en pakt zijn oude voorlader om zijn bezittingen op zolder tegen de ratten te gaan beschermen. Op zolder komt Kwetal tevoorschijn uit een kastje. Hij is nu ontdooid door de kacheltjes in het vertrek onder hem. Door eigen schuld was hij te laat voor het ipsen. Kwetal wil graag op de zolder blijven. Voor wat nootmerg, wil hij ook wel wat klusjes opknappen. Hij begint met het repareren van het dak met een foernikel-spuit. Ook de kapotte televisie van Joost verdwijnt naar zolder. Kwetal zoekt de juiste dimensie uit want het toestel gaf slechts een plat beeld.[3] Kwetals werkwijze leidt er echter toe dat het apparaat tot een vreemde televisieverslaving bij de trouwe knecht leidt. Joost is geheel verstard en heeft de macht over zijn ledematen verloren. Heer Bommel zet het toestel uit en gooit bloemenwater over zijn bediende. Joost is ontstemd over de inbreuk op zijn privacy, maar heer Bommel is verontwaardigd over de gemalen noten. Die deugden niet als nootmerg, zodat hij een andere kruidenier moet nemen zonder rode liberale ideeën.

Op zolder wisselen heer Bommel en Kwetal ideeën uit. Kwetal gaat proberen de kachel aan te sluiten op zonwieling. Hij vindt nog wat nootmerg en geeft heer Bommel een monster ervan. Heer Bommel begint de mogelijkheden van Kwetal op zolder onder ogen te zien. Omdat hij een nuttig lid van de Kleine Club wil zijn, biedt hij burgemeester Dickerdack aan een vervangende ambtsketen te vervaardigen. De magistraat is zijn eigen kleinood even kwijt en is in de buurt van slot Bommelstein met zijn dienstauto. Kwetal gaat aan de slag met als voorbeeld een oud slot en de beschrijving van eenvoudige en hooggeplaatste lieden. De burgemeester is onverwachts erg tevreden met het kleinood. Even later ziet heer Bommel een uitgebluste markies op een bankje zitten. Die heeft last van een migraine-aanval, waar geen middel tegen bestaat. Onderweg passeert hij het huisje van zijn buurvrouw, die onverwacht aardig tegen hem is. Zelfs het probleem met de nootmerg wordt opgelost. Het is nootmuskaat, dat heer Bommel toch ook zelf had kunnen proeven en bovendien op Bommelstein ruim voorradig is. Kwetal is erg blij met de nootmuskaat en levert heer Bommel vermisool tegen migraine. Dwerg Monkel Oor heeft daar soms ook last van als hij het woordenboek leest, en Kwetal heeft wat bij zich in zijn ransel. Hij waarschuwt wel tegen overmatig gebruik. Hij geeft heer Bommel ook een draad mee vanaf zolder, die heer Bommel onnadenkend op de gang bij Joost achterlaat, in plaats van deze beneden ergens aan te sluiten. Maar de markies is uitstekend geholpen met de vermisool, die hij op veterdrop vindt lijken. Hij is zelfs tot wederdienst bereid. Heer Bommel weet nu waartoe een heer met een tuinkabouter in staat is.

Bediende Joost zit nu volledig verstard voor de televisie. Wederom zet de kasteelheer de knop uit en begiet zijn bediende met water. Die is geheel uitgeput van het televisie kijken en wil gaat slapen. Heer Bommel moet nu zelf toekijken, terwijl zijn ochtendpap overkookt. De markies is inmiddels opgefleurd en is onderweg naar de opening van de Nieuwe Weg door burgemeester Dickerdack. Hij is er nog net getuige van dat de burgemeester na het doorknippen van het lint met ambtsketen omhoog stijgt.[4] Zelf is de burgemeester zeer tevreden over zijn luchtreis, maar terug op de grond is de markies in een ongeremde lachbui. Hij ziet een zwarte ballon met een roestige keten. [5] Tom Poes is oorgetuige geweest van het laatste gesprek en gaat vervolgens nieuwsgierig naar het kasteel. Hij is een poosje alleen op reis geweest en wil even bijpraten met zijn vriend. Het verhaal over de burgemeester en de markies stemt de kasteelheer niet vrolijk, dat lijkt dus weer mis gegaan. Tom Poes wil heer Bommel best helpen, maar die verbiedt hem naar de zolder te gaan alwaar hij zijn dierbare herinneringen bewaart.

Op de Kleine Club is er een bestuursvergadering belegd door de voorzitter O.Fanth Mzn. Lid Bommel dient geschorst te worden en hij geeft de markies het woord. Laatstgenoemde verdedigt echter heer Bommel en lacht zelf nog na over de vliegende burgemeester. Burgemeester Dickerdack had het zweven met roestige ketting niet willen missen. Er ontstaat nu een verschrikkelijke woordenwisseling tussen de twee clubleden, die de voorzitter verbouwereerd achterlaten en hem geen andere keuze laten dan de vergadering te schorsen. Hij gaat nu persoonlijk poolshoogte nemen op het kasteel om de splijtzwam te onderzoeken. Het gesprek tussen heer Bommel en de voorzitter wordt verstoord door een klagende Joost over ratten op zolder. Toch nemen de twee heren vriendelijk afscheid van elkaar. De voorzitter hoopt op steun bij het oplossen van de meningsverschillen tussen twee bestuursleden. Hij nodigt heer Bommel uit voor het te organiseren voorjaarsbal. Laatstgenoemde nodigt meteen zijn buurvrouw Doddeltje uit. Die is wel blij met de uitnodiging als vrouw alleen maar raakt weer ontstemd over het verhaal over afdankertjes, zolder, tuinkabouter en ratten. Het moet maar eens afgelopen zijn met dat noemen van Doddeltje.

Tom Poes is geprikkeld door het zolderverbod en is daar uitgebreid op onderzoek gegaan. Ook heer Bommel klimt naar de zolder. Hij wordt door Kwetal gewaarschuwd dat er geneusd wordt, maar de kasteelheer is het daar niet mee eens. Hij geeft opgewekt opdracht tot het vervaardigen van een japon die prinsessen dragen voor een erg lief vrouwtje dat ongeveer half zijn lengte heeft. Kwetal filosofeert hoorbaar voor Tom Poes dat Bommel met zijn groot denkraam allerlei invalsels heeft. Maar door het kleine denkraam van Kwetal komt er altijd wieling in zodat het uitvalsels worden. De wegsluipende Tom Poes wordt gehoord door Kwetal, die hem vertelt dat het noppig is om voor Bommel te voegen. Maar hij is wel bang dat Bommel “de iel niet aan een legeerbolling heeft gehutseld.” Beneden bij bediende Joost probeert hij iets te weten te komen over wieling, maar Joost geeft zich liever over aan televisie kijken. Bij het tuinhek ziet heer Bommel Tom Poes vertrekken. Hij ziet ook de markies en de burgemeester langskomen voor een bestelling van meer van hetzelfde. Binnen in het kasteel ergert bediende Joost zich aan de rol touw voor zijn kamer. Hij beklimt de zoldertrap en werpt de kluwen in de ijzeren pot van dwerg Kwetal.

Als heer Bommel op zolder komt met de oude ketting, heeft Kwetal een schitterende jurk gevoegd. Maar hij is ontstemd over het geloop over de zolder, er komen te veel ‘miezers’ naar boven. Heer Bommel vindt het inderdaad warm, maar na het aanschouwen van de jurk durft hij wel om vermisool te vragen en een herstelde ambtsketen voor de burgemeester. Kwetal maakt zich zorgen of Bommel ‘’de iel heeft gehutseld?”. Hij waarschuwt ook voor de wieling want als morgen de oude maan opkomt wordt alles on. Verder maakt hij zich zorgen om zijn beschermer die slechts invalsels heeft voor anderen. Als de oude maan opkomt, worden het uitvalsels! Wil Bommel zelf niet iets hebben? Na enig denkwerk bestelt heer Bommel het volgende: “Ik zou graag willen kunnen wat ik eigenlijk zou willen doen als ik het doen kon.”

Tom Poes raakt in de gemeentebibliotheek aan de praat met doctoranda Pi Ritsel over het Kleine Volkje. Daarvoor is hij aan het goede adres want haar grootmoeder is geboren in De Zwarte Bergen en bovendien was ze een wisselkind. Tom Poes wil weten of ze zo knap zijn dat ze iets voor gewone lieden kunnen doen. De daarop volgende uitleg duurt tot sluitingstijd.

Doddeltje is erg blij na het uitpakken van haar feestjurk. Zoiets moois! Tom Poes komt langs op te waarschuwen maar Doddeltje is erg in haar nopjes. Vast van Feng Lon of zo.[6] Ze is er helemaal verlegen van, maar morgenavond komt heer Bommel haar halen. Tom Poes loopt met zijn vriend mee en waarschuwt voor al de uitvalsels van Kwetal. Hij heeft in de gemeentebibliotheek opgestoken dat onze wereld anders is dan die van Kwetal. Heer Bommel vindt het maar zure praatjes van de jeugd van tegenwoordig. Toch begint hij nadenkend aan de uitvalsels van Kwetal te twijfelen, die hij vervolgens buiten ziet zitten onder een boom. Die voelde het voorjaar aankomen en was weg uit het warme kasteel getrokken. Hij overhandigde nog wel de ambtsketen en de opdracht van heer Bommel in een klein doosje. Het is een ‘kerewerende kaatselaar’. En hij geeft ook zijn laatste vermisool nog af. Daarna liep hij snel de heuvel af met de waarschuwende woorden op te passen als de oude maan schijnt. Want dan wordt alles on. Thuis in zijn slaapkamer probeert heer Bommel tevergeefs zijn doosje open te maken. En omdat hij niet meer weet wat hij gewenst heeft, zit hij in een lastig parket.

Als Tom Poes de andere ochtend langs Bommelstein loopt, ziet hij zijn vriend kauwen op een korst brood. Tom Poes vindt het verstandiger dan ochtendpap, want daar word je dik van. De burgemeester komt langs om zijn ambtsketen op te halen en is erg blij met het resultaat. Intussen heeft Tom Poes aandacht voor de gekwelde bediende Joost bij zijn televisie. Hij zette het toestel uit maar Joost is volkomen van de wereld. Het is veel te heet in de torenkamer. Beneden geeft heer Bommel toe dat Joost verslaafd is. Hij geeft Tom Poes het advies een loodgieter of een dokter te bellen. De markies komt zijn vermisool ophalen en vertrekt weer. Hij laat heer Bommel achter met zijn zorgen over zijn doosje dat niet open kan. Dokter Baboen komt aanrijden om de patiënt te onderzoeken. Zijn werkgever wijst hem door naar de torenkamer waar Joost steeds warmer wordt met zijn verslaving. Tom Poes ontvangt de arts, die het veel te warm vindt. Op zolder ziet Tom Poes de warmte hem tegemoet treden. De verwarmingsbron is niet moeilijk te vinden. Een zwarte pot met draden, die lastig te verwijderen blijken. Beneden lukt het dokter Baboen ten slotte met vlugzout Joost bij kennis te brengen. De arts constateert dat de bijkomende knecht lijdt aan een hysterische paralyse, die hij met ammoniumcarbonaat heeft verholpen. De bediende komt uit zijn stoel en valt op bed in een diepe slaap. De vertrekkende arts schrijft aan de patiënt via Tom Poes rust en frisse lucht voor. Tom Poes maakt zich ook ernstig zorgen over de hitte, maar de draden zitten muurvast.

De Kleine Club heeft die avond een metamorfose ondergaan. Er klinken opgewekte stemmen, welke doorgaans verfoeid worden. Middelpunt is de voorzitter O. Fanth Mzn, die bekwaam alle roddels over de markies, de burgemeester en Bommel de kop indrukt. Het is zwartmakerij van de rode kant. Op dat moment komt heer Bommel binnen met een schitterende dame in een onbetaalbare buitenlandse creatie volgens mevrouw Fanth. Filmster Titia Tato is weg van haar juwelen. Mevrouw Doddel is zelf sprakeloos en weet niet goed wat te zeggen. Heer Bommel stelt haar graag voor aan de clubleden. Ook de voorzitter wil graag kennismaken met de freule. Heer Bommel meldt dat het een oude kennis is, waar hij dikwijls koffie gaat drinken. Ook de markies komt aan bij de Club. Hij neemt preventief een eindje vermisool en treedt binnen. Ook hij raakt geheel betoverd door de dame aan de zijde van heer Bommel. Hij vraagt haar ten dans, wat sterke afkeuring oproept van mevrouw Doddel en haar begeleider. Ook de voorzitter komt zich bij de markies beklagen over het neerwerpen van medelid heer Gorkel op het parket. Wegens de recalcitrante opstelling van de markies wordt hij beleefd weggeleid door een ingehuurde beveiliger Hoetel. Hij mag kiezen tussen grenadine of kwast.

De burgemeester komt intussen buiten aanlopen, terwijl hij bij zichzelf zijn toespraak voorbereidt. Hooggestemd en luchtig. Tot zijn genoegen merkt hij dat hij weer omhoog zweeft en boven de glazen koepel van de Kleine Club komt te vliegen. Hij weet nu wat geluk is.

Heer Bommel staat intussen glunderend naar zijn buurvrouw te kijken. Ze wordt omringd door hoffelijke heren en afgunstige dames. Hij maakt zich wel een beetje zorgen over de markies die te veel vermisool heeft gegeten. Laatstgenoemde is inmiddels aan Hoetel ontsnapt. Met verkleinde pupillen pakt hij een van de twee sierdegens van de wand en mengt zich met het rapier tussen de feestgangers onder de uitroep: “En garde”. De meeste feestgangers verlaten haastig het pand, alleen de voorzitter probeert met woorden de zaak te sussen. Tevergeefs. De dolle markies wordt echter geveld door de burgemeester, die als een deus ex machina door de glazen koepel heen op de kroonluchter neerstort. Maar deze lamp valt omlaag, kortsluiting veroorzakend, boven op de vechtende markies, die bezwijkt onder het gewicht van de burgemeester. Heer Bommel en Doddeltje staan onthutst te kijken naar de vluchtende gasten. De jurk van Doddeltje is bovendien veranderd in een rafelig gordijn. Tom Poes ziet tot zijn schrik dat het op de Kleine Club niet veel beter is dan op het kasteel. Maar gelukkig lijkt zijn vriend onbeschadigd. Tom Poes vertelt over de ernstige toestand op Bommelstein, Joost ligt er maar en de vonken slaan uit de zolder. [7] Hij raadt aan met zijn drietjes te vluchten in de Oude Schicht. Heer Bommel rijdt met grote snelheid weg en levert de snikkende buurvrouw galant in haar huisje af. Bij het kasteel Bommelstein blijkt de westertoren in vlammen te staan. Heer Bommel weet dan nu al zijn herinneringen weggebrand zijn. Tom Poes vraagt met spoed aandacht voor bediende Joost. Laatstgenoemde wordt in bed getroffen door waterdruppels van de zolderetage, maar lijkt verder weer de oude. Alleen is hij zeer bezorgd dat zijn tv nooit weer de oude zal worden.

Heer Bommel trekt zich terug in zijn studeerkamer. Hij beseft dat het met hem afgelopen is. Hij zal naar een ver land gaan, waar niemand hem kan zien. Tot zijn verbazing kan hij nu het gewenste doosje wel openmaken. Hij kijkt in het vriendelijke gelaat van een zeer tevreden heer Bommel met een opgewekte glimlach. Hij weet nu wat hij ziet in de spiegelscherf: “ Willen kunnen wat ik zou willen doen als ik het doen kon.” Tom Poes komt binnen en begrijpt dat hij zijn vriend beter alleen kan laten tot de andere ochtend.

Op de Kleine Club ruimt het personeel de scherven op. De voorzitter belegt een bestuursvergadering met de markies, gesierd door een ooglapje, en een gespalkte burgemeester. De voorzitter stelt voor alles te vergeten, temeer daar er geen[8] pers aanwezig was. Zijn medebestuursleden sputteren tegen maar de voorzitter heeft een plan. De markies heeft de zaal versneld laten ontruimen omdat de lamp dreigde te bezwijken, en de burgemeester was op het dak om dezelfde lamp te repareren. Hij stelt de heren voor te gaan slapen, want slaap brengt vergetelheid. Persoonlijk zal hij nooit de dame vergeten, aan wie hij niet is voorgesteld. De markies kan de vermisool niet vergeten en de burgemeester zal zijn zweven niet kunnen vergeten.

Heer Bommel heeft dezelfde ochtend besloten via de serre van Bommelstein incognito te ontsnappen. Tot zijn ontzetting wordt hij in de tuinkledij van zijn bediende Joost tegemoet getreden door zijn buurvrouw. Tot zijn verbazing komt ze hem bedanken voor het feest van gisteravond. Ze zal het nooit vergeten want het was het mooiste van haar leven. Heer Bommel begrijpt het niet omdat ze zo troosteloos had gehuild, waarop zijn buurvrouw zegt dat dat was omdat het feest afgelopen was toen de burgemeester neerstortte op de vechtende markies. Tom Poes verschijnt nu op het toneel, hij zegt de betekenis van de wens van zijn vriend in het doosje te kennen.

“U wilt immers kunnen wat u zou willen doen, als u het doen kon? Nou, dat doet u toch? “

Heer Bommel overweegt dat dit zou betekenen dat hij goed is zoals hij is. Op dat moment komt Joost uit een van de logeerkamers naar buiten. Hij overweegt als goedmaker die avond een eenvoudige doch voedzame maaltijd te bereiden, omdat hij veel heeft goed te maken. De reparatie van de televisie was te veel voor hem geworden. Hij gaat voortaan naar een gewone reparateur. Nu moest hij naar iets kijken wat zijn werkgever zich van een televisie voorstelde en dat was te veel voor zijn eenvoudig persoon. Die avond legt Tom Poes aan de eettafel uit aan heer Bommel en Doddeltje wat hij bedacht heeft. Kwetal had een zonneverwarming op zolder aangelegd, die niet goed was aangesloten. Heer Bommel onderbreekt zijn verhaal over de uitvalsels. Tom Poes heeft heel verstandig bedacht wat er in het doosje zit, zodat heer Bommel nu tevreden kan zijn met wie hij is. De jurk was een prinses waardig en de onprettige dingen kunnen worden vergeten.

Buiten lopen de markies en de burgemeester nog na te praten. Ze zien de lichten branden op het kasteel en weten dat ze deze keer niet bij de slotmaaltijd zijn uitgenodigd. Ze hebben goede herinneringen aan vermisool en de ambtsketen en besluit alles te vergeten. Burgemeester Dickerdack wil aan het eind van dit verhaal geen kwaad van heer Bommel meer horen.

Voetnoot

  1. Van 30 januari tot 6 februari genoot het verhaal van een korte onderbreking.
  2. De kruidenier is van mening dat de kasteelheer nooit iets nuttigs heeft gedaan. Hij geeft slechts commando’s en maakt misbruik van zijn geld.
  3. Waarschijnlijk voegt Kwetal hier een 3D-tv uit de platte beeldbuis.
  4. De tekst van de burgemeester: "Bewust van mijn waardigheid zal ik thans uit mijn verheven positie het lint doorknippen, dat deze weg voor het lagere publiek afsluit. Dit is een hoogtepunt in de geschiedenis."
  5. De ambtsketen is inderdaad teruggevallen tot het oude roestige hangslot.
  6. Waarschijnlijk bedoelt het vrouwtje Fong Leng.
  7. De telefoon op het kasteel is ook defect geraakt.
  8. De voorzitter bezit twee van de drie de kranten van Rommeldam!

Hoorspel

Voorganger:
De denktank
Bommelsaga
6 februari 1978 - 10 juni 1978
Opvolger:
De geweldige wiswassen