De vergelder

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de vergelder (meestal verkort tot De vergelder) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 26 juni 1984 en liep tot 25 september van dat jaar.[1] Thema: Pijlsnelle apparatuur berekent van alles de financiële waarde.

Uitstelaankondigingen

Op 6 april publiceerde de Haagsche Courant een ongenummerd plaatje met een verhaaluitstel aankondiging. Het opnieuw meubileren en het geheel nieuw inrichten van kasteel Bommelstein drukt zwaar op de eigenaar. Op 1 mei publiceerde het NRC Handelsblad een tweede uitstelaankondiging. Dit plaatje is genummerd 01514, en toont hetzelfde tafereel als het komende verhaal, dat ook start met dit nummer 01514. Heer Bommel is nog erg terneergeslagen door zijn laatste avontuur aan de zelfkant. Wanneer Joost de thee binnenbrengt geeft hij commentaar op de Tik-tak thee, alsof zo’n merk geen geld kost. Want volgens zijn goede vader speelt geld voor een heer een grote rol en daar moeten we ons aan houden. Om de zinnen te verzetten haalt Joost een verhaal terug uit de tijd dat zijn werkgever nog jong was. Een verhaal uit 1947: Tom Poes en de watergeest.

Verhaalinleiding

Op 26 juni publiceert het NRC Handelsblad eerst een verhaalinleiding onder nummer 01513A. Heer Bommel bladert lusteloos en verbolgen door het oude verhaal. Hij gaat daarin zorgeloos vissen met Tom Poes alsof er geen galgenbrokken rondlopen. En zijn portret uit 1947 toont een jonge windbuil. Ook de nieuwe meubilering en stoffering van het kasteel bevalt hem niet. Er hangt pas één kunstwerk aan de muur. Hij mist zijn oude vertrouwde gastvrije haard met gemakkelijke stoel en met het goede boek met een mooi glaasje port.[2] Wat staat hem te doen?

Het verhaal

De vreselijke avonturen in De zelfkant hebben heer Ollie dieper geschokt dan men zou denken. Het feit dat hij zo maar van al zijn bezittingen werd beroofd, heeft hem nog steeds diep geraakt. Alles was weg en hij moest zijn brood verdienen te midden van giftig afval, dat de woede opwekte van de bevolking. Joost oppert dat de verzekering de schade heeft gedekt. Maar de ingeschonken jasmijnthee is duurder dan de Tik-tak thee, en ook de nieuwe portretten moeten nog betaald worden. Omdat Joost ook nog op een salarisverhoging zint, besluit de trouwe bediende een dokter te ontbieden. Heer Bommel herinnert zich plots de uitdrukking van zijn goede vader: “Zuinigheid en vlijt”. Hij is daarom verbolgen over een draaiende kiesschijf van het telefoontoestel in de hal en springt op uit zijn stoel. Opbellen kost geld. Het gesprek met de dokter en een rondslingerend muntstuk doet hem voorover de trap af duikelen.

Anne Marie Doddel besluit als buurvrouw eens poolshoogte te gaan nemen bij het kasteel. Ze raakt in gesprek met de arts die het heeft over de gewone psychosomatosen, die na een val van de trap worden aangevuld met blauwe plekken en een verstuikt enkeltje. Binnen in het kasteel maken werkgever en werknemer ruzie over geld. Volgens bediende Joost valt heer Bommel over een cent. Hij is zichzelf niet en daarom is de geneesheer ontboden. Heer Bommel stelt dat hij door de armoede zichzelf heeft hervonden. Hij wil niet boven zijn stand leven ook al kan hij het betalen! Hij zal zijn laatste florijn geven om zijn fortuin te redden. Doddeltje adviseert hem om zich nuttig te maken in plaats van op alles te beknibbelen. Ze vindt hem niet aardig meer. Hij moet aan het werk, dat is iets uitvoeren waar anderen ook plezier van hebben. Net als vroeger, toen hij nog aardig was.[3] Heer Bommel klaagt bij zichzelf dat hij alleen voor de berovingen door magister Hocus Pas stond. Hij besluit toch om geld te gaan verdienen. Met de gepakte Oude Schicht haalt hij de vissende Tom Poes op, om samen op pad te gaan. Er moet geld in het laatje komen, waarop Tom Poes “Hm” zegt. Het geld was toch teruggekomen via de verzekering? Maar dat zal heer Bommel geen tweede keer gebeuren. Onderweg in de Zwarte Bergen vraagt Tom Poes zich verbaasd af wat ze daar doen. Werken, zaken doen en dat hier in de bergen? Heer Bommel beschouwt de opmerking als een tip. Over de grens lonkt het buitenland en daar ligt het geld op straat.[4] Maar aan de grens staan de twee vrienden zonder papieren tegenover een grenswachter. Bagage en auto worden onderzocht, omdat reizigers zonder papieren bij voorbaat verdacht zijn. Maar er wordt niets gevonden en dus ook de grote uitvinding niet, die volgens de grenswachter dreigt het land te worden uitgesmokkeld. De twee vrienden overnachten onder een rots in de bergen.

Als geplaagd zakenman kan heer Bommel de slaap niet vatten en hij besluit tot een nachtwandeling, vertrouwend op het geluk van een Bommel. Hij loopt bijna letterlijk een vreemdeling tegen het lijf, die hem buigend begroet met: ”soko noke”. De vreemdeling geeft toe een buitenlander te zijn met de naam Hitoto Gisoe.[5] Hij heeft een koffer met een uitvinding bij zich. Maar omdat hijzelf als buitenlander op de achtergrond wil blijven, stelt hij voor dat heer Bommel het gaat verkopen als Bommel-artikel. In eerste instantie vindt de kasteelheer het een gewone koffer, maar Hitoto laat zien dat het apparaat een echte vergelder is. De pijp van heer Bommel wordt door het apparaat opgeslokt en teruggegeven als f1,25. (een florijn en vijfentwintig cent) Heer Bommel moppert wat over de waarde, maar de pijp was reeds gebruikt en niets bijzonders. De vreemdeling wil de verkooprechten en het inschrijfrecht overdragen. Als de papierwinkel op orde is gebracht gaan ze verrekenen. Heer Bommel tekent opgewekt de getoonde contracten, totdat Tom Poes komt waarschuwen dat er weer nieuwe grenswachten onderweg zijn. Hitoto holt weg achterna gezeten door de grenswachten, zodat heer Bommel Tom Poes meer kan vertellen over de vergelder. Er zitten wel een miljoen kleine piefjes in en die rekenen uit wat iets waard is en betalen dat ook direct uit in klinkende munt. De twee grenswachten slagen er niet in de vreemdeling te arresteren en wenden zich tot heer Bommel en de Oude Schicht. Die zijn reeds verdwenen zodat er niets anders voor ze op zit dan de politie van de stad Rommeldam naam,nummerbord en ruitjesjas door te geven.

Het aan brigadier Snuf doorgegeven signalement doet hem aan Bommel denken en zijn chef commissaris Bulle Bas is het volledig met hem eens: “Altijd dezelfde”. Hij draagt Snuf op naar Bommelstein te gaan en daar rustig te gaan praten en scherp rond te kijken. Vlak daarna belt professor Joachim Sickbock op, die nog steeds op zoek is naar een gevluchte assistent en verdwenen plannen. De commissaris volgt bereids een spoor maar daar neemt de geleerde geen genoegen mee. De firma ICM begint ongeduldig te worden en als het tot vragen in het parlement komt dan betekent dat overplaatsing naar Lutjewier voor de commissaris, waarbij de Geheime Dienst de zaak overneemt. De ontstemde Bulle Bas probeert zijn onvrede op zijn ondergeschikte af te reageren, maar die heeft wel een spoor, Bommel! Gewoon maar een gevoel. Bij het kasteel ziet Snuf de Oude Schicht al staan en hij vaart uit tegen bediende Joost. Die deelt koeltjes mede dat zijn werkgever zijn paspoort was vergeten en daarom de grens niet overkwam. Binnen zijn heer Bommel en Tom Poes gebogen over de gebruiksaanwijzing van het vreemde apparaat. De opgewonden brigadier Snuf verliest zijn opschrijfboekje in de trechter van het apparaat, waar vervolgens ter compensatie 975 florijnen aan bekeuringen uit komen rollen. Tom Poes krijgt de opdracht 900 florijnen uit te betalen aan de brigadier. De andere 75 florijnen zijn de commissiegelden van heer Bommel, want Zaken zijn Zaken. Brigadier Snuf wil weleens de inklaring van het toestel zien, maar de kasteelheer stelt dat het een cadeautje is van een zakenrelatie. Buiten gekomen legt Snuf aan zijn chauffeur agent Schenkels uit dat hij nattigheid voelt. Er ligt een aangifte van een gestolen uitvinding en binnen in het kasteel staat een deksels raar kistje.

Binnen hebben Tom Poes en heer Bommel een felle discussie. Is het geld echt en maakt de machine het zelf? De doos geeft trouwens alleen maar de waarde aan volgens Tom Poes, maar zijn vriend riposteert dat er ook echt geld uit rolt. Daarom meent heer Bommel dat iedereen zo’n vergelder zal gaan kopen. Men wordt er rijk door als men slim is! Om zijn zienswijze kracht bij te zetten geeft hij een demonstratie van een net door Joost geschilde aardappel. De vergelder waardeert het product op één cent. Heer Bommel is boos over de lage waardering, maar Joost laat het eindproduct waarderen, de kostelijke patates frites en die leveren inderdaad 20 cent op. Joost merkt op dat het apparaat zeer nauwkeurig de waarden der dingen aangeeft. Heer Bommel heeft onmiddellijk een bedrijfsplan. Het apparaat betaalt contant uit, Tom Poes telt de centen en Joost bakt twee dagen lang de frieten. Na twee dagen zal heer Bommel het bakken overnemen. Tom Poes loopt ontevreden weg als beoogd cententeller. Buiten het kasteel gaan heer Bommel en Joost echter voortvarend aan de arbeid. De walm van het patat bakken stoort de dichter in de markies de Canteclaer. Maar er wordt geen patattent geopend op het kasteel, want heer Bommel laat zijn buurman zien hoe de versnapering om te zetten in klinkende munt. Heer Bommel legt de markies uit, die ook enige zakelijke belangen beheert,[6] dat het apparaat alles vergeldt. Het schat de waarde van grondstoffen, kapitaal arbeid en de meesterhand. Juist op het moment dat de markies geïnteresseerd raakt om de waarde van zijn zeldzame gekweekte roos Barcolesi te laten bepalen, gaat de machine in storing. De patatten komen terug omhoog uit de trechter en er klinkt uit het inwendige een doordringende zoemtoon. Heer Bommel constateert stank voor dank, ondanks de troostende woorden van Joost. Hij haat nu frieten.

Binnen in het kasteel krijgt Joost een mysterieus telefoontje. De vergelder is leeg en het signaal is ontvangen. Omdat Joost enige vragen onduidelijk beantwoordt, worden er maatregelen aangekondigd aan de andere kant van de telefoonlijn. Joost deelt zijn werkgever mee dat de vergelder op afstand wordt afgeluisterd, maar heer Bommel houdt het op een fout in de kassa-afdeling, die moet worden nagekeken. Hij besluit naar een horlogemaker te rijden, om het apparaat weer aan de praat te krijgen. Joost maakt echter nu principiële bezwaren, omdat ze nog te weinig weten van het apparaat. Is er onder het gezoem geen radioactieve straling verborgen en is het doel niet om de hele wereld te vergelden? Heer Bommel meent dat Joost de verkeerde krant leest. Hij bedenkt dat hij nu al meer aan benzine heeft uitgegeven dan dat hij heeft verdiend met de frieten. Tijdens deze berekeningen wordt de Oude Schicht klem gereden door een dwars geparkeerde vrachtwagen. Heer Bommel wordt door de chauffeur opgetild en meegenomen om te gaan praten met de baas. Even later treft Tom Poes de Oude Schicht aan, dwars op de weg, met het koffertje er nog in. Hij rijdt de auto terug naar het kasteel om Joost op de hoogte te brengen.

In de oude buurt van Rommeldam wordt heer Bommel gebracht bij Zedekia Zwederkoorn.[7] De advocaat vertegenwoordigt de buitenlandse uitvinder van de vergelder, die onbekend moet blijven. De vraag is aan heer Bommel of inmiddels het patent is aangevraagd en of de financiering is geregeld? Verder legt hij heer Bommel geduldig uit dat het apparaat met geld moet worden gevoed. Het apparaat bepaalt slechts de waarde, het geld uitkeren is slechts bedoeld om een beter idee van de waarde te geven. Heer Bommel vindt het allemaal zeer merkwaardig. Een vergelder die met geld moet worden gevoed? Advocaat en contractant komen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Zedekia stelt dat de contracten rechtsgeldig zijn gesloten en dat voor patent en financiering moet worden gezorgd. Heer Bommel voelt zich opgelicht met een kapotte vergelder, waardoor hij steeds armer wordt. De advocaat legt hem uit dat de vergelder door de snelle en nauwkeurige waardebepaling de tussenhandel zal uitschakelen. Maar hij moet wel gevoed worden door de gecontracteerde verkooporganisatie. Hij geeft heer Bommel nog één week om de zaken te regelen. Heer Bommel begrijpt dat hij zich in een wespennest heeft gestoken met een koffertje dat met geld moet worden gevoed. Op straat wordt hij aangehouden door agent Schenkel, omdat hij wordt gezocht wegens een ontvoering. Commissaris Bulle Bas geeft hem de wind van voren als heer Bommel geen opening van zaken geeft met het oog op een advocaat en een verdachte zaak die onbekend moeten blijven. Brigadier Snuf heeft meegeluisterd en suggereert dat heer Bommel meer weet van de gestolen uitvinding van de professor. Maar Bulle Bas wil bewijzen en als die er nog niet zijn moet Snuf doorgaan met de zaken goed in de gaten te houden.

Op kasteel Bommelstein had Tom Poes al eerder de gebruiksaanwijzing in de zijkant van de vergelder gevonden. Hij besluit naar de krant te rijden, terwijl Joost aangifte doet van de verdwijning van zijn werkgever. Tom Poes geeft intussen journalist Argus wel opening van zaken over de verdwijning van heer Bommel en de vergelder. De journalist herinnert zich een persconferentie over een gestolen uitvinding en hij besluit in het archief te duiken. Hij vindt diefstal van een belangrijke uitvinding bij ICM. Assistent is verdwenen en de grens wordt bewaakt. De uitvinding was een omwenteling in het geldwezen. Argus had een jaar geleden zijn twijfels, maar nu ruikt hij een hoofdartikel en een cursiefje over de verdwijning van kasteelheer Bommel. Ze rijden in de Oude Schicht naar het gebouw van ICM buiten de stad Rommeldam. Argus zal de professor laten praten en Tom Poes kan vragen of het koffertje kan worden gerepareerd. Binnen in het gebouw legt professor Joachim Sickbock uit dat hij dit jaar is voorgedragen voor de Nobelprijs. Hij is desgevraagd toch bereid enige inlichtingen over de aard van de gestolen uitvinding te geven. Enige publiciteit is nodig om schot in de zaak te brengen, hoewel eigenlijk strikte geheimhouding moet worden betracht. Hij geeft een begrijpelijke demonstratie van de opgestelde apparatuur. Hoewel er veel micro-elektronica in is verwerkt, is het een ontstellend grote machine. In de gleuf gaat een aandeelbewijs van de Rommeldamse Aardgasindustrie. Onderweg, lopend langs de apparatuur, legt de professor uit wat er binnenin wordt afgerekend. Gasproductie, gasvraag, gasaanbod, gasvoorraad, aardlagen druk etc. Aan het eind van de gang komt de exacte waarde van het aandeel met een actuele beursnotering van 84 florijnen uit de gleuf. Die bedraagt 412 florijnen, waarmee Argus zijn hoofdartikel heeft. De weghollende journalist doet de professor begrijpen dat hij te veel heeft laten zien en hij seint de bedrijfsbeveiliging in. Tom Poes vraagt intussen vergeefs aandacht voor zijn koffertje, de vergelder. De professor ziet het meer als speelgoed uit ‘Taipan’ en Tom Poes en Argus worden letterlijk het pand uitgegooid. Tom Poes met koffertje en Argus zonder blocnote. Maar de journalist is professional genoeg om de zaak te begrijpen. De aandelen zijn bijna 5× zoveel waard en de professor heeft te veel informatie gegeven. Dat is met recht een hoofdartikel.[8]

Heer Bommel heeft intussen als geplaagd zakenman steun gezocht in het gemeentehuis. Ambtenaar eerste klasse Dorknoper is hem met in acht nemen van de formaliteiten best ter wille. Hij wil de patentaanvrage in behandeling nemen maar dat kost tijd, omdat onderzocht moet worden of de uitvinding al bestaat. De ondernemer moet zich eerst wel bij de Kamer van Koophandel laten inschrijven. Na betaling van 2025 florijnen en 74 cent maakt de ambtenaar er een spoedprocedure van. Na inschrijving bij de Kamer van Koophandel, loopt een neergedrukte heer Bommel Tom Poes tegen het lijf. Hij is blij verrast dat het koffertje in goede handen is beland. In een café praten de twee vrienden elkaar bij. Tom Poes legt heer Bommel duidelijk uit hoe de vergelder werkt. Er moet geld in om de waarde te bepalen. En er is een goede verkoper nodig, die de mogelijkheden van het toestel haarfijn kan uitleggen. Op dat moment meldt zich Sjors Bigbus, die de frites en de hamburgers op de markt heeft gebracht. Hij doet uitsluitend grote zaken. Heer Bommel besluit nu bij de bank de vergelder te gaan vullen. Morgenochtend kan de verkoper zich dan melden op het kasteel, omdat hij beweert een ton per dag om te kunnen zetten. Op weg naar huis zegt Tom Poes nog maar eens “Hm”. Hij vindt Sjors te veel lijken op een bekende oplichter, die ze vroeger al eens ontmoet hebben. Maar heer Bommel is niet meer boos op zijn jonge vriend. Na het weigeren van de baan als cententeller, krijgt hij nu de opdracht van leerling-verkoper, om de verkoper in de gaten te houden.

De andere dag is het koffertje met hulp van Tom Poes gevuld en kunnen verkoper en leerling samen aan de slag. Sjors Bigbus heeft nog wat contractjes voor zijn werkgever. 10% Commissie, 10.000 florijnen onkostenvergoeding per dag behoudens passend voertuig, hotelkosten, maaltijden en dergelijke. Dat alles met een proeftijd van een week. Heer Bommel zet zuchtend zijn handtekening en kan vervolgens 10.000 florijnen borg betalen voor de voorgereden huurauto. Joost spreekt zijn zorgen uit tegen zijn werkgever, die hem geruststelt. Maar zelf ziet heer Bommel het zwaard van Zwederkoorn erg somber in. Gelukkig houdt de jonge vriend een oogje in het zeil.

In de stad krijgt Tom Poes echter, wantrouwend als hij is, van Sjors een duplo koffertje in zijn handen gedrukt. De heer Bigbus scheurt zelf weg in de huurauto en van schrik springt het nepkoffertje van Tom Poes open met daarin een timmerdoos. Omdat heer Bommel de uit handen gegeven zaken niet echt vertrouwt, rijdt hij toch zelf via de Achterlandse Slingerweg naar de stad. Hij raakt echter met het kapje van de Oude Schicht klem in de Slingerwegse Achterpoort. Hij komt de van Tom Poes wegvluchtende Sjors Bigbus tegen. Heer Bommel wil zijn ton hebben, omdat hij zijn jas moet laten stomen en de kruidenier betalen. Zijn verkoper denkt pijlsnel na. Vluchten gaat in deze oude stad lijken op een vlucht als in een film. Na enige studie haalt hij 45.000 florijnen uit de vergelder. Een halve ton omzet minus 10% commissie is de opbrengst van een halve dag werken. Heer Bommel is eerst best tevreden maar merkt dan op dat hij Tom Poes mist. Laatstgenoemde heeft besloten journalist Argus op te zoeken. Die is blij de professor te pakken te hebben genomen, door toch nog in een hoofdartikel te schrijven, dat de gasaandelen 5× zoveel waard zijn. Maar professor Sickbock is niet eens boos, als echte geleerde. Maar zijn opdrachtgever Steenbreek is laaiend. ICM heeft door loslippigheid jegens een journalist miljoenen schade geleden. Maar Sickbock wil nu weleens naar buiten treden. Steenbreek heeft goed nieuws. De verbinding met ‘Zurig’, waar al het geld in kluizen ligt opgeslagen, is tot stand gebracht. Morgen zouden ze naar buiten kunnen treden, maar er is een kleine moeilijkheid. Er is een patentaanvraag voor een soortgelijk apparaat ingediend, een vergelder, door OBB. Het patent berust op de gestolen uitvinding, waarop Sickbock vraagt of er al arrestaties zijn verricht. Steenbreek stelt voor de contacten tussen OBB en de voortvluchtige assistent goed in de gaten te houden. Argus vertelt intussen Tom Poes ook van de grote persdemonstratie morgen. Dan zal de eerder nog stiekeme proef met het gasaandeel in het groot en openbaar worden gedemonstreerd. Tijdens het gesprek ziet Tom Poes Sjors Bigbus in een restaurant zitten. Hij holt naar binnen en ziet nog net dat de verkoper door twee wandelende kleerkasten wordt meegenomen. Het koffertje was leeg en had zijn zoemtoon gegenereerd. Via een lift op de achterklep, besluit Tom Poes de verkoper in de gaten te blijven houden.

Advocaat Zwederkoorn is niet tevreden over verkoper Sjors Bigbus, die tegenover hem zit. Hij zou hem eigenlijk via de rivier moeten afvoeren, maar met achterlating van het koffertje, mag hij voorgoed verdwijnen. Via de brandtrap weet Tom Poes naar boven te klimmen. Na bestudering van de handleiding weet hij eerst het koffertje radiografisch stil te maken en neemt het vervolgens mee. Beneden aan de trap zit Sjors zijn tienduizenden florijnen te tellen en is hoogst verbaasd als de bedrogen leerling-verkoper hem het koffertje komt terugbezorgen. Tom Poes legt hem het verschil uit tussen de kleine zaken van Sjors en de grote zaken die morgen bij ICM op het spel staan. Een persdemonstratie. Terwijl het koffertje hetzelfde kan als de grote ICM-machine. Intussen heeft tot laat in de avond zakenman Bommel zijn zorgen kunnen bespreken op de Kleine Club. Burgemeester Dickerdack hoort hem belangstellend aan en geeft hem een toegangskaartje voor een grote computerdemonstratie morgen van ICM. Buiten loopt hij Tom Poes tegen het lijf die vertelt dat er morgen een grote computerdemonstratie is. Heer Bommel besluit met het kaartje in de hand er samen heen te gaan om de verkoper in het oog te houden.

Bij de post zijn er die ochtend twee belangrijke brieven voor heer Bommel. De patentaanvrage is goedgekeurd, maar er moet nog wel weer betaald worden. Heer Bommel besluit het port drinken dan maar af te schaffen. De tweede brief is van de bank. Vol angstgevoelens opent de kasteelheer deze post, maar het bevat goed nieuws. Door verstandig beleggen is zijn vermogen in drie maanden tijd verdubbeld. Joost kondigt nu aan na de demonstratie het begrip ‘opslag’ te berde te gaan brengen. In de rit naar de stad praat heer Bommel Tom Poes bij over de ontwikkelingen. Het patent is verleend en hij heeft eigenlijk wel genoeg van het zaken doen. Maar Tom Poes wijst hem op het gesloten contract met advocaat Zwederkoorn. Maar heer Bommel meent dat deze hem minder boven het hoofd hangt, na het verleende patent. Maar daarin vergist hij zich, want een helikopter met advocaat en uitvinder Hitoto Gisoe vliegt hem wel degelijk boven het hoofd. Hitoto is verontrust omdat de vergelder geen signalen meer geeft. Zonder patent kan hij zich echter niet laten zien, zodat er veel van de Bommel-heer afhangt.

In het gebouw van ICM geeft professor Sickbock een duidelijke demonstratie. Hij gebruikt de aangeboden boeken van een jaar om te laten zien welke succesvol zullen zijn. Dat is goed nieuws voor de uitgevers. Maar ook modefabrikanten en dropmakers zullen gaarne vooraf de waarde willen weten. Maar Sjors Bigbus geeft hierop een tegendemonstratie. Geen groot gebouw, doch slechts een klein koffertje. Hypermicro-elektronica. Hij geeft een demonstratie met een boek, dat meteen tot enige tientallen florijnen wordt teruggebracht. Maar ook dit koffertje is aan te sluiten op de grote kluizen te Zurig, terwijl de kosten van zijn vergeldertje gering zijn. Hierop schreeuwt professor Sickbock: “piraat, schurk, diefstal!”. Tom Poes legt heer Bommel uit dat Sjors de vergelder verkoopt, gedekt door het patent van Dorknoper. Sjors Bigbus verwijst echter Sickbock en Steenbreek van de ICM naar OBB, die de contracten heeft getekend. Steenbreek probeert nu snel tot zaken te komen met OBB en vraagt de prijs. Hitoto Gisoe en meester Zwederkoorn verschijnen nu ook ten tonele met vragen over de papieren. Heer Bommel legt de uitvinder uit dat inschrijving en patent in orde zijn. Steenbreek kan nu zaken doen met Hitoto, waarbij de kasteelheer zich terugtrekt. Ook om de mond van meester Zwederkoorn verschijnt een glimlach. Maar Tom Poes noemt het een janboel. Heer Bommel moet erbij blijven. Maar de advocaat legt uit dat nu alles piekfijn in contracten zal worden vastgelegd. Er is niets dat niet wettelijk geregeld kan worden door sluitende contracten. De heren Bommel en Poes kunnen rustig naar huis gaan. Onderweg besluit heer Bommel dat hij bevrijd de vergelder achterlaat. Dat ding is niets voor een heer die van goede boeken houdt, ook als hij ze niet leest.

De andere ochtend leest heer Bommel voor aan Joost uit de krant. ICM heeft de hand weten te leggen op een gemoderniseerde vergelder, met micro-minichips. Deze ontwikkeling is mede te danken aan stadgenoot Olivier B. Bommel, die geheel belangeloos.., nu ja je hoort het Joost! Maar toch knaagt er iets bij hem. In het verleden regelde hij dit soort zaken toch een tikkeltje mooier. Intussen is professor Joachim Sickbock met een gouden handdruk ontslagen door Steenbreek van de ICM. Hitoto, zijn diefachtige assistent, heeft de uitvinding verkleind en verkocht. Maar men zal nog van de hoogleraar horen. Volgens Hitoto had de achtenswaardige heer Bommel de zaak prachtig geregeld, waarbij Steenbreek zocht naar het achterliggende ragfijne spel.

Binnen in het kasteel geeft heer Bommel bij een etentje uitleg van zaken aan Tom Poes en buurvrouw Doddeltje. Door zijn buurvrouw is hij hard aan het werk gegaan. Daarbij verhardde hij zelf steeds meer. Hij heeft ervoor gezorgd dat de dief van de uitvinding erkenning kreeg, waar eigenlijk de uitvinder zelf recht op had. Maar door het patent op de diefstal was de dief geen dief meer. Heer Bommel had voor het patent gezorgd omdat hij nu eenmaal door muren heen gaat als dat moet. Zijn buurvrouw vindt het erg en niets voor Ollie. Heer Bommel heeft ook wroeging over zijn verkoper Sjors Bigbus, die hij in de steek heeft gelaten omdat hij eigenlijk niet deugde. Hij heeft hem het werk laten doen onder toezicht van Tom Poes. Op dat moment meldt Joost politie aan de deur. De verkoper is gearresteerd. Sjors is op heterdaad betrapt bij het verkopen van de huurauto waar heer Bommel borg voor stond. Ook contractueel was Sjors er bekaaid van af gekomen. Terwijl heer Bommel dacht dat het duo Zwederkoorn & Hitoto het goed met Sjors zouden regelen ging dat toch een tikje anders. Er stond in het contract dat heer Bommel geen onderverkopers mocht aanstellen. De agent wil inmiddels weleens weten of heer Bommel een klacht wil indienen jegens Sjors Bigbus alias Joris Goedbloed, die gezocht wordt in het buitenland wegens oplichting. Onder toezicht van de agent regelt heer Bommel de achterstallige betaling van zijn verkoper, zodat hij juist op tijd was om bediende Joost de kaviaar te zien opdienen. Hij legt uit dat er nu niets meer te vergelden is, zodat hij als heer nu weer in stilte goed zal gaan doen.

Verhaaluitleiding

Op 26 september brengt NRC Handelsblad onder nummer 01592 een verhaaluitleiding. Heer Bommel wordt door zijn buurman aangesproken op de introductie van een plat apparaat. De uitgave van zijn poëziebundel “IJle Mijmeringen” is in de knop gebroken en voor uitgave al waardeloos genoemd. Hij zal de minister van Cultuur verwittigen om een einde te maken aan dit stuitend tuig. Heer Bommel vindt het vreselijk dat hij met de nek wordt aangekeken vanwege een vergelder, waarmee hij niets meer heeft te maken. Tom Poes vindt het allemaal overdreven. Maar Tom Poes weet nog dat de markies een min-kukel had, dus die IJle mijmeringen zijn wellicht ook min. Heer Bommel had destijds een grote rol gespeeld in het verhaal Het kukel, zodat de redactie het gaat herplaatsen. Dit temeer daar de cardiologie inmiddels het kukel-fenomeen heeft ontdekt.[9][10]

Uitleiding herpublicatie

Toen op 18 december 1984 Tom Poes heer Bommel bezocht, legde deze juist de laatste aflevering van de herpublicatie van het kukelverhaal terzijde.[11] Heer Bommel is verkwikt door het opnieuw gelezen verhaal, omdat hij als enige geen min-kukel had. Tom Poes zegt: “Hm, dat weten we niet want het is niet gemeten.” Voordat heer Bommel een terechtwijzing kan geven stapt journalist Argus binnen met de mededeling dat de minister van Cultuur de Vergelder heeft verboden. De uitvinding die de kasteelheer had weggegeven, nadat hij hem ontwikkeld had. Heer Bommel heeft blijk gegeven van een goede neus voor de ontwikkelingen, door eruit te stappen voordat er moeilijkheden komen. De vraag die de lezertjes zal interesseren is wat hij nu vervolgens gaat doen. Heer Bommel zegt toe te gaan werken aan de vooruitgang.

Voetnoot

  1. Op de website http://kranten.kb.nl zijn alle afleveringen terug te vinden. Zoek onder historische kranten naar: ' Heer Bommel en de Vergelder' pdf-formaat geeft het beste resultaat.
  2. De ingrepen van magister Hocus Pas in het vorige verhaal doen nog steeds heel veel pijn. De definitief verdwenen inboedel.
  3. Zie bijvoorbeeld het verhaal: De aamnaak waarin de directeur van het woningbedrijf Doddeltje haar huisje schenkt.
  4. Het spiegelbeeld van het verhaal: Heer Bommel en de andere wereld.
  5. De opkomst van Japan als belangrijk industrieland werd hiermee destijds belicht.
  6. Het meest bekend is de rederij waar kapitein Wal Rus onder vaart.
  7. Bij oplettende lezertjes en heer Bommel is deze naam bekend van het kantoor Zwederkoorn, Woordkramer en Zwederkoorn, advocaten en procureurs. Zie onder andere het verhaal De denktank.
  8. Hoofdredacteur/eigenaar/krantenmagnaat O. Fanth Mzn koopt tijdens het ter perse gaan met voorkennis een groot pakket aandelen. De Nederlandse overheid waardeerde de aardgasreserves immer te laag qua voorraad en voor een te laag bedrag.
  9. De volgende publicatie is te vinden in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 1984 pagina 1229. Het kukelfenomeen is de voortgeleiding naar het hoofd van het geruis van een mitralis- insufficiëntie ten gevolge van een ruptuur van de chordae tendinae van het voorste of achterste mitralisklepblad. Op grond van plaats, luidheid en voortgeleiding kunnen vaak de ernst en de oorzaak van de insufficiëntie worden vastgesteld. Een zorgvuldige beluistering van het hoofd is daarom belangrijk.
  10. J.H.A. Janssen, L.W.M. Loomans en G.J. Kootstra (1984). Het kukelfenomeen: een Nederlands begrip in de fysische diagnostiek van mitralisinsufficiëntie . Ned Tijdschr Geneeskd. 128: 1229-32 .
  11. Deze strip op 18 december 1984 in het NRC Handelsblad draagt als nummer 01593.

Hoorspel

Voorganger:
De Zelfkant
Bommelsaga
26 juni 1984 - 25 september 1984
Opvolger:
Het Bommel-verschiet