De wadem

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de wadem (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De wadem) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 22 november 1979 met een aankondiging, waarna de volgende strips vanaf 17 december tot 11 april 1980 verschenen. Thema: Roes opwekkend gas.[1]

Vakantieaankondiging 0581

Terwijl heer Bommel deze herfst uitgeblust bij de haard zit, constateert de ontboden geneesheer uitgebreide ouderdomsverschijnselen. Heer Bommel klaagt nog over de vallende kalk van zijn bediende Joost. Laatstgenoemde wijst bovendien op vergeetachtigheid, na de brutale behandeling door de verzamelde Rommeldammers.[2] De arts schrijft acetylsalicylzuur voor en verbiedt het kranten lezen,televisie kijken en gebiedt rust. Het dieet bestaat uit rauwe wortelen en aardappelen in de schil. Op 17 december zal de kasteelheer echter zijn strijd tegen ‘de Wadem’ starten.

Het verhaal

Bij het begin van het verhaal zit heer Bommel nog steeds uitgeblust in zijn stoel. De geneesheer constateert nu als ouderdomsverschijnsel ‘oligofrenische aliënatie.’ De arts schrijft in dit stadium beweging en frisse lucht voor, echter wel onder begeleiding. Heer Bommel vergeet echter Tom Poes mee te vragen[3] en rijdt in de buurt rondjes met de Oude Schicht, in de veronderstelling verkerend reeds in de Zwarte Bergen te rijden. Een grijsaard verkleedt zich in een uniform van de bergpolitie en laat de sullige heer een ballon vol adem blazen. De oude man neemt de inhoud van de ballon tot zich en hoopt zo de Tranemontspelonk te vinden, waar het hem echt om begonnen is.

Heer Bommel belandt inmiddels met muts en sjaal in zijn auto bij een grot. Twee dwergen nemen hem mee naar het vuur waar veel meer dwergen opgetogen dansen rond aangebrande paddenstoelen. Ze noemen het wadem, een muffe geur volgens de kasteelheer. Hoewel heer Bommel niet mee eet, voelt hij zich wel erg verkwikt bij het verlaten van de gastvrije grot. Hij weet met de Oude Schicht nog net op tijd te remmen voor een ploeterende grijsaard met ransel, die klaagt over ontvangen adem van slechte kwaliteit. Heer Bommel is juist erg opgemonterd door een grot met aangebrande paddenstoelen, die hij beleefd heeft geweigerd, met rookwolken en walmen. De opgewonden grijsaard wordt netjes de weg ernaartoe gewezen en hij constateert dat hij inderdaad in de Tranemontspelonk[4] is beland. Binnen in de grot ziet hij de reusachtige wademzwalm.[5] De grijsaard voelt zich weer als de magister Hocus Pas, die de wereld in zijn hand houdt. De protesterende dwergen worden weggejaagd door de herboren tovenaar. Via telekinese sluit de magister de grot met stenen uit de zoldering af. Hij denkt nog een week nodig te hebben om zijn aloude krachten te herwinnen. Hij laat als dank de sukkelende kasteelheer snel de weg naar huis vinden. Daar wordt hij opgewacht door Tom Poes die te horen krijgt dat zijn vriend vergeten was hem mee te vragen. Zijn jonge vriend blijft graag een hapje spaghetti mee eten en wil het reisverhaal aanhoren. Bediende Joost waarschuwt zijn werkgever wel voor een terugslag en die blijkt de andere morgen al te zijn opgetreden. Maar heer Bommel besluit een wandeling te gaan maken in de frisse natuur, zoals de dokter heeft voorgeschreven.

Nu wil het toeval dat professor Prlwytzkofsky en zijn assistent Alexander Pieps op het land van de kasteelheer bij slot Bommelstein een zogenaamde Zarynx-ader[6] trachten te vinden. Gezien de financiële nood van de gemeente Rommeldam besluit heer Ollie na een kort indringend gesprek een boortoren te financieren, die burgemeester Dickerdack spontaan voorstelt ‘Bommelboor’ te noemen. Ook een erelidmaatschap van de Kleine Club zit er nu wel in. Bij het in gebruik nemen van de boor krijgt de kasteelheer van de professor de instructie de knop naar rechts te draaien, maar niet voorbij stand Y5. Maar omdat de vergeetachtige heer Bommel de knop naar Y8 draait valt de begeleidende toespraak van de burgemeester in het ongerede. De Bommelboor vliegt onbestuurbaar de lucht in, waarbij journalist Argus foto’s maakt waaronder een foto van een burgemeester met beschadigde hoed. De ambtsdrager adviseert de journalist de puinhoop te fotograferen en hem verder met rust te laten. De boze professor krijgt te horen dat de bommelboor verzekerd was door de ambtenaar eerste klasse Dorknoper. Er wordt meteen door de kasteelheer een nieuwe boor besteld.

Al wat rest na de ontploffing van de boortoren is een muf gas dat uit de aarde opborrelt. Heer Ollie herinnert zich ineens weer waarom hij zich kort geleden zo goed voelde bij een vrolijke familie. Weldadig en geneeskrachtig! Anne Marie Doddel lucht tegenover de passerende Tom Poes haar woede over de teneur in de schrijvende pers. De krant geeft de schuld van de mislukking van de Bommelboor aan de omstreden naamgever. Tom Poes verklaart echter dat zijn vriend nogal suf is de laatste tijd. Maar de vrouwelijke bewonderaar slaat hem met haar krant. Dit is geen vriendschap meer van Tom Poes, maar regelrecht kwaad spreken over iemand die alles kan. Tom Poes houdt vol dat hij de waarheid spreekt, maar op dat moment komt een vrolijke kasteelheer aanwandelen. Tom Poes druipt niet begrijpend af en heer Bommel krijgt een kopje koffie aangeboden. Wel vindt hij de kranten steeds narriger worden. Maar zijn buurvrouw klaagt over zijn vriend, die kwaadspreekt en die beweert dat heer Bommel oud wordt. Dat is geen èchte vriend.

Op het stadslaboratorium besluit professor Prlwytzkofsky de bekende zielkundige doctorandus Zielknijper in te schakelen om heer Bommel te visiteren. Dit uit erkentelijkheid voor het bestellen van een tweede boorinrichting. Alexander Pieps stelt dat dit soort verkalkte lui met pensioen moeten. De sportief fietsende doctorandus treft inderdaad een bezorgde bediende Joost aan, die de Oude Schicht aan het reinigen is met een tuinslang. De zorgen van Joost lijken echter op niets gebaseerd wanneer heer Bommel opgewekt aan komt lopen. De zielkundige kan dan ook de professor telefonisch geheel geruststellen. Tom Poes is er echter nu weer eens niet gerust op en leert van de aardappelschillende Joost dat zijn werkgever na een wandeling altijd opgewekt terugkomt. "Zou hij ergens aan verslaafd zijn?"

Buiten op het onderzoeksterrein constateert professor Prlwytzkofsky dat zijn zarynx-ader een andere ligging heeft gekregen na de eerste boorpoging. Zijn assistent ziet niets in de poging tot bodemverrijking, die alleen maar leidt tot milieuverontreiniging en bewapening.[7] Zijn baas ziet het hoog groeiend grootgras wel zitten. Huizenhoog groen als energievoorziening.[8] Bovendien kunnen gras en graansoorten ook als voedsel dienen. De ruzie wordt beslecht door de langs wandelende heer Bommel, die de twee geleerden meetroont naar zijn gasader, weliswaar geen gas maar een luchtje. Het drietal geniet gezamenlijk op de heilzame plek. De hoogleraar gaat nu opgetogen aan burgemeester Dickerdack geld vragen voor een kuuroord. Hij onderbreekt hierdoor de bezuinigingsvoorstellen van ambtenaar eerste klasse Dorknoper, die de bouw van een nieuw gemeentehuis wil schrappen. Ook de cultuur moet eraan geloven en een ambtenarenstop is noodzakelijk.[9] Professor Prlwytzkofsky weet de twee heren echter de dienstauto in te praten en het drietal inspecteert de plek van het opwekkende gas. Na afloop probeert de nuchtere ambtenaar, die slechts muf bodemgas ruikt, inlichtingen te krijgen van Tom Poes. Laatstgenoemde is echter nog niet op de hoogte van de aangeboorde gasbron en kan dus geen raad geven. Dorknoper spreekt zorgelijk over vergiftigd aardgas dat milieuvervuilend is en schadelijk voor de bevolking.

De dwergen hebben intussen besloten de grot te verlaten, omdat de Zwarte daar nu heerst. Ze trekken door de smalle Poerpas naar de grote wereld in het besef daar te moeten gaan werken voor eten. Magister Hocus Pas heeft last van het gat in zijn zoldering, waaruit gas ontsnapt. Burgemeester Dickerdack heeft inmiddels een slordige koepelgebouw laten plaatsen boven de gasbron. Ambtenaar Dorknoper heeft aanmerkingen op de uitvoering en de financiering maar wordt door de burgemeester streng weggestuurd. Bovendien speelt geld geen rol voor het Bommelkoerbad, dit volgens de kasteelheer. Zelfs beambten hebben recht op ontspanning, dus moeten er maar andere ambtenaren worden aangenomen volgens de burgemeester. Tom Poes is er intussen getuige van dat het stadslaboratorium geheel afbrandt. De proefnemingen aldaar worden roekeloos uitgevoerd en professor Prlwytzkofsky geeft vertrekkend als commentaar dat de boel toch al sterk verouderd was. Samen met zijn assistent gaat hij naar het kuuroord. Tom Poes krijgt de brandweer niet aan de telefoonlijn.

De Hoofdredacteur van de Rommeldamse Courant O. Fanth Mzn is woedend op zijn verslaggever Argus. Die schrijft naar waarheid op dat het stadslab is afgebrand, maar geeft verder geen achtergronden. "Welke bende zit er achter? Is er een geheime bom gaan lekken?" De journalist vertelt desgevraagd zijn baas dat hij wel iets leukers te doen heeft. Hierna wordt hij op staande voet ontslagen. De hoofdredacteur begint verbanden te zien. Een hoofdartikel over een kuuroord van Bommel en één regel over een stadslab, waar al vaak bijna een Nobelprijs is gewonnen. Maar ja, de redactie leidt nu wel aan onderbezetting.

Tom Poes maakt zich intussen zorgen over heer Ollie zijn lelijke tempeltje. Hij verwijst een groep wademloze dwergen door naar het arbeidsbureau in de stad. Daar constateert ambtenaar eerste klasse Dorknoper dat al zijn ondergeschikten verdwenen zijn. In zijn wanhoop neemt hij de voorman van de dwergen aan, die ooit nar is geweest bij graaf Mork en destijds heeft leren lezen. De naamgeving van de dwergen geeft ook al problemen, maar ze krijgen de letters van het alfabet toebedeeld, beginnend met ‘A’. Het arbeidsbureau kan nu weer verder functioneren. De hoofdredacteur neemt die middag twee dwergen aan voor zijn krant. Maar omdat hij nu zelf de krantenkoppen moet gaan verzinnen, is hij toch wel blij dat Wammes Waggel zich aandient als adjunct-hoofdredacteur.[10] Het ochtendblad mist de volgende ochtend elk begin van een opmaak. Foto’s op zijn kop en vrijwel onleesbare teksten. Tom Poes denkt dat robots de krant maken, maar Joost attendeert hem ook op een zeer slordige vuilophaaldienst. Persoonlijk heeft hij bovendien een neerdrukkende belastingaanslag gehad van 395 miljoen florijnen. Tom Poes gaat op onderzoek uit in de verlaten stad Rommeldam. Hij komt Wammes Waggel tegen die onderhoofd van de krant is en voorzitter van de televisie. Hij vindt het enigjes om Tom Poes een rondleiding in de studio te geven. Zingende en dansende dwergen, die klagen over een gebrek aan wadem, hebben de productie overgenomen. Op straat raakt hij in gesprek met ambtenaar Dorknoper, die uitlegt dat hij met dwergen moet werken, omdat de eigenlijke gemeenteambtenaren niet meer ten burele verschijnen. Zijn hoofd loopt ervan om, want de dwergen kunnen niet lezen, schrijven of rekenen. Hij mist zo de tijd om iets te controleren. Doctorandus Zielknijper legt de problemen van de dwergen uit. Ze gaan gebukt onder een gebrek aan formaat. Bovendien klagen ze allemaal over een gebrek aan wadem, maar die komt voort uit een Tramontane-fobie. Hun bleke kleur duidt bovendien op een grotachtig bestaan, afkomstig uit de bergen.

In de wademgrot probeert magister Hocus Pas het gat in de zoldering handmatig te sluiten. Bij een poging om het gat met een rotsblok boven zijn macht te dichten, komt hij lelijk ten val door het terugvallende gesteente. Zodoende zoekt de wadem nog steeds de weg naar buiten door het gat in de zoldering.

Tom Poes haalt met een uitgestoken tak professor Prlwytzkofsky onderuit. Hij weet hem weer bij de les te brengen en hij besluit dat hij zijn ader moet gaan onderzoeken, waarbij hij hem best wil assisteren. Joost vertelt Tom Poes dat hij een hulp in de huishouding heeft aangenomen omdat hij zelf het kuurhuis wil bezoeken met het oog op zijn aanslagbiljet en een onbereikbare belastingdienst. Heer Bommel is intussen de vrachtwagen met de tweede Bommelboor tegen het lijf gelopen. Hij geeft opdracht op een mooi plaatsje, niet ver van het kuuroord, de installatie te plaatsen. Hoewel hij hongerig is wil hij niets weten van de aangebrande paddenstoelen, die een dwerg met de naam Wee, hem op het kasteel serveert. De nieuwe bediende doet hem wel terugdenken aan een grot met een vrolijke familie. Heer Bommel besluit zijn buurvrouw te gaan opzoeken. Zijn buurvrouw barst echter al pratend in huilen uit. Bij de kruidenierswinkel van Grootgrut kreeg ze suiker in plaats van zout en er zat een dooie spin in haar melk. Het is de schuld van dat pieregewaai bij die rooie kuurgassen. En soms is ze bang dat Ollie er ook heen gaat. Heer Bommel blijft toch de soep uit blik en de diepvries tuinbonen mee-eten, maar het verkwikt hem niet. Hij begrijpt ook al niet waarom hij niet naar zijn eigen kuuroord mag gaan, dat hem van die rare kwalen heeft afgeholpen.

In het verwoeste stadslaboratorium probeert Tom Poes professor Prlwytzkofsky weer aan het werk te krijgen. Heer Bommel komt opgewekt melden dat hij een tweede boor heeft laten installeren op een mooi plekje. De professor is er niet blij mee, want hij wil zelf de precieze plaats bepalen. Tom Poes is wel tevreden dat er weer activiteit in de hoogleraar zit en troost heer Bommel dat de boor misschien toch wel goed staat. Als de professor bij de boor is aangekomen besluit hij eerst nog een gasmonster bij het kuuroord te nemen. Hij stoort daar bediende Joost, die een gewild zitplaatsje heeft bemachtigd naast de bardame van het hotel De Gebraden Haan.[11] De hoogleraar neemt een gasmonster met een zakpompje, onder protest van alle aanwezigen. Onder de grond is magister Hocus Pas voldoende aangesterkt om dit keer met behulp van telekinese een rotsblok in het gat van de zoldering omhoog te laten stijgen. Hij weet nu dat er geen gas meer kan ontsnappen en dat al het gas nu voor hem is. Voor de professor blijft er maar een half pompje vol over en voor de kuurgasten is er in het geheel geen gas meer beschikbaar. De geleerde wordt ruw buiten geworpen. Hij deelt aan de verbaasde heer Bommel en Tom Poes mee dat er geen gas meer uit de grond komt. Heer Bommel denkt dat zijn nieuwe boor dat probleem wel kan aanpakken, maar de professor geeft hem een onmiddellijke boorstop. Het gaat immers om de zarynx-ader. Tom Poes zegt: "Hm". Hij is wel blij dat er geen gas meer uit de grond komt, want dat is goed voor de stad. Bij het teruglopen, komen ze een dwerg tegen die op zoek is naar wadem. Tom Poes vraagt nu aan heer Bommel of de vrolijke familie in de grot ook dwergen waren. Heer Bommel vindt het onderwerp niet echt prettig en verwijt zijn jonge vriend te schelden jegens kleine mensen. Hij zegt met zijn nieuwe boor aan de slag te gaan. Maar Tom Poes mag de Oude Schicht wel lenen om de grot te gaan onderzoeken.

Professor Prlwytzkofsky is in de resten van zijn laboratorium hard aan het werk. Hij probeert de samenstelling van het vreemde gas uit het kuuroord te onderzoeken. Dat schiet niet echt op. Aan het eind van de proefnemingen besluit hij het gas te mengen met de acetaten van de zarynx-ader. Hij wekt een daverende ontploffing op. Na enig nadenken beseft hij meteen het gevaar van een nieuwe boorpoging door heer Bommel, zonder dat deze boorplaats goed is onderzocht. Hij snelt zijn laboratorium uit. Heer Bommel heeft intussen de tweede Bommelboor uit voorzichtigheid ingeschakeld op stand twee en niet op drie. De professor en de kasteelheer raken onderling slaags.[12] Het gevecht wordt beëindigd door een straal acetaten uit de aangeboorde zarynx-ader.[13] De vechtende stadgenoten hebben vooral last van hun ogen, die geraakt zijn door de azijn. De hoogleraar poogt tevergeefs de bommelboor uit te schakelen, omdat hij een ontploffing vreest als wadem en acetaten onderling gaan mengen. Heer Bommel zwelgt intussen in zelfmedelijden.

Tom Poes weet intussen ondanks heer Bommel zijn beschrijving de grot te vinden. Hij treft er nog een oude achtergebleven dwerg aan. Die legt uit dat iemand met stenen de grot heeft afgesloten. Magister Hocus Pas beseft dat hij nog slechts een teug nodig heeft. Daarna kan hij de wereld tot een zwart lustoord omvormen. Op dat moment vindt de ontploffing plaats, waarvoor de professor zo bevreesd was. Het samenkomen van zarynx en wadem. Boven de grond landt de hoogleraar boven op de Bommel-heer. Beiden hebben nu ernstige oogproblemen. Onder de grond is Tom Poes hard op de rotsbodem beland. De dwerg is echter blij dat de grot weer toegankelijk is geworden. Maar binnen in de grot blijkt de enorme wademzwam weg te zijn. Er vliegt een grote zwarte vogel weg uit het gat. Heer Bommel valt door gezichtsgebrek in het nieuw ontstane gat. De oude dwerg treft nog wat kleine zwammen aan, die in honderd jaar ook weer groot kunnen groeien. De kasteelheer zelf is relatief zacht terechtgekomen boven op de resten van de grote wademzwam. De oude dwerg duwt een stuk schil tussen zijn tanden, waarna hij langzaam weer wat opknapt. Tom Poes is nu in staat hem in de passagiersstoel van de Oude Schicht te plaatsen en naar huis te rijden. Ook voor de oude dwerg is er voorin nog een plaatsje over. Tom Poes zet hem af bij zijn volk in het kuuroord en heer Bommel legt uit hoe hij snel weer in de grot kan komen. Gewoon via het geboorde gat.

Op de redactie van de krant wordt journalist Argus weer in genade aangenomen door de uitgeputte hoofdredacteur. Wammes Waggel daarentegen is niet meer welkom bij krant en televisie. Hij besluit de wijde wereld in te trekken en moet wel lachen als hij ziet dat professor Prlwytzkofsky ontredderd tegen een wegwijzer aanloopt. Heer Bommel nodigt hen uit voor een eenvoudige doch voedzame maaktijd en in het bijzonder de professor om een oogbadje te komen proberen. Joost heeft erg zijn best gedaan, hoewel de komst van professor Prlwytzkofsky hem tegen de borst stuit. Die wetenschapper had immers het kuurgas weggezogen. Heer Bommel heeft ook zijn buurvrouw uitgenodigd om haar al zijn daden te kunnen vertellen. De professor is heel erg tevreden. Door het oogbadje kan hij weer kijken. Heer Bommel heeft zijn reservebril laten ophalen en een derde boorinstallatie voor hem besteld.

Buiten loopt ambtenaar eerste klasse Dorknoper rond. Hij realiseert zich dat er grote achterstand is in de belastinginning. Er zijn schenkingen gedaan, bouwvergunningen en afbraakvergunningen ontbreken. Maar de dwergen zijn weg en vervangen door vertrouwde krachten. Maar enkele zijn toch nog achtergebleven en ze zijn nog geruime tijd op belangrijke posten te vinden.

Hoorspel

Voetnoten

Voorganger:
De Unistand
Bommelsaga
22 november 1979 - 11 april 1980
Opvolger:
De minionen