De weetmuts

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de weetmuts (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De weetmuts) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 30 september 1975 en liep tot 8 januari 1976. Thema: Het collectieve brein.[1][2]

Het verhaal

Onder de Zwarte Bergen bevindt zich de onderwereld. Daar wonen de Kwillen, een levensvorm die nog niet door de wetenschap ontdekt is, en daarom wetenschappelijk niet bestaat. Het is een zwijgend volkje. Een taal bezitten ze niet omdat ze onderling verbonden zijn door draden waarmee ze communiceren. Op die manier weet de een wat de ander weet en is er nooit ruzie. Onder hun voetjes zitten zuignapjes, waarmee ze zich kunnen vasthechten en een beetje bewegen. De Kwillen menen de hoogste vorm van beschaving te hebben bereikt. De laatste honderd jaar is het vermoeden gerijpt, dat er boven hen ook leven bestaat. Ze hebben besloten een afgezant te sturen naar de bovenaarde. Ze starten het denkproces om een toegang naar boven te vinden. Op een dag ontstaat er een gat in een van de wanden. Enkele Kwillen vallen naar beneden en worden door de massa opgegeten, zodat er geen kennis verloren gaat.

Het gat ontstaat door het houweeltje van dwerg Kwetal, die vloeizilver [3] zoekt voor zijn silicaat. Hij maakt tot zijn eigen ongenoegen een toegang tot de onderaarde. Een inspectie van de spelonk toont hem een zacht deinende menigte, waardoor de schrik hem aangrijpt. Met de handen voor zijn ogen holt hij weg, nagestaard door een Kwil in de vorm van een paddenstoel met zuignapjes. Hij biecht zijn daad op aan Pee Pastinakel. Omdat ze bang zijn dat er een gnoom los is, sluiten ze de toegang tot de grot in een oude holle eikenboom af met een ronde steen. De Kwil weet echter triomfantelijk boven op de steen te klimmen, die toch niet geheel afsluit. Pee Pastinakel trekt Kwetal hollend weg. Zelf heeft hij een hoed op, zijn vriend is echter gevaarlijk blootshoofds.

Heer Ollie is met Tom Poes paddenstoelen gaan zoeken voor Doddeltje. Ze stuiten op een ontstemde Kwetal, die nog steeds vloeizilver zoekt.[4] Hij heeft deze keer als ruilobject een 'redenontleder'.[5] Heer Bommel besluit eerst paddenstoelen te gaan zoeken. "Eerst het een en dan het ander, anders loopt het hoofd me om." Kwetal waarschuwt voor het bos omdat daar een gnoom los is. Tom Poes neemt goede nota van die spontane vermaning.

Tom Poes vindt al snel voldoende eetbare paddenstoelen. Kampernoeljes.[6] Heer Bommel zoekt echter ook iets speciaals voor een hoogstaande dame. Als hij een grote witte zwam ziet staan op een grote ronde steen, valt hij achterover op zijn rug van verbazing. Het wezen mompelt de woorden van zijn ontdekker na: "'k Wil". Heer Bommel meldt Tom Poes dat hij een Kwil heeft gevonden. Tom Poes zegt eerst: "Hm". Vervolgens vindt hij het ding er onbetrouwbaar uitzien, de waarschuwing van Kwetal indachtig. De witte zwam blijkt te kunnen praten. Tom Poes raadt aan hem te laten staan, want ze hebben al genoeg ellende gehad met dat soort figuren. Heer Bommel is nu vastbesloten de pratende paddenstoel verder te begeleiden en te ontwikkelen. Hij trekt de Kwil inclusief zuignapjes los van de steen en neemt hem mee op zijn linkerhand. Tom Poes loopt er mistroostig naast met zijn mandje kornoeljes. Hij komt Kwetal weer tegen, die nogmaals informeert naar vloeizilver. Tom Poes heeft daar geen tijd voor gehad en heer Bommel komt trots aanstappen met zijn Kwil. Kwetal houdt al niet van paddenstoelen omdat ze schrompel in het breinwerk brengen. Maar bij het aanschouwen van de Kwil bij heer Bommel rent hij hard weg met de woorden:

"Hoed je voor de gnoom".

Tom Poes weet nu zeker dat het niet pluis is. Dat is altijd zo als Kwetal ervandoor gaat. Heer Bommel kent slechts twee mogelijkheden. Als de Kwil deugt, gaat hij hem opvoeden. Als hij niet deugt, gaat hij hem in de gaten houden. "De taak van een heer is altijd helder, als wij hem maar willen zien, leer dat van een oudere." Buurvrouw Anne Marie Doddel is eerst heel blij met het mandje paddenstoelen dat haar buurman aanreikt. Haar uitroep: "Schattig hoor!" wordt door de Kwil herhaald. Omdat ze denkt dat heer Bommel haar napraat stuurt ze hem boos weg. Napraten is misselijk en ze wil hem nooit meer zien en de paddenstoelen dient hij mee te nemen. Tom Poes komt voor zijn vriend op door de paddenstoel de schuld te geven van het napraten, maar hij krijgt nog harder de wind van voren. Terwijl heer Bommel mistroostig naar huis loopt en zijn Kwil toespreekt, merkt hij op dat het oogjes heeft. Bij het betreden van zijn kasteel Bommelstein is hij intussen echt boos op de gifzwam, die hij gered heeft van de paddenstoelenschotel. Bediende Joost stelt voor een deskundige te raadplagen, hetgeen zijn werkgever na ampel beraad als de juiste weg ziet. Joost is net als Tom Poes van mening dat ze eerder al genoeg zwarigheden hebben ondervonden bij het opleiden van dergelijke gedrochten. Terwijl heer Bommel professor Prlwytzkofsky opbelt, ziet hij tot zijn verbazing dat de Kwil het telefoonboek opeet. Na die maaltijd kan hij de nummers eentonig opdreunen.

Tom Poes zoekt advies bij Kwetal, die nog steeds in afwachting van kwikzilver is. Kwetal legt uit dat de Kwil een onderaardgnoom is. Bij volle maan moet hij terug naar zijn grot, maar dat duurt nog wel enige zonnedalingen. Op het kasteel Bommelstein is de ontboden professor vol bewondering voor de Kwil, die heer Bommel hem toont. De Kwil heeft een aangeboren drang naar kennis. De professor vertrekt met de melding dat hijzelf ook ener consult gaat inroepen. Bij het serveren van de lunch staat de Kwil op tafel. Heer Bommel wil hem niet laten verhongeren, maar Joost wil hem niet bedienen. Hij zet hem bij de gemakkelijke stoel, waar de Kwil de stapel kranten tot zich neemt. Hij eet ze op! Het gevolg is dat hij nu ook al het krantennieuws kan declameren.

In het stadslaboratorium heeft professor Prlwytzkofsky overleg met zijn assistent Alexander Pieps. "Het handelt om ener sjwam met een hoger IQ. Is het ener mutatioon?" Alexander is bang voor buitenaardse wezens want de zwam kan wel van een vliegende schotel komen. Hij stelt voor te beginnen met uitroeien. De professor wil vaststellen of der fungus metaalionen heeft. Hij wordt in zijn overpeinzingen gestoord door Tom Poes. Die wil weten wat een redenontleder is. De professor noemt dat een motiefanalysator. Maar het is gelukkig voor de wetenschap dat die niet bestaat.

Op het kasteel Bommelstein ondervraagt de Kwil heer Bommel over de betekenis van de woorden uit de krant. Wat is benoeming, inspraak, begrip? De binnenlopende Tom Poes analyseert dat de Kwil alles wil weten. Volgens heer Bommel heeft hij hem al verteld dat zelfs de kasteelheer niet alles kan weten. Tom Poes stelt voor hem mee te nemen naar de universiteitsbibliotheek. Met de zwam stappen ze samen in de Oude Schicht richting de stad Rommeldam. Alexander Pieps is intussen dermate verontrust dat hij zijn neef en tevens journalist Argus op de hoogte brengt van de lakse houding van zijn chef. Argus is blij met de wetenschappelijke invalshoek, die vaak ontbreekt bij vliegende schotels. "Invasie van intelligente paddenstoelen! Daar stoppen we de persen voor en dat verdringt de onlusten onder de turfkruiers van de voorpagina." Alexander meent nu dat hijzelf alles gedaan heeft wat hij kon en moest doen.

In de universiteitsbibliotheek trekt heer Bommel met zijn witte zwam de aandacht van juffrouw Drulkes. Ze wijst op het spreekverbod, zodat heer Bommel gaat fluisteren. De bezorger van het avondblad komt met een verontrustende tijding op de voorpagina. Ze leest dat wezens van een andere planeet op aarde zijn geland, gelijkend op een zwam.[7] Een van de indringers is reeds waargenomen in gezelschap van de heer O.B.B. te R. De krant vraagt zich vervolgens af wat de overheid doet? De bibliothecaresse snelt naar buiten en spreekt agens Stappers aan, die binnen poolshoogte komt nemen. Hij zet heer Bommel de bibliotheek uit, waarbij onder protest van de kasteelheer Kwil achterblijft. Burgemeester Dickerdack brengt naar aanleiding van het nieuws op de voorpagina van zijn avondblad commissaris Bulle Bas op de hoogte. Bommel zit achter de landing van wezens van een andere planeet. Buiten het stadhuis komt de commissaris heer Bommel tegen, die onderweg is naar de burgemeester. Bulle Bas ondervraagt hem over de marsmannetjes. De uitvoerige uitleg over Kwil draagt weinig bij tot verder begrip, maar hij gaat samen met heer Bommel naar de bibliotheek, die dan net sluit om half zes. Heer Bommel blijft volhouden dat de Kwil daarbinnen gevaarlijk is maar Bulle Bas vindt het er nog rustig uit zien. Hij besluit een mannetje te laten posten. Vervolgens bevraagt hij professor Prlwytzkofsky over de grap met de marsmannetjes. De geleerde wil de zwam graag onderzoeken, maar het krantenbericht is onwetenschappelijk. Hoe dat in de krant is gekomen…? Hierop slaat zijn assistent Alexander Pieps een hoge toon aan. "Iedereen die goede boeken leest weet dat een inval van buitenaardse wezens mogelijk is!" De professor wijst hem wetenschappelijk streng terecht. Bulle Bas vertrekt verontrust van het stadslaboratorium. Alexander Pieps heeft immers ook gestudeerd, dus is er een kans dat hij weet waarover wordt gepraat.

Een bezorgde heer Bommel gaat naar het huisje van Tom Poes, die de krant aan het lezen is. Tom Poes is redelijk tevreden over het krantenartikel, alleen is de levensvorm niet buitenaards maar onderaards. Hij is het ermee eens dat ze snel naar de leeszaal moeten. Kwil gaat alle boeken opeten! Heer Bommel hoort zijn angst treffend door zijn vriend onder woorden gebracht. Kwil weet straks alles en dan is het te laat! Hij had nooit naar Tom Poes moeten luisteren, dan zat Kwil niet 's nachts tussen de boeken. Bij de bibliotheek wordt heer Bommel aangesproken door de postende agent Porkpees, die hem de toegang ontzegt. Kwil, met opgezwollen hoed, verlaat gelijktijdig onbemerkt het pand door een kelderraampje. Agent Porkpees alarmeert wel zijn chef, waarop Bulle Bas opdracht geeft de voordeur open te breken.[8] Nadat de agenten Kluiver en Porkpees de deur geforceerd hebben gaat Bulle Bas onverschrokken naar binnen om de eventuele marsmannetjes te arresteren. Hij beveelt Bommel buiten beschikbaar te blijven als getuige. Binnen blijken alle boeken verdwenen te zijn. De commissaris geeft opdracht heer Bommel te arresteren wegens deze roofoverval. Heer Bommel heeft geen aansporing nodig van Tom Poes om in de Oude Schicht te springen en weg te rijden. Tom Poes wil Kwil tegenhouden, die nu alles weet. Hij stelt voor naar het bos terug te rijden. Hij vraagt zich wel af hoe Kwil terug in het bos kan komen. Het loopt moeilijk met zuignapjes onder de voeten.De slimmer geworden Kwil staat echter op het reservewiel van de Oude Schicht[9].

In het Donkere Bomen Bos verlaat Kwil stiekem het reservewiel en wandelt weg. Tom Poes meent dat morgen de maan vol is en dat ze nog één dag hebben om hem te vinden. Intussen wordt de kasteelheer zelf gezocht door de helft van de politiemacht van Rommeldam. Om kwart voor negen 's ochtends krijgt brigadier Snuf de Oude Schicht in de gaten. Commissaris Bulle Bas verzamelt hierop de rest van de politiemacht en rijdt zelf ook door naar het bos. Heer Bommel meent dat het nu te laat is, maar Tom Poes heeft de Kwil gevonden. Hij is op de grote afsluitsteen bij de oude eik geklommen, maar kon niet naar binnen. Zijn hoed was te groot geworden. Zelf raakt de Kwil tot in de oude boom, maar zijn hoed vliegt door de lucht en wordt door heer Bommel opgevangen. Heer Bommel meent dat het te laat is maar dat weet Kwil ook. Hij komt terug op de steen en probeert met zijn tentakels zijn hoed terug te pakken. Door zijn angst komt de hoed van Kwil uiteindelijk op het hoofd van heer Bommel terecht. Dat resulteert onmiddellijk in een spreuk uit de veertiende eeuw waardoor Kwil zich schielijk terugtrekt.[10] De spreuk schiet heer Bommel zomaar opeens te binnen, als Tom Poes begrijpt wat hij bedoelt. Tom Poes had liever gehad dat hij Kwil had gepakt, maar de muts van zijn vriend stond er niet naar. Bulle Bas komt vervolgens heer Bommel arresteren wegens medeplichtigheid aan het leegroven van de universiteitsbibliotheek, maar wordt scherp terechtgewezen op grond van een uitspraak van de Hoge Raad van 3 maart vorig jaar. Hierop laat de commissaris de politiemacht inrukken. Heer Bommel constateert dat de kennis hem goed van pas komt. Tom Poes weet dat het de muts van Kwil op het hoofd van zijn vriend het verschil maakt.

Aan de rand van het woud is schilder Terpen Tijn vakkundig bezig om 'vibrerende vermiljoenen op bewogen okers' op het doek vast te leggen. De langslopende heer Bommel maakt wetenschappelijke opmerkingen over de gebruikte kleurstof, Napels geel. Aan het eind van zijn betoog slaat de opgewonden schilder hem het doek door het hoofd. Heer Bommel is ook ontstemd doch weet dat volgens een bepaalde wetenschappelijke opvatting alle kunst uit onlustgevoelens ontstaat. Hij weet wel dat het prettig is om alles te weten. Hij zal Rommeldam door zijn kennis opstoten. Tom Poes besluit verder te gaan zoeken naar de verdwenen Kwil. Onderweg wijst de kasteelheer professor Prlwytzkofsky op de tot magnetische inductie aanleiding gevende parallelle stroomcircuits in zijn laboratorium. Hij wordt met glaswerk en retorten weggejaagd door een boze professor. Dit alles geeft heer Bommel te denken. Volgens zijn goede vader is kennis macht. Heer Bommel voelt intussen de drukkende kracht van zijn kennis die niet tot enige macht leidt. Hoe kan hij tot macht geraken? Al denkend wordt hij gestoord door de langswandelende markies de Canteclaer. Hij wijst hem op een mank lopend Alexandrijn in zijn gedicht, maar wordt door zijn buurman weggejaagd. Zijn platte techniek verstoort de inspiratie. Vervolgens wijst heer Bommel de ambtenaar eerste klasse Dorknoper op enige boekhoudkundige onvolkomenheden. Het betreft in het bijzonder de rente-uitkeringen van het Elektriciteitsbedrijf en het onbevoegd aanwenden van gelden uit de algemene reserves. De overspannen ambtenaar gooit hem een zwaar boek naar zijn hoofd, gesierd door de weetmuts.

Commissaris Bulle Bas moet intussen aan de burgemeester berichten dat de marsmannetjes ontsnapt zijn door de hulp van Bommel, die de politiechef vervolgens met recht klem zette met een uitspraak van de Hoge Raad. "Het is een duistere zaak met sinistere kanten!" Per telefoon beklaagt ambtenaar Dorknoper zich bij de burgemeester over belastingplichtige Bommel. Laatstgenoemde had terechte kritiek zodat de ambtenaar niet verder kan werken. Op dat moment komt heer Bommel zelf de kamer binnen en biedt zijn kennis aan aan de burgemeester. De verdeelsleutel uit het gemeentefonds moet anders. Terwijl de burgemeester zich hardop afvraagt waar de kennis bij de kasteelheer vandaar komt geeft de commissaris het antwoord. De gestolen boeken van de universiteitsbibliotheek, waar zijn die gebleven Bommel? Daarop vertrekt de nieuwbakken geleerde met een hard dichtslaande deur. Op de Kleine Club beklagen de markies en de burgemeester zich over heer Bommel die alle kennis in handen van de marsmannetjes heeft gespeeld en zodoende nu zelf ook alles weet. Het royement van het lid Bommel wordt nu eindelijk doorgezet.[11]

Heer Bommel weet inmiddels dat iedereen te dom is om toe te geven dat hij niets weet. Zo kan zijn kennis geen macht worden. Want het is hoog tijd dat hij de macht overneemt. In restaurant De Gebraden Haan wordt de binnenwandelende heer verzocht zijn hoed af te geven. Tot zijn schrik constateert hij dat de hoed niet meer afgezet kan worden. Het ding heeft zich op zijn schedel vastgezet. Heer Bommel heeft nu ook een psychologisch probleem. Zijn goede vader heeft hem geleerd: "Met de hoed in de hand komt men door het ganse land". Hij vreest moeilijkheden als hij de hoed op moet laten. Gelukkig kan hij aanschuiven aan het tafeltje van de bekende psycholoog doctorandus Zielknijper. Die ziet de hoed als een beschermingsmechanisme. Als men zich bedreigd voelt, zoekt men macht. Zijn tafelgenoot ziet die analyse als oude symboliekkoek, die al lang achterhaald is door Zwederstern en Concombre. Hij wil slechts weten hoe kennis macht maakt. Doctorandus Zielknijper antwoordt met bittere spot: "Maak een atoombom". Heer Bommel vat dit op als een nieuwe taak en rijdt snel naar zijn kasteel. Hij leest in de keuken Joost de les over zijn kookkunsten, die meteen zijn ontslag aanbiedt, omdat zijn werkgever beter in staat is zijn taak op zich te nemen.

Na een lange moeizame tocht zonder weetmuts, komt Kwil ten slotte aan in de grot van zijn soortgenoten. Er wordt duidelijk dat hij geen kennis had vergaard in de bovenwereld, omdat hij zijn hoofddeksel kwijt was geraakt. Daarom wordt hij teruggestuurd om zijn muts op te halen. Heer Bommel overdenkt in zijn fauteuil het ontwerp en de montage van zijn atoombom. Hij dreigt dol te worden van al zijn kennis en probeert de weetmuts af te doen. Op zijn hulpgeroep komt de scheidende bediende Joost hem te hulp. Losrukken lukt niet waarop Joost besluit een geneesheer te raadplegen. Die verstrekt hem slechts een tranquillizer, valium. In bed heeft de nieuwbakken geleerde een cyclotron en een kerncentrale nodig. Gelukkig brengt Joost hem slaap met valium.

Tom Poes is in slaap gevallen in een boom in het bos. Omdat hij Kwil terug verwachtte op zoek naar zijn weetmuts, schrikt hij wakker als Kwil langsloopt met zijn zuignapvoetjes. Hij neemt hem mee naar zijn huisje en sluit hem op in een vogelkooi. De voorzitter van de Kleine Club loopt de volgende dag met bezwaard gemoed naar kasteel Bommelstein. Heer O. Fanth Mzn ziet dat de kasteelheer onderuitgezakt in een rolstoel wordt rondgereden door zijn bediende. Volgens Joost is hij overspannen geraakt door een atoomaanval. De voorzitter weet genoeg en stelt op de Kleine Club voor van het royement af te zien en de ongelukkige te laten opnemen in een inrichting. Dit ontmoet instemming, hoewel commissaris Bulle Bas waarschuwt dat de marsmannetjes zo te werk gaan.

Op kasteel Bommelstein heeft Tom Poes een list bedacht. Hij zet Kwil op het hoofd van heer Bommel, maar omdat Kwil geen enkele kennis meer bezit mislukt deze goed doordachte list. De voorrijdende ziekenauto wordt weggestuurd. Heer Bommel weet dat hij niet tegen zijn zin naar een sanatorium mag worden gebracht, want dat staat in het wetboek. Buurvrouw Doddeltje komt bezorgd naar zijn gezondheid informeren en merkt terloops in de hal op dat de spiegel nieuwe kwik behoeft.[12] Tom Poes weet opeens wat Kwetal bedoelde met kwikzilver. Doddeltje besluit binnen de verpleging van haar buurman over te nemen. Tom Poes neemt de machteloze Kwil mee terug naar zijn huis. In het stadhuis wordt de burgemeester van twee kanten lastig gevallen. Professor Prlwytzkofsky wil een proef doen op de zwam van Bommel en de voorzitter van de Kleine Club wil de burgemeester een dwangbevel laten ondertekenen om de weigerachtige Bommel op te laten nemen. De professor steunt de opname van "Der Boml". Dat biedt kans tot wetenschappelijk onderzoek van zijn zwam.

Op advies van zijn buurvrouw zit heer Bommel buiten op het gazon van Bommelstein. Hij krijgt gezelschap van Wammes Waggel, die in een vuilnisbak een boek vol kruiswoordraadsels heeft opgedoken. Het geven van de juiste antwoorden verlicht de hoofdpijn en gaven Wammes veel plezier. "Jij weet alles, enig hoor!" Doddeltje wil hem nu voor gaan lezen uit 'Ingrids grote strijd.' Heer Bommel protesteert, met puzzels oplossen verdwijnt er kennis, met haar voorlezen komt er meer bij en dat geeft hoofdpijn. De protesterende heer wordt vervolgens afgevoerd door een ziekenauto met dwangbevel. In de kliniek van doctorandus Zielknijper is heer Bommel weer vol van zijn atoombom. Plutonium en Uranium 238 uit de centrale van Muntjezijl. De behandelend geneesheer snelt het vertrek uit. Zijn patiënt is gevaarlijk. Hij heeft geld en de kennis om de bom te maken. Op de gang komt hij professor Prlwytzkofsky tegen, die heer Bommel komt bezoeken. De geneesheer gaat een collegiaal consult inroepen.

Intussen dwaalt Tom Poes besluiteloos door het bos. Hij komt de jaarlijkse optocht tegen van de dwergen onder leiding van Pee Pastinakel. Mispel Hop, Monkel Oor, Tamar Venkel, Bee Beris en Karwij. Omdat Kwetal ontbreekt, gaat Tom Poes hem zoeken. Als hij hem tegenkomt wil Kwetal niets van hem weten, totdat Tom Poes een spiegel laat zien. Kwetal herkent hierin de silicaat met vloeizilver. Hij stelt voor de wederkaatser te ruilen voor de redenontleder. Dat apparaatje zou het antwoord moeten zijn op de hoed, die het hoofd van Bommel met het grote denkraam beknelt. Tom Poes weet niet hoe nu verder te moeten handelen. Op het stadslaboratorium treft hij slechts Alexander Pieps aan. Die maakt zich ernstig zorgen over de zwam van Bommel, die volgens hem van een marsmannetje afkomstig is. Maar hij verwijst Tom Poes door naar het sanatorium.

Heer Bommel is intussen opgenomen in een ziekenkamer van het sanatorium, omringd door kundige artsen en geleerden. Professor Prlwytzkofsky geeft de hoed de schuld, die hij der Fungus Prlwytzkofskius noemt. Doctorandus Zielknijper spreekt over een diepe neurose, opgewekt door zonder begeleiding ongebreideld lezen. Dokter Schitzel stelt voor de hoed te verwijderen. De lobben zijn aangedaan door een cerebrale symbiose. Tom Poes hoort op de gang van het sanatorium van professor Prlwytzkofsky dat zijn vriend de volgende dag geopereerd wordt aan zijn weetmuts. Van de redenontleder wil de hoogleraar echter niets meer horen. Op zijn laboratorium verheugt hij zich op de dag van morgen. Hij gaat dan een muts onderzoeken die alle kennis inhoudt. Alexander Pieps eet met lange tanden van het meegebrachte gebak. De muts is volgens hem een buitenaardse zwam, een spion. De professor lacht hem uit.

Tom Poes ziet die nacht professor Sickbock door de Westerpoort in de stad lopen. Hij spreekt hem in een café aan over de redenontleder. Volgens professor Prlwytzkofsky is dat een motiefanalysator. Wat kan Tom Poes ermee doen? De hoogleraar ontkent het bestaan ervan. Dan zouden de meeste verborgen doelstellingen aan de oppervlakte komen. Waar zou het heen moeten met politiek en wetenschap? Vervolgens vraagt Tom Poes hem wat er gebeurt met iemand, die alles weet. Volgens de hoogleraar zou zo'n stakker exploderen. Maar alles weten is onmogelijk en heeft geen zin. Sickbock begint onraad te ruiken en probeert Tom Poes vast te pakken, die nog maar net kan ontsnappen. Via de regenpijp van de kliniek weet hij de kamer van heer Bommel door het openstaande raam te bereiken. Onder protesten van dienstdoende nachtzuster Juultje, zet Tom Poes het apparaatje van Kwetal op het hoofd van zijn vriend. Het omzetten van een knopje aan de onderkant van het apparaat blijkt voldoende. Onder lichtflitsen valt de kennis uiteen, omdat de wetenschap in de hoed geen doel meer heeft. Tom Poes haalt de leeggelopen muts van het hoofd van zijn vriend af. Die is hem dankbaar wegens het wegnemen van zijn hoofdpijn. Hij kan nu rustig gaan slapen. En het avontuur is mooi afgelopen.

Tom Poes gaat door met zijn werkzaamheden. Kwil moet terug met de lege hoed, omdat anders er een nieuwe Kwil zal worden gestuurd. Hij rent het ziekenhuis uit met de muts, achterna gezeten door een zwaar bewapende Alexander Pieps. Laatstgenoemde is bang dat Tom Poes onder een hoedje speelt met de marsmannetjes. Tom Poes slaagt erin de Kwil met muts terug te zetten op de ronde steen bij de oude eikenboom. Op dat moment beschiet Alexander Pieps de Kwil met een laserpistool. Tom Poes wil dat de Kwil met leeg hoofd teruggaat naar zijn soortgenoten. Alexander Pieps wil het buitenaardse wezen grondig vernietigen. Hij blijkt echter in de haast een onkruidverdelger te hebben gepakt uit het stadslab in plaats van een laserpistool. De tweede terugkeer van de Kwil overtuigt zijn soortgenoten dat er geen kennis is in de bovenwereld. Bovendien heeft Kwil een nare kwaal opgelopen. Het bovengrondse gebied is dus ongeschikt gebleken voor bewoning.

De andere ochtend zien doctorandus Zielknijper en professor Prlwytzkofsky tot hun verbazing een geheel genezen heer Bommel. Die brengt de professor op de hoogte van de heilzame werking van de motiefanalysator. Hij nodigt de twee geleerden uit voor zijn slotmaaltijd, waar ook Tom Poes en Doddeltje aanwezig zijn. Joost is die avond extra gemotiveerd door de zinnige kritiek eerder van zijn werkgever op zijn kookkunsten. Er staan paddenstoelen op het menu voor de buurvrouw en heer Bommel prijst de hulp die hij van Tom Poes heeft ontvangen. Die brengt op zijn beurt hulde aan Kwetal, de ontwerper van de redenontleder. Volgens professor Prlwytzkofsky blijft er zo geen wetenschap over. Heer Bommel zal het apparaat daarom zuinig bewaren en stelt een toost voor op Tom Poes en Kwetal. De geleerden ontdooien langzaam onder de uitstekende maaltijd en het wordt binnen alsnog een gezellige avond.

Voetnoot

  1. Het Bommelhoorspel spreekt van een voorafspiegeling van het in 1975 nog toekomstige Internet.
  2. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010460186:mpeg21:a0026 De 81 strips in de Amigoe di Curacao
  3. Kwik
  4. Hij heeft vloeizilver nodig om op de achterkant van zijn silicaat te doen. Dan kan het beelden vormen van voorwerpen door tegenkaatsingen. Spiegel (optica).
  5. Kwetal: "Als je het ene niet doen kan, moet je het andere doen, want de tijd dat je niets doet, gaat naar de verturving."
  6. Champignons.
  7. Zie ook het filmscenario van Invasion of the bodysnatchers.
  8. De commissaris maant tot voorzichtigheid bij het binnenbreken van dit gemeentelijk eigendom.
  9. getekend op het derde plaatje van stripstrook 8398
  10. Heer Bommel reciteert Adelbertus Minor: " Xérion ariem moroès mizxaoul Emntal!"
  11. De burgemeester meent dat dat het enige is wat te doen valt, voordat de invasie binnenvalt.
  12. In het verleden werden eeuwenlang spiegels met kwik vervaardigd.

Hoorspel

Voorganger:
De wind der verandering
Bommelsaga
30 september 1975 - 8 januari 1976
Opvolger:
Het griffoen-ei