De windhandel

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de windhandel (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De windhandel ) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 22 juli 1959 en liep tot 19 oktober van dat jaar. Thema: Zaken doen is lucht verkopen. [1]

Het verhaal

Heer Ollie laat Doddeltje zijn herstelde kasteel zien, want het is weer als nieuw, en het aardige is dat het toch helemaal oud is. [2] Hij wordt daarbij gestoord door de ondernemer Poene Beurskraker, die met alles wat hij aanpakt geld verdient. De zakenman wil Bommelstein kopen omdat hij vermoedt dat er olie in de grond zit. Heer Ollie verkoopt, om goed op Doddeltje over te komen, een paar vierkante meter van zijn grond en inderdaad: Beurskraker slaat met het tuinhekje een oliebron aan. [3]

In het bijzijn van zijn buurvrouw is de kasteelheer een luie nietsnut genoemd. Poene heeft binnen 24 uur een boortoren met vergunning geregeld en nog meer grond aangekocht. Omdat heer Ollie op geen enkele manier Bommelstein wil verkopen gaat hij een weddenschap met Beurskraker aan: wanneer hij in een maand meer weet te verdienen dan de zakenman, zal deze uit Rommeldam verdwijnen en zijn aangekochte bezittingen aan de kasteelheer overdragen. In het andere geval zal Poene het oude slot met omliggende gronden gratis verwerven. Hij lijkt met de olie een enorme voorsprong te hebben en laat in hoog tempo boortorens verrijzen, tot verdriet van de omwonenden.

Tom Poes legt uit dat zaken doen is: "iets voor weinig geld kopen en vervolgens voor veel geld verkopen." Bediende Joost legt de geldstroom van de oliehandel uit. "Flink investeren en veel oppompen." Heer Ollie moet eerst nog op zoek naar een inkomstenbron. Die vindt hij wanneer hij toevallig de kluizenaar IJl de Maanloper uit een benarde positie in een boomstam redt. IJl legt desgevraagd uit wat zaken doen is. Hij gebruikt de Tom Poes definitie en legt vervolgens uit dat beter zaken doen derhalve iets verkopen is dat niets kost, zoals lucht.

Als dank mag hij wat ballonnetjes met hallucinerende lucht meenemen uit zijn grot om daar iets mee te verdienen. De eerste ballon laat de kasteelheer tussen de bankbiljetten zien, een tweede door Joost gebruikt, een rolverwisseling werkgever en werknemer. Heer Bommel gebruikt zijn derde ballon en het langslopende zakenduo Super en Hieper kan door het vensterglas meegenieten van Bommel zijn dromen. Heer Ollie legt correct de ballonwerking uit als allemaal dromen en bedrog. Super koopt toch de laatste ballon van zijn laatste tientje en geeft burgemeester Dickerdack een proefmonster.

De burgemeester wordt de eerste grootverbruiker van Supers-droomlucht. Hij stelt: "Beter dan vakantie." Om aan de vraag te voldoen worden grote hoeveelheden ballonnen besteld door de zakenlieden, die dit keer aanvankelijk hun best doen eerlijke handel te drijven en heer Ollie dan ook zijn deel betalen. Heer Bommel mag in ruil voor het horloge van zijn vader zoveel lucht meenemen als hij kan dragen.

Het zakenduo betaalt contractueel 100 florijnen per stuk voor het verkoopmonopolie. Tom Poes vertrouwt Super niet en gaat op onderzoek uit. Supers Droomlucht N.V. is gevestigd op de achtste etage van het prachtige kantoorgebouw Utopia te Rommeldam, alwaar ook Poene Beurskraker kantoor houdt. Poene wordt intussen gehinderd door het gemeentebestuur van de stad. De bode [4] wil hem slechts na betaling van veel geld aandienen bij de burgemeester, die onbereikbaar blijft. De pas benoemde wethouder kruidenier Grootgrut kan ook niets uitrichten en raakt zelf via de burgemeester ook verslaafd aan Supers-droomlucht. Ambtenaar Dorknoper onderzoekt de vestigingsvergunning van Super en Hieper en hun middenstandsdiploma en commissaris Bulle Bas heeft als invalshoek de Wet op de verdovende middelen omdat verslaving is vastgesteld. Gezamenlijk gaan ze de droomlucht onderzoeken. Hieper geeft ze één proefballon met de woorden: “Iedereen is aan lucht verslaafd” en na wat onderlinge wrevel[5] neemt Dorknoper de ballon mee naar zijn kantoor maar blijkt vrijwel immuun voor de werking.

Hieper komt een bestelling van 1 miljoen ballonnen aan de kasteelheer aanzeggen. [6] De geraadpleegde luchtbezitter IJl vindt dat zoveel dat hij ze gratis weggeeft aan heer Bommel, maar waarschuwt voor drukverhoging. Dan wordt lucht olie. Bij de aflevering van de eerste 1203 ballonnen beseffen Heer Ollie en Hieper dat ze een capaciteitsprobleem hebben. Heer Bommel huurt een overmaat aan vrachtauto’s maar zijn eigen benen en handen zijn de beperkende factor. Tom Poes is de enige die hem mag helpen met zijn monopolie. Maar zijn vriend legt zorgelijk uit dat hij de weddenschap zal winnen en zo zal eindigen als zakenman. Want Poene kan geen vergunningen meer los krijgen in Rommeldam en besluit illegaal aan de slag te gaan. Tom Poes schakelt hem echter voortijdig uit met 12 ballonnen, waarmee de tycoon zich ontspannend terugtrekt op zijn kantoorruimte in het gebouw Utopia.

Tom Poes kreeg die twaalf ballonnen van Bul Super in ruil voor de locatie van de ballonnenhandel. Hij stelt:" Mijn vriend Bommel is een kruimelaar, 1 miljoen ballonnen lukt hem nooit." Super besluit inderdaad de tussenhandel uit te schakelen en gaat naar de grot met Tom Poes waar voor de verandering deze keer Hieper zijn revolver trekt en de kasteelheer wegjaagt. Ook IJl de Maanloper wordt heengezonden onder zijn laatste zin uit het verhaal: "Het is vreselijk dat lucht altijd in olie verandert, wanneer men er zaken mee doet!". Super en Hieper blijven inderdaad zitten met een luchtkoker vol olie.

Heer Bommel kreeg als afscheid een laatste ballon mee van Bul Super. Hij ergert zich aan zijn allerlaatste ballondroom: Geld. Tot zijn genoegen ziet hij door het glasvenster van zijn buurvrouw een heel ander tafereel. Zij droomt van een huiselijk samenzijn van Ollie en Doddeltje. Tom Poes wijst hem op een wilde oliespuiter[7] van Poene Beurskraker, een flinke strop. De postbode brengt een overschrijving van 679.400 florijnen, afkomstig van Supers Droomlucht, waarmee de twee vrienden naar het kantoorgebouw Utopia hollen, waar Poene net uit de droomlucht ontwaakt. Hij holt naar zijn spuitende oliebron en zijn brandende sigaar doet de rest. Poene verdwijnt en de kasteelheer krijgt er zo dus zelfs land bij. Maar de boortorens ruimt heer Bommel op.

Er staat een massa klanten voor kantoorgebouw Utopia. Het zakenduo Super en Hieper verlaat echter de achtste etage op klassieke wijze via de regenpijp. Super stelt tevreden vast dat hij nog een paar dozijn ballonnen heeft, redelijk wat spaarcenten en vertrekt met Hieper in een vrachtauto van zijn bedrijf tijdelijk naar het buitenland.

In Rommeldam komt burgemeester Dickerdack bij zinnen. Dromen leiden tot niets. Bulle Bas meldt dat de N.V. Super’s Droomlucht voortvluchtig is. Dat is dus afgehandeld. De aanvragen van Beurskraker hoeven niet te worden behandeld want ook hij heeft het land verlaten. Hij heeft zijn zaken aan Bommel overgedaan en die breekt de boortorens weer af. Dickerdack concludeert dat alles zich vanzelf oplost wanneer men van tijd tot tijd wat rust neemt.

Tijdens het afsluitend etentje op Bommelstein bedankt Heer Bommel Tom Poes die zo goed heeft geholpen bij het oplossen van dingen die zichzelf oplossen. Zelf zorgt hij ervoor dat alle sporen van de oliewinning worden verwijderd en dat de natuur zich zo herstelt. Waarop Doddeltje afsluit met de zin: "Jij kan toch ook alles, Ollie.".

Voetnoot

  1. De visie van Marten Toonder te Greystones 2-2-1994 als inleiding op band 17 van de Volledige Werken.
  2. Zie het vorige verhaal: De feunix
  3. De oplettende lezertjes zien meteen al in de tekening een beurshandelaar met een sigaar in de oliehandel stappen!
  4. Duidelijk een beunhaas uit Kontreie, zie het verhaal De beunhaas
  5. Dorknoper zal rapport aan Bas uitbrengen.
  6. Hij rijdt inmiddels in een Sedan de Luxe. In De kiekvogel het autotype van de markies.
  7. IJl moest de druk verhogen door de bestelling van 1 miljoen ballonnen

Hoorspel

Voorganger:
De feunix
Bommelsaga
22 juli 1959 - 19 oktober 1959
Opvolger:
De nozellarven