De wisselschat

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de wisselschat (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De wisselschat) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 21 september 1965 en liep tot 11 december van dat jaar. Thema: De persoonlijke invalshoek bij het begrip ‘schat’.

Het verhaal

Op een middag in de late zomer bekijkt Tom Poes vol schrik de verzakte muur en de gescheurde balken van zijn huisje. Hij wordt daarop aangesproken door ambtenaar eerste klasse Dorknoper. Laatstgenoemde meldt Tom Poes dat hij zich onttrekt aan de belastingen en sociale voorzieningen en leeft in een krot. Hij dient zich in te schrijven als woningzoekende en kan zich dan melden voor overbruggingssteun. Tom Poes wil in zijn prettig huisje blijven wonen, waarop de ambtenaar zijn wijsvinger op het huis legt waarbij een deel instort. Daarmee verklaart de ambtenaar het huisje als zijnde ‘onbewoonbaar’. Tom Poes hokt in een krot. Maar zelf vindt hij het een prettig huis en het is zijn eigendom.

Tom Poes besluit de wijde wereld in te gaan om geld te gaan verdienen. Hij passeert Heer Bommel, die zijn portefeuille trekt. Zijn jonge vriend wil echter geen schulden maken. Hierop vraagt de kasteelheer of hij bij een boer gaat werken of in een fabriek. Tom Poes wil echter als alternatief een begraven schat gaan zoeken. De meeluisterende bediende Joost declameert daarop een kinderversje van zijn grootmoeder over de schat van Abold Wissel.[1] De bediende hint vervolgens op een ruïne in het Donkere Bomen Bos, waar roofridder Wissel ellendig aan zijn einde is gekomen. Tom Poes besluit aldaar naar de schat te gaan zoeken. Heer Bommel vindt dat hij dan beter in de overbrugging kan gaan en verwijt Joost het gedeclameerde bakerversje. Joost oppert dat zijn werkgever kan helpen met het schatgraven waarop heer Bommel inderdaad na enig denkwerk op het denkbeeld komt een schat voor zijn jonge vriend te gaan begraven.

Een dialoog met dwerg Kwetal kost hem een kam, ofwel een “regelig gesplitste schijf van verdichte stof, geen silicaat eerder iets met ficusdrip”. Maar de dwerg belooft hierop in ruil een schat te maken voor de kasteelheer. Maar Kwetal weet niet precies wat bedoeld wordt, maar komt, met de wijze raad van dwerg Monkel Oor, toch met een kist op de proppen. Monkel Oor is al 50 jaar bezig het woordenboek tot zich te nemen en is reeds bij de letter ‘U’ beland. Het woord schat heeft echter vele betekenissen zoals blijkt bij oplezen van het woordenboek. Kwetal neemt al deze beschrijvingen ter harte en bij zijn ingrediënten zit dan ook ‘het ei van camelon’. Want een schat is voor de één dit en voor de ander dat.

Bij aflevering door Kwetal op het kasteel neemt Joost de kist als eerste in ontvangst. Volgens Kwetal is het een schatje voor een kam. De bediende maakt als eerste de schatkist open en ziet een Oosterse schone uit de kist oprijzen. Heer Bommel neemt de kist van hem over en rijdt weg in de Oude Schicht, terwijl Joost op zijn ploffiets hem blijft volgen. Heer Ollie verstopt de kist 's nachts bij de ruïne van Abold Wissel als schatbegraver en wacht dan af of Tom Poes hem zal vinden, maar Super en Hieper[2] zijn in de buurt en weten de schat te bemachtigen. Dit leidt tot een bizarre reis, want de boeven zien er goud in, heer Ollie wil gewoon steeds zijn kist verstoppen en kapitein Wal Rus is op weg naar de Albatros om weg te varen en raakt bij een aanrijding met de vluchtende boeven betrokken. De kist belandt zo abusievelijk op zijn goede schip, waar er flessen sterkedrank [3] in blijken te zitten, tot vreugde van de kapitein. In de tussentijd had ook commissaris Bulle Bas zich ook nog met de schatkist bemoeid, omdat de ‘drietenige quilibrant ‘ was verdwenen uit de Rommeldamse dierentuin.[4] Dierentuin directeur doctor Smoorgang meldt zich echter met de teruggevonden vogel, die hij bij de stad Stuipendrecht weer had weten te vangen.

Tom Poes is inmiddels druk aan het graven bij de ruïne. Hij luistert niet naar de aanwijzingen van zijn vriend en trekt zijn eigen graafplan. Daarom konden Super en Hieper er dus met de schatkist vandoor gaan, die ze zoals gemeld kwijt raakten bij de eerder beschreven botsing. Super en Hieper weten weer wel met succes op het schip van de kapitein aan te monsteren en heer Ollie bereikt per helikopter als “ overgehaalde luchtpiraat” eveneens de Albatros. De boeven slagen erin de kist weer te ontvreemden en vluchten in een sloep naar het vasteland, waar ze wegens wapensmokkel door douanebeambten worden opgepakt en vervolgens toch nog weer weten te vluchten. Kapitein Wal Rus en heer Ollie bemachtigen de kist maar worden ook opgepakt, en kunnen dankzij de sleutels die zich in de kist bevinden, ontsnappen. Heer Ollie heeft nu de betekenis van de wissel-schat door en wil deze hoe dan ook meenemen, al moet dat door de woestijn. Super en Hieper stelen goud en flessen water uit de kist en wanneer Wal Rus en heer Ollie zinloos ruzie maken over de laatste flessen drank worden ze toch nog na 2 dagen gered door de verontrust zoekende bemanning van de Albatros.

Met een bijna lege kist komt heer Ollie weer terug in de haven van Rommeldam. Bij de ruïne van Abold Wissel wordt hij betrapt, door de hem vanaf de haven achtervolgende ambtenaar eerste klasse Dorknoper, die een slof sigaretten uit de kist vist. De smokkelaar mag een pakje houden. De schatkist blijft nu vrijwel leeg achtergelaten boven de grond staan. Heer Bommel raadt vervolgens in zijn teleurstelling zijn jonge vriend af om verder te graven bij de ruïne. Tom Poes heeft dan bijna alles al afgegraven maar vindt ten slotte een echte schat vlak onder de plaats waar zijn vriend zijn kist eerder had begraven; een buidel goudstukken. “Nu ben ik rijk! Ik kan mijn huis laten opknappen en dan blijft er nog genoeg over om iets leuks mee te doem.” [5] Voor Joost is het laatste restje van de wisselschat ook nog van waarde want hij vindt het sluiertje van de oosterse prinses in de bijna geheel lege kist en is daar zielsgelukkig mee.

Het drietal rijdt terug naar het kasteel met Joost achter op de Oude Schicht, starend naar de sluier. Maar thuisgekomen maakt hij een slotmaaltijd voor de twee vrienden en de dwerg Kwetal. Laatstgenoemde vraagt of de schat goed was? Heer Bommel vond de schat goed maar vindt dat schatten niet bestaan. Tom Poes is het daar niet mee eens. Heer Bommel vindt gevonden geld echter geen schat. Joost serveert met de gevonden sluier om zijn hals de slotmaaltijd voor de twee vrienden en Kwetal.

Voetnoot

  1. In het bos, daar ligt een schat, In het huis van Abold Wissel, Want Abold Wissel groef een gat, Toen hij heel veel centen had, Hij heeft ze daar verborgen, De schat van Abold Wissel… Wie hem vindt, is uit de zorgen.
  2. Hun bedrijf was alweer over de kop!
  3. Oude Troost.
  4. Gelegen pal ten zuiden van Rommeldam-Zuid.
  5. Heer Bommel: “Onder mijn schat lag nog een schat!”

Hoorspel

Voorganger:
De pasmunt
Bommelsaga
21 september 1965 - 11 december 1965
Opvolger:
De grote Barribal